Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Sebastiaanplein 3
Apeldoorn, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1923 - 1924
- Address
- Sebastiaanplein 3, 7333 BA Apeldoorn (and others)
- Place
- Apeldoorn
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.19255, 5.96373
- Part of complex
- 514486
- Monument number
- 514488
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Chromo-topographische kaart van Apeldoorn en omgeving op de schaal van 1:25.000 / bew. door de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
PASTORIEWONING van de aangrenzende kerk H.H. Sebastianus en Fabianus. De woning is gebouwd door architect J. van Dongen (1896-1973) in een expressionistische op de Amsterdamse School gelijkende bouwstijl. Met de Nieuwe Haagse School, eveneens onderdeel van het expressionisme, verwant zijn de ten opzichte van elkaar verspringende en in massa ongelijke kubistische muurdelen in de gevels. Een gevelsteen met de cijfers 22 in een kolom van de portiek lijkt te duiden op het bouwjaar 1922, maar het ontwerp dateert uit 1923.
De plattegrond van de woning kenmerkt zich door rechthoekige bouwdelen die asymmetrisch rondom een in grondslag vierkante hoofdvorm zijn gesitueerd. Hierdoor is in het grondvlak een grillige rooilijn ontstaan.
Omschrijving
De uit twee bouwlagen en een zolderverdieping bestaande woning is, met uitzondering van de deels gepleisterde achtergevel, opgetrokken in gele baksteen (Vlaams verband, gele voeg). Het trasraam daarentegen bestaat uit een sierverband in rode baksteen (rode voeg) met halve stenen op hun plat en twee koppen. Het trasraam zet zich over de gevels op verschillende hoogte voort in: diverse muurdammen die buiten de rooilijn treden, in de eerste bouwlaag van voor- en linkerzijgevel, de portiek en de zich erboven bevindende schacht. Ook de beide zijden van het uit één bouwlaag bestaande tussenlid tussen kerk en pastorie zijn hiervan voorzien.
Het samengestelde, geknikte tentdak is met geglazuurde Romaanse pannen belegd. Behalve in de rechterzijgevel worden de dakvlakken aan drie zijden van de woning doorbroken door rechthoekige ongelijke bouwlichamen die zich uit de gevels naar boven hebben doorgezet. De houten daklijst met bakgoot rust op een uitgemetselde rollaag van koppen die de gevel afsluit.
De vensters die grotendeels uit een enkelvoudig, twee-, drie- of vier-gekoppelde enkelruits draairamen met bovenlichten bestaan, bezitten in de meeste gevallen een 2-ruits bovenlicht met een horizontale roede. De verschillende paneeldeuren bezitten een door twee horizontale roeden verdeeld 3-ruits raampje. Bijna alle bovendorpels zijn van een weldorpel voorzien.
De VOORGEVEL is ten opzichte van de straat een kwartslag gedraaid en wordt bepaald door een rechtop de gevel staand tussenlid (verbinding woning-kerk) en een risalerend hoogoprijzend bouwdeel (schacht) vanuit de deurpartij. Twee met glas-in-loodramen voorziene zijlichten en een bovenlicht omgeven een opgeklampte paneeldeur. In het midden van de deur bevindt zich een raampje met kathedraalglas met daaronder de brievenbus, gevat tussen twee verticale geriemde profielen die beneden op de weldorpel eindigen. Tezamen met een boven in het paneel van de deur geplaatst horizontaal profiel, vormen deze parallelle profielen een 'T'. Deur en omlijsting rusten op een hardstenen dorpel en neuten.
Het stoepje in de portiek bestaat uit grauwe baksteen en herhaalt het motief van het metselverband in halve platte kant en twee koppen. Het rooster in het midden is door een steens rollaag omgord.
De deurpartij bevindt zich in een portiek waarvan de linkerwand wordt gevormd door het recht op de gevel staande tussenlid en rechts een muurdam. In deze muurdam bevindt zich een korte, vrijstaande, zwart granieten kolom. In twee van de vier zijden is een nummer 2 aangebracht. De muurdam waarop de kolom rust wordt door rode keramiektegels gedekt. Het platgedekte afdak van de portiek wordt door een steens rollaag afgesloten die zich over de voorgevel voortzet tot halverwege de rechterzijgevel.
De schacht boven de deurpartij deelt de gevel in tweeën. Ter plaatse van het dakvlak is een venster met drie smalle gekoppelde ramen geplaatst waarbij het middelste hoger reikt dan de twee flankerende ramen die van gelijke grootte zijn. Een getrapt zinken dakje dekt de schacht.
In het linkerdeel van de gevel bevindt zich in de eerste bouwlaag een uit vier gekoppelde draairamen bestaand venster zoals beschreven in de inleiding, maar hier voorzien van een tweede laag enkelruits bovenlichten.
In de tweede bouwlaag bevinden zich twee rechthoekige vensters en rechts van de schacht, een venster met twee gekoppelde ramen zoals beschreven in de inleiding.
In de LINKERZIJGEVEL domineert het platgedekte hoogoprijzende bouwdeel dat de trappenhal bevat. Deze verdeelt de gevel in drie nagenoeg gelijke delen doordat in de tweede bouwlaag, het linker- en rechterdeel van de gevel terugwijken.
Midden en recht op de gevel is in de eerste bouwlaag een muurdam geplaatst die door een rollaag wordt afgesloten. Deze zet zich tot boven de stolpdeuren in de linkergevel voort.
Links van de muurdam bevinden zich stolpdeuren met aan weerszijde een openslaand raam alle voorzien van eerder beschreven bovenlichten. Rechts is een deur met meerruits raam geplaatst (onregelmatigheden in het metselverband duiden op wijzigingen van de deurpartij). Links naast de bovenhoek van de deur komt een identiek beton-element voor zoals beschreven bij de ramen in het tussenlid.
Het rechterdeel van de linkerzijgevel bevat v.l.n.r. een klapraampje, een deur (van het type dat in de inleiding is beschreven) met (later aangebracht) bovenlicht en een venster met drie gekoppelde ramen. Geheel rechts op de hoek bevindt zich een uit de rooilijn springende, platgedekte annex van een bouwlaag met lage schoorsteen. Verdeeld over twee zijden van de annex is resp. een deur op natuurstenen dorpel en neuten, geplaatst en een venster met twee gekoppelde ramen van het hiervoor genoemde type.
De trappenhal in het midden van de tweede bouwlaag is voorzien van een fors L-vormig venster met drie langgerekte gekoppelde ramen waarvan het liggende deel zich over de hoek omzet. Ter plaatse van het trapbordes zijn de ramen onderbroken. Het middelste van de drie ramen reikt, overeenkomstig het raam in de schacht van de voorgevel, ten opzichte van de flankerende ramen, hoger.
In de zijmuur van de trappenhal, boven het links gelegen balkon, is een klein vierkant draairaam gesitueerd.
Het linker deel van de gevel vertoont op de verdieping met het rechter gelijkenis, hoewel zich hier een balkon bevindt en in plaats van drie gekoppelde ramen (zoals die eerder nauwkeurig zijn beschreven), zich hier een deur met flankerende ramen bevindt. De ACHTERGEVEL wordt door een witgepleisterde risaliet, bestaande uit drie bouwlagen, gedomineerd. De twee meerruits stolpdeuren in de eerste bouwlaag, die rusten op neuten en natuurstenen dorpel, worden door een 6-ruits raam geflankeerd en boven afgesloten door vier bovenlichten van het veelvuldig voorkomende type. In de rechterzijmuur van de risaliet bevindt zich een smal identiek venster met bovenlicht.
In de tweede bouwlaag zijn twee vensters voorzien van stolpramen en bovenlichten gesitueerd. Hierboven bevinden zich tenslotte weer twee stolpramen die nu in ieder raam zijn voorzien van twee horizontale roeden.
Het linkerdeel van de achtergevel heeft in de eerste bouwlaag een paneeldeur met ter weerszijde een raam en drie bovenlichten. Geheel links is, diep terugliggend in het gevelvlak dat vanuit de rechterzijgevel is omgehoekt, een klein vierkant, door een horizontale roede gedeeld raampje. Twee ver naar voorstekende muurdammen, gedekt door keramiektegels, markeren een verhoogd vloergedeelte met kepermotief.
In de tweede bouwlaag is een venster met enkelvoudig raam met 2-ruits bovenlicht geplaatst. Het rechterdeel van de gevel is, in twee bouwlagen, voorzien van een identiek venster met drie gekoppelde ramen met bovenlichten.
De RECHTER ZIJGEVEL kenmerkt zich door ten opzichte van elkaar trapsgewijs verspringende muurvlakken. De hier voorkomende vensters zijn alle van het type dat in de inleiding is beschreven.
In het rechter en naar voorstekende deel van de gevel, is een verdiept venster met drie gekoppelde ramen met bovenlichten aangebracht. In de twee zijmuren van de uitbouw bevinden zich identieke vierkante raampjes waarvan het ene in de rechterzijmuur al is beschreven in het linkerdeel van de achtergevel.
De uitbouw vormt het balkon in de tweede bouwlaag waarop een paneeldeur uitkomt, geflankeerd door twee ramen en afgesloten door drie bovenlichten. De balkondekplaat is geprofileerd en is met het muurvlak omgehoekt naar de achtergevel.
In het linker gevelvlak bevindt zich alleen in de tweede bouwlaag een venster met twee gekoppelde ramen en bovenlichten. In de zijmuur is een soort blind-nisje of raampje met gemetselde sierrand in de verder gesloten wand. In het dakschild bevindt zich een klein enkelruits dakraam.
Het meest van de straat gelegen gevelvlak bezit in twee bouwlagen een identiek venster met twee gekoppelde ramen met bovenlichten. Het venster beneden heeft echter tussen de ramen een breed, halfrond en witgeschilderd betonelement zoals die ook voorkomen in het tussenlid.
Het venster hierboven is in het metselwerk ingehakt.
Het TUSSENLID vertoont in plattegrond een smalle langgerekte rechthoek waar, aan de zijde van de kerk, twee uitbouwen grenzen die ongelijk van hoogte zijn. Dit samenstel van bouwdelen, dat is gesitueerd aan de de tuinzijde, bestaat uit een bouwlaag en is vlakgedekt. De gevel aan de straatzijde bezit vijf kleine raampjes die ieder zijn gevat tussen brede halfronde en witgeschilderde betonelementen die door een rustklamp worden ondersteund. Ter weerszijden van de vijf ramen is een deur gesitueerd zoals die al eerder is beschreven. Deuren en ramen worden alle door een uitgemetselde platte laag oranjerode baksteen afgesloten.
De gevel aan de tuinzijde wijkt van die van de straatzijde af door drie in plaats van vijf ramen en de plaatsing van de deur in de aangrenzende uitbouw recht op de gevel. In de hoogste uitbouw van de twee is boven het trasraam een venster met twee gekoppelde ramen met bovenlichten geplaatst. Een steens rollaag sluit de gevel af.
Het INTERIEUR van de woning vertoont een grote mate van oorspronkelijkheid, waarbij de traphal het meest met zorg is behandeld. Fraaie details in de gesneden balusters en trappalen van de bordestrap die door een over een hoek omgezet L-vormig venster van twee zijden wordt belicht. De drie langgerekte gekoppelde ramen bestaan uit een herhaling van vijf naast elkaar gelegen biezen met de primaire kleuren blauw, geel en rood. De oorspronkelijke, eenvoudig bewerkte paneeldeuren zijn met de deurkrukken nog merendeels aanwezig.
Waardering
Pastorie bij naastgelegen kerk van architect J.G.A. van Dongen jr. (1896-1973) in een expressionistische, op de Amsterdamse School gelijkende stijl.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en nagenoeg gaaf bewaard voorbeeld van een pastorie met een strakke en eenvoudig uitgevoerde vormgeving, beïnvloed door de architectonische vormgeving van het expressionisme (Amsterdamse en Nieuw Haagse School). Het pand onderscheidt zich door fantasierijke gevelindelingen die nergens tot uitbundigheid leidt. De schikking van kubische ruimten die buiten de gevellijn treden laat gemakkelijk plaatsing toe van eenvoudig vormgegeven vensters. Voor het interieur levert dit bovendien een licht geheel op. In onderdelen blijkt ook de zorg voor details: de opgeklampte deur in de voorgevel, de gevelsteen die is voorzien van het jaartal 1922, het gekleurde glas van de trappenhal en de weldorpel boven in de kozijnen van de vensters.
- Van stedenbouwkundige waarde: het pand vormt met het tussenlid een directe verbinding met de door dezelfde architect, ontworpen kerk. De woning is, vrijliggend, meer nog dan de kerk, van de straat gescheiden door het kerkplein en een groenstrook.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke verbonden is met een historische ontwikkeling. Waardevol kan eveneens worden beschouwd dat pastorie en (aangrenzende) kerk zijn gebouwd in een overwegend protestants Apeldoorn. In de tweede helft 19de eeuw tot eerste helft 20ste eeuw was een duidelijke toename te constateren van bouwwerken die ontstonden vanuit katholieke opdrachten te bevordering van het katholicisme in Nederland. Hiervan zijn in Apeldoorn enkele voorbeelden te vinden zoals de kerk H.H. Fabianus en Sebastianus en het Klein Seminarie.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
PARSONAGE of the adjacent church H.H. Sebastianus and Fabianus. The dwelling was built by architect J. van Dongen (1896-1973) in an expressionistic architectural style resembling the Amsterdamse School. Related to the Nieuwe Haagse School, likewise part of expressionism, are the cubistic wall sections in the façades that are staggered in relation to each other and unequal in mass. A façade stone with the numerals 22 in a column of the porch appears to indicate the construction year 1922, but the design dates from 1923.
The floor plan of the dwelling is characterized by rectangular building elements situated asymmetrically around a main form that is square in ground plan. This has resulted in an irregular building line at ground level.
Description
The dwelling, consisting of two storeys and an attic floor, is constructed in yellow brickwork (Flemish bond, yellow mortar) with the exception of the partially rendered rear façade. The tracer bond, by contrast, consists of a decorative bond in red brickwork (red mortar) with half bricks on their flat side and two stretchers. The tracer bond continues across the façades at different heights in: various wall piers that project beyond the building line, in the first storey of the front and left side façade, the porch and the shaft situated above it. Both sides of the single-storey intermediate section between church and parsonage are also provided with this.
The composite, angled hipped roof is covered with glazed Romanesque tiles. Apart from in the right side façade, the roof planes are interrupted on three sides of the dwelling by rectangular unequal building bodies that have been continued upwards from the façades. The timber roof cornice with box gutter rests on a laid-up roll course of stretchers that closes off the façade.
The windows, which largely consist of single, two-, three- or four-coupled single-leaf casement windows with fanlights, possess in most cases a 2-light fanlight with a horizontal glazing bar. The various panel doors possess a 3-light pane divided by two horizontal glazing bars. Almost all upper thresholds are provided with a leaded threshold.
The FRONT FAÇADE is rotated a quarter turn in relation to the street and is determined by an intermediate section standing upright on the façade (connection dwelling-church) and a projecting steeply rising building element (shaft) from the door section. Two side-lights fitted with leaded-light windows and a fanlight surround an affixed panel door. In the middle of the door is a pane with cathedral glass with below it the letterbox, set between two vertical fluted profiles that terminate below on the leaded threshold. Together with a horizontal profile placed above in the panel of the door, these parallel profiles form a 'T'. Door and frame rest on a hardstone threshold and nutes.
The step in the porch consists of grey brickwork and repeats the pattern of the masonry bond in half flat side and two stretchers. The grille in the middle is encircled by a stone roll course.
The door section is situated in a porch, the left wall of which is formed by the intermediate section standing upright on the façade and on the right a wall pier. In this wall pier is situated a short, freestanding black granite column. A numeral 2 has been placed on two of the four sides. The wall pier on which the column rests is covered by red ceramic tiles. The flat-roofed covering of the porch is closed off by a stone roll course which continues across the front façade to halfway along the right side façade.
The shaft above the door section divides the façade in two. At the level of the roof plane a window with three narrow coupled panes is placed, the middle one reaching higher than the two flanking panes which are of equal size. A stepped zinc canopy covers the shaft.
In the left part of the façade is located in the first storey a window consisting of four coupled casement windows as described in the introduction, but here provided with a second layer of single-leaf fanlights.
In the second storey are two rectangular windows and to the right of the shaft a window with two coupled panes as described in the introduction.
In the LEFT SIDE FAÇADE the flat-roofed steeply rising building element containing the stairwell dominates. This divides the façade into three roughly equal parts because in the second storey, the left and right parts of the façade recede.
In the centre and upright on the façade is in the first storey a wall pier placed that is closed off by a roll course. This continues up above the Dutch doors in the left façade.
To the left of the wall pier are situated Dutch doors with on either side a casement window all provided with fanlights as previously described. On the right is a door with a multi-light pane placed (irregularities in the masonry bond indicate alterations to the door section). Just to the left above the corner of the door is an identical concrete element as described with the windows in the intermediate section.
The right part of the left side façade contains from left to right a small opening window, a door (of the type described in the introduction) with (later added) fanlight and a window with three coupled panes. Completely to the right on the corner is a flat-roofed annex projecting from the building line of one storey with low chimney. Distributed over two sides of the annex is respectively a door on natural stone threshold and nutes, placed and a window with two coupled panes of the aforementioned type.
The stairwell in the middle of the second storey is provided with a substantial L-shaped window with three elongated coupled panes of which the horizontal section extends around the corner. At the level of the landing the panes are interrupted. The middle of the three panes reaches, in accordance with the window in the shaft of the front façade, higher in relation to the flanking panes.
In the side wall of the stairwell, above the balcony on the left, is situated a small square casement window.
The left part of the façade shows similarity on the upper floor with the right, although here a balcony is present and instead of three coupled panes (as those have been precisely described earlier), here a door with flanking panes is located. The REAR FAÇADE is dominated by a white-rendered risalit, consisting of three storeys. The two multi-light Dutch doors in the first storey, which rest on nutes and natural stone threshold, are flanked by a 6-light pane and closed above by four fanlights of the frequently occurring type. In the right side wall of the risalit is situated a narrow identical window with fanlight.
In the second storey two windows are provided with Dutch panes and fanlights situated. Above these are finally two more Dutch panes which now in each pane are provided with two horizontal glazing bars.
The left part of the rear façade has in the first storey a panel door with on either side a pane and three fanlights. Completely on the left, set deep in the façade plane that angles around from the right side façade, is a small square pane divided by a horizontal glazing bar. Two wall piers projecting far forward, covered by ceramic tiles, mark a raised floor section with herringbone pattern.
In the second storey a window with single pane with 2-light fanlight is placed. The right part of the façade is, in two storeys, provided with an identical window with three coupled panes with fanlights.
The RIGHT SIDE FAÇADE is characterized by wall planes that are staggered in a step-like manner in relation to each other. The windows occurring here are all of the type described in the introduction.
In the right and projecting forward part of the façade, a recessed window with three coupled panes with fanlights is placed. In the two side walls of the extension are situated identical square panes, one of which in the right side wall has already been described in the left part of the rear façade.
The extension forms the balcony in the second storey onto which a panel door opens, flanked by two panes and closed by three fanlights. The balcony slab is profiled and is angled with the wall plane towards the rear façade.
In the left façade plane there is only in the second storey a window with two coupled panes and fanlights. In the side wall is a sort of blind niche or pane with mortared decorative edge in the otherwise closed wall. In the roof panel is a small single-leaf roof window.
The façade plane closest to the street possesses in two storeys an identical window with two coupled panes with fanlights. The window below, however, has between the panes a broad, half-round and white-painted concrete element as those also occur in the intermediate section.
The window above this is cut into the masonry.
The INTERMEDIATE SECTION shows in floor plan a narrow elongated rectangle where, on the church side, two extensions border it that are unequal in height. This assembly of building elements, situated on the garden side, consists of one storey and is flat-roofed. The façade on the street side possesses five small panes that are each set between broad half-round and white-painted concrete elements that are supported by a relief clamp. On either side of the five panes is situated a door as already previously described. Doors and panes are all closed off by a laid-up flat course of orange-red brickwork.
The façade on the garden side differs from that of the street side by three instead of five panes and the placement of the door in the adjacent extension upright on the façade. In the highest of the two extensions is above the tracer bond a window with two coupled panes with fanlights placed. A stone roll course closes off the façade.
The INTERIOR of the dwelling exhibits a great degree of originality, with the stairwell having received the most careful treatment. Fine details in the carved balusters and newels of the main staircase which is lit from two sides by an L-shaped window extending around a corner. The three elongated coupled panes consist of a repetition of five adjacent reeds with the primary colours blue, yellow and red. The original, simply worked panel doors are still mostly present with the door handles.
Assessment
Parsonage adjacent to church by architect J.G.A. van Dongen jr. (1896-1973) in an expressionistic style resembling the Amsterdamse School.
- Of architectural-historical value as a good and virtually intact example of a parsonage with a taut and simply executed design, influenced by the architectural design of expressionism (Amsterdamse and Nieuwe Haagse School). The building distinguishes itself through imaginative façade divisions that nowhere lead to exuberance. The arrangement of cubic spaces that project beyond the façade line facilitates easy placement of simply designed windows. For the interior this moreover provides a light whole. In component parts the care for details is evident: the affixed door in the front façade, the façade stone inscribed with the year 1922, the coloured glass of the stairwell and the leaded threshold above the window frames.
- Of urban planning value: the building forms with the intermediate section a direct connection with the church designed by the same architect. The dwelling is, detached, even more than the church, separated from the street by the church square and a strip of green.
- Of cultural-historical value because of the designation, which is connected with a historical development. It can likewise be considered valuable that parsonage and (adjacent) church were built in predominantly Protestant Apeldoorn. In the second half of the 19th century to the first half of the 20th century a clear increase could be noted in buildings that arose from Catholic commissions to promote Catholicism in the Netherlands. Of these several examples are to be found in Apeldoorn such as the church H.H. Fabianus and Sebastianus and the Klein Seminarie.
Nearby in the register
- SS Fabianus en SebastianuskerkKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, Arnhemseweg 346Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Seminarie(F), Arnhemseweg 346Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kantoorgebouw, Prins Willem-Alexanderlaan 651Handel en kantoor1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.