Rijksmonumentenregister · Netherlands
Huize Olterterp
Olterterp, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1906 - 1907
- Address
- Van Harinxmaweg 17, 9246 TL Olterterp (Opsterland 21)
- Place
- Olterterp
- Municipality
- Opsterland
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.06482, 6.09917
- Part of complex
- 513167
- Monument number
- 513168
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University Library
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 8 Heerenveen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het LANDHUIS en de TUINAANLEG van Olterterp, thans hoofdkantoor van het Fryske Gea, is het hoofdgebouw van het vm. landgoed Olterterp. Het landhuis vervangt het Slot Boelens uit 1793 dat in 1906 werd afgebroken. Antoinetta Philippine van Boelens en haar echtgenoot jonkheer Rudolf Sandberg, advocaat-generaal bij het gerechtshof van Arnhem, lieten het nieuwe landhuis bouwen dat in 1907 gereed kwam. Volgens overlevering was de schoonzoon Herman Hendrik Sandberg van Boelens uit Breda, ingenieur bij de Staats Spoorwegen, ontwerper van het woonhuis. Aannemer was Anne Durks Schroor uit Beetsterzwaag. Het huis is daarna voornamelijk inwendig verbouwd, als gevolg van de verschillende bestemmingen die het heeft gekend; evenwel zonder dat dit tot structurele verstoringen heeft geleid. Het landhuis ligt ruim teruggerooid van de weg in een tuinaanleg in landschapsstijl met een slingerende vijverpartij, opgeworpen aardhopen, een beukenlaan, solitaire bomen (beuken, berken en larix) en randbegroeiing. Het is mogelijk dat de tuinarchitect L. Roodbaard uit Leeuwarden voor de aanleg ervan van advies heeft gediend, toen hij in de 30-er jaren van de 19de eeuw in het naburige Beetsterzwaag werkzaam was.
Omschrijving
Het landhuis heeft globaal een rechthoekig grondplan met een verspringende contemporaine uitbouw, de dienstenvleugel, en aan de oost-, zuid- en westgevel serres onder platte daken. Het hoofdvolume bestaat uit twee bouwlagen onder een schilddak met beglaasde pseudo-uileborden en een zeer groot dakoverstek. De uitbouw aan de zuidzijde bestaat uit twee bouwlagen onder een wolfdak, waarvan de naald aansluit op de keper van het hoofdgebouw. De dakschilden zijn belegd met bruin geglazuurde kruispannen: op het oostelijke dakschild een schoorsteen, een brede getoogde kajuit met vier negenruitsvensters in het midden en een kleine kajuit met een negenruitsvenster rechts ervan; op het noordelijke dakschild twee schoorstenen aan weerszijden van een kajuit met twee negenruitsvensters; op het westelijke dakschild twee dubbele kajuiten met gebogen afsluiting en negenruitsvensters en een schoorsteen. Alle schoorstenen zijn gemetseld en hebben een verdikte rookmond. Het hoofdvolume heeft een borstwering tot aan de wisseldorpel van de kozijnen van de eerste bouwlaag in schoon metselwerk: een halve baksteen vorengemetseld trasraam afgesloten door afgeschuinde kopse stenen en een rood gevoegde bruine bakstenen gevelwand. Boven de wisseldorpel is de gevel wit gepleisterd, met uitzondering van de streklagen boven de lichtopeningen en de gevellijst. De lichtopeningen van de eerste bouwlaag hebben een natuurstenen lekdorpel en luiken voor de onderramen; de lichtopeningen in de tweede bouwlaag hebben bakstenen lekdorpels en geen blinden; alle lichtopeningen zijn voorzien van bovenlichten met glas-in-lood. Het overstek rust op eenvoudig versierde balkjes. De aangebouwde vleugel, waarin voorheen de dienstenvertrekken, is in de detaillering van het exterieur bescheidener: deze is lager en heeft alleen een trasraam als het hoofdvolume, de lekdorpels op beide bouwlagen zijn van baksteen, de lichtopeningen hebben geen glas-in-lood, het dakoverstek wordt door muurstijlen met korbelen gestut. In het midden van de noordgevel zit de toegangsdeur onder een gebogen deurkalf met klopper, de boven- en zijlichten hebben gevlochten traliewerk; een bakstenen stoep; het geheel onder een getuide luifel; aan weerszijden zijn tweelichtvensters met luiken. In de tweede bouwlaag een tweelichtvenster en een enkelruitsvenster.
De oostgevel is optisch in drieën verdeeld: in het rechterdeel een driezijdige erker op bakstenen voet, vensters met bovenlichten onder een plat dak met balkon waarop dubbele balkondeuren onder bovenlicht. Het balkon vormt de visuele verbinding met de middenpartij. De stijlen van de balustrade zijn eenvoudig versierd. Bepalend in dit gedeelte is de grote houten serre met dubbele tuindeuren en bovenlichten. Op het balkon twee dubbele balkondeuren onder bovenlichten. Het linkergedeelte van de oostgevel heeft vier-lichtsvensters in beide bouwlagen. Aan de krimp tussen het hoofdvolume en de uitbouw is een rood gevoegde, bakstenen serre met tuindeuren met bovenlicht en een ommuurd terras; aan de zuidzijde een H-venster; op het platte dak een balkon met houten balustrade. In de zuidgevel van het hoofdvolume zijn balkondeuren onder een bovenlicht. De oostgevel van de uitbouw heeft een klein, hooggeplaatst vierruitsvenster en in de tweede bouwlaag een tweelichtvenster. De zuidgevel van de uitbouw heeft een dienstingang met zijlicht en een zgn. melkmeisje waarvan de zijlichten en het bovenlicht meerruits zijn en voorzien van luiken. In de tweede bouwlaag zijn twee meerruitsvensters en een klein tweeruitsvenster; onder de dakvoet is een drielichtzolderverdiepingsraam. De westgevel is geleed door de uitbouw aan de zuidzijde en in het midden van het hoofdvolume is een serre. In de westgevel van de uitbouw een meerruitsvenster. In de eerste bouwlaag van het hoofdvolume een tweelichtvenster met luiken, kleine ruitjes aan weerszijden van de serre, twee H-vensters. In de hoek naast de uitbouw is een provisiekelderraam met koekkoek en getraliede lichtkolk. In de tweede bouwlaag een balkon, dat tevens dienst doet als klokkestoel voor een onversierde luidklok; balkondeuren; twee kruisvensters en een enkel- en drielichtvenster; 'klimmende' traplichten. De erker heeft een bakstenen trasraam met een houten opbouw van stijlen met H-vensters met bovenlichten.
Het interieur is hersteld en verbouwd 1991/1992. Het is wat structuur en de detaillering betreft nog tamelijk oorspronkelijk. Het bevat ondermeer nog de schuifdeuren in de grote kamer met serre, de haarden, de keuken met schouw, aanrecht en granitovloer en de open haltrap.
De tuinaanleg wordt aan het noorden begrensd door een oprit met bomenrij en sloot, aan het westen door de Achterwei, aan het zuiden door een tweede oprit en aan het oosten door de Van Harinxmaweg. Aan de westzijde van het hoofdhuis ligt een natuurvijver die de contour van de voormalige moestuin volgt. Langs de noordgrens loopt van oost naar west de voormalige Slotlaan. Enkele oude beuken en eiken vormen een restant van deze historische laan. Tussen de grote slingervijver op het voorterrein en de kleine vijver aan de Van Harinxmaweg ligt een langgerekte dalvormige open ruimte met gazon en slingerpaden.
Waardering
Het landhuis en tuinaanleg van Olterterp uit 1907 zijn van algemeen cultuurhistorisch belang:
- vanwege de historische betekenis van het landgoed in relatie tot de activiteiten familie Van Boelens,
- vanwege de hoge mate van belang als hoofdgebouw van het oorspronkelijke landgoed Olterterp,
- als hoofdobject in het complex en de samenstellende onderdelen ervan,
- vanwege de redelijke mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp,
- vanwege de hoge mate van belang voor het aanzien van het dorp,
- vanwege de redelijke mate van visuele gaafheid in de landschappelijke omgeving,
- vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur en van het interieur,
- vanwege de 19de-eeuwse landschapsaanleg met glooiende hoogteverschillen, waterpartijen en zichtlijnen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The COUNTRY HOUSE and GARDEN LAYOUT of Olterterp, now headquarters of the Fryske Gea, is the main building of the former estate Olterterp. The country house replaces Slot Boelens from 1793 which was demolished in 1906. Antoinetta Philippine van Boelens and her husband Jonkheer Rudolf Sandberg, advocate-general at the court of appeal of Arnhem, had the new country house built which was completed in 1907. According to tradition, the son-in-law Herman Hendrik Sandberg van Boelens from Breda, engineer with the State Railways, was the designer of the residence. The contractor was Anne Durks Schroor from Beetsterzwaag. The house was subsequently altered mainly internally, as a result of the various uses it has known; however without this leading to structural disturbances. The country house stands well back from the road in a garden layout in landscape style with a winding pond, raised earthworks, a beech avenue, solitary trees (beeches, birches and larch) and border vegetation. It is possible that the landscape architect L. Roodbaard from Leeuwarden served as adviser for its layout, when he was working in the nearby Beetsterzwaag in the 1830s.
Description
The country house has roughly a rectangular ground plan with a stepped contemporary extension, the service wing, and on the east, south and west facades conservatories under flat roofs. The main volume consists of two storeys under a hipped roof with glazed pseudo-crow's nests and a very large roof overhang. The extension on the south side consists of two storeys under a half-hipped roof, of which the ridge adjoins the rafter of the main building. The roof planes are covered with brown glazed cross tiles: on the eastern roof plane a chimney, a broad arched roof light with four nine-light windows in the middle and a small roof light with a nine-light window to the right of it; on the northern roof plane two chimneys on either side of a roof light with two nine-light windows; on the western roof plane two double roof lights with curved closing and nine-light windows and a chimney. All chimneys are mortared and have a thickened smoke outlet. The main volume has a parapet up to the transom bar of the window frames of the first storey in fair-faced masonry: a half brick laid forward in a pozzolanic-ash mortar window finished with chamfered end bricks and a red-jointed brown brick facade wall. Above the transom bar the facade is white rendered, except for the course lines above the light openings and the facade cornice. The light openings of the first storey have a natural stone drip moulding and shutters for the lower frames; the light openings in the second storey have brick drip mouldings and no shutters; all light openings are provided with fanlights with leaded glass. The overhang rests on simply decorated beams. The attached wing, which formerly contained the service rooms, is more modest in its exterior detailing: it is lower and has only a pozzolanic-ash mortar window like the main volume, the drip mouldings on both storeys are of brick, the light openings have no leaded glass, the roof overhang is supported by wall pilasters with corbels. In the middle of the north facade is the entrance door under a curved door frame with knocker, the fanlights and side lights have woven trellis work; a brick stoop; the whole under a braced porch; on either side are two-light windows with shutters. In the second storey a two-light window and a single-light window.
The east facade is optically divided into three parts: in the right section a three-sided bay window on brick base, windows with fanlights under a flat roof with balcony with double balcony doors under fanlight. The balcony forms the visual connection with the central section. The stiles of the balustrade are simply decorated. Determining in this section is the large wooden conservatory with double garden doors and fanlights. On the balcony two double balcony doors under fanlights. The left section of the east facade has four-light windows in both storeys. At the junction between the main volume and the extension is a red-jointed brick conservatory with garden doors with fanlight and a walled terrace; on the south side an H-window; on the flat roof a balcony with wooden balustrade. In the south facade of the main volume are balcony doors under a fanlight. The east facade of the extension has a small, high-placed four-light window and in the second storey a two-light window. The south facade of the extension has a service entrance with side light and a so-called maid's window of which the side lights and the fanlight have multiple lights and are provided with shutters. In the second storey are two multi-light windows and a small two-light window; under the eaves is a three-light attic storey window. The west facade is articulated by the extension on the south side and in the middle of the main volume is a conservatory. In the west facade of the extension a multi-light window. In the first storey of the main volume a two-light window with shutters, small panes on either side of the conservatory, two H-windows. In the corner next to the extension is a provisions cellar window with cuckoo and grilled light well. In the second storey a balcony, which also serves as a belfry for an undecorated bell; balcony doors; two cross windows and a single- and three-light window; 'climbing' staircase lights. The bay window has a brick pozzolanic-ash mortar window with a wooden structure of stiles with H-windows with fanlights.
The interior was restored and altered 1991/1992. It is still fairly original in structure and detailing. It contains among other things the sliding doors in the large room with conservatory, the fireplaces, the kitchen with chimney breast, sink and granite floor and the open staircase in the hall.
The garden layout is bounded on the north by a drive with tree row and ditch, on the west by the Achterwei, on the south by a second drive and on the east by the Van Harinxmaweg. On the west side of the main house lies a natural pond which follows the contour of the former kitchen garden. Along the northern border runs from east to west the former Slotlaan. A few old beeches and oaks form a remnant of this historic avenue. Between the large winding pond on the front grounds and the small pond at the Van Harinxmaweg lies an elongated valley-like open space with lawn and winding paths.
Valuation
The country house and garden layout of Olterterp from 1907 are of general cultural-historical importance:
- due to the historical significance of the estate in relation to the activities of the Van Boelens family,
- due to the high degree of importance as main building of the original estate Olterterp,
- as main object in the complex and its constituent components,
- due to the reasonable degree of aesthetic quality of the design,
- due to the high degree of importance for the appearance of the village,
- due to the reasonable degree of visual integrity in the landscape setting,
- due to the high degree of architectural integrity of the exterior and interior,
- due to the 19th-century landscape layout with rolling height differences, water features and sight lines.
Nearby in the register
- Koetshuis(L), Van Harinxmaweg bij 17Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Ketelhuis, Van Harinxmaweg bij 17Industrieunder 1 mi
- Kerk, Achterwei 6Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Boerderij, Van Harinxmaweg 7Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.