TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Van Houten kerkje

Weesp, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1904 - 1906
Address
Oudegracht 69, 1381 XX Weesp (Amsterdam 27)
Place
Weesp
Municipality
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.30603, 5.04345
Part of complex
512905
Monument number
512906

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "Rijnland" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Brede eenbeukige ZAALKERK, hoofdonderdeel van het Nederlandsche Protestantenbond-complex te Weesp. De eerste bouwtekenigen van de kerk dateren uit 1904. Op 9 december 1906 werd de kerk ingewijd. In 1940 werd de kerk door de firma Van Houten aan de NPB geschonken. De kerk is gebouwd in overgangsarchitectuur met in het exterieur veel neo-romaanse stijlmotieven. In het interieur zijn ook rationalistische en Jugendstil-elementen aanwijsbaar. Aan de zijde van de absis, de oostzijde, zijn de consistorie en pastorie aangebouwd.

In 1973 werd de leien dakbedekking vervangen door asfaltbitumen. In 1990 werden de asfaltbitumen vervangen door vezel-cementleien (ook wel kunstleien genoemd). Alleen de torenspits is nog bekleed met de oorspronkelijke leien. De dakkapellen waren in oorsprong voorzien van houten, met lood omklede, bolvormige nokpirons.

Omschrijving

Eenbeukige zaalkerk ter diepte van vijf traveeën met ingebouwde toren aan de westzijde en een rechthoekige absis aan de oostzijde. De kerk heeft een hoogte van een bouwlaag onder een zadeldak, in oorsprong gedekt met leien in Maasdekking. Het dak ligt verzonken tussen de hoger opgemetselde kopgevels met zandstenen afdeklijsten. De noklijn, die loodrecht op de Oudegracht staat, wordt doorsneden door twee vierkante daklantaarns ter ontluchting van de kap. De daklantaarns hebben een tentdak en nokpiron. De dakschilden worden bij de dakaanzet doorsneden door vijf grote dakkapellen ten behoeve van de lichtbeuk in de kerkruimte. Deze, in totaal dus tien, dakkapellen zijn alle voorzien van drie gekoppelde rondboogvensters met gekleurde glas-in-loodramen en worden afgesloten door een ingestoken zadeldak. Nog hoger in de dakschilden zijn in elk dakschild vier kleine dakkapellen onder ingestoken schildeind aangebracht ter ventilatie van de zolderruimte.

De kerk is opgetrokken in rode machinale baksteen, gemetseld in kruisverband, boven een hardstenen plint. De voegen zijn geknipt. De gevels zijn voorzien van motieven en accenten in gekleurde en geglazuurde baksteen en in zandsteen.

De symmetrisch ingedeelde voorgevel (O) heeft een breedte van vijf vensterassen, opgebouwd uit een middenpartij ter breedte van één vensteras met aan weerszijden een geveldeel ter breedte van één vensteras afgesloten door een lessenaarsdak. Op de hoeken van de voorgevel bevindt zich een uitbouw ter breedte van één vensteras. De nadruk ligt op de middenpartij ter breedte van de toren. Op hoeken van de toren c.q. licht risalerende middenpartij, zijn lisenen aangebracht. De toren heeft een vierledige opbouw. Op de begane grond bevindt zich de entree, bestaande uit een portiek met rondboogvormige opening, smeedijzeren toegangshek, één centrale dubbele paneeldeur en twee zij-ingangen met een paneeldeur. Portiek en rondboogvormige omlijsting zijn uitgevoerd in baksteen en zandsteen, in een neo-romaanse stijl. Boven het portiek is in roodkoperen letters "NED. PROTESTANTENBOND" aangebracht. De entree is bereikbaar via twee hardstenen treden. In de eerste geleding van de toren bevinden zich genoemde entree en een fries in baksteen en zandsteen met gedecoreerde cassettes. In de tweede geleding bevindt zich een zandstenen roosvenster met gekleurde glas-in-loodramen met een deels in zandsteen uitgevoerd keperfries erboven. De derde geleding van de toren is de klokkeverdieping en bevat aan drie zijden een reeks rondboogvormige nissen, die om de ander zijn geopend als galmgat. De vierde geleding bevat de torenbeëindiging, met aan elke zijde een driehoekig bakstenen fronton met klein rond venster en daarboven de met leien beklede torenspits. De spits heeft een vierhoekige basis die halverwege overgaat in een achthoekige lantaarn met topgevels. Het achtzijdige bovendeel van de spits wordt bekroond door een windhaan. De geveldelen aan weerszijden van de middenpartij hebben een breedte van één vensteras en bevatten zowel op de begane grond als eerste verdieping een klein rondboogvenster met in oorsprong glas-in-loodramen. Deze geveldelen worden afgesloten door een lessenaarsdak dat eindigt ter hoogte van het keperfries van de middenpartij. De uitbouwen op de hoeken van de voorgevel bevatten beide een gekoppeld rondboogvenster met in oorsprong glas-in-loodramen. De linkeruitbouw heeft een hoogte van één bouwlaag en bevat een klein zij-vertrek, de rechteruitbouw heeft een hoogte van anderhalve bouwlaag en bevat het trappenhuis naar de toren. Beide uitbouwen worden afgesloten door een afgeplat schildeind.

De rechterzijgevel (Z) heeft een breedte van vijf traveeën, die van elkaar worden gescheiden door bakstenen steunberen afgesloten door een afzaat. De steunberen worden bovenlangs verbonden door een dubbele tandlijst. Elke travee bevat een grote ondiepe rondboogvormige nis, waarin drie gekoppelde rondboogvensters van gelijke grootte zijn aangebracht met gekleurde glas-in-loodramen. De boogtrommels zijn gevuld met decoratief metselwerk. De lekdorpels zijn vervaardigd van bruin geglazuurde baksteen. De gevel heeft bovenlangs, ter hoogte van de afzaat van de steunberen, een dubbele tandlijst. Direct daarboven wordt de gevel afgesloten door een uitgemetselde daklijst in decoratief mestelwerk en een eenvoudige bakgoot.

De achtergevel (O) heeft een kleine rechthoekige uitbouw ten behoeve van de absis. De absis wordt afgesloten door een zadeldak met noklijn loodrecht op de Oudegracht. Voorts zijn tegen de achtergevel de pastorie en de consistoriekamer aangebouwd.

De linkerzijgevel (N) heeft een zelfde opbouw en indeling als de rechterzijgevel.

Het interieur is nog vrijwel volledig intact, zowel wat betreft de afwerking van de nagelvaste onderdelen van de kerkruimte als losse onderdelen. De kerkruimte heeft een binnenwerkse lengte van 19.84 m en breedte van 11.93 m. De hoogte van de houten vloer tot de nok is 15.10 m. De kerkuimte wordt afgesloten door een houten tongewelf met zes gebogen houten spanten met een hammerbeam-achtige constructie. De aanzetten van de spanten rusten op zandstenen consoles. Ongeveer op eenderde van de hoogte zijn de spanten voorzien van ijzeren trekstangen. Voorts is het tongewelf voorzien van vele dunne ribben en horizontaal houten beschot, waarop bij de gewelfaanzet sjabloonschilderingen met gestileerde plantmotieven zijn aangebracht. De wanden van de kerkruimte zijn voorzien van een houten lambrizering. Daarboven waren de wanden in oorsprong voorzien van een grijze pleisterlaag (thans wit geschilderd). Enkele detailleringen, zoals de vensteromlijstingen, zijn uitgevoerd in schoonmetselwerk. Aan de oostzijde bevinden zich op een podium het houten preekgestoelte en in de hoeken twee kerkbanken voor de bestuursleden van de geloofsgemeenschap. Tussen preekgestoelte en hoekbanken bevinden zich in de oostelijke wand van de kerk twee paneeldeuren, waarvan de noordelijke toegang geeft tot de consistoriekamer, de zuidelijke tot de pastorie. Boven het preekgestoelte bevindt zich in een grote rondboogvormige nis de galerij voor het orgel. De orgelkas is uitgevoerd in eclectische stijl. Tweeklaviers rein-pneumatisch orgel met zelfstandig pedaal, gemaakt door de firma P.J. Adema en Zn. in 1907. Het orgelfront vormt een architectonsiche eenheid met het kerkgebouw.

Zowel preekgestoelte, kerkbanken, galerijen en lambrizeringen zijn uitgevoerd met panelen, voorzien van sober snij- en inlegwerk. De kerkbanken bestaan uit een aantal aaneengeschakelde houten stoelen met per zitplaats een lederen zitkussen. In de kerkuimte hangen twee grote messing Jugendstil-kroonluchters. Aan de langswanden zijn in totaal tien messing Jugendstil-wandarmaturen aangebracht. In de westwand bevinden zich de toegangsdeuren. In het midden bevindt zich een grote rondboog met dubbele paneeldeur van de hoofdingang, links en rechts daarvan een kleinere rondboog met paneeldeuren van de zij-ingangen. De boogvelden zijn gevuld met een vlakke pleisterlaag. Boven de ingangen bevindt zich een houten koor-galerij met drie rondbogen, waarvan de middelste het grootste is. Door het grote roosvenster in de westgevel treedt, via de grootste rondboog op de galerij, licht binnen in de kerkruimte. De galerij heeft een houten balustrade, rustend op houten en zandstenen consoles. Alle rondbogen in de westwand zijn uitgevoerd in schoonmetselwerk, met zandstenen accenten. In de zij-ruimten op de galerij en in de portieken van de zij-ingangen hangen nog enkele kleinere messing Jugendstil-kroonluchters.

Waardering

De zaalkerk is van algemeen belang als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het Nederlandsche Protestantenbond-complex te Weesp en als gaaf bewaard voorbeeld van kerkelijke bouwkunst uit het eerste decennium van de 20ste eeuw in de stijl van de overgangsarchitectuur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Broad single-aisle hall church, main component of the Nederlandsche Protestantenbond complex at Weesp. The first building drawings of the church date from 1904. On 9 December 1906 the church was consecrated. In 1940 the church was donated to the NPB by the firm Van Houten. The church is built in transitional architecture with many neo-Romanesque style motifs in the exterior. Rationalistic and Jugendstil elements are also discernible in the interior. On the side of the apse, the east side, the vestry and parsonage have been added.

In 1973 the slate roof covering was replaced by asphalt bitumen. In 1990 the asphalt bitumen was replaced by fibre-cement slates (also called artificial slates). Only the spire is still covered with the original slates. The roof dormer windows were originally fitted with wooden, lead-covered, spherical roof finials.

Description

Single-aisle hall church with a depth of five bays with an integrated tower on the west side and a rectangular apse on the east side. The church has a height of one storey beneath a gabled roof, originally covered with slates in Maas-style laying. The roof is recessed between the more highly built-up gable walls with sandstone coping strips. The roof ridge, which is perpendicular to the Oudegracht, is intersected by two square roof ventilation lanterns for ventilation of the roof structure. The roof ventilation lanterns have a tent roof and roof finial. The roof slopes are intersected at the roof junction by five large roof dormers for the benefit of the clerestory in the church interior. These, totalling ten, roof dormers are all fitted with three coupled round-arched windows with coloured stained glass and are closed off by an inset gabled roof. Further up in the roof slopes, in each roof slope four small roof dormers under inset half-hipped roofs are installed for ventilation of the attic space.

The church is built of red machine-made brick, laid in Flemish bond, above a hard stone plinth. The joints are flush-struck. The facades are furnished with motifs and accents in coloured and glazed brick and in sandstone.

The symmetrically planned front facade (W) has a width of five window axes, built up from a central section the width of one window axis with on either side a facade section the width of one window axis closed off by a lean-to roof. At the corners of the front facade is an outbuilding the width of one window axis. The emphasis lies on the central section the width of the tower. On corners of the tower or slightly projecting central section, pilasters are installed. The tower has a four-part structure. On the ground floor is the entrance, consisting of a portico with round-arched opening, wrought-iron access gate, one central double panelled door and two side entrances with a panelled door. Portico and round-arched surround are executed in brick and sandstone, in a neo-Romanesque style. Above the portico is "NED. PROTESTANTENBOND" inscribed in red copper letters. The entrance is accessed via two hard stone steps. In the first section of the tower is the aforementioned entrance and a frieze in brick and sandstone with decorated cassettes. In the second section is a sandstone rose window with coloured stained glass with a herringbone frieze partly executed in sandstone above it. The third section of the tower is the bell floor and contains on three sides a series of round-arched niches, which are alternately opened as sound holes. The fourth section contains the tower termination, with on each side a triangular brick pediment with small round window and above it the slate-covered tower spire. The spire has a square base which halfway transitions into an octagonal lantern with gable tops. The octagonal upper part of the spire is crowned by a weathervane. The facade sections on either side of the central part have a width of one window axis and contain both on the ground floor and first storey a small round-arched window with originally stained glass. These facade sections are closed off by a lean-to roof that ends at the height of the herringbone frieze of the central part. The outbuildings at the corners of the front facade each contain a coupled round-arched window with originally stained glass. The left outbuilding has a height of one storey and contains a small side room, the right outbuilding has a height of one and a half storeys and contains the staircase to the tower. Both outbuildings are closed off by a flattened half-hipped roof.

The right side facade (S) has a width of five bays, which are separated from each other by brick buttresses closed off by an offset. The buttresses are connected along the top by a double tooth-course moulding. Each bay contains a large shallow round-arched niche, in which three coupled round-arched windows of equal size are installed with coloured stained glass. The arch soffits are filled with decorative brickwork. The drip mouldings are made of brown glazed brick. The facade is topped, at the height of the offset of the buttresses, by a double tooth-course moulding. Directly above this the facade is closed off by a built-up drip moulding in decorative brickwork and a simple brick gutter.

The rear facade (E) has a small rectangular outbuilding for the benefit of the apse. The apse is closed off by a gabled roof with roof ridge perpendicular to the Oudegracht. Furthermore, against the rear facade the parsonage and the vestry room have been built.

The left side facade (N) has the same structure and layout as the right side facade.

The interior is still virtually completely intact, both regarding the finish of the fixed components of the church interior and loose components. The church interior has an internal length of 19.84 m and width of 11.93 m. The height from the wooden floor to the ridge is 15.10 m. The church interior is closed off by a wooden barrel vault with six curved wooden roof trusses with a hammer-beam-like structure. The bearings of the trusses rest on sandstone consoles. Approximately one-third of the way up, the trusses are fitted with iron tie-rods. Furthermore, the barrel vault is furnished with many slender ribs and horizontal wooden boarding, on which template paintings with stylized plant motifs are applied at the vault springing. The walls of the church interior are furnished with wooden wainscoting. Above this, the walls were originally furnished with a grey plaster layer (now painted white). Some detailing, such as the window surrounds, are executed in exposed brickwork. On the east side are on a platform the wooden pulpit and in the corners two church benches for the board members of the faith community. Between pulpit and corner benches are in the eastern wall of the church two panelled doors, of which the northern one gives access to the vestry room, the southern one to the parsonage. Above the pulpit is in a large round-arched niche the gallery for the organ. The organ case is executed in eclectic style. Two-manual pure pneumatic organ with independent pedal, made by the firm P.J. Adema and Son in 1907. The organ front forms an architectural unity with the church building.

Both pulpit, church benches, galleries and wainscoting are executed with panels, furnished with sober carved and inlaid work. The church benches consist of a number of linked wooden chairs with per seating place a leather seat cushion. In the church interior hang two large brass Jugendstil chandeliers. On the side walls are installed in total ten brass Jugendstil wall sconces. In the west wall are the access doors. In the middle is a large round arch with double panelled door of the main entrance, to the left and right of it a smaller round arch with panelled doors of the side entrances. The arch soffits are filled with a flat plaster layer. Above the entrances is a wooden choir gallery with three round arches, of which the middle one is the largest. Through the large rose window in the west facade, light enters the church interior via the largest round arch on the gallery. The gallery has a wooden balustrade, resting on wooden and sandstone consoles. All round arches in the west wall are executed in exposed brickwork, with sandstone accents. In the side spaces on the gallery and in the porticoes of the side entrances some smaller brass Jugendstil chandeliers still hang.

Valuation

The hall church is of general importance as a historic-functional main component of the Nederlandsche Protestantenbond complex at Weesp and as a well-preserved example of ecclesiastical architecture from the first decade of the 20th century in the style of transitional architecture.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map