TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Florapark 8 B

Haarlem, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1885
Address
Florapark 8 B, 2012 HK Haarlem (and others)
Place
Haarlem
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.37179, 4.62852
Monument number
513371

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1885 gebouwde VRIJSTAANDE VILLA in neo-renaissance stijl. De villa, gelegen aan de zuidoostzijde van het Florapark, is gebouwd in opdracht van Jan Krol Kzn. Het pand is thans (1993) in gebruik als kantoorruimte.

Het Florapark werd in 1873 door L.P. Zocher ontworpen en maakte onderdeel uit van een plan voor de aanleg en bebouwing van het Hazepatersveld. Het Hazepatersveld was een weiland, gelegen tussen de Dreef, Hazepaterslaan en Wagenweg, dat kort vóór 1873 door de gemeente Haarlem was aangekocht van de Doopsgezinde gemeente. De gemeente Haarlem stond voor ogen het weiland te transformeren tot een villapark en zij gaf hiertoe het bedrijf van L.P. Zocher's vader, J.D. Zocher & Co., de opdracht om een plan voor aanleg en bebouwing van het Hazepatersveld te ontwerpen.

In dit plan van aanleg, dat in 1873 gereed kwam, is een contrast zichtbaar tussen enerzijds de formele, stedelijke aanleg zoals die aan het Floraplein en de Dreef gedacht was en anderzijds de landschappelijke aanleg van het Florapark en een deel van de Hazepaterslaan.

In totaal waren er in het plan 50 woonhuizen geprojecteerd. In de uiteindelijke uitvoering zouden er echter 56 worden gerealiseerd, waardoor er sprake is van een zekere verdichting van het oorspronkelijke ontwerp.

Als eerste kwam de stedelijk aandoende eclectische bebouwing langs het Floraplein tot stand (1876-'77), gevolgd door de neo-renaissancistische woonblokken langs de Dreef (1880 en 1882). Het Florapark en het westelijk deel van de Hazepaterslaan raakten pas in de periode na 1880 bebouwd, nadat de in Engelse landschapsstijl ontworpen parkaanleg alhier was voltooid.

In het Florapark werden in de periode 1880-1892 acht vrijstaande villa's en drie dubbele villa's gebouwd. Eén van deze villa's, gelegen op de hoek met de Wagenweg, werd in 1939 afgebroken en vervangen door een school. De overige villa's zijn echter nog in het park aanwezig en verkeren voor een groot deel nog in orginele staat. Ook de parkaanleg en de kavelverdeling (er heeft geen verdichting van de percelen plaatsgevonden) zijn nog merendeels oorspronkelijk. Het Florapark heeft hierdoor zijn aanzicht als villapark behouden.

De erfafscheidingen tussen de openbare weg en de percelen aan het Florapark, Dreef en Hazepaterslaan zijn bij de aanleg van het villapark in één uniforme stijl ontworpen. Deze oorspronkelijke erfafscheidingen zijn nog bij alle panden aanwezig, al dan niet deels opnieuw opgebouwd.

Omschrijving

Vrijstaande villa van drie bouwlagen: begane grond, verdieping en kapverdieping. Het pand is gebouwd op een in hoofdvorm rechthoekig grondplan en wordt gedekt door een samengestelde kap bekleed met grijze shingles.

Het pand is opgetrokken in rode baksteen op een natuurstenen plint. De detailleringen in de gevels zijn van pleisterwerk of natuursteen. Tussen de begane grond en de verdieping is een omlopende natuurstenen geprofileerde cordonlijst aangebracht. Voorts zijn er enkele speklagen van pleisterwerk omlopend over het pand aangebracht. Op de hoeken van de gevels en gevelvlakken zijn gepleisterde en gebosseerde lisenen aangebracht. Ook de stenen in de strekken boven de vensters en deuren zijn deels bepleisterd. Langs de dakrand bevindt zich een omlopende houten geprofileerde kroonlijst met vlak daaronder een smalle eierlijst.

De voorgevel (noordoost) is vrijwel symmetrisch van opzet en bestaat uit een middenstuk van drie traveeën breed met aan weerszijden daarvan een aangebouwde zijvleugel over twee bouwlagen. De linker en rechter travee van het middenstuk zijn iets risalerend en worden afgesloten door een tuitgevel met neo-renaissance detailleringen zoals onder meer bepleisterde afdekplaten en siermuurankers. De twee tuitgevels worden bekroond door een siersmeedijzeren windvaan. De middelste, iets terugwijkende, travee van het middenstuk omvat de entree met daarboven een balkon. De entree bestaat uit een dubbele houten bewerkte paneeldeur met een bovenlicht met smeedijzeren rooster. Rechts van de entree, die bereikbaar is door middel van een twee treden tellende natuurstenen trap, bevindt zich een jaartalsteen met het bouwjaar 1885. Het balkon heeft een bepleisterde balustrade die wordt afgedekt door een natuurstenen plaat en een dubbele openslaande deur met bovenlicht. De aangebouwde zijvleugels worden afgesloten door een plat dak met op de randen een houten balustrade. De voorgevel heeft voornamelijk houten schuifvensters, op de verdieping voorzien van een T-vorm. In de linker zijvleugel zijn de oorspronkelijke vensters op de begane grond vervangen door een groot nieuw raam. De vensters op de verdieping van de twee risalerende traveeën in het middenstuk, hebben een halfronde boogtrommel boven de ramen gevuld met een mozaïek van gele, rode en blauwe steentjes. In de tuitgevels bevinden zich twee aan twee gekoppelde draaivensters. Een aantal vensters in de voorgevel is voorzien van voorzetramen.

De zuidoostgevel heeft ter hoogte van de zijvleugel op de verdieping twee houten T-schuifvensters. Op de begane grond bevinden zich in deze zijde van de zijvleugel geen vensters. De achterzijde van de zijvleugel kent zowel op de begane grond als verdieping een enigszins vernieuwd groot venster. Boven de zijvleugel bevindt zich, tegen het middengedeelte van het pand aan, een tuitgevel identiek aan de tuitgevels in de voorgevel. Deze tuitgevel wordt bekroond door een siersmeedijzeren versiering. De zuidoostgevel gaat voorts geleidelijk over in de achtergevel en haar erker-uitbouwen en kent nog een viertal houten schuifvensters.

De achtergevel (zuidwest) is uitgebreid met twee bakstenen erkers van twee bouwlagen, gebouwd in de stijl van het pand. De twee erker-uitbouwen, die circa twee meter van elkaar staan met daar tussenin onder meer een brandtrap, worden afgesloten door een plat dak. De linker erker bezit nog merendeels de oorspronkelijke vensters en deuren, bestaande uit onder meer houten T-schuifvensters op de verdieping en een houten samengesteld draaiend venster en een houten achterdeur op de begane grond. De rechter erker bezit op de verdieping onder meer een uit drie delen bestaand groot en enigszins vernieuwd venster. Op de begane grond bevinden zich in deze erker onder meer dubbele houten tuindeuren die bereikbaar zijn door middel van een vijftreeds stenen trap. De linker erker is aan de linkerzijde (noordwest) in een latere periode (na de Tweede Wereldoorlog) uitgebreid met een aanbouw van eveneens twee bouwlagen hoogte en onder plat dak. Deze aanbouw, die onder meer een tweetal nieuwe houten T-vensters bevat, is qua vormgeving en detaillering enigszins aangepast aan de stijl van het pand. De na-oorlogse aanbouw loopt door in de noordwest-gevel en wordt deels, op punten waar de verdieping overkragend is, ondersteund door pilaren.

De noordwestgevel is, buiten de nieuwere na-oorlogse aanbouw om, twee traveeën breed. De rechter risalerende travee is door de daklijst heen doorgetrokken en wordt afgesloten door een afgeknot zadeldak met wolfseind. Deze travee telt één vensteras met daarin onder meer in vieren gedeelde houten draaivensters. De linker travee van de noordwestgevel kent een driezijdige bakstenen uitbouw over de begane grond en verdieping. In deze uitbouw bevindt zich in elke zijde een houten schuifvenster.

Het interieur van het pand is grotendeels gewijzigd en de oorspronkelijke tuin rondom de villa is vrijwel geheel ingericht als parkeerplaats.

De villa bezit aan de straatzijde nog de oorspronkelijke erfafscheiding. Deze erfafscheiding bestaat uit een laag bakstenen muurtje afgedekt door een hardstenen plint, met daar bovenop een donkergroen geverfd smeedijzeren sierhekwerk. De erfafscheiding wordt op twee plaatsen onderbroken voor een entree. Deze entrees bestaan uit dubbele openslaande hekwerken die aan weerszijden worden gemarkeerd door een donkergroen geverfde gecanneleerde ijzeren zuil op een hardstenen basement. Het Korintisch kapiteel van de zuil wordt bekroond door een in goudkleur geverfde dennenappel.

Waardering

Overwegend gaaf bewaarde villa met bijbehorende erfafscheiding van algemeen belang wegens cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde, alsmede wegens ensemblewaarde als onderdeel van de villa-bebouwing in het door zijn landschappelijke aanleg waardevolle Florapark.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A detached villa built in 1885 in neo-Renaissance style. The villa, located on the south-east side of the Florapark, was built on the instructions of Jan Krol Kzn. The building is currently (1993) in use as office space.

The Florapark was designed in 1873 by L.P. Zocher and formed part of a plan for the development and construction of the Hazepatersveld. The Hazepatersveld was a meadow, located between the Dreef, Hazepaterslaan and Wagenweg, which shortly before 1873 had been purchased by the municipality of Haarlem from the Mennonite congregation. The municipality of Haarlem intended to transform the meadow into a villa park and for this purpose commissioned the business of L.P. Zocher's father, J.D. Zocher & Co., to design a plan for the development and construction of the Hazepatersveld.

In this development plan, which was completed in 1873, a contrast is visible between on the one hand the formal, urban layout as was envisioned for the Floraplein and the Dreef and on the other hand the landscape layout of the Florapark and part of the Hazepaterslaan.

In total, 50 residential houses were projected in the plan. In the final execution, however, 56 would be realized, resulting in a certain densification of the original design.

First, the urban-looking eclectic buildings along the Floraplein were constructed (1876-'77), followed by the neo-Renaissance residential blocks along the Dreef (1880 and 1882). The Florapark and the western part of the Hazepaterslaan were only built in the period after 1880, after the park layout designed in English landscape style had been completed here.

In the Florapark, eight detached villas and three semi-detached villas were built in the period 1880-1892. One of these villas, located at the corner with the Wagenweg, was demolished in 1939 and replaced by a school. The remaining villas, however, are still present in the park and largely retain their original condition. The park layout and the plot division (no densification of the plots has taken place) are also largely original. The Florapark has thereby retained its appearance as a villa park.

The boundary enclosures between the public road and the plots at the Florapark, Dreef and Hazepaterslaan were designed in a single uniform style when the villa park was laid out. These original boundary enclosures are still present at all properties, partly rebuilt or otherwise.

Description

A detached villa of three storeys: ground floor, first floor and attic storey. The building is constructed on a rectangular ground plan and is covered by a compound roof covered with grey shingles.

The building is built in red brick on a natural stone plinth. The details in the facades are of plaster or natural stone. Between the ground floor and the first floor an encircling natural stone moulded drip moulding has been applied. Furthermore, several stone courses of plaster have been applied encircling the building. On the corners of the facades and facade surfaces plastered and rusticated pilasters have been applied. The stones in the courses above the windows and doors are partly plastered. Along the roof edge there is an encircling wooden moulded cornice with a narrow egg-and-dart moulding directly below it.

The front facade (north-east) is virtually symmetrical in layout and consists of a centre section three bays wide with a built-on side wing over two storeys on either side. The left and right bays of the centre section are slightly projecting and are terminated by a spout gable with neo-Renaissance details such as plastered coping slabs and ornamental wall anchors. The two spout gables are crowned by a decorative wrought-iron weather vane. The middle, slightly recessed, bay of the centre section contains the entrance with a balcony above it. The entrance consists of a double wooden worked panel door with a fanlight with wrought-iron grille. To the right of the entrance, which is accessible by means of a two-step natural stone staircase, is a date stone with the construction year 1885. The balcony has a plastered balustrade which is covered by a natural stone slab and a double opening door with fanlight. The built-on side wings are terminated by a flat roof with a wooden balustrade on the edges. The front facade has mainly wooden sash windows, on the first floor provided with a T-shape. In the left side wing the original windows on the ground floor have been replaced by a large new window. The windows on the first floor of the two projecting bays in the centre section have a semi-circular arch barrel above the windows filled with a mosaic of yellow, red and blue stones. In the spout gables there are two pairs of coupled casement windows. A number of windows in the front facade are provided with secondary windows.

The south-east facade has at the level of the side wing on the first floor two wooden T-sash windows. On the ground floor there are no windows in this side of the side wing. The rear of the side wing has a somewhat renovated large window on both the ground floor and first floor. Above the side wing, against the middle section of the building, is a spout gable identical to the spout gables in the front facade. This spout gable is crowned by a decorative wrought-iron ornament. The south-east facade then gradually transitions into the rear facade and its bay window extensions and has a further four wooden sash windows.

The rear facade (south-west) is extended with two brick bays of two storeys, built in the style of the building. The two bay extensions, which stand approximately two metres apart with a fire escape between them among other things, are terminated by a flat roof. The left bay still retains largely the original windows and doors, consisting of among other things wooden T-sash windows on the first floor and a wooden composite casement window and a wooden rear door on the ground floor. The right bay has on the first floor among other things a large three-part somewhat renovated window. On the ground floor there are in this bay among other things double wooden garden doors which are accessible by means of a five-step stone staircase. The left bay is on its left side (north-west) in a later period (after the Second World War) extended with an extension also two storeys high and with a flat roof. This extension, which among other things contains a couple of new wooden T-windows, is in terms of design and detailing somewhat adapted to the style of the building. The post-war extension continues into the north-west facade and is partly, at points where the first floor projects, supported by pilasters.

The north-west facade, apart from the newer post-war extension, is two bays wide. The right projecting bay is carried through above the roof line and is terminated by a truncated gabled roof with half-hipped end. This bay has one window tier with among other things wooden casement windows divided into four panes. The left bay of the north-west facade has a three-sided brick extension over the ground floor and first floor. In this extension there is in each side a wooden sash window.

The interior of the building has been largely altered and the original garden around the villa has been almost entirely converted into a car park.

The villa still possesses the original boundary enclosure on the street side. This boundary enclosure consists of a low brick wall covered by a hard stone plinth, with decorative wrought-iron fencing painted dark green on top of it. The boundary enclosure is interrupted at two points for an entrance. These entrances consist of double opening gates which are marked on either side by a dark green painted fluted iron column on a hard stone basement. The Corinthian capital of the column is crowned by a pine cone painted in gold colour.

Valuation

A largely well-preserved villa with associated boundary enclosure of general importance on account of cultural-historical and architectural-historical value, as well as on account of ensemble value as part of the villa development in the valuable Florapark, distinguished by its landscape layout.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map