TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Regentessekerk

Apeldoorn, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1931
Address
Regentesselaan 14 B, 7316 AD Apeldoorn
Place
Apeldoorn
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.21855, 5.96373
Monument number
514541

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Chromo-topographische kaart van Apeldoorn en omgeving op de schaal van 1:25.000 / bew. door de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KERKGEBOUW (Regentessekerk) voor de Nederlandse Protestantenbond werd in 1931 door architect Klosters gebouwd aan de Regentesselaan nabij het Oranjepark. Het gebouw werd opgetrokken in een zakelijke stijl, met expressionistische invloeden.

De kerk volgde een ouder, in 1883 op dezelfde plek gebouwd, exemplaar op dat werd gebouwd in de periode waarin Apeldoorn en met name ook de villawijk de Parken snel in omvang begon te groeien. Rond 1900 telde de Nederlandse Hervormde gemeente Apeldoorn en Het Loo ongeveer 10.000 leden. Binnen de gemeenschap waren diverse groeperingen andersdenkenden, die zich binnen de Nederlandse Hervormde kerk niet thuis voelden. Er ontstonden afsplitsingen die echter tot 1930 totaal geen gehoor kregen bij de kerkenraad. Er ontstond grote behoefte aan eigen kerklokalen, liefst binnen bereik van de leden zelf. Zo vestigden de gereformeerden zich in onder meer de Noorderkerk aan de Piet Joubertstraat en de Nederlandse Protestantenbond vond in 1883 een onderkomen aan de Middellaan (thans Regentesselaan) te midden van de villa's van de welgestelden. Het oude, uiterst eenvoudige kerkje van de Nederlandse Protestantenbond aan de Regentesselaan heeft bijna een halve eeuw dienst gedaan, toen men begin jaren 30 besloot tot de bouw van een nieuwe ruimere kerk. De "eerste steen" van de oude kerk werd opnieuw ingemetseld in de nieuwe kerk, ter herinnering aan de eerste kerk. De tekst hiervan luidt: "De eerste steen gelegd door Ds. J. Hoekstra 5 april 1883". De eerste steen van de nieuwe kerk heeft als tekst: "1e steen gelegd 9 sept. 1931 door den voorzitter Ds. J.W.T. van Konijnenburg". Rondom de kerk bevindt zich een met grind bestraat erf met langs de kerkgevels een kleine strook met struiken en coniferen.

Omschrijving

De kerk bezit een rechthoekige plattegrond met tegen de voorgevel aan de straat een smallere uitgebouwde rechthoekige portaalruimte en aan de achterzijde een iets lagere rechthoekige aanbouw, waarin de nevenruimten zijn ondergebracht. Alle bouwdelen (portaaluitbouw, kerk en achterbouw) zijn voorzien van een eigen steil zadeldak, gedekt met paarse geglazuurde gotische pannen. Verder zijn alle afzonderlijke delen voorzien van bakstenen tuitgevelvormige topgevels, met onder de gevelpannen een uitspringende rollaag. De daken bezitten houten bakgoten met overstek en geprofileerd houten boeibord. De kerkruimte zelf heeft tegen de zijgevels steunberen, welke éénmaal inspringen en voorzien zijn van bakstenen afzaten. In deze zijgevels bevinden zich over vier traveeën (tweede tot en met vijfde travee) gekoppelde door de gootlijst heen gestoken topgevels met zadeldakvormige steekkappen naar de hoofdkap. Aan de voorzijde bevindt zich op de nok van het kerkdak een kleine toren met een rechthoekige ingesnoerde onderbouw, bekleed met rode mastiekleien met daarop een met koper beklede sterk ingesnoerde vierzijdige naaldspits, welke oprijst vanuit een brede, ten opzichte van de onderbouw fors overstekende vierkante basis. De kerk is voorzien van een hoge plint, gemetseld in rood/bruine baksteen in Vlaams verband, met daarboven muurwerk in gele baksteen, eveneens gemetseld in Vlaams verband. De ramen van de kerk zijn uitgevoerd in staal (blauw geschilderd) met glas-in-lood vullingen. De VOORGEVEL heeft een portaaluitbouw, afgesloten door een deels in een topgevel opgenomen rondboog. Dit portaal heeft trapsgewijs inspringende dagkanten en bakstenen hoekpilasters met wit geschilderde lijstkapitelen waarop de buitenboog rust. De buitenboog heeft wit geschilderde geboortestenen en sluitsteen. Het portaal bezit een deurkozijn met rondboogafsluiting, voorzien van dubbele paneeldeuren en een halfrond bovenlicht met waaiervormig roedenpatroon. Boven de boog bevindt zich in metalen letters de naam REGENTESSEKERK. In de beide zijgevels van de portaaluitbouw bevindt zich een hardstenen "eerste steen" en verder een klein rondboogvenster met stalen raam. De voorgevel van de kerkruimte bezit ter weerszijden van de portaaluitbouw drie kleine rondboogvensters met stalen ramen en glas-in-lood en in de hoge topgevel boven de portaaluitbouw drie rondboogvensters met stalen ramen en glas-in-lood. Het middenvenster is hoger dan de beide flankerende vensters (zowel onder als boven verder doorgetrokken). De RECHTER ZIJGEVEL van de kerk bezit in de eerste travee (inwendig in gebruik als van de feitelijke kerkruimte afgescheiden travee met nevenruimten en zangerstribune) een breed rechthoekig drielichtkozijn met drie stalen draairamen met glas-in-lood. Boven dit venster zijn in het muurwerk drie gekoppelde rondboogvormige ontlastingsbogen aangebracht. De LINKER ZIJGEVEL bezit in deze eerste travee drie hoog geplaatste gekoppelde kleine rondboogvensters met stalen ramen met glas-in-lood. De vier daarop volgende traveeën van beide zijgevels bezitten per travee een getrapt drielichtvenster met stalen ramen met fraai glas-in-lood. De bogen van de venstertoppen van deze vensters zijn opgenomen in de tuitgevelvormige topgevel die elk van deze traveeën bekroond. De zesde, en tevens laatste travee van de kerk bezit in de beide zijgevels drie lage, gekoppelde rondboogvensters met stalen ramen en glas-in-lood. De achterbouw bezit in de linker zijgevel twee brede rechthoekige vensters met drielichtkozijnen waaraan later wijzigingen zijn doorgevoerd. De rechter zijgevel bezit een symmetrisch ingedeelde gevel met in de middenas een deur met enkelruits bovenlicht (deur is jonger) met aan weerszijden van de deur een smal hoog venster met enkelruits raam en enkelruits bovenlicht. Ter weerszijden hiervan bevinden zich twee kleine, hoog geplaatste vensters met een kloosterkozijn en enkelruits ramen. Tegen deze achterbouw staat verder nog een rechthoekige uitbouw met plat dak. Het INTERIEUR van de kerk bestaat uit een grote zaalruimte met wit gepleisterde wanden, overdekt met een zogenaamde ziende kap. Deze in het zicht gelaten kapconstructie bestaat uit een vijftal donkergrijs geschilderde houten vakwerkspanten, welke bij de zijgevels worden opgevangen in stalen schoenen welke rusten op forse gepleisterde geprofileerde consoles. De spanten bestaan uit twee in de nok samenkomende bovenliggers, waarop de beide dakvlakken met gordingen en verticaal geplaatst dakbeschot rusten en twee onderliggers, welke elkaar in het midden kruisen en vervolgens aansluiten op de bovenliggers. Tussen de onder- en bovenliggers zijn V-vormige schoren geplaatst, terwijl vanuit de nok een makelaar is doorgetrokken tot onder de kruising van de onderliggers. De liggers zijn als laminaatspanten uitgevoerd. In beide dakvlakken zijn vier naar de topgevels van de zijgevels gerichte steekkappen uitgespaard, eveneens met gordingen en beschot. De wand tussen de eerste travee en de kerkruimte bezit beneden drie rechtgesloten deuropeningen. De middelste opening is breed met afgeronde dagkanten en bezit een dubbele paneeldeur. De beide openingen ter weerszijden daarvan zijn smaller en bezitten een paneeldeur in een geprofileerd kozijn met deklijst. Boven deze deuren bevindt zich de houten uitkragende gesloten balustrade met panelen van de tribune. Deze tribune is naar de kerkruimte geopend. De zijwanden van deze tribune springen éénmaal fors in, waardoor de ruimte van deze tribune bij de voorgevel smaller is dan aan de zijde van de kerkruimte. In het smallere deel is in beide zijwanden een deur opgenomen. Het drielichtvenster van de topgevel van de voorgevel van de kerk, ter verlichting van de tribune is vanuit de kerkruimte zichtbaar en bezit fraaie glas-in-lood ramen met gekleurde bloem- en bladmotieven in het onderste deel van de ramen. De tripletvensters van de kerkruimte bezitten ook glas-in-lood ramen van glazenier H.G. Bokhorst uit Deventer. Hij signeerde het middenraam van het triplet van de tweede travee in de linker zijgevel van de kerk. Dit raam bevat tevens de signatuur van de glazenier die de ramen restaureerde (gerest. '88 - C.J. v.d. Wees - Deventer). De ramen van Bokhorst zijn in stilistisch opzicht te omschrijven als Art-Deco-glas. Ook bij de tripletvensters in de zijgevels van de kerkruimte is vooral het onderste deel van de ramen voorzien van glas in donkere kleuren met decoratieve motieven en een symbolische- of Bijbelse voorstelling in grisaille-glas. Het bovenste deel van deze ramen bezit overwegend blank glas met een omranding in geel glas. De grisalle-panelen bezitten voorstellingen van Evangelisten-symbolen, christelijke waarden (o.a. geloof, hoop en liefde), christus-symbolen en bijbelpassages (o.a Matheus 3.13.17 en Lucas 2.120). Het waardevolle ensemble is nog compleet voorhanden. De scheidingswand tussen de kerkruimte en de achterbouw bezit links en rechts een doorgang met paneeldeur. Aan de zijde van de kerkruimte bevindt zich verder tussen deze beide doorgangen het centraal opgestelde spreekgestoelte in blank hout met een overhuiving en panelen. Hierboven bezit de wand drie grote rondboogopeningen, waarvan de middelste hoger en breder is dan de beide flankerende openingen en gevuld is met pijpwerk van het (niet beschermde) orgel. In de ruimte verder sobere blankhouten bankenblokken en een (eveneens niet beschermd) kabinetorgel met panelen, krulwerk en uitklapbare paneeldeuren ter afsluiting van het pijpwerk. De avondmaalstafel is jonger.

Waardering

KERKGEBOUW UIT 1931

- Van architectuurhistorische waarde als kerkgebouw (zaalkerk) in een zakelijke stijl met expressionistische grondslag. De kerk bezit een zeer opvallende markante bouwmassa, opgebouwd uit in hoogte en omvang verschillende bouwdelen, waarin de steile zadeldaken met spitse geveltoppen een belangrijke rol spelen. De kerkruimte zelf wordt extra gemarkeerd door een klein torentje op de nok. Het opvallend, kleurige materiaalgebruik (gele baksteen op een rode plint, met paars geglazuurde pannen) geeft het gebouw extra uitstraling. Het ontwerp van architect Klosters bevat ramen van glazenier H.G. Bokhorst. Deze ramen hebben tevens een kunsthistorische waarde. Opvallend is ook de kapconstructie van het gebouw. Het exterieur vormt samen met het nog oorspronkelijke interieur een waardevol geheel dat typerend is voor de tijd van ontstaan.

- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de villawijk De Parken. Het gebouw speelt door haar markante bouwmassa en kleurrijke uitstraling een belangrijke rol in het ter plaatse nog grotendeels aanwezige historische straatbeeld, te midden van in kwalitatief opzicht hoogwaardige villa-architectuur. Het pand vormt in combinatie met de vele particuliere en openbare groenelementen een belangrijk onderdeel van deze wijk.

- Van cultuurhistorische waarde als herinnering aan de pluriformiteit van de Nederlandse Hervormde gemeenschap. In 1883 op deze plaats begonnen als kerk van de Nederlandse Protestantenbond en later onderkomen van de vrijzinnigen, afsplitsingen van de Nederlandse Hervormde kerk van Apeldoorn en Het Loo, welke na een roerige geschiedenis en talloze gesprekken weer nader tot elkaar kwamen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CHURCH BUILDING (Regentessekerk) for the Dutch Protestants' Association was built in 1931 by architect Klosters on the Regentesselaan near the Oranjepark. The building was erected in a businesslike style, with expressionistic influences.

The church succeeded an older building, constructed in 1883 on the same spot, which was built during the period when Apeldoorn and in particular the villa district De Parken began to grow rapidly in size. Around 1900 the Dutch Reformed parish of Apeldoorn and Het Loo numbered approximately 10,000 members. Within the community were various groups of dissenters, who did not feel at home within the Dutch Reformed church. Splinter groups emerged but received no hearing from the church council until 1930. There arose a great need for church premises of their own, preferably within reach of the members themselves. Thus the reformed congregations established themselves in, among other places, the Noorderkerk on the Piet Joubertstraat and the Dutch Protestants' Association found accommodation in 1883 on the Middellaan (now Regentesselaan) in the midst of the villas of the wealthy. The old, extremely simple church of the Dutch Protestants' Association on the Regentesselaan served for almost half a century, when in the early 1930s a decision was made to build a new, more spacious church. The "first stone" from the old church was re-mortared into the new church as a reminder of the first church. The text reads: "First stone laid by Rev. J. Hoekstra 5 April 1883". The first stone of the new church bears the text: "1st stone laid 9 Sept. 1931 by the chairman Rev. J.W.T. van Konijnenburg". Around the church is a gravel-surfaced yard with a small strip along the church gables planted with shrubs and conifers.

Description

The church has a rectangular floor plan with a narrower built-out rectangular porch space against the front facade facing the street and at the rear a slightly lower rectangular extension, in which the ancillary rooms are housed. All building components (porch extension, church and rear extension) are provided with their own steep gabled roof, covered with purple glazed Gothic tiles. Furthermore, all individual parts are provided with brick spout gable-shaped roof peaks, with a projecting roll moulding beneath the roof panels. The roofs have wooden gutters with overhang and profiled wooden fascia boards. The church space itself has buttresses against the side facades, which project inward once and are provided with brick offsets. In these side facades, over four bays (second through fifth bay) coupled roof peaks are thrust through the gutter line with saddle-roof-shaped pendent gables to the main pitch. On the front, on the ridge of the church roof, there is a small tower with a rectangular constricted base, clad with red plastic tiles with a copper-faced steeply constricted four-sided spire rising from a broad square base that projects significantly in relation to the base. The church is provided with a high plinth, mortared in red/brown brick in Flemish bond, with above it brickwork in yellow brick, also mortared in Flemish bond. The windows of the church are executed in steel (painted blue) with leaded glass fillings. The FRONT FACADE has a porch extension, closed off by a round arch partly incorporated in a roof peak. This porch has step-wise receding reveals and brick corner pilasters with white-painted list capitals on which the outer arch rests. The outer arch has white-painted decorative stones and keystone. The porch has a door frame with round-arch closure, furnished with double panel doors and a semi-circular fanlight with fan-shaped glazing bar pattern. Above the arch is the name REGENTESSEKERK in metal letters. In both side facades of the porch extension there is a sandstone "first stone" and further a small round-arch window with steel frame. The front facade of the church space has three small round-arch windows with steel frames and leaded glass on either side of the porch extension and in the high roof peak above the porch extension three round-arch windows with steel frames and leaded glass. The central window is taller than both flanking windows (drawn through both below and above). The RIGHT SIDE FACADE of the church has in the first bay (internally serving as a bay separated from the actual church space containing ancillary rooms and singers' gallery) a broad rectangular three-light frame with three steel casement windows with leaded glass. Above this window are three coupled round-arch relieving arches in the brickwork. The LEFT SIDE FACADE has in this first bay three high-placed coupled small round-arch windows with steel frames with leaded glass. The four succeeding bays of both side facades each have a stepped three-light window with steel frames with fine leaded glass. The arches of the window tops of these windows are incorporated in the spout gable-shaped roof peak that crowns each of these bays. The sixth, and also the last bay of the church has in both side facades three low, coupled round-arch windows with steel frames and leaded glass. The rear extension has in the left side facade two broad rectangular windows with three-light frames to which later modifications have been made. The right side facade has a symmetrically arranged facade with in the central axis a door with single-glazed fanlight (door is more recent) with on either side of the door a narrow tall window with single-glazed frame and single-glazed fanlight. On either side of these are two small, high-placed windows with a cloister frame and single-glazed windows. Against this rear extension there is also a rectangular extension with flat roof. The INTERIOR of the church consists of a large hall space with white-plastered walls, covered with a so-called exposed roof truss structure. This visible roof truss structure consists of five dark grey-painted wooden timber trusses, which at the side facades are caught in steel shoes which rest on massive plastered profiled brackets. The trusses consist of two upper beams meeting at the ridge, on which both roof planes with purlins and vertically placed roof boards rest and two lower beams, which cross each other in the middle and subsequently connect to the upper beams. Between the lower and upper beams V-shaped braces are placed, while from the ridge a tie is drawn down to beneath the crossing of the lower beams. The beams are executed as laminated trusses. In both roof planes four pendent gables directed towards the roof peaks of the side facades are set back, also with purlins and boards. The wall between the first bay and the church space has below three rectangular door openings. The middle opening is wide with rounded reveals and has a double panel door. The two openings on either side of this are narrower and have a panel door in a profiled frame with list. Above these doors is the wooden cantilever closed balustrade with panels of the gallery. This gallery is open to the church space. The side walls of this gallery project inward once significantly, whereby the space of this gallery at the front facade is narrower than on the side of the church space. In the narrower part a door is included in both side walls. The three-light window of the roof peak of the front facade of the church, for lighting the gallery, is visible from the church space and has fine leaded glass windows with coloured flower and leaf motifs in the lower part of the windows. The triplet windows of the church space also have leaded glass windows by glazier H.G. Bokhorst from Deventer. He signed the central window of the triplet of the second bay in the left side facade of the church. This window also bears the signature of the glazier who restored the windows (rest. '88 - C.J. v.d. Wees - Deventer). The Bokhorst windows are in stylistic terms to be described as Art-Deco glass. Also at the triplet windows in the side facades of the church space the lower part of the windows in particular is provided with glass in dark colours with decorative motifs and a symbolic or Biblical representation in grisaille glass. The upper part of these windows has predominantly plain glass with a border in yellow glass. The grisaille panels have representations of Evangelist symbols, Christian values (including faith, hope and love), Christ symbols and biblical passages (including Matthew 3.13.17 and Luke 2.120). The valuable ensemble is still complete. The partition wall between the church space and the rear extension has a passageway with panel door on left and right. On the side of the church space there is further between these two passages the centrally positioned pulpit in plain wood with a canopy and panels. Above this the wall has three large round-arch openings, of which the central one is taller and wider than the two flanking openings and filled with pipework of the (non-protected) organ. In the space further plain wooden pew blocks and an (also non-protected) cabinet organ with panels, scrollwork and fold-out panel doors for closing off the pipework. The communion table is more recent.

Valuation

CHURCH BUILDING FROM 1931

- Of architectural historical value as a church building (hall church) in a businesslike style with expressionistic foundation. The church has a very striking distinctive building mass, composed of building components of different heights and sizes, in which the steep gabled roofs with pointed roof peaks play an important role. The church space itself is further emphasized by a small tower on the ridge. The striking, colourful use of materials (yellow brick on a red plinth, with purple glazed tiles) gives the building extra presence. The design by architect Klosters contains windows by glazier H.G. Bokhorst. These windows also have art historical value. The roof truss structure of the building is also striking. The exterior together with the still original interior forms a valuable whole that is characteristic of the time of its creation.

- Of urban planning value as part of the villa district De Parken. The building plays an important role through its striking building mass and colourful appearance in the still largely present historical street scene there, among high-quality villa architecture. The property forms in combination with the many private and public green elements an important part of this district.

- Of cultural historical value as a reminder of the pluriformity of the Dutch Reformed community. Beginning in 1883 on this site as a church of the Dutch Protestants' Association and later home of the liberal-minded, splinter groups of the Dutch Reformed church of Apeldoorn and Het Loo, which after a turbulent history and numerous conversations drew closer together again.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map