TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Plantsoen 69

Leiden, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1881
Address
Plantsoen 69, 2311 KJ Leiden
Place
Leiden
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.15394, 4.49821
Monument number
515094

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1881 in opdracht van de projectontwikkelaren C. Goedkoop en A. en F. Stokhuijzen gebouwd HERENHUIS. Het huis staat aan het in 1842 naar ontwerp van stadsarchitect Salomon van der Paauw en landschaps- en tuinarchitect J.D. Zocher tot "stadspark" omgevormde terrein (Plantsoen) waar tot 1830 de in dat jaar afgebroken vestmuur van Hogewoerdspoort tot Koepoort de stad omklemde.

De Leidse architect W.C. Mulder was de ontwerper. Het statige pand is opgetrokken in eclectische stijl, en heeft in 1929, in opdracht van de hoogleraar theologie professor Oort, een inwendige modernisering ondergaan door architect B. Buurman. Het met de voorgevel op het Plantsoen georiënteerde pand is onderdeel van een gesloten gevelwand en maakt tevens deel uit van het beschermde stadsgezicht.

Omschrijving

Vanuit een vrijwel vierkante plattegrond opgetrokken, twee bouwlagen tellend onderkelderd pand onder een met zinken schaliën (kruisdekking) gedekt, afgeknot, schilddak met convex gewelfde dakschilden met oorspronkelijk een ovaal oeil de boeuf in zinken dakvenster aan weerszijden van de lucarne en zinken vorstkammen (crêtes). Het vrijwel niet zichtbare middendeel van de kap is gedekt met zinken roeven. Symmetrische, vijfassige bakstenen lijstgevel met accenten van wit geschilderd pleisterwerk. Hardstenen plint met aan weerszijden van de entreepartij twee getoogde souterrainvensters in gemetselde koekoek. Boven een natuurstenen trap een gepleisterde ingangstravee. Entree met de oorspronkelijke vleugeldeur - waarin vensters met raamijzers - onder een geprofileerd kalf en een rechtgesloten bovenlicht. Aan weerszijden van de entree een gecanneleerde pilaster met ionisch kapiteel en twee rechtgesloten vensters met schuiframen binnen een profiellijst. De entree wordt overhuifd door een balkon dat wordt gedragen door twee grotendeels gecanneleerde zuilen met ionische kapitelen. Op de zuilen en de pilasters rusten architraven met geprofileerde onderrand. Over beide bouwlagen doorlopende hoekpilasters met spaarvelden, diamantkoppen, ionische kapitelen op de begane grond en komposietkapitelen op de verdieping. Tussen beide bouwlagen een geprofileerde cordonlijst met verkropping over het balkon. Alle gevelopeningen rechtgesloten binnen profiellijsten als die op de begane grond. In het midden een balkon met gedraaide balusters,waarachter openslaande glasdeuren met bovenlicht onder een gebogen, gebroken fronton met profielranden, schelpbekroning, bloemdecoraries en een reliëf in het timpaan. De vensters met schuiframen aan weerszijden staan onder gebogen frontons met profielranden. Tussen de vensters en de cordonlijst terugliggende borstweringen met fries van gedraaide balusters. Gevelbeëindiging in de vorm van een kroonlijst met gecanneleerde consoles (gootklampen) die een geprofileerde gootlijst dragen. Gootlijst verkropt over de hoekpilasters en aan weerszijden van de onderbreking van deze lijst in het midden. De kroonlijst heeft in het midden een cartouche met de bouwjaarvermelding "1881". Aan weerszijden hiervan een console met mascaron, die de gecanneleerde pilasters met bloemdecoratie aan de lucarne (Vlaamse gevel) ondersteunen. Dit in gepleisterde baksteen opgetrokken deel van de middentravee is verder voorzien van smalle vleugelstukken met voluten en een getoogd venster met openslaande ramen en sluitstuk. De lucarne wordt bekroond door een gebroken fronton met geprofileerde deklijsten, waartussen oorspronkelijk een siervaas stond. De smeedijzeren hekken van het voortuintje zijn bevestigd aan gietijzeren hekpalen. Op de lager gelegen 4de Binnenvestgracht georiënteerde, symmetrische achtergevel met gepleisterde plint en twee rechtgesloten vierruits vensters aan weerszijden van een eveneens rechtgesloten deur met kruisraam. Op bel étage twee eveneens rechtgesloten T-vensters aan weerszijden van een rondboogvenster met glas-in-lood invulling. Op de verdieping twee zesruits vensters aan weerszijden van een klein (toilet)raampje. Het dakkapelletje is voorzien van een geprofileerde lijst en met zinken schaliën beklede wangen. Het interieur is nog deels in oorspronkelijke staat. Bel étage met in het ingangsportaal en de gang een vloer met marmeren tegels. Aan het eind van de gang een rondboogvenster met vernieuwd gebrandschilderd glas-in-lood van Cors v.d. Kaay uit 1959. Oorspronkelijke paneeldeuren binnen geprofileerde omlijstingen met schouderstukjes. Bij de toiletgroep een keramisch waterbekken met fonteintje. Kamer en suite (oorspronkelijk de huiskamer en de salon) met betengelde wanden, paneel-/schuifdeuren, stucplafonds en schouwen van zwart marmer. De oorspronkelijke eetkamer aan de andere kant van de gang heeft ingebouwde kasten en een in acht segmenten verdeeld stucplafond met radiale, vanuit een middencirkel getrokken banden. Trappenhuis met zware houten trappaal, scheluwetrappen en rechte steektrappen met bordessen, geprofileerde handlijsten aan trapleuningen met gietijzeren trapbalusters en gemarmerde wanddelen onder de trapleuningen. Het trappenhuis grenst aan een boven een kleine binnenplaats oprijzende lichtschacht die is voorzien van twee rondboogtraplichten met onder meer fabeldieren, florale motieven en het jaartal 1881, uitgevoerd in een op geëtst glas gelijkende sjabloontechniek. Vertrekken op de verdieping eveneens met paneeldeuren binnen profiellijsten en betengelde wanden. Een slaapkamer bevat bovendien nog een marmeren schouw en een plafond met stucreliëf. In de badkamer een lichtkoepel die kan worden opengeschoven door middel van een trekmechanisme. Op de zolder bevindt zich onder meer nog een dienstbodenkamertje met in het venster een draaidorpel voor de ventilatie.

Waardering

Het in- en uitwendig rijk gedetailleerde eclectische herenhuis is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard en representatief voorbeeld van woningbouw voor welgestelden uit de betreffende bouwperiode; tevens van belang als karakteristiek ontwerp uit het oeuvre van arch. W.C. Mulder en wegens ensemblewaarde als beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan het Plantsoen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

In 1881, commissioned by project developers C. Goedkoop and A. and F. Stokhuijzen, a GENTLEMAN'S RESIDENCE was built. The house stands on the site (Plantsoen) which in 1842 was transformed into a "city park" according to the design of city architect Salomon van der Paauw and landscape and garden architect J.D. Zocher, where until 1830 the rampart wall from Hogewoerdspoort to Koepoort, which was demolished that year, enclosed the city.

The Leiden architect W.C. Mulder was the designer. The stately building is constructed in eclectic style, and underwent internal modernisation in 1929, commissioned by professor of theology professor Oort, by architect B. Buurman. The building, with its front facade oriented towards the Plantsoen, is part of a closed facade wall and is also part of the protected townscape.

Description

Constructed from an almost square ground plan, a two-storey building with a basement beneath a roof covered with zinc shingles (cross laying) with a truncated, hipped roof with convex arched roof tiles and originally an oval oeil de boeuf in a zinc roof window on either side of the dormer and zinc frost ridges (crêtes). The barely visible central section of the roof truss structure is covered with zinc gutters. Symmetrical, five-bay brick cornice-topped facade with accents of white-painted plasterwork. Ashlar plinth with arched basement windows in brick cogging on either side of the entrance section. Above a natural stone staircase, a plastered entrance bay. Entrance with the original double door – with windows in iron frames – beneath a moulded calf and a right-angled fanlight. On either side of the entrance, a fluted pilaster with Ionic capital and two right-angled windows with sash windows within a moulded frame. The entrance is sheltered by a balcony supported by two largely fluted columns with Ionic capitals. On the columns and pilasters rest architraves with profiled underside. Continuous corner pilasters spanning both storeys with spare fields, diamond heads, Ionic capitals on the ground floor and composite capitals on the upper storey. Between the two storeys a moulded cordon line with offsetting over the balcony. All facade openings right-angled within moulded frames such as those on the ground floor. In the centre a balcony with turned balusters, behind which are French doors with fanlight beneath a curved, broken pediment with moulded edges, shell crown, floral decoration and a relief in the tympanum. The windows with sash windows on either side stand beneath curved pediments with moulded edges. Between the windows and the cordon line recessed breast walls with frieze of turned balusters. Facade termination in the form of a cornice with fluted consoles (gutter clamps) carrying a moulded gutter line. Gutter line offsetting over the corner pilasters and on either side of the interruption of this line in the centre. The cornice has in the centre a cartouche with the building year inscription "1881". On either side of this a console with mascaron, which supports the fluted pilasters with floral decoration at the dormer (Flemish gable). This section of the central bay, constructed of plastered brick, is further provided with narrow wing pieces with volutes and an arched window with French casements and closing piece. The dormer is crowned by a broken pediment with moulded coping lines, between which originally stood an ornamental vase. The wrought-iron railings of the front garden are fastened to cast-iron railing posts. On the lower 4de Binnenvestgracht oriented, symmetrical rear facade with plastered plinth and two right-angled four-pane windows on either side of an equally right-angled door with cross window. On bel étage two equally right-angled T-windows on either side of a round-arched window with stained-glass infill. On the upper storey two six-pane windows on either side of a small (toilet) window. The small roof dormer is provided with a moulded frame and sides covered with zinc shingles. The interior is still partly in original condition. Bel étage with a floor of marble tiles in the entrance hall and corridor. At the end of the corridor a round-arched window with renewed stained glass by Cors v.d. Kaay from 1959. Original panel doors within moulded surrounds with shoulder pieces. At the toilet area a ceramic wash basin with small fountain. Rooms en suite (originally the living room and the salon) with tiled walls, panel/sliding doors, stucco ceilings and fireplaces of black marble. The original dining room on the other side of the corridor has built-in cupboards and a stucco ceiling divided into eight segments with radial bands drawn from a central circle. Staircase with heavy wooden stair newel, winding stairs and straight stairs with landings, moulded handrails at stair railings with cast-iron stair balusters and marbled wall sections below the stair railings. The staircase is adjacent to a light shaft rising above a small inner courtyard, provided with two round-arched stair lights with, among others, fabulous creatures, floral motifs and the year 1881, executed in a stencil technique resembling etched glass. Rooms on the upper storey also with panel doors within moulded frames and tiled walls. One bedroom also contains a marble fireplace and a ceiling with stucco relief. In the bathroom a light dome that can be opened by means of a pull mechanism. In the attic there is, among other things, still a servants' bedroom with a pivoting window board in the window for ventilation.

Valuation

The internally and externally richly detailed eclectic gentleman's residence is of general importance due to cultural and architectural-historical value as a well-preserved and representative example of residential construction for the wealthy from the relevant building period; also of importance as a characteristic design from the oeuvre of architect W.C. Mulder and due to ensemble value as a characteristic component of the building frontage along the Plantsoen.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map