Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Duinlustweg 36
Overveen, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1898
- Address
- Duinlustweg 36, 2051 AB Overveen (Bloemendaal 27)
- Place
- Overveen
- Municipality
- Bloemendaal
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.37367, 4.58775
- Part of complex
- 526340
- Monument number
- 511085
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Onderdeel 1
Inleiding
HOOFDGEBOUW (landhuis) met interieuronderdelen, hoofdonderdeel van de historische buitenplaats Koningshof. Het hoofdgebouw heeft een levendig en informeel karakter door de diverse uitgebouwde en in hoogte verschillende volumes, de gevarieerde plaats en vorm van de vensters, de gevarieerde kapbehandeling met diverse kapvoethoogten en nokrichtingen, de kleine toren, de markante schoorstenen en de materiaalkeuze. De in 1898 door A. Salm ontworpen architectuur sluit aan bij de zogenaamde Engelse landhuisstijl. Het landhuis is thans (1994) in gebruik als kantoor bij het Nederlands Filmmuseum.
Omschrijving Ten dele onderkelderd landhuis op L-vormig grondplan. Het object bestaat uit parterre, verdieping en kapverdieping onder uit tent-, schild- en zadeldaken samengestelde kap met diverse kapvoethoogten en gevarieerde nokrichting. De kappen zijn overstekend en boven de puntgevels voorzien van gladde windveren. De kern van de samengestelde kap wordt gevormd door twee grote tentdaken, waarvan alle andere kapvormen zijn afgeleid. Op diverse plaatsen zijn hoge vierkante en rechthoekige schoorstenen met decoratief metselwerk geplaatst. De binnenzijde van de L (grondplan) is gericht op een beboste duinhelling (W). Hier bevindt zich een voorplein met de hoofdingang, de hal en een aantal voormalige dienstvertrekken. Het volume boven de korte poot van het grondplan heeft een lagere nokhoogte dan het volume boven de lange poot van dit grondplan. De voormalige woonvertrekken liggen aan de buitenzijde van de L (ZO) met uitzicht op de landschapstuin aan de zuid-oostzijde.
Het muurwerk is opgetrokken in hardgebakken oranjerode baksteen. De basis (trasraam) wordt gevormd door een uitgemetselde plint waarin op de overgang naar het muurwerk hardsteen is verwerkt. Hardsteen bevindt zich ook in de lekdorpels van de vensters en in de onderdorpels van de deuren. De samengestelde kap is bedekt met een rode Muldenpan, de diverse dakkapellen met een rode leipan. De nokpunten van kap en dakkapellen worden op vele plaatsen afgesloten met pirons in de kleur van de pannen. De vensters en deuren zijn alle van hout en steeds voorzien van meerdelige kozijnen met een kleine vierkante roedenverdeling in de bovenramen. In het muurwerk van de kapverdieping en in de dakkapellen hebben alle vensters een kleine vierkante roedenverdeling. Op de verdieping zijn met name aan de westzijde de onderste ramen van een aantal vensters voorzien van blinden.
De eerder genoemde hoofdingang aan de noord-westzijde bevindt zich in een getrapt naar voren komende partij onder een door de kapvoet heenstekende en overkragende puntgevel. De hoofdingang heeft een portiek onder een klein, haaks op de gevel staand zadeldak. Het zadeldak wordt op de beide buitenste hoeken gedragen door gedecoreerde houten pijlers. De pijlers rusten op een in bak- en natuursteen uitgevoerde borstwering die tevens de in hardsteen uitgevoerde stoep van drie treden begrensd. De meest naar voren komende partij waartegen de portiek staat, wordt ter hoogte van de zoldervloer door een overstekend half schilddak van klein formaat afgesloten. Onder dit schilddak bevindt zich op verdiepinghoogte een T-vormig venster met draairamen en blinden. Rechts (ZW) van de hoofdingang bevindt zich over twee bouwlagen opgaand muurwerk ter breedte van een vensteras. Rechts (ZW) hiervan is de kapvoet van de zuidelijke partij doorgetrokken tot boven een horizontaal geplaatst rechthoekig venster ter hoogte van de bovenlichten van de parterre. Links (NO) van de hoofdingang heeft het muurwerk vier vensterassen van verschillende breedte. Boven de tweede en de vierde vensteras (vanaf hoofdingang) bevinden zich dakkapellen met pirons. De overgang naar het volume boven de korte poot van het L-vormig grondplan wordt gevormd door een driezijdige erker over de gehele gevelhoogte. De erker wordt afgesloten door een apart tentdak met piron. De kapvoet van dit tentdak bevindt zich boven de voet van de hoofdkap. Het volume boven de korte poot van het L-vormig grondplan bestaat uit twee delen: 1. een direct op de eerder genoemde driezijdige erker aansluitend geveldeel van twee bouwlagen onder puntgevel. Dit geveldeel heeft ter hoogte van de verdieping een brede oriel en in de geveltop een oeil de boeuf ter verlichting van de kapverdieping; 2. een zich daarnaast (NW) bevindend volume onder een tot aan de verdiepingsvloer doorgetrokken kapvoet aan weerzijden van een middenpartij. Deze middenpartij, met ter hoogte van de verdiepingsvloer een houten balkon met piedestals op de buitenste hoeken, wordt door een haaks op de hoofdkap staand half schilddak afgesloten. Dit schilddak heeft een piron op de nokpunt. Het balkon wordt bereikt via dubbele scharnierende deuren. De parterre heeft alleen onder het balkon een venster. Het is een T-vormig venster met draairamen (draaivenster) en een verticale roedenverdeling in het bovenlicht. De kopse zijde van de korte poot van het L-vormig grondplan heeft een puntgevel met ongelijke kapvoethoogte. Deze gevel heeft een onder luifel geplaatste dienstingang naar de voormalig keuken. Deze ingang wordt geflankeerd door vensters van ongelijke grootte. Rechts (ZW) van de ingang is dit een dubbel T-vormig draaivenster met verticale roedenverdeling in de bovenlichten en links van de ingang is dit een kleiner T-vormig draaivenster. Boven de ingang is ter hoogte van de verdieping is een T-vormig draaivenster met getoogd bovenlicht aangebracht dat ter hoogte van het bovenlicht wordt geflankeerd door een klein meerruits venster. In de geveltop bevindt zich een oeil de boeuf ter verlichting van de kapverdieping.
De noord-oostzijde (NO) valt samen met de buitenzijde van de korte poot van het L-vormig grondplan. Deze zijde toont een samengaan van muur- en dakvlakken, een risalerende en hogere partij met puntgevel en een ver uitgebouwde serre met bovenliggend terras voor de terugliggende hoek op het oosten. Dit terras wordt vanaf de verdieping bereikt via een stolpdeur met vierkante roedenverdeling in de bovenlichten. In het dakschild boven deze deuren is een kapel aangebracht. In de noordhoek van de noord-oostzijde bevindt zich de toegang naar de kelder. De hogere partij met puntgevel heeft op de parterre en verdieping meerdelige kozijnen, waarvan het exemplaar op de verdieping is voorzien van blinden. De top van de puntgevel heeft vier naast elkaar geplaatste verticale vensters met vierkante roedenverdeling. Geheel boven in de geveltop bevindt zich een smal verticaal venster.
De zuid-oostzijde (ZO) richt zich in volle breedte op de landschapstuin. Ook hier is sprake van naar voren springende en terugliggende volumina, dakschilden en kapvoethoogten. Van noordoost naar zuidwest kan deze zijde in zes delen worden onderverdeeld. Het eerste deel wordt gevormd door de eerder genoemde serre met bovenliggend terras met houten balustrade op de oosthoek. Het tweede deel is een door een rechte gootlijst afgesloten gevelvlak met op de parterre een rechthoekig uitgebouwd achtdelig kozijn onder dakschild. Op de verdieping bevinden zich recht hierboven twee dicht naast elkaar geplaatste verticale vensters met blinden. Het dakschild hierboven heeft een dakkapel met drie gekoppelde ramen. Het derde deel is een min of meer centraal geplaatste risaliet met puntgevel. De parterre heeft een grote halfronde erker met negendelig kozijn. Boven de erker bevindt zich een terras met natuurstenen balustrade. Dit terras wordt vanaf de verdieping bereikt via dubbele scharnierende deuren waarvan het kozijn door middel van smalle muurdammen van een flankerend smal verticaal venster wordt gescheiden. De top van de puntgevel (muurwerk kapverdieping) heeft vier naast elkaar geplaatste verticale vensters met vierkante roedenverdeling. Geheel boven in de geveltop bevindt zich een smal oeil de boeuf. Het vierde deel is een smal terugliggend gevelvlak dat wordt bekroond door een spits tentdak met vierkante klokkestoel en windvaan. De parterre van dit geveldeel bevat een zware overluifelde paneeldeur met getoogd kalf. Hierboven bevindt zich een verticaal venster dat eveneens is voorzien van een getoogd kalf. Het muurwerk van de kapverdieping heeft een licht uitgemetselde vensterpartij onder een kleine, in de kapvoet uitgespaarde puntgevel. Het muurwerk van het vijfde deel ligt weer een steendikte terug en heeft net als het tweede deel centraal geplaatste vensters. De parterre heeft een zevenruits erker onder dakschild en daarboven een zesruits venster. Het dakschild hierboven heeft een kapel met stolpraam. Het zesde deel wordt gevormd door de zuidoostzijde van het zuidwestelijk bouwvolume. De uitgespaarde hoek heeft een serre met dakschilden en bovenliggend dakterras met houten balustrade dat vanaf de verdieping via dubbele scharnierende deuren wordt bereikt.
De zuid-westzijde (ZW) heeft rechts (ZO) de eerder genoemde serre. Links daarvan bevindt zich een uitspringend volume met op de parterre twee kruisvensters met blinden en recht daarboven een enkel kruisvenster, eveneens met blinden. Het dakschild hierboven heeft een dakkapel met stolpraam. De zuidwestmuur van het uitspringende volume heeft in de hoek een vanaf het maaiveld tot boven de noklijn opgaande schoorsteen.
Het interieur is overwegend gaaf bewaard gebleven. Opmerkelijke onderdelen zijn onder meer de naar Engels voorbeeld ontworpen hal met haardpartij, een in oorspronkelijke staat bewaard gebleven stijlkamer aan de zuidzijde van het gebouw en de eetzaal op het noordoosten. Vermeldenswaard is de lift van Franse makelij (circa 1925) die de parterre met de verdieping en de zolder verbindt.
Waardering
Het hoofdgebouw is van algemeen belang uit cultuurhistorisch en architectuurhistorisch oogpunt als historisch-functioneel hoofdonderdeel van de historische buitenplaats Koningshof, dat in architectuur een eenheid vormt met de overige bebouwing van de architect A. Salm op deze buitenplaats en als gaaf bewaard voorbeeld van een in Engelse landhuisstijl opgetrokken landhuis uit omstreeks 1900.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Component 1
Introduction
MAIN BUILDING (country house) with interior components, principal component of the historic country estate Koningshof. The main building has a lively and informal character through the diverse extensions and volumes of varying heights, the varied placement and shape of the windows, the varied roof treatment with diverse eave heights and ridge directions, the small tower, the distinctive chimneys and the material choice. The architecture designed in 1898 by A. Salm aligns with the so-called English country house style. The country house is currently (1994) in use as an office with the Nederlands Filmmuseum.
Description Partly cellaried country house on L-shaped ground plan. The object consists of ground floor, first floor and attic storey under a roof composed of tent, hipped and gabled roofs with diverse eave heights and varied ridge direction. The roofs are overhanging and above the pointed gables provided with smooth wind braces. The core of the composite roof is formed by two large tent roofs, from which all other roof forms are derived. In various places high square and rectangular chimneys with decorative brickwork have been placed. The interior of the L (ground plan) faces a wooded dune slope (W). Here is a forecourt with the main entrance, the hall and a number of former service rooms. The volume above the short arm of the ground plan has a lower ridge height than the volume above the long arm of this ground plan. The former living rooms lie on the outside of the L (SE) with a view of the landscape garden on the south-east side.
The brickwork is constructed in hard-fired orange-red brick. The base (travertine frame) is formed by a mortared plinth into which hard stone is worked at the transition to the brickwork. Hard stone is also found in the drip moulds of the windows and in the sub-sills of the doors. The composite roof is covered with red Mulden tiles, the various roof dormers with red slate tiles. The ridge points of the roof and dormers are closed off in many places with ridge terminals in the colour of the tiles. The windows and doors are all of wood and always provided with multi-part frames with a small square glazing bar division in the upper lights. In the brickwork of the attic storey and in the roof dormers all windows have a small square glazing bar division. On the first floor, particularly on the west side, the lower panes of a number of windows are provided with shutters.
The aforementioned main entrance on the north-west side is located in a section stepped forward under a pointed gable extending beyond the eave and overhanging. The main entrance has a porch under a small, perpendicular to the facade saddle roof. The saddle roof is supported on both outer corners by decorated wooden pillars. The pillars rest on a breast wall executed in brick and natural stone which also bounds the step executed in hard stone consisting of three treads. The most forward section against which the porch stands is closed off at the height of the attic floor by an overhanging small hipped roof. Below this roof is located at first-floor height a T-shaped window with casement windows and shutters. To the right (SW) of the main entrance there is brickwork rising over two storeys to the width of a window bay. To the right (SW) of this the eave of the southern section is continued to above a horizontally placed rectangular window at the height of the fanlights of the ground floor. To the left (NE) of the main entrance the brickwork has four window bays of varying width. Above the second and fourth window bays (from main entrance) are roof dormers with ridge terminals. The transition to the volume above the short arm of the L-shaped ground plan is formed by a three-sided oriel over the entire facade height. The oriel is closed off by a separate tent roof with ridge terminal. The eave of this tent roof is located above the foot of the main roof. The volume above the short arm of the L-shaped ground plan consists of two parts: 1. a facade section of two storeys directly adjoining the aforementioned three-sided oriel under a pointed gable. This facade section has at the height of the first floor a broad oriel and in the gable top an oeil de boeuf for the lighting of the attic storey; 2. a volume located next to it (NW) under an eave extended to the first-floor level on either side of a central section. This central section, with at the height of the first-floor level a wooden balcony with pedestals on the outer corners, is closed off by a hipped roof perpendicular to the main roof. This roof has a ridge terminal on the ridge point. The balcony is reached via double hinged doors. The ground floor has only below the balcony a window. It is a T-shaped window with casement windows and a vertical glazing bar division in the fanlight. The gable end of the short arm of the L-shaped ground plan has a pointed gable with unequal eave height. This gable has a service entrance to the former kitchen placed under a canopy. This entrance is flanked by windows of unequal size. To the right (SW) of the entrance this is a double T-shaped casement window with vertical glazing bar division in the fanlights and to the left of the entrance this is a smaller T-shaped casement window. Above the entrance at the height of the first floor is a T-shaped casement window with arched fanlight placed which at the height of the fanlight is flanked by a small multi-pane window. In the gable top is an oeil de boeuf for the lighting of the attic storey.
The north-east side (NE) coincides with the outside of the short arm of the L-shaped ground plan. This side shows a combination of wall and roof surfaces, a projecting and higher section with pointed gable and a far-extended conservatory with overlying terrace for the recessed corner to the east. This terrace is reached from the first floor via a stable door with square glazing bar division in the fanlights. In the roof panel above these doors a chapel is arranged. In the north corner of the north-east side is the access to the cellar. The higher section with pointed gable has on the ground floor and first floor multi-part frames, of which the specimen on the first floor is provided with shutters. The top of the pointed gable has four vertical windows arranged side by side with square glazing bar division. Right at the top in the gable top is a narrow vertical window.
The south-east side (SE) faces the landscape garden in full width. Here too there is a matter of volumes, roof panels and eave heights that project and recede. From north-east to south-west this side can be subdivided into six parts. The first part is formed by the aforementioned conservatory with overlying terrace with wooden balustrade on the east corner. The second part is a facade section closed off by a straight gutter line with on the ground floor a rectangular extended eight-part frame under roof panel. On the first floor directly above are two closely placed vertical windows with shutters. The roof panel above has a roof dormer with three coupled panes. The third part is a more or less centrally placed projection with pointed gable. The ground floor has a large half-round oriel with nine-part frame. Above the oriel is a terrace with natural stone balustrade. This terrace is reached from the first floor via double hinged doors of which the frame is separated by means of narrow wall piers from a flanking narrow vertical window. The top of the pointed gable (brickwork attic storey) has four vertical windows arranged side by side with square glazing bar division. Right at the top in the gable top is a narrow oeil de boeuf. The fourth part is a narrow recessed facade section which is crowned by a pointed tent roof with square bell turret and weathervane. The ground floor of this facade section contains a heavy canopied panel door with arched panel. Above it is a vertical window which is also provided with an arched panel. The brickwork of the attic storey has a slightly projecting window section under a small pointed gable recessed into the eave. The brickwork of the fifth part lies again one brick thickness back and has, like the second part, centrally placed windows. The ground floor has a seven-pane oriel under roof panel and above it a six-pane window. The roof panel above has a chapel with stable window. The sixth part is formed by the south-east side of the south-west building volume. The recessed corner has a conservatory with roof panels and overlying roof terrace with wooden balustrade that is reached from the first floor via double hinged doors.
The south-west side (SW) has on the right (SE) the aforementioned conservatory. To the left of it is a projecting volume with on the ground floor two cross windows with shutters and directly above a single cross window, also with shutters. The roof panel above has a roof dormer with stable window. The south-west wall of the projecting volume has in the corner a chimney rising from ground level to above the ridge line.
The interior is largely well preserved. Notable components include among others the hall designed according to English example with fireplace section, a style room preserved in original condition on the south side of the building and the dining room to the north-east. Noteworthy is the lift of French manufacture (circa 1925) which connects the ground floor with the first floor and the attic.
Valuation
The main building is of general importance from a cultural-historical and architectural-historical perspective as a historic-functional principal component of the historic country estate Koningshof, which in architecture forms a unity with the other buildings by the architect A. Salm on this country estate and as a well-preserved example of a country house built in English country house style from around 1900.
Nearby in the register
- Tuin, park en plantsoen, Duinlustweg bij 36Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Duinlustweg bij 36Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuinhuis, Duinlustweg bij 36Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Rijwielstalling, Duinlustweg bij 36Opslagunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.