TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Remmerstein

Rhenen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1912
Address
Oude Veensegrindweg bij 15, 3911 TA Rhenen
Place
Rhenen
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.98150, 5.56273
Part of complex
509894
Monument number
509899

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "39 Rhenen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

De TUINAANLEG in nieuwe architectonische tuinstijl werd ontworpen door tuinarchitect D.F. Tersteeg. De aanleg voegt zich in de achtiende eeuwse structuur en lanenstelsels van de oude buitenplaats, die tegen de helling van de Paasheuvel is aangelegd. Ook bij de tuin zijn Engelse invloeden aanwijsbaar, zoals de bakstenen elementen en de terraswerking. Evenals de architectuur van het huis is er een verband te leggen met de stijlkenmerken in de werken van Edwin Lutyens. Het op een 18de-eeuwse laan geplaatste landhuis van architect De Clerq vormt het uitgangspunt voor de ligging van de tuin. De hoofdstructuur van de tuinaanleg van Tersteeg wordt bepaald door de symmetrie-assen, deeltuinen en architectonische begrenzingen. De symmetrie-assen sluiten aan op de oostgevel en de zuidoostgevel van het huis. De hoofdas staat loodrecht op het huis, waarop het terras, de bloementuin en een grasparterre zijn aangelegd. Deze as eindigt in een halve cirkel. Parallel hieraan ligt ter afsluiting aan de zuidzijde een pergola. Het centrale punt van de bloementuin is een vierkant bassin in een vierkant gazon. Vanaf dit punt loopt dwars op de hoofdas een tweede symmetrie-as. Deze begint bij een zitgelegenheid onder een kastanjeboom en wordt via een vijvertje, verlaagd voortgezet in een doodlopende coniferenlaan.

Bij het ontwerp is gebruikt gemaakt van de bestaande niveauverschillen. De `achterhof' en het terras liggen op het niveau van het huis, de bloementuin, coniferenlaan en grasparterre bevinden zich ieder op een steeds lager niveau. De tuin bestaat uit de volgende deeltuinen:Het `terras' wordt afgescheiden door gemetselde muurtjes. In de muurtjes zijn op een tweetal plaatsen vierkante terra-cotta tegels aangebracht. Deze stellen een haan en een papegaai voor. Ter overbrugging van het hoogteverschil met de bloementuin zijn trappen aangelegd in hoeken van 45 graden. Het terras wordt omzoomd door een taxushaag. De `bloementuin' bestaat uit een vierkant grasveld, begrensd door grindpaden en perken. In het midden van deze tuin ligt een vierkant vijverbassin. Een tweede vijver ligt aan de zijde van het terras. Vanuit een rondboogvormige nis in de terrasmuur stroomt water in het bovenste bassin, dat voorzien is van hardstenen afdekranden en overloopgoten. Via deze goten stroomt het water in een tweede bassin. Aan de oostzijde van de tuin bevindt zich een halfronde zitgelegenheid met ervoor een rond, met flagstones belegd plaatsje. In het midden is een kastanjeboom geplaatst. Onder aan de terrassen zijn rododendrons geplant.

Aan de zuidkant langs de bloementuin en aansluitend op het terras staat een pergola. Aan de uiteinden van de pergola bevinden zich bankjes. De ritmisch geplaatste massieve pijlers hebben een baksteenmotief aan de bovenzijde en dragen een lattenconstructie, waaromheen zich de klimplanten winden. De pergola vormt de zuidelijke afsluiting van de bloementuin. De `grasparterre' ligt zuidoostelijk een niveau lager dan de bloementuin, en is afgescheiden door een muur met trappen. De grasparterre wordt gekenmerkt door een grasveld, grote rododendrons en een rand van coniferen. De paden zijn hier informeel. Tegen de terrasmuur is een border aangelegd. De `dwarsas met coniferenlaan' ligt haaks op de hoofdas en loopt vanaf de halfronde zitgelegenheid in de bloementuin naar het zuiden. Ter hoogte van de pergola bevinden zich trappen, deels geplaatst in een hoek van 45 graden. Een overloop vanuit het bassin in de bloementuin mondt via een muurtje tussen de trappen uit in een tussen de trappen gelegen vijver. De randen zijn voorzien van baksteendcoraties. Het bassin heeft de vorm van een halter. Hier vangt de zichtas aan, die aan weerszijden is beplant met coniferen en eindigt in het bos.

De `achterhof' is direct achter het huis gelegen. Deze achthoekige tuin is omzoomd door een taxushaag. Oorspronkelijk was in de tuin een aanleg met een gazon, later werd de tuin vermoedelijk ook als moestuin gebruikt. De indeling bestaat thans uit een stervormige vakindeling, afgescheiden door buxushaagjes.

Het `draaiplein' is symmetrisch aangelegd en gericht op het uitzicht vanuit de erker van de eetkamer. In het midden bevindt zich een cirkelvormig perk, omzoomd door grind. Het draaiplein wordt door een taxushaag afgesloten.

De `pauwentuin' ligt in het bos opzij van het draaiplein en bestaat uit een bassin, gelegen in het midden van de tuin. Rondom zijn zeshoekige bakstenen pilaren geplaatst, waartussen muurtjes zijn gemetseld. Ter linkerzijde zijn trappen aangelegd. Aan de zuidoostzijde is een bankje geplaatst.

Waardering

De tuinaanleg van de historische buienplaats Remmerstein is van cultuurhistorische waarde als onderdeel van de ontwikkeling van de aanleg van Remmerstein, alsmede van architectuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld van een goed bewaard gebleven tuin in de nieuwe architectonische tuinstijl. Tevens is de tuin van belang vanwege de plaats in het oeuvre van tuinarchitect D.F. Tersteeg. De tuin is tenslotte van ensemblewaarde vanwege de relatie met het landhuis en de ligging in een 18de-eeuwse structuur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

The GARDEN LAYOUT in the new architectural garden style was designed by landscape architect D.F. Tersteeg. The layout fits into the eighteenth-century structure and lane systems of the old country estate, which is built against the slope of the Paasheuvel. English influences are also evident in the garden, such as the brick elements and the terracing. Like the architecture of the house, a connection can be drawn with the style characteristics in the works of Edwin Lutyens. The country house by architect De Clerq, placed on an 18th-century lane, forms the starting point for the garden's location. The main structure of Tersteeg's garden layout is determined by the symmetry axes, sub-gardens and architectural boundaries. The symmetry axes align with the east facade and the south-east facade of the house. The main axis is perpendicular to the house, on which the terrace, the flower garden and a lawn parterre are laid out. This axis ends in a semicircle. Parallel to this, a pergola closes off the south side. The central point of the flower garden is a square basin in a square lawn. From this point, a second symmetry axis runs perpendicular to the main axis. This begins at a seating area under a chestnut tree and is continued via a pond, stepped down into a dead-end conifer avenue.

The existing level differences were used in the design. The 'courtyard' and the terrace are at the level of the house, the flower garden, conifer avenue and lawn parterre are each at progressively lower levels. The garden consists of the following sub-gardens: The 'terrace' is separated by mortared walls. Square terracotta tiles representing a rooster and a parrot are placed in the walls in two locations. Steps at 45-degree angles bridge the height difference with the flower garden. The terrace is bordered by a yew hedge. The 'flower garden' consists of a square lawn, bordered by gravel paths and beds. In the middle of this garden lies a square pond basin. A second pond is located on the terrace side. Water flows from a semicircular arch-shaped niche in the terrace wall into the upper basin, which is fitted with stone coping and overflow channels. The water flows through these channels into a second basin. On the east side of the garden is a semicircular seating area with a round flagstone-paved space in front of it. A chestnut tree is placed in the middle. Below the terraces rhododendrons are planted.

On the south side along the flower garden and adjoining the terrace stands a pergola. At the ends of the pergola are benches. The rhythmically placed solid pillars have a brick motif at the top and support a lattice structure, around which climbing plants wind. The pergola forms the southern boundary of the flower garden. The 'lawn parterre' lies to the south-east one level lower than the flower garden and is separated by a wall with steps. The lawn parterre is characterized by a lawn, large rhododendrons and a border of conifers. The paths here are informal. A border is planted against the terrace wall. The 'cross-axis with conifer avenue' runs perpendicular to the main axis and extends from the semicircular seating area in the flower garden towards the south. At the height of the pergola are steps, some placed at a 45-degree angle. An overflow from the basin in the flower garden opens via a wall between the steps into a pond located between the steps. The edges are fitted with brick decorations. The basin is shaped like a dumbbell. Here the sight axis begins, which is planted with conifers on both sides and ends in the forest.

The 'courtyard' is located directly behind the house. This octagonal garden is bordered by a yew hedge. Originally the garden had a lawn layout, later the garden was presumably also used as a vegetable garden. The layout currently consists of a star-shaped compartment division, separated by box hedges.

The 'turning circle' is laid out symmetrically and oriented to the view from the dining room bay window. In the middle is a circular bed, bordered by gravel. The turning circle is closed off by a yew hedge.

The 'peacock garden' lies in the forest to the side of the turning circle and consists of a basin, located in the middle of the garden. Around it are hexagonal brick pillars, between which walls are mortared. Steps are laid out on the left side. A bench is placed on the south-east side.

Valuation

The garden layout of the historical country estate Remmerstein is of cultural-historical value as part of the development of Remmerstein, as well as of architectural-historical value as a rare example of a well-preserved garden in the new architectural garden style. The garden is also important for its place in the oeuvre of landscape architect D.F. Tersteeg. Finally, the garden is of ensemble value because of its relationship with the country house and its location in an 18th-century structure.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map