TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Tangkal Rambei

Bloemendaal, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1894
Address
Korte Parkweg 1, Locatie: Bloemendaalsche Park, 2061 BL Bloemendaal (and others)
Place
Bloemendaal
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.40133, 4.61187
Monument number
511148

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA "Tangkal Rambei", in l894 ontworpen in schilderachtige Engelse landhuisstijl met elementen van chaletstijl door architect J.W. Hanrath (l867-1932) voor J.E. Scheltema in het oudste villapark van Bloemendaal, Het Bloemendaalsche Park, aangelegd vanaf l883.

Het pand is beeldbepalend gesitueerd op de kruising van de Parkweg met de Korte Parkweg, in een tuin ontworpen door L.A. Springer. Het perceel wordt voor het merendeel nog omgeven door de oorspronkelijke ijzeren erfafscheiding met aan de oostzijde de entree tot de oprijlaan die naar de hoofdingang voert. N.B. Van de oorspronkelijke tuinaanleg is weinig bewaard gebleven door de bouw van een bungalow in l961 op het oostelijk deel van het terrein die buiten de bescherming valt.

Eveneens buiten de bescherming valt de voormalige stal diein l895 ten zuiden van de villa is gebouwd en die later in een woonhuis is gewijzigd (Parkweg 9a) en met een omringend stuk grond van het oorspronkelijke perceel is afgescheiden. De villa is in l979 in tweeën gesplitst. Dit is evenwel op zo'n zorgvuldige wijze geschied, dat de oorspronkelijke indeling van het pand hierdoor niet is aangetast. In l990 is op de serre aan de zuidoostzijde een tweede serre geplaatst, evenwel in stijl aangepast aan de rest van het huis.

Omschrijving

De villa is gebouwd tegen een hellend duin waardoor de keuken en annexen in een onderhuis met direct licht konden worden ondergebracht. De twee verdiepingen hierboven bevatten - zoals kenmerkend is voor de invloed van de Engelse landhuisarchitectuur op de plattegrond - diverse vertrekken voor verschillende functies gegroepeerd rondom een grote hal; vanuit deze hal als het ware uitwaaierend naar alle kanten.

Aan de buitenzijde zijn deze in- en uitspringende bouwonderdelen onder verschillende kappen op schilderachtige wijze gegroepeerd.

De villa is opgetrokken uit witgepleisterde baksteen boven een plint - ter hoogte van het souterrain - van rode Friese klinkers in staand verband, en bestaat uit drie bouwlagen onder een samenstelsel van schild- en zadeldaken bedekt met rode kruispannen. De daken worden op meerdere plaatsen doorbroken door schoorstenen die in oorsprong onder meer siermetselwerk en aardewerken schoorsteenpotten bevatten. De daken hebben aan alle zijden een overstek, aan de lange zijden voorzien van een goot op klossen. Onder het overstek bevindt zich een lijst van verticale houten delen. Al het houtwerk, ook dat van het vakwerk in de topgevels, was oorspronkelijk groen geverfd.

Het merendeel van de vensters is kruisvormig, wordt bekroond door een strek in schoon metselwerk, heeft aan de onderzijde een strook met vier rijen tegels en was oorspronkelijk van luiken voorzien.

De zuidoostgevel heeft links een trapeziumvormig, naar voren springend gedeelte met zowel in het souterrain als op de begane grond in elk van de drie gevelvlakken een aan de bovenzijde segmentvormig afgesloten raam, de onderste bekroond door een gelijkvormige strek. Op de verdieping wordt de trapeziumvorm gevolgd door een balkon, waarop een dubbele deur opent met aan weerszijden een raam, oorspronkelijk voorzien van luiken. Het balkon wordt aan de buitenzijde afgesloten door een houten balustrade tussen vijf houten stijlen die verbonden zijn met de kap, welke, eveneens trapeziumvormig, als tentdak naar voren is getrokken; op de nok een piron, oorspronkelijk bekroond door een smeedijzeren windvaan.

Het teruggelegen gevelvlak ter rechter zijde heeft in het souterrain drie gekoppelde, gemetselde bogen waarvan het linker een moderne deur bevat en de middelste een halfcirkelvormig raam. Hierboven bevindt zich de vensterstrook van de serre, waarvan de bovenramen zijn voorzien van glas-in-lood. Het dak boven de serre fungeerde als balkon voor de verdieping (tegenwoordig als serre). Hierop opent een dubbele deur, omgeven door ramen en oorspronkelijk voorzien van luiken. Het dakschild bevat aan deze zijde een kleine dakkapel met twee vierkante ramen, afgesloten door een lessenaardak.

De noordoostgevel heeft links een deur te midden van vensters behorend bij de serre; dan volgt een bouwvolume, onder eigen zadeldak met wolfseind bekroond door een loden piron, voorzien van een kruisvormig kozijn zowel op de begane grond als op de verdieping, en een kleiner kruisvormig raam in de geveltop, te midden van houtbekleding.

Het rechter deel van de noordoostgevel springt een stuk naar voren. Het hierachter gelegen bouwvolume wordt afgesloten door een schilddak, voorzien van overstek, wolfseind en uilebord met vakwerk. Het gevelvlak heeft links op de begane grond een portiek, via drie treden te bereiken, met segmentboogvormige opening aan de noord- en zuidoostzijde, rustend op een zuil met basement op de oosthoek (en oorspronkelijk twee halfzuilen, eveneens met basement, tegen de gevelvlakken aan; deze zijn later verwijderd). De zuil is door middel van versierde ijzeren stangen met de gevels verbonden. Via deze portiek bereikt men de teruggelegen hoofdingang. Deze bestaat uit een deur die evenals de kozijnen daaromheen voorzien is van ramen met ijzeren sierroosters.

Boven de portiek bevindt zich een vensterpartij met drie ramen, die naar Engels voorbeeld om de hoek wordt voortgezet met twee ramen in het zuidoostelijke zijvlak. Onder deze vensterpartij is een strook met tile-hanging aangebracht; boven een strook van vakwerk.

Het rechter deel van dit gevelvlak heeft op de begane grond twee vensters en op de verdieping één. De geveltop, voorzien van vakwerk, had oorspronkelijk in het midden één kruisvormig raam, waar later een verticaal in tweeën gedeeld raam naast is geplaatst.

De noordwestzijde heeft in de rechter risaliet een raam in het souterrain; daarboven twee kruisvormige kozijnen en een dakkapel identiek aan die in het zuidwestelijke en het zuidoostelijke dakvlak. De linker risaliet springt ter hoogte van de begane grond iets naar voren en wordt geleed door twee smalle ramen (daterend uit l913; oorspronkelijk was hier een pui met veel glas in een dubbele deur en ramen aan weerszijden daarvan); op de verdieping door een kruisvormig raam en recht daarboven door een dubbel venster in de geveltop.

Het middendeel van de noordwestgevel springt een stuk terug, links in twee sprongen. In het midden bevindt zich in het hoger doorgetrokken gevelvlak een vensterstrook ter verlichting van het achtergelegen trappenhuis; de onderste ramen zijn later door een deur (ingang van nummer 1) vervangen. Daarboven is een deel van het dakschild opgelicht als een apart lessenaarsdak rustend op houten consoles. Links van de vensterstrook bevindt zich op de begane grond nog een klein raam. De rechter risaliet heeft aan de zijde van het teruggelegen middendeel nog een rechthoekige, houten uitbouw met één raam met bovenlicht aan de noordwestzijde en twee aan de noordoostzijde. Het dak van deze uitbouw dient als balkon voor de verdieping; hierop opent een deur. Vanaf het balkon loopt een lessenaarsdak, rustend op houten schoren en bedekt met rode kruispannen, naar beneden en fungeert zo als luifel boven de ingang van nummer 1. De linker risaliet heeft aan de zijde van het teruggelegen middendeel een later aangebrachte deur en rechts daarvan drie kleine ramen boven elkaar.

De zuidwestzijde heeft een gevelvlak dat van rechts naar links in drie etappen naar voren springt; de twee linker als onderdeel van een bouwvolume onder hoog opgaand schilddak met overstek, wolfseind en uilebord met vakwerk. Het gevelvlak rechts heeft van beneden naar boven een strook van vier ramen in het souterrain (het kozijn hiervan is vernieuwd en naar beneden verlengd, zodat de twee middelste ramen nu als openslaande deuren kunnen fungeren), een dubbel en vervolgens een enkel kruisvormig kozijn, en in het dakvlak een dakkapel gelijkvormig aan die aan de zuidoost- en noordwestzijde. Het middelste gevelvlak is voorzien van een moderne deur (ter vervanging van twee raampjes) in het souterrain en daarboven, op elke verdieping een kruiskozijn; de linker van een gelijkvormig raam op de verdieping. Op de begane grond is het oorspronkelijke raam vervangen door een dubbele deur, met ramen aan weerszijden, die uitkomt op een later tegen de gevel aangebracht balkon. Het souterrain bevat nog het oorspronkelijke kozijn met twee ramen. De geveltop boven het linker- en het middendeel heeft een kruisvormig raam te midden van vakwerk; rechts daarvan is een nieuw tweedelig raam geplaatst en in het uilebord een klein raam, te bereiken via een brandtrap die dwars door het wolfseind is aangebracht.

De erfafscheiding aan de oostzijde van het perceel bestaat uit een ijzeren gebogen spijlenhek met dubbel, openslaand hekwerk van zwart gelakt gietijzer, gevat tussen twee pijlers die worden bekroond door een goudkleurig geverfde eikel.

Waardering

Villa Tangkal Rambei met bijbehorend hekwerk uit 1894 naar ontwerp van J.W. Hanrath is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische en typologische waarde als representatief voorbeeld van de eerste villa's in de laat 19de-eeuwse villaparken, in dit geval beinvloed door de Engelse landhuisarchitectuur; als goed en vroeg voorbeeld van het werk van architect J.W. Hanrath; en vanwege de gaafheid van hoofdvorm, detaillering en het toegepaste materiaal;De villa heeft tevens grote situationele en ensemblewaarde als beeldbepalend gesitueerd onderdeel van het oudste villapark van Zuid-Kennemerland, Het Bloemendaalsche Park, een villapark waarvan bovendien de structuur en de aanleg gaaf bewaard gebleven zijn.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA "Tangkal Rambei", designed in 1894 in picturesque English country house style with elements of chalet style by architect J.W. Hanrath (1867-1932) for J.E. Scheltema in the oldest villa park of Bloemendaal, Het Bloemendaalsche Park, laid out from 1883 onwards.

The property is prominently situated at the intersection of the Parkweg with the Korte Parkweg, in a garden designed by L.A. Springer. The plot is for the most part still surrounded by the original iron boundary fence with on the east side the entrance to the drive that leads to the main entrance. N.B. Little of the original garden layout has been preserved due to the construction of a bungalow in 1961 on the eastern part of the site which falls outside the protection.

Also falling outside the protection is the former stable built in 1895 to the south of the villa and which was later converted into a residential house (Parkweg 9a) and separated with a surrounding piece of land from the original plot. The villa was divided in two in 1979. However, this was done in such a careful manner that the original layout of the property was not affected. In 1990 a second conservatory was placed on the conservatory on the south-east side, although stylistically adapted to the rest of the house.

Description

The villa was built against a sloping dune, allowing the kitchen and annexes to be housed in a basement with direct light. The two storeys above contain - as is characteristic of the influence of English country house architecture on the floor plan - various rooms for different functions grouped around a large hall; spreading out as it were from this hall in all directions.

On the exterior these projecting and recessed building components are grouped in a picturesque manner under different roof types.

The villa is constructed of whitewashed brick above a plinth - at the level of the basement - of red Friesian headers in running bond, and consists of three storeys under a system of hipped and gabled roofs covered with red Spanish tiles. The roofs are broken through in several places by chimneys which originally included decorative brickwork and earthenware chimney pots. The roofs have an overhang on all sides, on the long sides provided with a gutter on brackets. Below the overhang is a row of vertical wooden parts. All the woodwork, including that of the timber framing in the gable ends, was originally painted green.

The majority of the windows are cross windows, crowned by a band in fair-faced brickwork, have at the bottom a strip with four rows of tiles and was originally provided with shutters.

The south-east facade has on the left a trapezoidal, projecting section with in both the basement and the ground floor in each of the three facade planes a window with a segmental arch at the top, the lower one crowned by a similar band. On the storey the trapezoidal form is followed by a balcony, on which a double door opens with windows on either side, originally provided with shutters. The balcony is closed off on the outside by a wooden balustrade between five wooden posts connected to the roof, which, also trapezoidal, is drawn forward as a tent roof; on the ridge a finial, originally crowned by a wrought-iron weathervane.

The recessed facade plane on the right side has in the basement three coupled, brickwork arches of which the left one contains a modern door and the middle one a semicircular window. Above this is the window strip of the conservatory, the upper windows of which are provided with leaded glass. The roof above the conservatory served as a balcony for the storey (nowadays as a conservatory). Onto this opens a double door, surrounded by windows and originally provided with shutters. The roof slope on this side contains a small roof dormer with two square windows, closed off by a lean-to roof.

The north-east facade has on the left a door among windows belonging to the conservatory; then follows a building volume, crowned under its own gabled roof with half-hipped roof by a lead finial, provided with a cross window on both the ground floor and the storey, and a smaller cross window in the gable end, amid timber cladding.

The right part of the north-east facade projects forward. The building volume behind it is closed off by a hipped roof, provided with overhang, half-hipped roof and lookout with timber framing. The facade plane has on the left on the ground floor a portico, accessible via three steps, with a segmental arch opening on the north and south-east side, resting on a column with base on the east corner (and originally two half-columns, likewise with base, against the facade planes; these were later removed). The column is connected to the facades by means of decorative iron rods. Via this portico one reaches the recessed main entrance. This consists of a door which, like the frames around it, is provided with windows with ornamental iron grilles.

Above the portico is a window arrangement with three windows, which following English precedent is continued around the corner with two windows in the south-eastern side plane. Below this window arrangement a strip with tile-hanging has been applied; above a strip of timber framing.

The right part of this facade plane has on the ground floor two windows and on the storey one. The gable end, provided with timber framing, originally had in the middle one cross window, where later a vertically divided window was placed beside it.

The north-west side has in the right projection a window in the basement; above it two cross windows and a roof dormer identical to those in the south-west and south-east roof planes. The left projection projects forward slightly at the level of the ground floor and is articulated by two narrow windows (dating from 1913; originally here was a shopfront with much glass in a double door and windows on either side of it); on the storey by a cross window and directly above it by a double window in the gable end.

The central part of the north-west facade projects back considerably, on the left in two steps. In the middle is located in the taller-drawn facade plane a window strip for lighting the rear stairwell; the lower windows were later replaced by a door (entrance to number 1). Above this a part of the roof slope is opened up as a separate lean-to roof resting on wooden consoles. To the left of the window strip is on the ground floor still a small window. The right projection has at the side of the recessed central section a later rectangular, wooden extension with one window with fanlight on the north-west side and two on the north-east side. The roof of this extension serves as a balcony for the storey; onto this opens a door. From the balcony a lean-to roof runs down, resting on wooden braces and covered with red Spanish tiles, and thus functions as a canopy above the entrance to number 1. The left projection has at the side of the recessed central section a later-added door and to the right of it three small windows one above the other.

The south-west side has a facade plane that steps forward from right to left in three stages; the two left ones as part of a building volume under a tall hipped roof with overhang, half-hipped roof and lookout with timber framing. The facade plane on the right has from bottom to top a strip of four windows in the basement (its frame has been renewed and extended downward, so that the two middle windows can now function as opening doors), then a double and subsequently a single cross window, and in the roof plane a roof dormer similar to those on the south-east and north-west sides. The middle facade plane is provided with a modern door (replacing two small windows) in the basement and above, on each storey a cross window; the left one with a similar window on the storey. On the ground floor the original window has been replaced by a double door, with windows on either side, which opens onto a later-added balcony attached to the facade. The basement still contains the original frame with two windows. The gable end above the left and middle part has a cross window amid timber framing; to the right of it a new two-part window has been placed and in the lookout a small window, accessible via a fire escape that runs across the half-hipped roof.

The boundary fence on the east side of the plot consists of a curved iron bar fence with double, opening gate work of black-painted cast iron, set between two pillars which are crowned by a gold-painted acorn.

Valuation

Villa Tangkal Rambei with associated gate work from 1894 designed by J.W. Hanrath is of general importance for reasons of architectural and cultural-historical and typological value as a representative example of the first villas in the late 19th-century villa parks, in this case influenced by English country house architecture; as a good and early example of the work of architect J.W. Hanrath; and because of the integrity of main form, detailing and applied material; The villa also has considerable situational and ensemble value as a prominently situated component of the oldest villa park of South-Kennemerland, Het Bloemendaalsche Park, a villa park whose structure and layout have moreover been preserved intact.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map