TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Kerkstraat 36

Doenrade, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1878
Address
Kerkstraat 36, 6439 AS Doenrade (Beekdaelen 31)
Place
Doenrade
Municipality
Beekdaelen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.96826, 5.90748
Part of complex
514163
Monument number
514162

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VICARIAATSWONING MET KOETSHUIS en PASTORIE in neo-gotische stijl, 1878. Gebouwd in opdracht van vicaris-generaal mgr. J.C. Warblings van het bisdom Luik. De halfvrijstaande panden zijn, als onderdeel van de lineaire bebouwingsstructuur van de Kerkstraat, onmiddellijk naast de R.K. Kerk van de H. Jozef gesitueerd. De vicariaatswoning met koetshuis is in het laatste decennium van de 20e eeuw gerestaureerd, waarbij de torenspits in zijn oorspronkelijke vorm is teruggeplaatst. UITGESLOTEN van bescherming is de tegen de achtergevel van de pastorie gebouwde garage, alsmede de vernieuwde lage ommuring van beide erven aan de straatzijde.

Omschrijving

De pastorie heeft een in hoofdvorm rechthoekige plattegrond. De vicariaatswoning met koetshuis, enigszins vooruitgerooid ten opzichte van de pastorie, heeft een in hoofdvorm L-vormige plattegrond. De pastorie en vicariaatswoning zijn, weliswaar verspringend, rug-aan-rug tegen elkaar gebouwd en de noklijnen zijn in dwarsrichting ten opzichte van de straatweg gelegd. De pastorie heeft een volledige souterrainverdieping, twee bouwlagen en een zolderverdieping met vliering. De vicariaatswoning is, met uitzondering van de verbindingsgang met het koetshuis, geheel onderkelderd en telt drie bouwlagen plus een zolderverdieping. Het koetshuis telt één bouwlaag en is voorzien van een vliering. De pastorie wordt gedekt door een licht gewelfd zadeldak met leien in Maasdekking, aanzienlijke decoratieve overstekken op consoles en nokschoorstenen. De risalerende entreepartij heeft een dwars op het hoofdvolume ingestoken, licht gewelfd zadeldak. De vicariaatswoning heeft een schilddak en wordt gedekt met vernieuwde Hollandse pannen. Overstekken op decoratieve consoles. Boven het risalerende volume in de oksel met de pastoriegevel loopt een dakschild door in de vorm van een lessenaarsdak. De risalerende entreepartij heeft een dwars op het schilddak ingestoken zadeldak. De torenuitbouw van de vicariaatswoning heeft een ingesnoerde torenspits met leien, een windwijzer en drie ingestoken kapellen. Het koetshuis heeft een samengesteld schild-en zadeldak met vernieuwde Hollandse pannen, waarvan de noklijn parallel aan de straatweg loopt. De vensters van de vicariaatswoning zijn tijdens de renovatie vernieuwd in merbau, ter vervanging van de oorspronkelijke eiken vensters en met behoud van de oorspronkelijke venstervormen. De vensters van pastorie en vicariaatswoning hebben afgeschuinde borstweringen. Vicariaatswoning en pastorie zijn opgetrokken in handvormsteen, gemetseld in kruisverband. Geprofileerde plinten. Rode keramische plint- en waterlijsten, speklagen, strek- en drukbogen, rollagen en vulstukornamenten. Hardstenen dorpels en traptreden. Bij de vicariaatswoning zijn de oorspronkelijk bakstenen vensterdorpels vervangen door hardstenen dorpels. De VOORGEVEL van de vicariaatswoning wordt gedomineerd door de vooruitspringende entreepartij onder ingestoken zadeldak. In de eerste laag een segmentboogvormige houten deur met bovenlicht, bereikbaar via een trapbordes. Daarboven, in de eerste laag en tweede laag, respectievelijk twee gekoppelde houten rondboogvensters en twee gekoppelde rechthoekige houten vensters met tweevoudige horizontale indeling. Deze vensters zijn verdiept geplaatst in een rondboogvormige respectievelijk spitsboogvormige lijst. Rode bakstenen ornamenten in de vulstukken, in de derde laag in de vorm van een driepasornament. Het gevelvlak ter rechterzijde van het entreerisaliet heeft in de eerste laag twee kleine, gekoppelde rechthoekige vensters met bovenlicht, verdiept geplaatst in een spitsboogvormige lijst. In het vulstuk een driepasornament, tussen driepas en vensters een gevelsteen. In de derde laag een rechthoekig houten venster met dubbele horizontale indeling. Het gevelvlak ter linkerzijde heeft in de eerste en tweede laag telkens twee gekoppelde rechthoekige houten vensters en een enkelvoudig rechthoekig houten venster, elk met tweevoudige horizontale indeling. In de derde laag tweemaal tweegewijs gekoppelde houten rondboogvensters met tweevoudige horizontale indeling. Het aanzien van de ZIJGEVEL aan de straatzijde wordt gedomineerd door de zeszijdige hoektoren, waarin op de begane grond de huiskapel was ingericht. Deze hoektoren heeft in drie van de zes gevelzijden een reeks van drie spitsboogvormige houten vensters met drievoudige horizontale indeling. Één gevelzijde heeft drie blinde spitsbooglijsten, waarvan de lijst in de eerste laag is voorzien van een gevelsteen met het opschrift: "Den 19 April 1871 las hier de heer provisor J.M. Warblings nu pastoor van Jupille de eerste H. Mis, 1878". Naast deze toren heeft de zijgevel één vensteras, in de plint voorzien van twee gekoppelde segmentboogvormige houten luiken; in de eerste en tweede bouwlaag een segmentboogvormig houten T-venster met horizontale indeling van het glaspaneel. Het venster in de eerste laag heeft een rode bakstenen strekboog, het venster in de tweede laag een ronde drukboog, een strekboog en een vulstukornament in rode baksteen. De ZIJGEVEL aan de tuinzijde heeft over drie lagen een vensteras met twee gekoppelde segmentboogvormige houten vensters, voorzien van een tweevoudige horizontale indeling. Hieronder twee segmentboogvormige souterrainvensters. In de tweede vensteras een segmentboogvormige houten deur met bovenlicht, waarboven in elke laag wederom een segmentboogvormig houten venster met tweevoudige horizontale indeling. Het vrijgebleven ACHTERGEVELDEEL aan de pastoriezijde heeft een vooruitspringende vensteras, waarin over twee lagen segmentboogvormige houten T-vensters met horizontale indeling van het glaspaneel zijn aangebracht. In het terugliggende geveldeel zijn in de eerste en tweede laag twee segmentboogvormige houten vensters met dubbele horizontale indeling van de glaspanelen geplaatst. In de tweede laag zijn deze vensters verdiept in een segmentbooglijst. Het KOETSHUIS, dat gelet op de aansluiting op het woonhuis en het materiaalgebruik hoogstwaarschijnlijk kort na het gereedkomen van de woning is gebouwd, is in dwarsrichting op het woonhuis geprojecteerd. In de VOORGEVEL van het koetshuis een segmentboogvormige dubbele houten inrijpoort. Hiernaast, in een kleinere poortopening met hardstenen aanzetstenen, is een met boven- en zijlichten omgeven enkelvoudige deur geplaatst. Verder in de eerste laag een segmentboogvormige houten deur met bovenlicht en trapbordes. Boven laatstgenoemde deuren, ter hoogte van de vliering, telkens een segmentboogvormig houten T-venster met horizontale geleding van het glaspaneel. Hierboven een rode bakstenen strek- en drukboog. In de vulstukken schoon metselwerk. De rechter ZIJGEVEL van het koetshuis is blind. De ACHTERGEVEL van het koetshuis heeft een rechthoekige, dubbele houten inrijpoort, waarboven een drukboog. Verder een segmentboogvormige houten deur met vierruits roedeverdeling in het glaspaneel. Tussen inrijpoort en deur respectievelijk een segmentboogvormig en een rechthoekig houten venster, elk met een horizontale indeling en een strekboog. In de ten dele vrijgebleven linker ZIJGEVEL twee vensterassen: één as met een rechthoekig cq. segmentboogvormig houten T-venster met een horizontale indeling van de glaspanelen; één as met een rechthoekige houten deur met bovenlicht alsmede een segmentboogvormige zolderopening.De VOORGEVEL van de PASTORIE wordt eveneens gedomineerd door een onder een zadeldak ingestoken uitbouw met entreepartij. Deze uitbouw telt één vensteras, in de eerste en tweede laag voorzien van segmentboogvormige houten glas-in-lood vensters met traliewerk, in de derde laag van een spitsboogvormig houten venster met bovenlicht en glas-in-lood. In de oksel met het rechter geveldeel is de segmentboogvormige houten entreedeur met glas-in-lood bovenlicht geplaatst. Twee hardstenen traptreden, waarnaast een bakstenen muur met ezelsrug en smeedijzeren balustrade. In de oksel met het linker geveldeel een kleine uitbouw van één laag onder lessenaarsdak, waarin een klein segmentboogvormig houten venster met traliewerk. Beide gevelvlakken aan weerszijden hebben in elke laag twee segmentboogvormige houten vensters met bovenlicht en een horizontale indeling. De vensters in de tweede bouwlaag zijn verdiept geplaatst in een lijst met segmentboogvormige rode bakstenen drukboog. Het geveldeel ter linkerzijde heeft in de plint twee segmentboogvormige houten souterrainvensters met horizontale indeling, traliewerk en strekboog. De ZIJGEVEL aan de straatzijde is symmetrisch ingedeeld en telt twee vensterassen. In de plint heeft elke as twee segmentboogvormige houten souterrainvensters, in de eerste en tweede laag een segmentboogvormig houten T-venster met horizontale indeling van de glaspanelen. De vensters van de tweede laag zijn verdiept geplaatst in rondbooglijsten met rode bakstenen drukbogen en vulstukornamenten. Tussen deze vensters is in de eerste laag een hardstenen gevelsteen geplaatst, in de tweede laag een rondboognis met console waaruit het heiligenbeeld is verdwenen. In de topgevel twee gekoppelde rondboogvensters met tweevoudige horizontale indeling en rode bakstenen rollaag, waarboven een rood bakstenen vierpasornament. Tegen de ZIJGEVEL aan de tuinzijde zijn een berging en een garage gebouwd, welke zijn uitgesloten van bescherming. In de eerste laag van deze zijgevel bevinden zich bovendien een rechthoekige houten deur, bereikbaar middels een trappenreeks, alsmede een segmentboogvormig houten T-venster met horizontale roedeverdeling in het glaspaneel. In de tweede laag bevindt zich een identiek venster met recent rolluik. In de topgevel twee gekoppelde rondboogvensters met tweevoudige horizontale indeling en rode bakstenen rollaag. Het INTERIEUR van de VICARIAATSWONING is wat betreft de indeling grotendeels ongewijzigd bewaard gebleven: enkel de garderobekast is vergroot, de oorspronkelijke doorgang naar de pastorie en het trapgat van de keuken naar kelder zijn gedicht. Het voor- en achterhuis hebben gedeeltelijk verschillende niveaus en elk een eigen trappenhuis, waarbij het achterhuis voor het personeel was ingericht. In dit interieur zijn onder meer van belang de beide trappenhuizen; de paneeldeuren in lijsten; diverse stucplafonds met kooflijsten en rozetten; de torenuitbouw met huiskapel op de begane grond, voorzien van een spitsboogvormige toegangsboog vanuit de woonkamer; diverse marmeren schouwen met familiewapen; lambrizeringen in hout of schilderwerk; de binnenblinden in de vensterbanken; het entreeportaal met kruisgewelf en een hardstenen 'wenssteen' met opschrift "Dominus custodiat introïtum et exitum 1878 N.J. Warblings-Kallen"; het traditionele privaat met houten deksel aan het uiteinde van de achterhuisgang op de tweede bouwlaag. Het INTERIEUR van de PASTORIE is wat betreft de indeling ten dele gewijzigd en heeft een modernisering ondergaan.

Waardering

De pastorie en de vicariaatswoning met koetshuis zijn van cultuurhistorische waarde vanwege de verbondenheid met het ontstaan van de zelfstandige parochie en kerk te Doenrade en zijn daarmee van waarde als bijzondere uitdrukking van een culturele, sociaal-maatschappelijke en geestelijke ontwikkeling, die binnen Doenrade een sterk pionierskarakter heeft gehad. De architectuurhistorische waarden van het geheel zijn aanzienlijk en worden bepaald door de neo-gotische bouwstijl, de Luikse architectuurinvloeden, de esthetische kwaliteit en het materiaalgebruik. Met name bij de vicariaatswoning bestaat er een bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Pastorie en vicariaatswoning zijn ten zeerste verbonden met de ontwikkeling van Doenrade en van betekenis voor het aanzien van de omringende streek. Beide panden zijn in redelijk tot hoge mate architectonisch gaaf bewaard gebleven en zijn van groot belang in relatie tot de visuele gaafheid van de dorpse omgeving. Bovendien beschikken de panden over een aanzienlijke cultuurhistorische, architectuurhistorische en typologische zeldzaamheidswaarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VICARIAGE RESIDENCE WITH CARRIAGE HOUSE and RECTORY in neo-gothic style, 1878. Built by commission of vicar-general mgr. J.C. Warblings of the Diocese of Liège. The semi-detached properties, as part of the linear building structure of Kerkstraat, are situated immediately next to the Roman Catholic Church of St. Joseph. The vicarage residence with carriage house was restored in the last decade of the 20th century, during which the tower spire was restored to its original form. EXCLUDED from protection is the garage built against the rear facade of the rectory, as well as the renewed low wall surrounding both courtyards on the street side.

Description

The rectory has a fundamentally rectangular footprint. The vicarage residence with carriage house, somewhat protruding compared to the rectory, has a fundamentally L-shaped footprint. The rectory and vicarage residence are, though offset, built back-to-back against each other and the ridge lines are oriented transversely to the street. The rectory has a full basement storey, two storeys and an attic storey with loft space. The vicarage residence, with the exception of the connecting corridor with the carriage house, is completely cellared and has three storeys plus an attic storey. The carriage house has one storey and is provided with loft space. The rectory is covered by a slightly arched gabled roof with slates in Meuse covering, considerable decorative overhangs on consoles and ridge chimneys. The projecting entrance section has a gabled roof inserted transversely to the main volume, slightly arched. The vicarage residence has a hipped roof and is covered with renewed Dutch tiles. Overhangs on decorative consoles. Above the projecting volume in the angle with the rectory facade a roof panel runs through in the form of a lean-to roof. The projecting entrance section has a gabled roof inserted transversely to the hipped roof. The tower extension of the vicarage residence has a constricted tower spire with slates, a weather vane and three inserted roof cabins. The carriage house has a composite hipped and gabled roof with renewed Dutch tiles, of which the ridge line runs parallel to the street.

The windows of the vicarage residence were renewed during renovation in merbau, replacing the original oak windows while preserving the original window forms. The windows of rectory and vicarage residence have bevelled sills. Vicarage residence and rectory are built in handmade brick, mortared in English bond. Profiled plinths. Red ceramic plinth and drip mouldings, brickwork courses, stretcher and pressure arches, roll courses and filler ornaments. Hardstone sills and steps. At the vicarage residence, the original brick window sills have been replaced with hardstone sills. The FRONT FACADE of the vicarage residence is dominated by the projecting entrance section under inserted gabled roof. On the ground floor a segment-arched wooden door with fanlight, accessed via a landing. Above, on the ground and first floor respectively, two coupled wooden round-arched windows and two coupled rectangular wooden windows with twofold horizontal division. These windows are set back in a round-arched respectively pointed-arched moulding. Red brick ornaments in the filler sections, on the third storey in the form of a trilobate ornament. The facade panel to the right of the entrance projection has on the ground floor two small, coupled rectangular windows with fanlight, set back in a pointed-arched moulding. In the filler section a trilobate ornament, between trilobes and windows a facade stone. On the third storey a rectangular wooden window with double horizontal division. The facade panel to the left has on the ground and first floor respectively two coupled rectangular wooden windows and a single rectangular wooden window, each with twofold horizontal division. On the third storey twice two coupled wooden round-arched windows with twofold horizontal division. The appearance of the SIDE FACADE on the street side is dominated by the hexagonal corner tower, in which the house chapel was arranged on the ground floor. This corner tower has in three of its six facade sides a series of three pointed-arched wooden windows with threefold horizontal division. One facade side has three blind pointed-arched mouldings, of which the moulding on the ground floor is provided with a facade stone with the inscription: "On 19 April 1871 here the vicar J.M. Warblings, now rector of Jupille, celebrated his first Mass, 1878". Next to this tower the side facade has one window series, in the plinth provided with two coupled segment-arched wooden shutters; on the ground and first storey a segment-arched wooden cross window with horizontal division of the glazed panel. The window on the ground floor has a red brick stretcher arch, the window on the first storey a round pressure arch, a stretcher arch and a filler ornament in red brick. The SIDE FACADE on the garden side has over three storeys a window series with two coupled segment-arched wooden windows, provided with twofold horizontal division. Below this two segment-arched basement windows. In the second window series a segment-arched wooden door with fanlight, above which in each storey again a segment-arched wooden window with twofold horizontal division. The exposed REAR FACADE section on the rectory side has a projecting window series, in which over two storeys segment-arched wooden cross windows with horizontal division of the glazed panel are arranged. In the recessed facade section two segment-arched wooden windows with double horizontal division of the glazed panels are placed on the ground and first storey. On the first storey these windows are set back in a segment-arched moulding. The CARRIAGE HOUSE, which in view of its connection to the residence and material use was most likely built shortly after the residence was completed, is projected transversely to the residence. In the FRONT FACADE of the carriage house a segment-arched double wooden carriage entrance. Next to this, in a smaller door opening with hardstone setting stones, is a single door surrounded with fanlights and side lights. Further on the ground floor a segment-arched wooden door with fanlight and landing. Above the latter doors, at the height of the loft space, each a segment-arched wooden cross window with horizontal articulation of the glazed panel. Above this a red brick stretcher and pressure arch. In the filler sections fine brickwork. The right SIDE FACADE of the carriage house is blind. The REAR FACADE of the carriage house has a rectangular, double wooden carriage entrance, above which a pressure arch. Further a segment-arched wooden door with four-light glazing bar division in the glazed panel. Between carriage entrance and door respectively a segment-arched and a rectangular wooden window, each with horizontal division and a stretcher arch. In the partially exposed left SIDE FACADE two window series: one series with a rectangular or segment-arched wooden cross window with horizontal division of the glazed panels; one series with a rectangular wooden door with fanlight as well as a segment-arched loft opening. The FRONT FACADE of the RECTORY is likewise dominated by an extension inserted under a gabled roof with entrance section. This extension has one window series, on the ground and first storey provided with segment-arched wooden leaded-light windows with tracery, on the third storey a pointed-arched wooden window with fanlight and leaded-light. In the angle with the right facade section the segment-arched wooden entrance door with leaded-light fanlight is placed. Two hardstone steps, beside which a brick wall with saddle-back and wrought-iron balustrade. In the angle with the left facade section a small extension of one storey under lean-to roof, in which a small segment-arched wooden window with tracery. Both facade sections on either side have in each storey two segment-arched wooden windows with fanlight and horizontal division. The windows on the second storey are set back in a moulding with segment-arched red brick pressure arch. The facade section to the left has in the plinth two segment-arched wooden basement windows with horizontal division, tracery and stretcher arch. The SIDE FACADE on the street side is symmetrically arranged and has two window series. In the plinth each series has two segment-arched wooden basement windows, on the ground and first storey a segment-arched wooden cross window with horizontal division of the glazed panels. The windows of the first storey are set back in round-arched mouldings with red brick pressure arches and filler ornaments. Between these windows a hardstone facade stone is placed on the ground floor, on the first storey a round-arched niche with console from which the saint's image has disappeared. In the gable two coupled round-arched windows with twofold horizontal division and red brick roll course, above which a red brick four-lobed ornament. Against the SIDE FACADE on the garden side a shed and a garage have been built, which are excluded from protection. On the ground floor of this side facade there is also a rectangular wooden door, accessed by means of a flight of steps, as well as a segment-arched wooden cross window with horizontal glazing bar division in the glazed panel. On the first storey there is an identical window with recently installed roller shutter. In the gable two coupled round-arched windows with twofold horizontal division and red brick roll course. The INTERIOR of the VICARAGE RESIDENCE has been largely preserved unchanged as to its layout: only the wardrobe cupboard has been enlarged, the original passage to the rectory and the stairwell from the kitchen to the cellar have been closed off. The front and rear sections have partially different levels and each their own stairwell, with the rear section arranged for staff. In this interior, notably important are both staircases; the panelled doors in mouldings; various stucco ceilings with cove mouldings and rosettes; the tower extension with house chapel on the ground floor, provided with a pointed-arched access arch from the living room; various marble fireplaces with family coat of arms; wainscotting in wood or paintwork; the interior shutters in the window sills; the entrance vestibule with cross vault and a hardstone 'wishing stone' with inscription "Dominus custodiat introïtum et exitum 1878 N.J. Warblings-Kallen"; the traditional privy with wooden seat at the end of the rear section corridor on the second storey. The INTERIOR of the RECTORY has been partially altered as to its layout and has undergone modernisation.

Valuation

The rectory and the vicarage residence with carriage house are of cultural-historical value by virtue of their connection to the establishment of the independent parish and church at Doenrade and are thus of value as a particular expression of a cultural, socio-cultural and spiritual development, which has had a strong pioneering character within Doenrade. The architectural-historical values of the whole are considerable and are determined by the neo-gothic building style, the Liège architectural influences, the aesthetic quality and the material use. Particularly at the vicarage residence there is a special harmony between exterior and interior. Rectory and vicarage residence are closely connected with the development of Doenrade and of significance for the appearance of the surrounding region. Both properties have been preserved in a fair to high degree of architectural integrity and are of great importance in relation to the visual integrity of the village surroundings. Moreover, the properties possess considerable cultural-historical, architectural-historical and typological rarity value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map