Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kilsdonkse Molen
Heeswijk-Dinther, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie- en poldermolen
- Function
- Molen
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1842
- Address
- Kilsdonkseweg 4, 5473 KK Heeswijk-Dinther (Bernheze 30)
- Place
- Heeswijk-Dinther
- Municipality
- Bernheze
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.63721, 5.50434
- Monument number
- 514732
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDigital Commonwealth, Boston Public LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1829 map "Choro-topographische kaart der Noordelijke provincien van het Koningrijk der Nederlanden" (Digital Commonwealth, Boston Public Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In het buurtschap Beugt bij Dinther, aan het riviertje de Aa gelegen molen, bestaande uit een voormalige WATERMOLEN en de romp van een voormalige WINDMOLEN. Op aangrenzende percelen bevinden zich een voormalige molenaarswoning en een grote vijver. De watermolen gaat terug op een stichting die reeds in een oorkonde van kort voor 1233 wordt vermeld en in 1491 wordt genoemd "die watermolen tot Kilsdonk". De huidige water- en windmolen dateert uit 1842 omdat de houten voorganger in dat jaar is afgebrand. Door het ter beschikking staan van wind- zowel als waterkracht werd het mogelijk het gehele jaar door te malen. Met het oog op de wisselende waterstanden was het niet toegestaan het gehele jaar een watermolen in bedrijf te hebben. De molen is opgetrokken in ambachtelijk-traditionele stijl. Het geheel is gelegen aan een weg in een open landschap met verspreide bebouwing. Van de oorspronkelijke aftakking van het inmiddels gekanaliseerde riviertje de Aa, bedoeld voor de watervoorziening van de molen en die tussen de beide onderdelen doorliep, resteert nog een grote vijver. De vijver, gelegen aan de uitspoelzijde van de watermolen, is deels omgeven door oude knotwilgen. Het huidige gebouw van de watermolen is al in het laatste kwartaal van de negentiende eeuw van zijn waterrad (onderslagtype) ontdaan en heeft vervolgens tot 1954 als woonhuis gediend. Daarna is het, voorzien van een dieselmotor, tot 1994 wederom als molen in gebruik geweest. De windmolen van het stellingmolentype (bovenkruier) is in 1842 in steen herbouwd. Het wiekenkruis is in 1954 afgenomen en in Deventer hergebruikt. De romp is vervolgens verlaagd omstreeks 1970. De deels verbouwde molenaarswoning alsmede een rond 1950 ter plaatse van de vroegere waterloop opgetrokken schuur tussen wind- en watermolen en de even oude aanbouw aan de watermolen, vallen niet onder rijksbescherming. De landschappelijk fraai gelegen molen heeft behalve een interessante voorgeschiedenis door zijn diversiteit een indrukwekkende verschijningsvorm met een karakteristiek silhouet. De nog slechts uit een romp bestaande windmolen ligt in een kromming van de weg. De van zijn schoepenrad ontdane watermolen ligt erachter en wel zodanig dat de windmolen in de lengteas van de watermolen ligt. Deels tegen de watermolen strekt zich de grote vijver uit. De voormalige molenaarswoning ligt aan de overzijde van de weg. De elementen vertonen door hun visuele en functionele betrokkenheid op elkaar een sterke onderlinge samenhang.
Omschrijving
De voormalige watermolen bestaat uit een eenlaags gebouw op rechthoekige plattegrond. De muren zijn gemetseld uit roodbruine baksteen, afwisselend koppen en strekken, en zijn grotendeels gewit. Het zadeldak met overwegend rode Hollandse pannen was oorspronkelijk aan beide zijden afgewolfd, maar vertoont nu nog slechts aan de zijde van de windmolen een wolfseinde. De andere korte gevel laat ter plaatse van het vroegere wolfseinde een bouwspoor zien. Het dakschild aan de zijde van de vijver is doorbroken ten behoeve van een vierkante, uit aluminiumplaten gebouwde silo die boven de nok uitsteekt. Het andere dakschild telt twee onopvallende kleine, ijzeren dakramen. Uit de periode dat het gebouw als watermolen functioneerde, resteert een aantal rondboogvensters met ijzeren ramen. De boog is steeds voorzien van strekken, de borstwering van een rollaag. Opvallend is dat ook de windmolen dergelijke vensters met identieke raamvullingen kent. De zesruits schuiframen met luiken dateren uit het vierde kwartaal van de negentiende eeuw, toen de molen tot woonhuis is verbouwd.
De korte gevel met wolfseinde, aan de zijde van de windmolen gelegen, vertoont op zolderniveau twee boogvensters waartussen een vierruits venster met middenstijl en draairamen. Alle borstweringen zijn voorzien van rollagen op dezelfde hoogte. Ter hoogte van het uiteinde van de gording bevindt zich linksboven in het gevelvlak een S-vormig muuranker. Op begane grondniveau of lager bevond zich oorspronkelijk een dubbel schoepenrad, na de verbouwing tot woonhuis nog slechts een zesruits schuifraam uiterst links. Overigens is deze gevel, die aan het oog onttrokken wordt door een deels uit betonplaten, deels uit baksteen met licht hellend golfplaten lessenaarsdak opgetrokken verbindingslid met dubbele schuifdeur tussen watermolen en windmolen, daterend van ca. 1950, geheel blind.
Ook de lange zijgevel aan de kant van de weg wordt grotendeels aan het oog onttrokken door een ca. 1950 uit betonplaten opgetrokken aanbouw onder licht hellend lessenaarsdak uit golfplaten.
De oorspronkelijke zijgevel vertoont naast enkele latere doorbraken ten behoeve van een nieuwe brede bedrijfsingang en twee vierruits betonramen een zesruits schuifraam met luiken uiterst rechts en links daarvan het bouwspoor van een oorspronkelijk boogvenster. Ongeveer halverwege nog een zesruits schuifraam. Staafankers.
De korte achtergevel is geheel blind. Het bovenste deel van de puntgevel is ter plaatse van het vroegere wolfseinde in een afwijkende baksteen rechtgetrokken. Direct daaronder bevindt zich centraal in het gevelvlak op zolderniveau een groot rechthoekig venster dat met baksteen is dichtgezet. Rechts daaronder op begane grondniveau nog een dichtgezet venster, waarvan binnen nog de vulling te zien is: een negenruits gietijzeren raam. Gordingen en zoldervloer zijn in de gevel verankerd door middel van staafankers. Ter hoogte van de achtergevel ligt op het erf een molensteen.
De lange zijgevel aan de kant van de vijver ligt ongeveer voor de helft in het water. Min of meer regelmatig verdeeld in het muurvlak bevinden zich drie boogvensters, waarvan alleen het middelste nog van een zesruits ijzeren raam voorzien is, maar aan de onderzijde ingekort is. Het linker venster is deels dichtgezet en heeft voor het overige een vierkanten houden vulling met kruisroede. Het meest rechtse boogvenster, dat eveneens aan de onderzijde is ingekort, is geheel dichtgezet. Uiterst rechts nog een later, op slordige wijze aangebracht venster met negenruits gietijzeren raam. Van later datum zal ook een klein hooggeplaatst vierkant venstertje zijn tussen het linkse en het middelste boogvenster. Staafankers op twee niveaus.
Het interieur bestaat zowel op de begane grond als op de zolder uit één ongedeelde ruimte, waarin silo's hangen. De begane grond wordt overspannen door vier zware gezaagde grenen moerbalken, die blijkens de aanwezige inkepingen oorspronkelijk alle van korbelen voorzien waren en deels op muurstijlen rustten. Alleen het achterste gebint laat deze nog zien en vertoont bovendien het ingehakte telmerk IIII. De kinderbalken zijn opgelegd en deels nog afgedekt met brede delen. Op de gebinten staan vier rechte eiken spanten met boven elkaar twee overstekende koppelbalken waarop gordingen liggen. De elkaar in de nok kruisende spanten zijn aldaar gepend. Nokgording. De spanten zijn voorzien van ingehakte telmerken. De kap is geheel met brede delen beschoten.
De uit gele IJsselsteen opgetrokken en zich naar boven verjongende molenromp van de windmolen is blijkens een sluitsteen met inscriptie in 1842 is gebouwd. De tekst luidt: "den eersten steen / gelegd door / J.M. van Schijndel / Huisvrouw / Van C. van Aart / 18 22/9 42" en is aangebracht op een sluitsteen van hardsteen boven de halfcirkelvormig gesloten poort zonder kozijn met vernieuwde dubbele opgeklampte deuren op de begane grond. De boog heeft evenals die van de overige raam- en deuropeningen een rollaag van oranjerode baksteen van een groter formaat. Aan weerszijden van de ingangspoort vindt men een halfcirkelvormig opgesloten deuropening zonder kozijn met een vernieuwde opgeklampte deur. Ervoor ligt een halve molensteen als stoep. De overgang van begane grond naar eerste verdieping wordt aan de buitenzijde gemarkeerd door de dichtgezette balkgaten van de stellingconstructie die rond 1950 is afgebroken. De eerste verdieping telt twee halfcirkelvormig gesloten deuropeningen en een soortgelijke vensteropening, die alle zijn gevuld met vernieuwde gelaste stalen ramen. De deuropeningen hebben 16 ruiten, waarvan 4 in de boog; het venster 10 ruiten, waarvan 4 in de boog. Ter hoogte van de eerste verdieping bevinden zich ijzeren ankers waaraan in het interieur de hijsinrichting voor het verwisselen van de molenstenen is opgehangen. De vroegere tweede verdieping is rond 1970 afgebroken, nadat de kap met het wiekenkruis al in 1954 was verwijderd. Alle deuren van de windmolen zijn groen geschilderd.
Het interieur is uiterst eenvoudig en bestaat uit twee cirkelvormige ruimtes, een op de begane grond en een op de verdieping. De wanden van de begane grond zijn gepleisterd, maar op de verdieping is de gehele IJsstelsteen zichtbaar. Het vloerniveau van de begane grond is verlaagd. Recht tegenover de dubbele poort bevindt zich een secundaire cirkelvormige muurdoorbraak die het mogelijk maakte door middel van een aandrijfas van de naastgelegen watermolen en vervolgens de rond 1930 in de belendende ruimte opgestelde dieselmotor gelijktijdig het maalwerk in de windmolen in werking te stellen. De ruimte beganegronds wordt overspannen door een zware grenen balkenzoldering. Op twee zware moerbalken liggen negen dwarsbalken, waarvan er twee ingelaten zijn en de rest opgelegd. De dwarsbalken zijn in het middel deels onderbroken ten behoeve van hijswerkzaamheden. Op een van de moerbalken rechts bij de poort prijkt de decoratief opgeschilderde naam van een van de vroegere molenaars: "R. DuffHues". Via een open houten trap bereikt men de verdieping die is afgedekt met een eenvoudig houten noodplafond uit ca. 1070. De balkgaten voor de zware balken van de vloer van de tweede verdieping zijn nog zichtbaar. Het enige opmerkelijke element vormt de ijzeren hijsinrichting voor het verwisselen van de molenstenen.
Waardering
De molen, bestaande uit een watermolen en de romp van de voormalige windmolen is van algemeen belang. Het geheel heeft cultuurhistorische waarden. Het is van belang voor de sociaal-economische ontwikkeling van het molenaarsbedrijf gedurende een groot aantal eeuwen. Het heeft bovendien zeldzaamheidswaarde vanwege de bijzondere combinatie van een watermolen met een windmolen, waardoor het mogelijk werd het gehele jaar te malen. Als zodanig vertegenwoordigt het een hoogontwikkeld stadium in de technische/typologische ontwikkeling van molens in het algemeen. De molen heeft architectuurhistorische waarde voor de geschiedenis van de bouwtechniek, inzonderheid van die van water- respectievelijk windmolens. De molen heeft in combinatie met de (niet beschermde) molenaarswoning en landschappelijke onderdelen als de uitspoelvijver, de knotwilgbeplanting en het nabijgelegen riviertje de Aa, een hoge ensemblewaarde. Tot slot is de molen van belang in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving waarin het een duidelijk herkenbaar element vertegenwoordigt.
1
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
In the hamlet of Beugt near Dinther, situated on the small river Aa, stands a mill consisting of a former WATER MILL and the shell of a former WINDMILL. On adjoining plots there is a former miller's house and a large pond. The water mill dates back to a foundation already mentioned in a charter of shortly before 1233 and is called in 1491 "die watermolen tot Kilsdonk". The present water and windmill dates from 1842 because the wooden predecessor burned down that year. Through the availability of both wind and water power it became possible to mill throughout the entire year. In view of the fluctuating water levels, it was not permitted to operate a water mill throughout the year. The mill was constructed in craftsman-traditional style. The whole is situated on a road in an open landscape with scattered buildings. Of the original branch of the now canalized river Aa, intended for the mill's water supply and which ran between the two components, only a large pond remains. The pond, situated on the scour side of the water mill, is partly surrounded by old pollard willows. The present water mill building was already deprived of its water wheel (undershot type) in the last quarter of the nineteenth century and subsequently served as a dwelling house until 1954. After that, equipped with a diesel engine, it was again in use as a mill until 1994. The windmill of the post mill type (top-driven) was rebuilt in stone in 1842. The mill sails were removed in 1954 and reused in Deventer. The shell was subsequently lowered around 1970. The partly rebuilt miller's house as well as a shed erected around 1950 at the site of the former watercourse between wind and water mill and the equally old extension to the water mill, do not fall under national monument protection. The mill, scenically beautifully situated, has beyond an interesting prehistory, through its diversity, an impressive appearance with a characteristic silhouette. The windmill, now consisting only of a shell, lies in a bend of the road. The water mill, stripped of its paddle wheel, lies behind it and in such a way that the windmill lies in the lengthwise axis of the water mill. Partly against the water mill extends the large pond. The former miller's house lies on the opposite side of the road. The elements display through their visual and functional relationship with each other a strong mutual coherence.
Description
The former water mill consists of a single-storey building on a rectangular plan. The walls are built of red-brown brick, alternating headers and stretchers, and are largely whitewashed. The gabled roof with predominantly red Dutch tiles was originally hipped on both sides, but now shows a half-hipped roof only on the side of the windmill. The other short gable shows a building trace at the location of the former half-hip. The roof plane on the pond side is interrupted by a square silo built of aluminium plates that projects above the ridge. The other roof plane has two inconspicuous small iron roof lights. From the period when the building functioned as a water mill, a number of arched windows with iron frames remain. The arch is always provided with stretchers, the parapet with a roll moulding. It is striking that the windmill also has such windows with identical frame infills. The six-pane sash windows with shutters date from the fourth quarter of the nineteenth century, when the mill was converted into a dwelling.
The short gable with half-hip, located on the windmill side, shows on attic level two arched windows between which is a four-pane window with central mullion and casements. All parapets are provided with roll mouldings at the same height. At the height of the end of the gutter, there is an S-shaped wall anchor in the upper left of the gable plane. At ground level or below, there was originally a double paddle wheel, after conversion to a dwelling only a six-pane sash window at the far left. Otherwise, this gable, which is obscured from view by a lean-to structure partly built of concrete slabs, partly of brick with slightly sloping corrugated sheet roofing, dating from c. 1950, with double sliding doors between water mill and windmill, is entirely blind.
The long side gable facing the road is also largely obscured from view by a lean-to structure built c. 1950 of concrete slabs under slightly sloping corrugated sheet roofing.
The original side gable shows, besides some later openings for a new wide business entrance and two four-pane concrete-frame windows, a six-pane sash window with shutters at the far right and to its left the building trace of an originally arched window. Approximately halfway, another six-pane sash window. Rod anchors.
The short rear gable is entirely blind. The upper part of the pointed gable at the location of the former half-hip has been straightened in contrasting brick. Directly below it, centrally in the gable plane on attic level, is a large rectangular window that has been bricked up. To the right below, on ground level, another bricked-up window, of which the infill can still be seen inside: a nine-pane cast iron frame. Gutters and attic floor are anchored in the gable by means of rod anchors. At the height of the rear gable, a millstone lies on the yard.
The long side gable on the pond side lies approximately halfway in the water. Distributed more or less regularly in the wall surface are three arched windows, of which only the middle one is still provided with a six-pane iron frame, but is shortened at the bottom. The left window is partly blocked and otherwise has a square wooden filling with a cross glazing bar. The rightmost arched window, which is also shortened at the bottom, is completely blocked. At the far right still a later, carelessly applied window with a nine-pane cast-iron frame. A small, high-placed square little window between the left and the middle arched window is also of later date. Rod anchors at two levels.
The interior consists both on the ground floor and in the loft of one undivided space, in which silos hang. The ground floor is spanned by four heavy sawn pine tie beams, which according to the incisions present were originally all provided with corbels and partly rested on wall posts. Only the rear truss still shows these and moreover displays the carved carpenter's mark IIII. The principal rafters are laid on and partly still covered with wide boards. On the trusses stand four straight oak rafters with two overhanging collar beams on top of each other on which purlins lie. The rafters crossing each other at the ridge are pinned there. Ridge purlin. The rafters are provided with carved carpenter's marks. The roof is entirely boarded with wide boards.
The windmill body made of yellow IJssel stone and tapering upwards is, according to a keystone with inscription, built in 1842. The text reads: "the first stone / laid by / J.M. van Schijndel / Housewife / Van C. van Aart / 18 22/9 42" and is placed on a keystone of hard stone above the semicircular closed gate without frame with renewed double clamped doors on the ground floor. The arch, like those of the other window and door openings, has a roll course of orange-red brick of a larger format. On either side of the entrance gate is a semicircular closed door opening without frame with a renewed clamped door. In front of it lies half a millstone as a step. The transition from ground floor to first floor is marked on the outside by the blocked beam holes of the standing construction which was demolished around 1950. The first floor has two semicircular closed door openings and a similar window opening, which are all filled with renewed welded steel frames. The door openings have 16 panes, of which 4 in the arch; the window 10 panes, of which 4 in the arch. At the level of the first floor are iron anchors from which the lifting device for the replacement of the millstones is suspended in the interior. The former second floor was demolished around 1970, after the roof with the sails cross had already been removed in 1954. All doors of the windmill are painted green.
The interior is extremely simple and consists of two circular spaces, one on the ground floor and one on the upper storey. The walls of the ground floor are plastered, but on the upper storey the entire IJsstelsteen is visible. The floor level of the ground floor is lowered. Directly opposite the double door there is a secondary circular wall opening which made it possible, by means of a drive shaft from the adjacent water mill and subsequently the diesel engine installed around 1930 in the adjoining space, to operate the milling mechanism in the windmill simultaneously. The ground floor space is spanned by a heavy pine beam floor. On two heavy principal beams lie nine cross beams, of which two are mortised in and the rest are laid on top. The cross beams are partly interrupted in the middle for hoisting works. On one of the principal beams to the right by the door is displayed the decoratively painted name of one of the former millers: "R. DuffHues". Via an open wooden staircase one reaches the upper storey which is covered with a simple wooden temporary ceiling from circa 1070. The beam holes for the heavy beams of the floor of the second storey are still visible. The only remarkable element is the iron hoisting mechanism for changing the millstones.
Valuation
The mill, consisting of a water mill and the shell of the former windmill, is of general interest. The whole has cultural-historical values. It is of importance for the socio-economic development of the milling trade over a great many centuries. It moreover has rarity value because of the exceptional combination of a water mill with a windmill, which made it possible to mill all year round. As such it represents a highly developed stage in the technical/typological development of mills in general. The mill has architectural-historical value for the history of building technique, in particular that of water and windmills respectively. The mill, in combination with the (unprotected) miller's house and landscape components such as the settling pond, the pollarded willow plantation and the nearby river the Aa, has a high ensemble value. Finally, the mill is of importance in relation to the structural and visual integrity of the landscape environment in which it represents a clearly recognisable element.
1
Nearby in the register
- ZwanenburgKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Hekpijler, Zwanenburgseweg bij 8Erfscheidingunder 1 mi
- Hekpijler, Zwanenburgseweg bij 8Erfscheidingunder 1 mi
- Historische aanleg, Zwanenburgseweg bij 8Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.