TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Landhuis, Deventerweg 10

Terwolde, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1855
Address
Deventerweg 10, 7396 AX Terwolde (Voorst 25)
Place
Terwolde
Municipality
Voorst
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.27899, 6.10590
Part of complex
511826
Monument number
511825

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

4 historical maps cover this location, the earliest the 1843 map "08. Deventer (1843)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HOOFDGEBOUW (DE MATANZE). In eclectische trant omstreeks 1855 gebouwd en omstreeks 1876 ingrijpend verbouwd hoofdgebouw van de historische buitenplaats De Matanze, met enkele toevoegingen uit het begin van de twintigste eeuw op polyforme grondslag met serre, 5 zijdige uitbouwen, toren, veranda en balkon. Het gebouw is opgetrokken in door speklagen gelede baksteen en wordt overkapt door met leien gedekte schilddaken met gebogen dakschilden. Het gebouw rust op een driedelige naar onder toe trapsgewijs uitzwenkende bepleisterde voeting. Het in een vijverpartij in landschappelijke stijl gelegen gebouw is aan de noord- en zuidzijde door middel van een brug toegankelijk. De hoofdentree is aan de noordzijde gelegen en wordt vooraf gegaan door een stenen rondboogbrug, waarvan het stenen plankier naar de oprit halfrond uitzwenkt en rust op een rechte keermuur met blokmotief. De toegangsbrug is aan de voorzijde voorzien van twee stenen sierbollen op sokkel en van een siersmeedijzeren balustrade met voluutvormige spijlen met rozetten. De entree wordt overkapt door een rechthoekige houten baldakijn op 4 smeedijzeren zuilen, die één geheel vormen met de brug-balustrade. Het baldakijn is aan de onderzijde door een siersmeedijzeren lijst versierd en wordt aan de bovenzijde door een siersmeedijzeren balustrade met voluutvormige bloemranken bekroond. De aan de linkerzijde van de noordgevel gelegen ingangspartij bestaat uit een dubbele paneeldeur met glas-in-lood bovenlicht. Aan de noord en oostzijden en deels aan de westzijde worden de vensters geflankeerd door geblokte lisenen. De hoeken van de toren aan de noord- en westzijde en de hoeken van de 5 zijdige uitbouw aan de westzijde zijn eveneens van geblokte lisenen voorzien. Ter hoogte van genoemde lisenen en ter hoogte van de vensters springt de voeting iets naar voren. Ter hoogte van de verdieping wordt de gevel door een kroonlijstvormige cordonlijst geleed. De velden tussen en aan weerszijden van genoemde lisenen liggen iets terug en vertonen op de begane grond speklagen tussen bepleisterde verticale vlakken en op de verdieping rechthoekige, iets vooruitspringende bepleisterde vlakken. Boven de ingangspartij aan de noordzijde een T-venster. Er boven, op de tweede verdieping, een rechthoekige 2 ruitsdakkapel met gebogen fronton. Rechts van de entree bevindt zich de enigzins vooruitspringende toren met een centraal gelegen venstertravee. Op de begane grond, de eerste en tweede verdieging zit een T-venster en in de torenkap een oeil de boeuf. De torenkap wordt door een rechthoekige, rijk geprofileerde bekroning afgesloten, waarboven een windijzer is aangebracht. De hoeken van de toren worden vanaf de tweede verdieping door rijk versierde lijstvormige hoekprofielen met diamantkoppen, tandlijst, blokmotief en samengestelde kroonlijst benadrukt. De torenvensters en de vensters aan de westzijde zijn van houten, geprofileerde luifelkasten voorzien. Aan de linkerzijde van de westgevel de toren, met een zelfde gevel- en vensterindeling als aan de noordzijde. Het rechtergedeelte van deze gevel vertoont centraal een 5-zijdige uitbouw met aan de voorzijde begane grond een T-venster en op de verdieping een enkelruitsvenster. De schuine zijden van begane grond en verdieping hebben een 2 ruitsvenster. De vensters van de uitbouw op de verdieping worden bekroond door drie gebogen nissen met versieringen in "Pompeijaanse" stijl. Het centrale veld vertoont een schild waarin oorspronkelijk de naam "Matanze", (thans 1996: Zandman State), met aan weerszijden twee allegorische figuren, vermoedelijk voorstellende Fortuna (rechts) en Pallas Athene (links). In de ernaast gelegen velden een voorstelling van een vaasvormig ornament, met grotesken met dolfijnmotieven. Het ornament is gesigneerd met A. Gillet 1887. In de kap is centraal een oeil de boeuf aangebracht en aan de rechterkant van deze kap zitten eveneens twee oeil de boeufs. Aan de linkerzijde van de uitbouw bevindt zich een venstertravee met op de begane grond en de verdieping een T-venster en met in de kap een 2 ruitsdakkapel bekroond door een gebogen fronton. Aan de rechterzijde van de uitbouw heeft de begane grond een open loggia, die aan de westzijde twee rondbogen heeft en aan de zuidzijde een enkele rondboog. De rondbogen van de loggia rusten op samengestelde rechthoekige pijlers en een ronde zuil in het midden aan de westzijde. Boven de loggia bevindt zich de wintertuin uit omstreeks 1876, met aan de westzijde 2 grote rechthoekige vensters tussen Ionische pilasters. De wintertuin wordt overkapt door een afgeplat schilddak met een in 13 ruiten geleed dakschild. Centraal aan de zuidzijde bevindt zich de achteringang, die bereikbaar is via een onderkelderde bakstenen brug van later datum, volgens de overlevering ontworpen door Berlage. De bakstenen balustrade springt ter hoogte van de entree iets rechthoekig naar binnen en is ter hoogte van de oprit halfrond beëindigd. Aan de zijkanten van de balustrade bij de oprit 2 rechthoekige bakstenen plantenbakken. Deze entree wordt door een houten overkapping bekroond, met een zinken dak met gebogen dakschilden. Boven de entree een langwerpig, halfrond trappenhuisvenster met erboven een door lijstwerk, guirlandes en met halfrond fronton bekroond uurwerk. Aan weerszijden van de centrale venstertravee zwenkt het middengedeelte kwartcirkelvormig terug. In dit kwartcirkelvormige muurvlak bevinden zich aan weerszijden van de entree een gebogen 2 ruitsvenster. Aan de linkerzijde van het linkervenster zit in een halfronde nis een 2 ruitsvenster met halfrond bovenlicht. Op souterrainniveau bevinden zich eveneens twee gebogen 2 ruitsvensters. De zijgevels van de onderkelderde brug vertonen 3 rechthoekige vensters. De oostgevel heeft aan de rechterzijde twee venstertraveeën met rechts op de begane grond en op de eerste verdieping een T-ruitsvenster en links twee later aangebrachte trappenhuisvensters: onder een 3 ruitslicht en erboven een 6 ruitslicht. Op de tweede verdieping zitten twee 2 ruitsdakkapellen met gebogen fronton. Links hiervan is een 5-zijdige uitbouw met aan de voorzijde een venstertravee met op souterrainniveau 2 enkelruitsvensters, op de begane grond een 2 ruitsvenster, op de verdieping een T-ruitsvenster en op de kap een 2 ruitsdakkapel met gebogen fronton. In de schuine zijden van de begane grond zitten 2 ruitsvensters. Op de verdieping aan de linkerzijde is een dubbele openslaande deur met een bovenlicht, dat toegang geeft naar een op de verdieping gelegen terras. Dit terras heeft een smeedijzeren balustrade met verticale, horizontale en cirkelvormige stijlen en regels. Op de hoeken van het terras bevinden zich 3 pilasters en een vrijstaande, vierkante zuil van een voormalige pergola. Aan de linkerzijde van de uitbouw bevindt zich begane gronds een 4 ruitsvenster en op de verdieping een houten paneeldeur, die eveneens toegang geeft tot het terras. INTERIEUR: het hoofdtrappenhuis (bij de hoofdentree) vertoont een ovaalvormige eikenhouten trap met een eikenhouten gesloten balustrade en een lambrizering, voorzien van paneelvakken en met inbouwkasten, en is in zijn geheel in het begin van de 20ste eeuw door Berlage ontworpen. De lambrizeringen komen ook op de verdiepingen terug. De vloer van hal, gang en trappenhuis is uitgevoerd in zwarte en witte vierkante marmeren plavuizen. In de hal bevindt zich de toegangsdeur naar een zijvertrek. Deze deur is ontworpen door Berlage in de trant van de lambrizering van het trappenhuis. Aansluitend aan het trappenhuis is de gang gesitueerd, met paneeldeuren en een lambrizering die waarschijnlijk uit de bouwtijd van het huis stammen. Het tweede trappenhuis ligt achter en aansluitend aan deze gang. Het bestaat uit een omgaande vierkante trap met siersmeedijzeren, balustervormige spijlen. Als aanzetstuk van deze leuning een siersmeedijzeren lantaarn. De deurpartijen in dit trappenhuis op de begane grond zijn van paneelvakken voorzien en dateren eveneens het trappenhuis zelf uit de bouwtijd. De eetkamer heeft naar de tuin toe een 3-zijdige uitbouw. De wanden worden door pilasters in vakken geleed. Deze vakken worden door een omgaande houten lijst benadrukt. De schoorsteen is voorzien van een nieuwe mantel, die niet beschermingswaardig is. De schoorsteen zelf heeft naar boven toe een konisch verloop en omlijst een iets verzonken kegelvormige spiegel. De spiegel wordt bekroond door guirlandes met eikenloof en een kroonlijst met eierlijst. In het rechtervak aan de linkerzijde bevindt zich een blinde deur, die toegang geeft tot de loggia. Rechts van het hoofdtrappenhuis een kamer en suite met oorspronkelijke lambrizering en deuren met paneelvakken met ornamenteel bovenstuk. De plafonds zijn voorzien van bloemmotieven in stuc en beschildering in rechte vakken, eveneens deels met bloemmotieven. Aan de zuidzijde van de kamer zit een marmeren schoorsteenmantel uit circa 1900 in zwart en rood marmer. Het oostelijke vertrek op de eerste verdieping heeft een oorspronkelijk eiken parket met een meanderende sierrand. Het vertrek is voorzien van een zeer rijke wandversiering en wordt door pilasters in vakken geleed. De wanden worden afgesloten door een kroonlijst. De overgang van de muren naar het plafond verloopt halfrond, door een zogenaamde kooflijst. Het rechte plafondgedeelte wordt door een rijk geprofileerd lijstwerk afgesloten, waarbinnen zich een plafondschildering met rozenguirlandes, treillage en een wolkenlucht bevindt. In het hart en in de hoeken van het plafond een rijk patroon in stuc, met schilden waarop bloemen omgeven door eikenloof, bladmotieven en vazen met fruit. De wandpilasters vertonen een geprofileerd voetstuk waarboven een stuk met paneel met bladranken, een bovenstuk met triglieven en een versierd kapiteel met eierlijst. Aan de onderzijde van de wandvakken bevindt zich een onderstuk dat het hele vertrek omgaat en door lijstwerk wordt geleed. De paneelvakken zijn voorzien van een omgaande eierlijst. Centraal aan de noordzijde is er een marmeren schouw uit de bouwtijd, met erboven een rijk geornamenteerde houten spiegel met guirlandes, bladranken en een eierlijst. Ter weerszijden van de spiegel zijn houten trofee-achtige ornamentstukken aangebracht, met cartouches, bladranken, guirlandes en bossen korenaren. De deurpartijen naar de beide trappenhuizen zijn van paneelvakken voorzien. Het tweede, grote trappenhuis is op de eerste verdieping voorzien van een halfrond venster met een in glas-in-lood geschilderd jachttafereel van aangeschoten vogels. De wanden van dit trappenhuis zijn op de verdieping in iets vooruitspringende vakken geleed en worden afgesloten door een brede, geprofileerde kroonlijst. Een console-achtig ornamentstuk met triglieven, briefpanelen en muizetanden zit tussen deze vakken. Het plafond wordt door een breed en rijk geprofileerd rechthoekig lijstwerk afgesloten, met in het hart een samengesteld ornamentstuk van 4 voluten op een geprofileerde cirkelvormige ondergrond. Boven de eetzaal op de eerste verdieping een kamer met eveneens een 3-zijdige uitbouw naar de tuin, die geheel in Lodewijk XVI-stijl is uitgevoerd. De kamer heeft door lijstwerk en paneelvakken ingedeelde rijk bewerkte wanden. De muur wordt afgesloten door deels terugliggend en vooruitzwenkend lijstwerk met eierlijst. Aan de onderzijde is het vertrek van een lambrizering voorzien met rechthoekige en ronde vakken. De lambrizering zet zich door in de deurpartijen. De wandvakken en de dessus-de-porte zijn bespannen met beschildering op doek met voorstellingen naar Francois Boucher. De schilderingen worden omlijst door rijk geornamenteerd lijstwerk met onder meer eierlijsten. Centraal aan de noordzijde van de kamer een rood marmeren schouw, waarboven een van breed lijstwerk voorziene rechthoekige spiegel die aan de bovenzijde door guirlandes wordt afgesloten en door een cartouche wordt bekroond. Het in terugliggende rechthoekige vakken gelede plafond vertoont in het centrum en aan de korte zijde een halfrond beëindigde plafondschildering van putti met bloemranken en een lint, tegen het fond van een wolkenlucht. In de 4 terugliggende, rechthoekige vakken van het plafond 4 ronde schilderingen, zogenaamde grauwtjes of witjes, voorstellend aan de noordzijde de Beeldhouwkunst, aan de oostzijde de Muziek, aan de zuidzijde de Schilderkunst en aan de westzijde de Bouwkunst. De ronde schilderingen worden omgeven door geprofileerd lijstwerk met bladranken. Op de kruispunten van het lijstwerk rondom de centrale plafondschildering bevinden zich kleine, ronde koperen en glazen kroonluchters. De overgang tussen muur en plafond bestaat weer uit een kooflijst. De vakken en het lijstwerk van het plafond en van de wanden zijn van beschilderde en gesneden bloempatronen in groen en goud voorzien. In de uitbouw is de lambrizering onder de vensters voorzien van gesneden bladranken en roosters, geplaatst voor de verwarming. De omstreeks 1876 aangebouwde wintertuin aan de zuid-westhoek van het huis op de verdieping en aansluitend aan de kamer in Lodewijk XVI-stijl heeft door pilastervormige kozijnen gelede grote vensterpartijen, die aan de bovenzijde door een kroonlijst met palmetmotieven wordt afgesloten. Hierboven bevinden zich enigzins terugzwenkende bovenlichten/dakschilden. In de vloer is een ingebouwde verwarming aangebracht, met een het vertrek rechthoekig omgaande siersmeedijzeren rooster met bladmotieven, identiek aan de verwarmingsroosters in de uitbouw van de Lodewijk XVI kamer. Aan de noord-westzijde, aansluitend aan de Lodewijk XVI-kamer, de bibliotheek.

Waardering

HOOFDGEBOUW (Huis De Matanze) van algemeen belang:

- vanwege de ouderdom;

- vanwege de architectonische vormgeving;

- vanwege het zowel in- als uitwendig een gaaf bewaarde en alszodanig zeldzame voorbeeld van een negentiende-eeuws, in rijk geornamenteerde eclectische stijl opgetrokken hoofdgebouw van een Oost-Nederlandse historische buitenplaats;

- vanwege de kenmerkende ligging binnen het in diverse stadia in de 19de eeuw tot standgekomen park in landschapsstijl;

- vanwege de funtioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

MAIN BUILDING (DE MATANZE). Main building of the historical country estate De Matanze, built in eclectic style around 1855 and extensively remodelled around 1876, with some additions from the early twentieth century on a polyformal ground plan with conservatory, 5-sided outbuildings, tower, veranda and balcony. The building is constructed of brick laid in header courses and is covered by hipped roofs covered with slate with curved roof slates. The building rests on a three-part plastered base that tapers step-wise downwards. The building, situated in a pond arrangement in landscape style, is accessible on the north and south sides by means of a bridge. The main entrance is located on the north side and is preceded by a stone round-arch bridge, whose stone plank sweeps semi-circularly towards the driveway and rests on a straight retaining wall with block motif. The access bridge is provided on the front with two stone ornamental balls on pedestals and with an ornamental wrought-iron balustrade with volute-shaped spokes with rosettes. The entrance is covered by a rectangular wooden baldachin on 4 wrought-iron columns, which form one whole with the bridge balustrade. The baldachin is decorated on the underside by an ornamental wrought-iron moulding and is crowned on the upper side by an ornamental wrought-iron balustrade with volute-shaped flower scrolls. The entrance section located on the left side of the north facade consists of a double panelled door with leaded-glass fanlight. On the north and east sides and partly on the west side, the windows are flanked by rusticated pilasters. The corners of the tower on the north and west sides and the corners of the 5-sided outbuilding on the west side are likewise provided with rusticated pilasters. At the height of said pilasters and at the height of the windows, the base projects slightly forward. At the height of the storey, the facade is divided by a cornice-like cordon moulding. The fields between and on either side of said pilasters are set slightly back and show on the ground floor header courses between plastered vertical planes and on the upper storey rectangular, slightly projecting plastered planes. Above the entrance section on the north side a T-shaped window. Above it, on the second storey, a rectangular 2-pane roof dormer with curved pediment. To the right of the entrance is the somewhat projecting tower with a centrally located window bay. On the ground floor, the first and second storey there is a T-shaped window and in the tower roof an oeil de boeuf. The tower roof is terminated by a rectangular, richly profiled coping, above which a weathervane is fitted. The corners of the tower are emphasised from the second storey onwards by richly decorated moulding-form corner profiles with diamond heads, dentil moulding, block motif and composite cornice. The tower windows and the windows on the west side are provided with wooden, profiled hood mouldings. On the left side of the west facade the tower, with the same facade and window arrangement as on the north side. The right section of this facade shows centrally a 5-sided outbuilding with on the front ground floor a T-shaped window and on the storey a single-pane window. The slanted sides of the ground floor and storey each have a 2-pane window. The windows of the outbuilding on the storey are crowned by three curved niches with ornamentations in "Pompeian" style.

The central field displays a shield in which originally the name "Matanze", (now 1996: Zandman State), with on either side two allegorical figures, presumably representing Fortuna (right) and Pallas Athene (left). In the adjoining fields a representation of a vase-shaped ornament, with grotesques with dolphin motifs. The ornament is signed with A. Gillet 1887. In the roof a central oculus has been inserted and on the right side of this roof there are also two oculuses. On the left side of the extension is a window bay with on the ground floor and first floor a T-window and with in the roof a 2-pane roof dormer crowned by a curved pediment. On the right side of the extension the ground floor has an open loggia, which on the west side has two round arches and on the south side a single round arch. The round arches of the loggia rest on composite rectangular piers and a round column in the middle on the west side. Above the loggia is the winter garden from around 1876, with on the west side 2 large rectangular windows between Ionic pilasters. The winter garden is covered by a hipped roof with a roof panel glazed in 13 panes. Centrally on the south side is the rear entrance, which is accessible via an undercellared brick bridge of later date, according to tradition designed by Berlage. The brick balustrade projects slightly rectangular inward at the level of the entrance and is terminated half-round at the level of the ramp. At the sides of the balustrade at the ramp 2 rectangular brick planters. This entrance is crowned by a wooden canopy, with a zinc roof with curved roof panels. Above the entrance an oblong, half-round staircase window with above it a clock crowned by moulding work, garlands and with half-round pediment. On either side of the central window bay the middle section curves back quarter-circle fashion. In this quarter-circular wall surface on either side of the entrance is a curved 2-pane window. On the left side of the left window is in a half-round niche a 2-pane window with half-round fanlight. At basement level there are also two curved 2-pane windows. The side elevations of the undercellared bridge display 3 rectangular windows. The east elevation has on the right side two window bays with on the right on the ground floor and on the first floor a T-pane window and on the left two later inserted staircase windows: below a 3-pane light and above a 6-pane light. On the second floor sit two 2-pane roof dormers with curved pediment. To the left of this is a 5-sided extension with on the front a window bay with on basement level 2 single-pane windows, on the ground floor a 2-pane window, on the floor a T-pane window and on the roof a 2-pane roof dormer with curved pediment. In the sloped sides of the ground floor sit 2-pane windows. On the floor on the left side is a double French door with a fanlight, which gives access to a terrace located on the floor. This terrace has a wrought-iron balustrade with vertical, horizontal and circular stiles and rails. On the corners of the terrace are 3 pilasters and a free-standing, square column of a former pergola. On the left side of the extension is on the ground floor a 4-pane window and on the floor a wooden panelled door, which also gives access to the terrace.

INTERIOR: the main staircase (at the main entrance) features an oval-shaped oak wooden staircase with an oak wooden closed balustrade and wainscoting, provided with panel sections and with built-in cupboards, and was entirely designed by Berlage at the beginning of the 20th century. The wainscoting also recurs on the upper storeys. The floor of the hall, corridor and stairwell is executed in black and white square marble tiles. In the hall is situated the access door to a side room. This door was designed by Berlage in the style of the wainscoting of the staircase. Adjoining the main staircase is the corridor, with panel doors and wainscoting that probably date from the time of construction of the house. The second staircase lies behind and adjoining this corridor. It consists of a surrounding square staircase with ornamental wrought-iron, baluster-shaped balusters. As a connecting piece of this handrail an ornamental wrought-iron lantern. The door sections in this staircase on the ground floor are provided with panel sections and likewise date from the time of construction of the staircase itself. The dining room has a 3-sided extension towards the garden. The walls are articulated in sections by pilasters. These sections are emphasized by a surrounding wooden moulding. The fireplace is furnished with a new mantel, which is not worthy of protection. The fireplace itself has a conical shape towards the top and frames a slightly recessed conical mirror. The mirror is crowned by garlands with oak foliage and a cornice with egg-and-dart moulding. In the right section on the left side is a blind door, which provides access to the loggia. To the right of the main staircase a room en suite with original wainscoting and doors with panel sections with ornamental fanlight. The ceilings are furnished with floral motifs in stucco and painting in straight sections, likewise partly with floral motifs. On the south side of the room is a marble fireplace mantel from circa 1900 in black and red marble. The eastern room on the first storey has original oak parquet with a meandering decorative border. The room is furnished with very rich wall decoration and is articulated in sections by pilasters. The walls are terminated by a cornice. The transition from the walls to the ceiling runs half-round, through a so-called cove moulding. The straight ceiling section is terminated by richly profiled moulding, within which is a ceiling painting with rose garlands, trellis work and a cloudy sky. In the centre and in the corners of the ceiling a rich pattern in stucco, with shields on which flowers surrounded by oak foliage, leaf motifs and vases with fruit. The wall pilasters show a profiled plinth above which is a section with panel with leaf scrolls, a fanlight with triglyphs and a decorated capital with egg-and-dart moulding. On the underside of the wall sections is an undersection that runs around the entire room and is articulated by moulding. The panel sections are provided with a surrounding egg-and-dart moulding. Centrally on the north side is a marble chimney breast from the time of construction, above which is a richly ornamented wooden mirror with garlands, leaf scrolls and egg-and-dart moulding. On either side of the mirror are wooden trophy-like ornamental pieces attached, with cartouches, leaf scrolls, garlands and sheaves of corn. The door sections to both staircases are provided with panel sections.

The second, large staircase is provided on the first storey with a semicircular window with a stained-glass painted hunting scene of shot birds. The walls of this staircase are articulated on the storey into slightly projecting bays and are terminated by a broad, moulded cornice. A console-like ornamental piece with triglyphs, panel fields and dentil moulding sits between these bays. The ceiling is terminated by a broad and richly moulded rectangular framework, with in its centre a composite ornamental piece of 4 volutes on a moulded circular base. Above the dining room on the first storey a room with likewise a 3-sided extension towards the garden, which is executed entirely in Louis XVI style. The room has richly worked walls divided by framework and panel fields. The wall is terminated by partly recessed and forward-swinging framework with egg moulding. At the lower side the room is provided with wainscoting with rectangular and round fields. The wainscoting continues through the door sections. The wall fields and the dessus-de-porte are covered with painted canvas with representations after François Boucher. The paintings are framed by richly ornamented framework including egg mouldings. Centrally on the north side of the room a red marble fireplace, above which a rectangular mirror provided with broad framework, terminated at the top by garlands and crowned by a cartouche. The ceiling, divided into recessed rectangular fields, shows in the centre and at the short side a semicircular terminated ceiling painting of putti with flower garlands and a ribbon, against the background of a cloudy sky. In the 4 recessed, rectangular fields of the ceiling 4 round paintings, so-called grisailles or whites, representing on the north side Sculpture, on the east side Music, on the south side Painting and on the west side Architecture. The round paintings are surrounded by moulded framework with leaf garlands. At the intersections of the framework around the central ceiling painting are small, round copper and glass chandeliers. The transition between wall and ceiling consists again of a cove moulding. The fields and the framework of the ceiling and of the walls are provided with painted and carved flower patterns in green and gold. In the extension the wainscoting beneath the windows is provided with carved leaf garlands and grilles, placed for the heating. The winter garden built around 1876 at the south-western corner of the house on the storey and adjoining the room in Louis XVI style has large window sections divided by pilaster-form casements, which are terminated at the top by a cornice with palmette motifs. Above these are somewhat recessed fanlights/roof lights. In the floor a built-in heating is installed, with a decorative wrought-iron grille surrounding the room rectangularly with leaf motifs, identical to the heating grilles in the extension of the Louis XVI room. On the north-western side, adjoining the Louis XVI room, the library.

Valuation

MAIN BUILDING (House De Matanze) of general interest:

- by reason of its age;

- by reason of its architectural design;

- because it is a well-preserved example, both internally and externally, and as such a rare specimen of a nineteenth-century main building of an East Netherlands historical country estate, erected in richly ornamented eclectic style;

- because of its characteristic location within the park in landscape style that was created in various stages in the 19th century;

- because of the functional-spatial relationship with the other components of the country estate.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map