TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Landhuis, Brederodelaan 135

Bloemendaal, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1930 - 1932
Address
Brederodelaan 135, 2061 JR Bloemendaal
Place
Bloemendaal
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.41363, 4.61850
Monument number
511139

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Onteigening voor het aanleggen van een duinweg van de kommen van Bloemendaal en van Overveen naar Zandvoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Naar ontwerp van W. Hamdorff gebouwd LANDHUIS 'Schapenduinen' met bijbehorende TOEGANGSPARTIJ in een verstrakte, latere, vorm van de romantisch expressionistische bouwstijl die kenmerkend is voor het werk van de architect gedurende de jaren 1920-1930. Opdrachtgever van dit omvangrijke landhuis was Jacob Bierens de Haan. De bouw had plaats in de jaren 1930-1932. Het landhuis staat omringd door een gazon in een bosrijk terrein waarvan de hoofdtoegang ligt aan de Brederodelaan en een dienstingang aan de Schultzlaan. Het landhuis is na verkoop door de familie van de opdrachtgever tussen 1960 en 1992 onder meer in gebruik geweest als jongensinternaat en tehuis voor geestelijk gehandicapte kinderen. Sinds 1992 is het landhuis weer particulier bewoond. Rond 1963 verdween bij een verbouwing een zware rechthoekige schoorsteen in de noklijn van de zuidelijke vleugel.

Omschrijving

Op vrij, doch in hoofdvorm op L-vormig grondplan gebouwd landhuis in noord-zuidelijke hoofdrichting met aangebouwde dienstvleugel op het noorden. Het ten dele onderkelderde landhuis bestaat overwegend uit twee bouwlagen met kapverdieping. De kapverdieping bevindt zich in een uit zadel- en schilddaken samengestelde kap met gevarieerde kapvoet- en nokhoogte. De bedekking is uitgevoerd in een rode leipan. De nokken worden op twee punten (was drie) door zware rechthoekige schoorstenen doorbroken. In de diverse dakschilden bevinden zich dakkapellen, waarvan de meerdelige kapellen door glooiende killen worden afgesloten en de individuele kapellen door halve schilddaken. Naast deze kapvorm kenmerkt het landhuis zich door de toepassing van diverse in- en uitspringende - en soms diagonaal op de hoofdrichting geplaatste bouwvolumes met puntgevels.

De westzijde van het landhuis bevat de in portiek geplaatste hoofdingang. Aan deze zijde liggen op de parterre vooral de circulatieruimten en een aantal dienstvertrekken. De dienstvleugel aan de noordzijde bevat onder meer een garage en een voormalige chauffeurswoning. De onder zadeldak geplaatste chauffeurswoning bestaat uit parterre en kapverdieping en heeft een eigen toegangsdeur aan de noordzijde. De zuid - en in mindere mate ook de oostzijde van het landhuis bevatten op de parterre vooral woonvertrekken. De hoofdingang geeft via een evenwijdig aan de westelijke muur lopende gang toegang tot de hal met trappenhuis. Hal en trappenhuis worden samen met de direct hieraan grenzende vertrekken afgesloten door een hoger opgaand schilddak waarvan de noklijn geheel in beslag wordt genomen door de grootste van de eerder genoemde rechthoekige schoorstenen. Haaks op dit schilddak staat een zadeldak ter afdekking van de brede puntgevel die hal en trappenhuis aan de westzijde begrenst. Het muurwerk is opgetrokken uit rode diepgevoegde baksteen op donkerder trasraam. Ook de lekdorpels en lateien zijn uitgevoerd in dit rode metselwerk. De parterre heeft boven de vensters ontlastingsbogen met metselmozaïk in de spaarvelden. De grote verticale vensters van hal en trappenhuis hebben gebosseerd muurwerk in de omlijsting. Op een beperkt aantal punten, zoals in de zware ontlastingsboog boven de portiek, bij de grote verticale vensters van het trappenhuis en aan de bovenzijde van sommige pijlers, is gebruik gemaakt van zware blokken natuursteen. De in 1942 geplaatste sluitsteen in de ontlastingsboog boven de portiek bevat de naam Schapenduinen en een gesculptureerde voorstelling van bomen, schaapskooi, schapen en herder (beeldhouwster Nel Bakema). De vensters hebben verscheidene kozijnvormen, zowel met individueel draairaam als met twee of meer draairamen gekoppeld. In de langsgevels zijn de vensters van de verdieping steeds direct onder de overkragende gootlijst geplaatst. Gemeenschappelijk in de venstervorm is het aan twee zijden buiten de verticale stijlen uitspringen van onder- en bovendorpel. In het materiaalgebruik is een gemeenschappelijk kenmerk het toepassen van (geel geschilderd) hout voor de kozijnen en (wit geschilderd) staal voor de meerruits draairamen. Op de parterre bevindt zich een aantal grote vensters waar onderramen en bovenlichten worden gescheiden door een brede, buiten de verticale delen van het kozijn uitspringende latei. Op de parterre zijn de (onder)ramen veelal voorzien van luiken. Hal en trappenhuis worden op de parterre verlicht door drie gekoppelde verticale vensters. Na de overgang via een zware natuurstenen latei wordt deze verlichtingsfunctie vervuld door twee gekoppelde verticale vensters. De ramen in de vensterpartij van hal en trappenhuis hebben geel glas-in-lood. Hal en trappenhuis hebben in het muurwerk ten noorden van de grote vensterpartij nog een driezijdig stalen venster met oriel-achtig karakter. Aan weerszijden van de hoofdingang bevinden zich rechthoekige vensters waarvan de onderramen halfrond zijn uitgebouwd. Deze uitgebouwde partijen rusten op natuurstenen consoles. De hoofdtoegangsdeur bestaat uit een getoogde paneeldeur, de garage heeft twee half getoogde schuifdeuren. De woonvertrekken aan de oost- en zuidzijde hebben een op de tuin gericht karakter wat onder meer tot uiting komt in het door de kapvoet overdekte terras in de zuid-oosthoek, het boven de erker gelegen dakterras met loggia aan de oostzijde en de dubbele terrasdeuren aan de zuidzijde.

Het interieur is grotendeels gaaf bewaard gebleven en bevat tal van vaste betimmeringen. Opmerkelijk zijn de gekleurde kozijntegels, de in gekleurde tegels uitgevoerde schouw van de salon en de geheel gaaf bewaard gebleven keukeninrichting. De aan de Brederodelaan gelegen hoofdtoegang tot het terrein bestaat uit een houten hekwerk dat wordt ingeleid door twee gebogen lage muren in rode baksteen. In elk van dit uit twee gebogen muren bestaande muurwerk zijn blokken natuursteen opgenomen met in het noordelijke blok het woord "Schapen" en in het zuidelijke blok het woord "Duinen".

Waardering

Het landhuis Schapenduinen met bijbehorende toegangspartij is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een groot landhuis in romantisch expressionistische stijl uit het Interbellum. Het landhuis is voorts van belang als onderdeel uit het oeuvre van de architect W. Hamdorff.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Built to the design of W. Hamdorff, the COUNTRY HOUSE 'Schapenduinen' with associated ACCESS STRUCTURE in a fortified, later form of the romantic expressionist architectural style characteristic of the architect's work during the years 1920-1930. The client for this extensive country house was Jacob Bierens de Haan. Construction took place in the years 1930-1932. The country house stands surrounded by lawn in a wooded terrain, the main entrance to which is situated at Brederodelaan and a service entrance at Schultzlaan. The country house, after being sold by the client's family, was used between 1960 and 1992 among other things as a boys' boarding school and residential facility for mentally disabled children. Since 1992 the country house has been privately occupied again. Around 1963, during a renovation, a heavy rectangular chimney in the ridgeline of the southern wing was removed.

Description

Country house built on a free but essentially L-shaped ground plan in a north-south main direction with an attached service wing to the north. The partly basement country house consists predominantly of two storeys with roof space storey. The roof space storey is located in a roof composed of gabled and hipped roofs with varied roof base and ridge height. The covering is executed in red slate. The ridges are broken through at two points (previously three) by heavy rectangular chimneys. Within the various roof slopes are roof dormers, the multi-part dormers being closed by sloping valleys and the individual dormers by half-hipped roofs. Besides this roof form, the country house is characterized by the application of various projecting and recessed - and sometimes diagonally placed building volumes with pointed gables.

The west side of the country house contains the main entrance set in a porch. On this side, on the ground floor are mainly circulation spaces and a number of service rooms. The service wing on the north side contains among other things a garage and a former chauffeur's residence. The chauffeur's residence set under a gabled roof consists of ground floor and roof space storey and has its own entrance door on the north side. The south and to a lesser extent also the east side of the country house contain mainly living rooms on the ground floor. The main entrance provides access via a corridor running parallel to the western wall to the hall with staircase. Hall and staircase are together with the adjacent rooms directly bordering these closed off by a higher rising hipped roof whose ridgeline is entirely occupied by the largest of the aforementioned rectangular chimneys. Perpendicular to this hipped roof stands a gabled roof to cover the wide pointed gable that bounds the hall and staircase on the west side. The masonry is built up in red deep-jointed brick on darker lime mortar. The drip moulds and lintels are also executed in this red brickwork. The ground floor has over the windows relieving arches with brick mosaic in the spandrels. The large vertical windows of hall and staircase have rusticated masonry in the surround. At a limited number of points, such as in the heavy relieving arch above the porch, at the large vertical windows of the staircase and at the top of some piers, heavy blocks of natural stone have been used. The keystone placed in 1942 in the relieving arch above the porch contains the name Schapenduinen and a sculptured representation of trees, sheepfold, sheep and shepherd (sculptor Nel Bakema). The windows have various frame forms, both with individual casement and with two or more casements coupled together. In the long facades the windows of the storey are always positioned directly under the overhanging gutter line. Common to the window form is the projection of lower and upper drip moulds on two sides beyond the vertical mullions. In the choice of materials a common feature is the use of (yellow-painted) wood for the frames and (white-painted) steel for the multi-pane casements. On the ground floor are a number of large windows where the lower windows and fanlights are separated by a wide lintel projecting beyond the vertical parts of the frame. On the ground floor the (lower) windows are mostly fitted with shutters. Hall and staircase are lit on the ground floor by three coupled vertical windows. After the transition via a heavy natural stone lintel this lighting function is fulfilled by two coupled vertical windows. The panes in the window section of hall and staircase have yellow stained glass. Hall and staircase have in the masonry to the north of the large window section a further three-sided steel window with oriel-like character. On either side of the main entrance are rectangular windows the lower panes of which are semi-circularly projected. These projected sections rest on natural stone consoles. The main entrance door consists of a segmental panel door, the garage has two semi-segmental sliding doors. The living rooms on the east and south sides have a garden-facing character which is expressed among other things in the roof-base-covered terrace in the south-east corner, the roof terrace with loggia above the bay window on the east side and the double glass doors opening onto the terrace on the south side.

The interior has remained largely intact and contains numerous built-in furnishings. Noteworthy are the coloured frame tiles, the mantelpiece executed in coloured tiles in the drawing room and the completely intact kitchen fittings. The main entrance to the grounds situated at Brederodelaan consists of wooden fencing introduced by two curved low walls in red brick. In each of these walls consisting of two curved sections are blocks of natural stone incorporated with the word "Schapen" in the northern block and the word "Duinen" in the southern block.

Valuation

The country house Schapenduinen with associated access structure is of general interest from a cultural and architectural-historical perspective as a good and well-preserved example of a large country house in romantic expressionist style from the Interwar period. The country house is furthermore of significance as a component of the oeuvre of architect W. Hamdorff.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map