Rijksmonumentenregister · Netherlands
Brug
Grave, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Brug
- Function
- Verkeersbrug
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1926 - 1929
- Address
- Arnoud van Gelderweg Grave (Land van Cuijk 30)
- Place
- Grave
- Municipality
- Land van Cuijk
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.76846, 5.73426
- Monument number
- 514153
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1922 map "Bl. 26 Nijmegen, 1922" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De VERKEERSBRUG met onderliggend STUW- EN SLUISCOMPLEX over de Maas bij Grave dateert uit de jaren 1926-1929 en is uitgevoerd naar een ontwerp van ir.C.F. Egelie, ingenieur van Rijkswaterstaat. Met de bouw van de brug en de supprematie van de Graafse gierpont werd beoogd de verkeersafwikkeling op de tussen 1819 en 1840 aangelegde verbinding Bergen op Zoom - Nijmegen te versnellen. Daarnaast werd in het kader van de normalisatiewerkzaamheden in de Maas bij Grave een schutsluis-stuwcomplex aangelegd. Brug, sluis en stuw werden gecombineerd; voor de bedding van de Maas is gebruik gemaakt van dezelfde onderbouw. Bovendien werd de stuw 'opgehangen' aan de brug.
De pijlers van de stuwbruggen werden geleverd door de N.V.
Internationale Gewapend Beton Bouw te Breda. De verdere onderbouw van de brug, alsmede de onderbouw van de stuw zijn verzorgd door de N.V. Christiani & Nielsen's Gewapend Beton Maatschappij te 's-Gravenhage. De bovenbouw van de stuwbruggen en de schuiven van de stuwen werden geleverd door Werkspoor, terwijl de overige brugsegmenten werden aangenomen door de N.V. Pletterij v/h L.I. Enthoven & Cie. te Delft. Machinefabriek Jaffa te Utrecht verzorgde de bewegingsinrichtingen. Het complex werd op zaterdag 5 oktober 1929 door Minister van Waterstaat mr. Reymer geopend. De sluis is na de Tweede Wereldoorlog gedeeltelijk gemoderniseerd en bevindt zich op het grondgebied van de Gelderse gemeente Heumen. Ook het oostelijke deel van stuw en brug, met de bijbehorende dienstwoningen en transformatorhuis liggen gedeeltelijk op Gelderse bodem.
Binnen de gemeente Grave valt alleen het op het grondgebied van die gemeente gelegen part van brug en stuw binnen de bescherming.
Omschrijving
De verkeersbrug is een verstijfde, nagenoeg geheel geklonken stalen brug, bestaande uit negen, op zeven pijlers en twee landhoofden rustende segmenten. De totale lengte tussen de dagzijden van de landhoofden bedraagt 515 meter. De segmenten hebben een verschillende lengte, en dientengevolge, verschillende hoogte. Regel is dat de delen boven sluis en stuw dezelfde, grotere lengte (60 meter) hebben dan die boven de uiterwaarden (50 meter). Aan de Brabantse zijde heeft het laatste segment boven de uiterwaarden, grenzend aan de stuw en oorspronkelijk bedoeld om (na de dichting van de Beerse Overlaat) daar deel van uit te maken, een andere opbouw dan de overige. De middelste stuwbrug is iets groter dan de andere segmenten in verband met de in de stroompijler aanwezige vistrap. Het eerste, aan de schutsluis grenzende deel boven de Gelderse uiterwaard is even breed als de delen boven de rivier: deze opening is van meet af aan bedoeld voor een eventuele uitbreiding van de sluis. De drie stuwbruggen liggen vlak en hebben een doorvaarthoogte van 4.8 meter. De overige brugsegmenten hebben een helling van 1:80. De wanden van de brugsegmenten zijn vakwerkliggers met gebogen bovenranden, schuine eindstijlen, verticalen en stijgende en vallende diagonalen. De stuwbruggen hebben extra tussen-diagonalen en verticalen. Door de toepassing van hoekijzers zijn de noordelijke en zuidelijke wand van één segment door een onderen een bovenwindverband verbonden. Het zo ontstane portaal wordt verder verstijfd door de toepassing van trekprofielen in de vorm van andreaskruisen. Aan de onderzijde van de brug wordt de tweebaans gewapend betonnen rijvloer (breedte 7.5 meter) gedragen door in de lengte aangebrachte, gewalste normaalprofielbalken met een relatief smalle flens.
Aan de noordelijke, stroomafwaardse zijde is een aangehangen brug (breedte 1.6 meter) voor langzaam verkeer, eveneens met een gewapend betonnen rijvloer, rustend op normaalprofielbalken. Onder alle segmenten, behalve boven de stuw, hangt een oorspronkelijke verrijdbare schildersbrug. Landhoofden en pijlers zijn opgetrokken uit betonstenen met een kern van ongewapend beton. De beschoeiing van de Maasoevers en de stuwvloer is gestort met beton, plaatselijk versterkt met gietijzeren profielen en opgesloten tussen ijzeren damwanden.
De stuwbruggen beslaan de twee westelijke vakken van de Maas en hebben aan de zuidelijke, stroomopwaardse zijde een op consoles aangelast bordes voor de verrijdbare kraanwagens, die de schuiven bedienen. Het bordes is ook aan de overige Gelderse brugsegmenten gemaakt, zodat de wagens aan die zijde kunnen worden onderhouden. De stuw kan worden afgesloten door een systeem van tegen jukken steunende schuiven. De zware metalen wielschuiven bewegen in drie rijen boven elkaar verticaal in de jukken. De jukken zijn draaibaar aan de stroomopwaartse zijde van de vaste bruggen opgehangen, zodat ze bij het openen van de stuw met de stroom mee draaien. Dit bood belangrijke voordelen. Het snel openen van de stuw, bijvoorbeeld in het geval van plotselinge ijsgang, was zo mogelijk. Het sluiten is door deze constructie echter moeilijker: de jukken zijn moeilijk weer in de onderslag op de stuwvloer te krijgen. Te Grave is dit probleem opgelost door de toepassing van een vernuftig hefsysteem met kettingen en katrollen, door een kraanwagen bediend. Dit systeem werd gebruikt naar voorbeeld van een nieuwe stuw in de Oder bij Ransers. In 1975 zijn de stuwjukken en de schuiven vervangen en is de bediening gemoderniseerd. De stuwbewegingen worden sindsdien verricht vanuit een bedieningshuis op de middenpijler. Om de jukken met hun schuiven tegen de onderkant van de brug te hijsen en te vergrendelen zijn twee nieuwe kraanwagens aangeschaft.
De sluis ligt op het grondgebied van Gelderland. Deze sluis werd uitgevoerd volgens het algemene werkplan voor de Werken der Maaskanalisatie. De wijdte bedraagt 14 meter, de schutkolk 16 meter bij 100 meter. De sluis, die nog met de hand wordt bediend, werd in 1972 met een tweede schutsluis van 16 meter doorvaartwijdte en 142 meter schutlengte uitgebreid. Toen zijn ook de voorhavens uitgebreid en werd een bedieningsgebouw voor de bewegingsinrichtingen van de sluisdeuren gebouwd. Om ook tijdens de hoogste waterstanden watervrij te blijven is het bedieningshuis op kolommen gebouwd.
Waardering
Het object is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een geografische en technische ontwikkeling, namelijk de ontsluiting van het rivierengebied en de totstandkoming van betere verkeersverbindingen tussen noord en zuid in het Interbellum; het is van bijzondere betekenis voor de geschiedenis van de bouwtechniek in ijzer en staal; het is tevens van belang voor de typologische ontwikkeling van de grote verkeersburggen. Het heeft een bijzondere betekenis wegens de situering, verbonden met de ontwikkeling van de streek en tevens een bijzondere betekenis voor het aanzien van de streek. Het heeft ensemblewaarden door de relatie van de brug met de wegen en wateren en het stadsbeeldvan Grave. Het is zeldzaam vanwege de toegepaste combinatie van brug en stuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The TRAFFIC BRIDGE with underlying WEIR AND LOCK COMPLEX over the Maas near Grave dates from 1926-1929 and was constructed according to a design by ir. C.F. Egelie, engineer of Rijkswaterstaat. With the construction of the bridge and the replacement of the Graafse wire ferry, the aim was to accelerate traffic flow on the connection between Bergen op Zoom and Nijmegen, laid out between 1819 and 1840. Furthermore, in the context of normalization works on the Maas near Grave, a lock-weir complex was constructed. Bridge, lock and weir were combined; the same substructure was used for the Maas bed. Moreover, the weir was 'suspended' from the bridge.
The pillars of the weir bridges were supplied by N.V. Internationale Gewapend Beton Bouw in Breda. The further substructure of the bridge, as well as the substructure of the weir, were provided by N.V. Christiani & Nielsen's Gewapend Beton Maatschappij in 's-Gravenhage. The superstructure of the weir bridges and the sluice gates of the weirs were supplied by Werkspoor, while the remaining bridge segments were undertaken by N.V. Pletterij v/h L.I. Enthoven & Cie. in Delft. Machinefabriek Jaffa in Utrecht provided the operating mechanisms. The complex was opened on Saturday 5 October 1929 by Minister of Waterworks mr. Reymer. The lock was partially modernized after the Second World War and is located on the territory of the Gelderland municipality of Heumen. The eastern part of the weir and bridge, with the associated service dwellings and transformer house, also lie partly on Gelderland territory.
Within the municipality of Grave, only the part of the bridge and weir located on the territory of that municipality falls within the protection.
Description
The traffic bridge is a stiffened, almost entirely riveted steel bridge consisting of nine segments resting on seven pillars and two abutments. The total length between the outer faces of the abutments measures 515 metres. The segments have varying lengths, and consequently, varying heights. The rule is that the parts above the lock and weir have the same, greater length (60 metres) as those above the floodplains (50 metres). On the Brabant side, the last segment above the floodplain, bordering the weir and originally intended to form part of it (after the closure of the Beerse spillway), has a different structure than the others. The middle weir bridge is slightly larger than the other segments due to the fish pass present in the current pillar. The first section, bordering the lock, above the Gelderland floodplain is as wide as the sections above the river: this opening was from the outset intended for a possible expansion of the lock. The three weir bridges are level and have a navigation clearance of 4.8 metres. The remaining bridge segments have a gradient of 1:80. The walls of the bridge segments are lattice girders with curved upper edges, inclined end posts, verticals and rising and falling diagonals. The weir bridges have additional intermediate diagonals and verticals. Through the use of angle irons, the northern and southern walls of one segment are connected by a lower and an upper wind-bracing. The resulting portal is further stiffened by the use of tension profiles in the form of St Andrew's crosses. Below the bridge, the two-lane reinforced concrete roadway (width 7.5 metres) is supported by rolled standard section beams running lengthwise with a relatively narrow flange.
On the northern, downstream side is a suspended bridge (width 1.6 metres) for slow traffic, also with a reinforced concrete roadway, resting on standard section beams. Below all segments, except above the weir, hangs an original mobile painter's bridge. Abutments and pillars are constructed of concrete blocks with a core of unreinforced concrete. The lining of the Maas banks and the weir floor is cast concrete, locally reinforced with cast iron profiles and enclosed between iron sheet piling.
The weir bridges span the two western bays of the Maas and have on the southern, upstream side a platform welded to consoles for the mobile crane wagons that operate the sluice gates. The platform is also constructed on the other Gelderland bridge segments, so that the wagons can be maintained on that side. The weir can be closed by a system of sluice gates supported against yokes. The heavy metal wheel sluice gates move vertically in three rows one above the other in the yokes. The yokes are pivotally suspended on the upstream side of the fixed bridges, so that they rotate with the current when the weir opens. This offered significant advantages. Rapid opening of the weir, for example in the event of sudden ice movement, was thus possible. Closing, however, is made more difficult by this construction: the yokes are difficult to return to the seating on the weir floor. At Grave, this problem was solved by the application of an ingenious lifting system with chains and pulleys, operated by a crane wagon. This system was used following the example of a new weir on the Oder at Ransers. In 1975, the weir yokes and sluice gates were replaced and the operation was modernized. Weir operations have since been carried out from an operating house on the central pillar. To hoist and lock the yokes with their gates against the underside of the bridge, two new crane wagons were acquired.
The lock is located on the territory of Gelderland. This lock was executed according to the general working plan for the Maas Canalization Works. The width is 14 metres, the lock chamber 16 metres by 100 metres. The lock, which is still operated by hand, was expanded in 1972 with a second lock of 16 metres navigation width and 142 metres lock length. At that time, the approach harbours were also expanded and an operating building for the operating mechanisms of the lock gates was constructed. In order to remain water-free even during the highest water levels, the operating house was constructed on columns.
Valuation
The object is of general interest. It has cultural-historical value as an expression of a geographical and technical development, namely the opening up of the river area and the creation of better traffic connections between north and south in the Interwar period; it is of particular significance for the history of construction techniques in iron and steel; it is also of importance for the typological development of large traffic bridges. It has particular significance due to its location, connected with the development of the region, and also particular significance for the character of the region. It has ensemble values through the relationship of the bridge with the roads and waterways and the townscape of Grave. It is rare due to the applied combination of bridge and weir.
Nearby in the register
- Kazemat (B10), Gemaal van SasseKazematunder 1 mi
- Verkeersbrug, over de Maas Malden (Heumen 25)Brugunder 1 mi
- Gemaal Van SasseGemaalunder 1 mi
- Kerk, Klokstraatje 2Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.