TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij(M1), Brédyk 16

Jelsum, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1869
Address
Brédyk 16, 9057 RC Jelsum (Leeuwarden 21)
Place
Jelsum
Municipality
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.23257, 5.77662
Monument number
515449

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De DWARSHUISBOERDERIJ is in 1869 onder Eclectische architectuur gebouwd ter plaatse van een reeds bestaande boerderij van het kop-hals-romptype (Eekhoff, 1856). De boerderij is vermoedelijk ontworpen én gebouwd door S. Reitsma en Zonen uit Beetgum, die op de gedenksteen in de schuur als bouwmeesters worden vermeld; de eerste steen is gelegd door Johannes E. Bonnema op 1 april 1869. De rechte achtergevel is karakteristiek voor een akkerbouwbedrijf (gemengd bedrijf met als hoofdtak akkerbouw). De verschuiving van akkerbouw naar veeteelt kreeg in de 19de eeuw in de gemeente Leeuwarderadeel zijn definitieve beslag. Als exponent van die ontwikkeling werd de boerderij uitgebreid met een melkkelder. Het type portiek is karakteristiek voor de Eclectische woonhuizen in het noordoostelijk deel van de provincie. Later, vermoedelijk in het eerste kwart van de twintigste eeuw, is aan de zuidzijde van de schuur een jongveestal (lytshús) aangebouwd. Het spitsbogige raam uit de schuur is daarbij hergebruikt in de korte gevel van de jongveestal.

Een tuinontwerp is niet herkenbaar: bij de oprit in de voortuin staan nog één krooniep en een kastanjeboom. De toegang vanaf de openbare weg naar de voordeur bestaat uit een eenvoudig, klein smeedijzeren HEK tussen gietijzeren hekstijlen.

Omschrijving

De boerderij bestaat uit een dwarsgeplaatst voorhuis, een tussenlid of hals met aangekapte melkkelder aan de noordzijde en een schuur; woonhuis en schuur zijn ten opzichte van elkaar enigszins verschoven. Het woonhuis heeft een rechthoekige plattegrond; het bestaat uit één bouwlaag onder schilddak. De gevels zijn opgetrokken in bruine bakstenen, aan de voorzijde op een natuurstenen borstwering tot onder de raamdorpels; bij de overige gevels op een gemetselde plint. De voorgevel wordt aan de bovenzijde afgesloten door een gevellijst verlevendigd met versierde panelen; de overige gevels hebben een onversierde gevellijst en de achtergevel aan de noordzijde is zonder gevellijst.

Het schilddak is belegd met zwart geglazuurde platte Friese pannen en heeft twee schoorstenen met dekborden op de hoeken. De voorgevel aan de oostzijde is symmetrisch ingedeeld met een risalerende ingangspartij in het midden die tot een dakkapel is opgemetseld. Het middenrisaliet heeft drie-achtste hoekkolommen en wordt aan de bovenzijde afgesloten door een gevellijst waarop een tympaan: kolommen en tympaan zijn bekroond met respectievelijk bolvazen en een 'morgenster'. De entree bestaat uit een drietreeds hardstenen stoep, een ondiep nisvormig portiek met kwartronde holle wanden. De Neo-Renaissance porte brisée met smeedijzeren hekjes voor de glaspanelen heeft een bovenlicht met gekleurd glas-in-lood, voorstellend een watergezicht met lisdodden en waterlelies. Aan weerszijden van het portiek zijn twee korfbogige vensters; boven de ramen een wenkbrauwboog op consoles en met een kuif. Het doorgemetselde middenrisaliet heeft een omlijst, korfbogig venster met een hekwerk. In de noordgevel een korfbogig venster met een bakstenen rollaag als wenkbrauwboog op consoles. De noordelijke helft van de achtergevel wordt gedeeltelijk oversneden door de melkkelder, die aan het tussenlid of hals is aangekapt. De zuidgevel van het woonhuis heeft twee korfbogige vensters met een rollaag als wenkbrauwboog op consoles en een gepleisterde gevellijst.

De schuur heeft een rechthoekige plattegrond; aan de zuidwesthoek is een jongveestal (lytshús) aangebouwd. De gevels van de grote schuur zijn opge-trokken in roodbruine bakstenen met een dagstreep; de dakschilden zijn belegd met gesmoorde Hollandse pannen; het dakschild aan de westzijde is belegd met gesmoorde platte Friese pannen. In de noordgevel van de schuur 19 ijzeren, getoogde drieruits stalramen onder een rollaag, met een dorpel van klinkerstenen. In de achtergevel onder meer vijf ijzeren, vierruits stalramen onder een rollaag, mendeuren en een negenruits ijzeren raam. Aan de zuidgevel de later bijgebouwde jongveestal en in de lange gevel vijf rondboogvensters met een gevorkte tracering. De aangebouwde jongveestal heeft een rechthoekige plattegrond en staat haaks op de grote schuur. De stal bestaat uit één bouwlaag met wolfdak, belegd met gesmoorde gegolfde Friese pannen; aan de korte gevels een ijzeren roosvenster en rozetankers. De gevels worden afgesloten door lijsten en een klimmend fries in portlandcement. In de oostgevel van de grote schuur zijn van links naar rechts men-deuren met smeedwerk in de deurpanelen van het inpandige koetshuis, gedenk-steen, schuurdeur, rondboogvenster, keukendeur met zijlichten. De gevelopeningen zijn alle onder een rollaag; het kozijnhout heeft aan de bovenzijde haakse hoeken buitenwerks en kwartronde hoeken binnenwerks. Op het dakschild zwart geglazuurde platte Friese pannen.

De indeling van het woonhuis is gaaf en bestaat uit een middengang met zijkamers; het vloerniveau van het woonhuis ligt hoger dan dat van de hals, en is niet onderkelderd. Tot de waardevolle onderdelen van het INTERIEUR behoren ondermeer de gehoute paneeldeuren, draaitrap, stucplafond, de schildpad-marmeren tegels en de gietijzeren consoles onder de vensterbanken. De diepe melkkelder wordt gestut door ijzeren kolommen en heeft diefijzers en bakken.

Het inpandige koetshuis is oorspronkelijk en heeft langs de wand tuighaken. In de schuur vijf gebinten op bakstenen poeren en stalboxen.

Waardering

De boerderij uit 1869 is van algemeen cultuurhistorische en architectuurhistorisch waarde:

- als uitdrukking van de cultuurhistorische ontwikkeling in de huidige gemeente Leeuwarderadeel van de bedrijfsspecialisatie van akkerbouw (achtergevel) naar veehouderij (aangekapte melkkelder),

- vanwege de redelijke mate van belang van het gebouw voor het oeuvre van de bouwmeesters,

- vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp, in het bijzonder van het woonhuis,

- vanwege de redelijke tot hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur en het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The TRANSVERSE FARMHOUSE was built in 1869 in Eclectic architecture in place of an already existing farmhouse of the head-neck-body type (Eekhoff, 1856). The farmhouse was presumably designed and built by S. Reitsma and Zonen from Beetgum, who are mentioned as master builders on the commemorative stone in the barn; the foundation stone was laid by Johannes E. Bonnema on 1 April 1869. The straight rear facade is characteristic of an arable farming enterprise (mixed enterprise with arable farming as the main activity). The shift from arable farming to livestock farming received its definitive character in the 19th century in the municipality of Leeuwarderadeel. As an exponent of this development, the farmhouse was extended with a milk cellar. The type of porch is characteristic of Eclectic residential houses in the northeastern part of the province. Later, presumably in the first quarter of the twentieth century, a young stock cowshed (lytshús) was added to the south side of the barn. The pointed arch window from the barn was reused in the short gable of the young stock cowshed.

A garden design is not discernible: at the entrance to the front garden there is still one crown elm and a chestnut tree. Access from the public road to the front door consists of a simple, small wrought iron GATE between cast iron gate posts.

Description

The farmhouse consists of a transversely placed front house, an intermediate section or neck with an adjoining milk cellar on the north side and a barn; dwelling house and barn are shifted somewhat in relation to each other. The dwelling house has a rectangular floor plan; it consists of one storey under a hipped roof. The facades are built up in brown brickwork, on the front on a natural stone parapet up to below the window sills; at the other facades on a rendered plinth. The front facade is closed off at the top by a cornice-topped facade enlivened with decorated panels; the remaining facades have an undecorated cornice-topped facade and the rear facade on the north side is without a cornice-topped facade.

The hipped roof is covered with black glazed flat Frisian tiles and has two chimneys with coping boards on the corners. The front facade on the east side is symmetrically arranged with a projecting entrance section in the middle that has been built up to a roof dormer. The central risalit has three-eighths corner columns and is closed off at the top by a cornice-topped facade on which a tympanum: columns and tympanum are crowned with respectively bulbous finials and a 'morning star'. The entrance consists of a three-stepped sandstone stoop, a shallow niche-shaped porch with quarter-round hollow walls. The Neo-Renaissance porte brisée with wrought iron gates for the glass panes has a fanlight with coloured leaded glass, depicting a water landscape with bulrushes and water lilies. On either side of the porch are two segmental arch windows; above the windows an eyebrow arch on consoles and with a hood. The through-built central risalit has a moulded, segmental arch window with a gate. In the north facade a segmental arch window with a brick roll as an eyebrow arch on consoles. The northern half of the rear facade is partially cut off by the milk cellar, which is adjoined to the intermediate section or neck. The south facade of the dwelling house has two segmental arch windows with a roll as an eyebrow arch on consoles and a rendered cornice-topped facade.

The barn has a rectangular floor plan; at the southwest corner a young stock cowshed (lytshús) is adjoined. The facades of the large barn are built up in reddish-brown brickwork with a tape stripe; the roof panels are covered with smothered Dutch tiles; the roof panel on the west side is covered with smothered flat Frisian tiles. In the north facade of the barn 19 iron, arched three-light stable windows under a roll, with a sill of clinker bricks. In the rear facade among others five iron, four-light stable windows under a roll, doors and a nine-light iron window. On the south facade the later added young stock cowshed and in the long facade five segmental arch windows with forked tracery. The adjoined young stock cowshed has a rectangular floor plan and stands at right angles to the large barn. The cowshed consists of one storey with half-hipped roof, covered with smothered corrugated Frisian tiles; at the short gables an iron ventilation window and ornamental wall anchors. The facades are closed off by mouldings and a climbing frieze in portland cement. In the east facade of the large barn are from left to right doors with wrought work in the door panels of the integrated coach house, commemorative stone, barn door, segmental arch window, kitchen door with side lights. The facade openings are all under a roll; the frame wood has at the top external right angles and quarter-round angles internal. On the roof panel black glazed flat Frisian tiles.

The layout of the dwelling house is intact and consists of a central corridor with side rooms; the floor level of the dwelling house is higher than that of the neck section and is not undercellared. Among the valuable components of the INTERIOR are the framed panel doors, spiral staircase, stucco ceiling, tortoiseshell marble tiles and the cast iron consoles under the window sills. The deep milk cellar is supported by iron columns and has theft-guards and tanks.

The integrated coach house is original and has harness hooks along the wall. In the barn five roof trusses on brick supports and livestock stalls.

Valuation

The farmhouse from 1869 is of general cultural-historical and architectural-historical value:

- as an expression of the cultural-historical development in the current municipality of Leeuwarderadeel of business specialization from arable farming (rear facade) to livestock farming (adjoined milk cellar),

- because of the reasonable degree of significance of the building for the oeuvre of the master builders,

- because of the high aesthetic quality of the design, in particular of the dwelling house,

- because of the reasonable to high degree of architectural integrity of the exterior and the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map