Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Grotestraat 49
Bedum, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1880 - 1881
- Address
- Grotestraat 49, 9781 HB Bedum (Het Hogeland 20)
- Place
- Bedum
- Municipality
- Het Hogeland
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.30164, 6.60449
- Part of complex
- 510650
- Monument number
- 510651
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De R.K. KERK "Maria ten Hemelopneming" werd in 1881 in gebruik genomen. Sindsdien moesten er nog enkele ornamenten worden geplaatst en hebben er een aantal wijzigingen plaatsgevonden. In 1883 werd het Moeder Godsaltaar geplaatst en in 1887 werden de 14 staties, vervaardigd door Eugène de Fernelmont uit Den Bosch, aangebracht. In de periode 1891-1906 kreeg het gebouw een tegelvloer, werden de vensters van het middenschip voorzien van gebrandschilderde ramen, kwam er een biechtstoel en werden twintig, nog uit de oude kerk afkomstige banken, vervangen door nieuwe. In 1925 kreeg de kerk electrisch licht en in 1928 werd voetverwarming aangelegd. In 1934/35 vond er een grote restauratie plaats waarbij het gebouw van binnen werd gestucadoord, er een nieuwe tegelvloer werd gelegd, er boven het priesterkoor en het Maria- en Jozefaltaar gebrandschilderde ramen werden aangebracht, vervaardigd door glazenier Joep Nicolas uit Roermond en waarbij de staties werden overgeschilderd in dezelfde kleur. In 1962 kwam er een nieuwe preekstoel en werd het Jozefaltaar afgebroken om plaats te maken voor zo'n veertig zitplaatsen. Tijdens de restauratie van 1967/68 werden de gebrandschilderde ramen in aluminium sponningen geplaatst. In 1969 werd het priesterkoor verhoogd, werd de preekstoel omgebouwd tot twee verhoogde lezenaars, de communiebanken links en rechts van het priesterkoor gezet en op het priesterkoor een nieuw altaar geplaatst. Tijdens de afbraak van de St. Martinuskerk in Groningen kwam de kerk in het bezit van een fraaie biechtstoel uit deze kerk. Het in 1819 gebouwde orgel dat uit de oude kerk was overgebracht, is vervangen door een electronisch orgel. De parochianen schonken de kerk in 1946 twee nieuwe luidklokken van de firma Van Bergen uit Heiligerlee, nadat de oude er in 1943 waren uitgehaald. Ondanks deze wijzigingen heeft het interieur voldoende kwaliteiten behouden om voor bescherming in aanmerking te komen.
Omschrijving
Een in neogotische stijl opgetrokken eenbeukige kruisKERK met vijfhoekige absis, gebouwd in een bruine baksteen op een trasraam van bruine klinkers met schuin aflopende rollaagbeëindiging. Het samengestelde dak is gedekt met leien in maasdekking en wordt omsloten door een zinken goot. Op het dak vijf kleine houten dakkapellen onder een zadeldak met houten luik met vierpasmotief, en op de nok van de absis een pinakel met torenkruis. Aan de voorzijde is een naar boven toe smaller wordende toren geplaatst, vier bouwlagen hoog, met ingesnoerde torenspits met bol en torenkruis en een uitgebouwde, driehoekige traptoren onder een driezijdig schilddakje aan de zuidzijde. De zijgevels en hoeken van het kerkgebouw worden ondersteund door gemetselde steunberen die ook binnenwaarts zijn geplaatst. De gevels worden geleed door spitsboogvensters met tracering, glas-in-lood en hardstenen afzaat.
De hoofdentree bevindt zich in de toren aan de westzijde en bestaat uit een dubbele gelakt houten korfboogvormige deur met decoratieve gehengen onder een eensteens korfboog. Boven de entree, op de tweede bouwlaag, een groot spitsboogvenster met tracering en glas-in-lood met onder de lekdorpel een in vier vakken gemetseld vlak. Aan weerszijden is aan de bovenzijde een rond venstertje met davidster motief geplaatst. De noordgevel heeft op de tweede bouwlaag twee blinde spitsboogvensters en de zuidgevel één. Op de derde bouwlaag hebben noord- en westgevel twee hoge blinde spitsboogvensters met daartussenin twee spitsboogvensters met een rond vlak erboven, dat bij de westgevel in beslag wordt genomen door een wijzerplaat. De zuidgevel heeft dezelfde indeling maar met slechts één blind spitsboogvenster. De vierde verdieping heeft aan alle zijden vier blinde spitsboogvensters met in de middelste twee, houten roosters. De traptoren heeft bovenin drie spitsboogvensters met glas-in-lood en een aantal smalle venstertjes.
De noord- en zuidgevel van het kerkgebouw hebben elk vijf spitsboogvensters, onderbroken door het transept. Het noorder- en zuider transept hebben beide een tuitgevel met schouders. De gevels worden ingedeeld door een groot spitsboogvenster met tracering en glas-in-lood, geflankeerd door twee blinde spitsboogvensters met erboven twee ronde vensters met davidster motief. Het noorder transept heeft onder het grote venster een dubbele korfboogvormige, gelakte houten deur met ijzeren gehengen en een natuurstenen stoep. In de top van de beide transepten bevindt zich een blind spitsboogvenster met tracering waarbinnen twee kleine glas-in-lood vensters zijn uitgespaard, met aan weerszijden nog twee blinde spitsboogvensters. In de zijgevels van het noorder- en zuider transept is een spitsboogvenster aangebracht, eveneens met tracering en glas-in-lood. Tussen het zuider transept en de vijfhoekige absis is een lage aanbouw geplaatst onder een met leien bedekt schilddak, met in de oostgevel een spitsboogvenster. Aan de oostzijde van het noorder tansept bevindt zich een driehoekig absidiool met driezijdig tentdak en drie spitsboogvensters.
In het INTERIEUR zijn ondermeer vermeldenswaard: het stergewelf, de kleurig betegelde vloer (1934), de veertien kruiswegstaties, het hoofdaltaar in de koorsluiting met de gebrandschilderde ramen waarop de heiligen St. Walfridus en St. Radfridus, St. Willibrordus en St. Ludgerus staan afgebeeld, het Maria-altaar in het absidiool, het zwart marmeren zeshoekige doopvont, de houten kerkbanken, de houten biechtstoel in het zuidelijke transept en de houten orgeltribune. In het voorportaal de tegelvloer en de bakstenen trap naar de toren; (in de toren het uurwerk in een houten kast.)Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.
Waardering
Rooms-katholieke kerk van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang
- als voorbeeld van een evenwichtige neogotische kerk uit de tweede helft van de 19de eeuw
- vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp
- als voorbeeld van een bescheiden representant van het oeuvre van A. Tepe
- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en een groot deel van het interieur
- vanwege het sobere, maar verzorgde materiaalgebruik
- vanwege de beeldbepalende ligging aan de Grotestraat
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Roman Catholic CHURCH "Maria ten Hemelopneming" was taken into use in 1881. Since then some ornaments still had to be placed and a number of alterations took place. In 1883 the Mother of God altar was placed and in 1887 the 14 Stations of the Cross, made by Eugène de Fernelmont from Den Bosch, were installed. In the period 1891-1906 the building received a tiled floor, the windows of the nave were provided with stained-glass windows, a confessional was installed and twenty benches, still from the old church, were replaced by new ones. In 1925 the church received electric lighting and in 1928 underfloor heating was installed. In 1934/35 a major restoration took place whereby the building was stuccoed internally, a new tiled floor was laid, stained-glass windows were installed above the priest's choir and the Mary and Joseph altars, made by glazier Joep Nicolas from Roermond, and the Stations were repainted in the same colour. In 1962 a new pulpit was installed and the Joseph altar was demolished to make room for some forty seats. During the restoration of 1967/68 the stained-glass windows were placed in aluminium rebates. In 1969 the priest's choir was raised, the pulpit was converted into two elevated reading desks, the communion rails were placed to the left and right of the priest's choir and a new altar was placed on the priest's choir. During the demolition of the St. Martinuskerk in Groningen the church came into possession of a fine confessional from this church. The organ built in 1819 that had been brought from the old church was replaced by an electronic organ. The parishioners donated to the church in 1946 two new bell chimes from the firm Van Bergen from Heiligerlee, after the old ones had been removed in 1943. Despite these alterations the interior has retained sufficient qualities to merit protection.
Description
A single-nave cruciform church built in neogothic style with a pentagonal apse, built in brown brick on a stone base of brown clinkers with obliquely sloping corbel finishing. The composite roof is covered with slates in Maasland bond and is enclosed by a zinc gutter. On the roof five small wooden roof dormers under a gabled roof with wooden shutter with four-centred arch motif, and on the ridge of the apse a pinnacle with cross. On the front side is a tower placed which narrows towards the top, four storeys high, with constricted spire with globe and cross and an extended, triangular stair tower under a three-sided hipped roof on the south side. The side walls and corners of the church building are supported by buttresses which are also placed internally. The facades are articulated by pointed-arch windows with tracery, stained glass and ashlar sill.
The main entrance is located in the tower on the west side and consists of a double painted wooden basket-arch shaped door with decorative hinges under a single-layer basket arch. Above the entrance, on the second storey, a large pointed-arch window with tracery and stained glass with below the drip moulding a flat surface divided into four sections. On either side at the top a small round window with Star of David motif is placed. The north facade has on the second storey two blind pointed-arch windows and the south facade one. On the third storey north and west facades have two tall blind pointed-arch windows with between them two pointed-arch windows with a round flat surface above it, which on the west facade is occupied by a clock face. The south facade has the same arrangement but with only one blind pointed-arch window. The fourth floor has on all sides four blind pointed-arch windows with in the middle two, wooden grilles. The stair tower has at the top three pointed-arch windows with stained glass and a number of narrow windows.
The north and south facades of the church building each have five pointed-arch windows, interrupted by the transept. Both the north and south transepts have a spout gable with shoulders. The facades are divided by a large pointed-arch window with tracery and stained glass, flanked by two blind pointed-arch windows with above them two round windows with Star of David motif. The north transept has under the large window a double basket-arch shaped, painted wooden door with iron hinges and a natural stone step. At the top of both transepts there is a blind pointed-arch window with tracery within which two small stained-glass windows are cut out, with on either side two more blind pointed-arch windows. In the side facades of the north and south transept a pointed-arch window is placed, likewise with tracery and stained glass. Between the south transept and the pentagonal apse a low extension is placed under a slate-covered hipped roof, with in the east facade a pointed-arch window. On the east side of the north transept there is a triangular absidiole with three-sided tent roof and three pointed-arch windows.
In the INTERIOR the following are noteworthy: the star vault, the colourfully tiled floor (1934), the fourteen Stations of the Cross, the high altar in the choir closure with the stained-glass windows depicting the saints St. Walfridus and St. Radfridus, St. Willibrordus and St. Ludgerus, the Mary altar in the absidiole, the black marble hexagonal baptismal font, the wooden church benches, the wooden confessional in the southern transept and the wooden organ gallery. In the vestibule the tiled floor and the brick stairs leading to the tower; (in the tower the clockwork in a wooden case.) The organ and organ case are not of value from the point of view of monument conservation.
Valuation
Roman Catholic church of general cultural and architectural-historical significance
- as an example of a well-balanced neogothic church from the second half of the 19th century
- because of the aesthetic quality of the design
- as an example of a modest representative of the oeuvre of A. Tepe
- because of the high degree of integrity of the exterior and a large part of the interior
- because of the sober, yet carefully applied use of materials
- because of its visually defining position on the Grotestraat
Nearby in the register
- Pastorie(F), Grotestraat 47Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Grotestraat 62Woonhuisunder 1 mi
- Kerk, Plantsoen 2Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Begraafplaats, Grotestraat bij 49Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.