Rijksmonumentenregister · Netherlands
Remmerstein
Rhenen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1912
- Address
- Oude Veensegrindweg 15, 3911 TA Rhenen
- Place
- Rhenen
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98150, 5.55994
- Part of complex
- 509894
- Monument number
- 509895
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "39 Rhenen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Het LANDHUIS Remmerstein, gebouwd in 1912, is met de L-vormige plattegrond overhoeks geplaatst op een centrale as van het landgoed. Deze as betreft de 18de-eeuwse laan van het voormalige huis, waar zich thans de duiventoren bevindt, naar het sterrenbos.
De architectuur van het huis vertoont sterke stijlinvloeden van Engelse landhuizen. Belangrijke elementen zijn de plattegrond, erker, schoorstenen en de plafonddecoraties. Het huis is rond 1926 aan de zuidwestzijde uitgebreid. In 1986 is het pand gesplitst in een drietal appartementen. Laatstgenoemde aanpassing valt buiten de bescherming. Het pand telt twee bouwlagen onder een samengestelde rieten kap. Een aantal glas-in-lood vensters zijn gevat in stalen kozijnen.
De zuidoostgevel of tuingevel is symmetrisch opgebouwd met in het midden een erker van drie bouwlagen. Deze is uitgevoerd in vakwerk, opgevuld met baksteen in visgraatverband. De vensters zijn vijfstrooks. De erker is afgedekt door een schilddakvormige steekkap met overstek, rustend op schoren. Het middendeel heeft een opgetrokken dakschild en kenmerkt zich ter weerszijden van de erker door een driestrooksvenster rechts, stolp- deuren links, alsmede stolpvensters in de tweede bouwlaag. In het dakschild zijn twee schoorstenen met uitkragende bovenzijde en afdekplaten aangebracht. In de gevel is voorts een zonnewijzer gezet. De gevel links van het gedeelte met opgetrokken dakschild is de aanbouw uit 1926. Hier bevindt zich tegen de eerste bouwlaag een driezijdige erker met balkon, dat toegankelijk is middels een openslaande balkondeur met zijlichten.
De geknikte oostgevel ligt iets terug ten opzichte van de zuidoost- en noordoostgevel en telt drie bouwlagen. In de schuine zijde in het midden bevindt zich in beide bouwlagen een driestrooks venster, waartussen een gevelsteen waarop de duiventoren staat afgebeeld, die in de plaats van het oorspronkelijke huis is gekomen. Het dakschild is kwartrond opgelicht, eronder is een wijzerplaat geplaatst met beschilderingen, waaronder het jaartal `anno 1912' en een -thans onleesbare- spreuk. Op het dak is een houten lantaarn geplaatst bekroond door een klokvormige spits met windwijzer in de vorm van een hoornblazende ruiter. In de open lantaarn hangt een luidklok. De gevelzijden ter weerszijden van dit middendeel bevatten in elke bouwlaag een venster of deur; vlak onder de dakrand zijn vierstrooksvensters geplaatst.
De noordoostgevel heeft een identieke opzet als de zuidoostgevel, echter aan deze gevel is een aanbouw met lagere nokhoogte gezet. Links is de hoofdingang gelegen, bestaande uit een getoogde toegangsdeur in een portaal onder zadeldak, dat ondersteund wordt door twee dorische zuilen. Voor de ingang ligt een halfronde bakstenen stoep. In de tweede bouwlaag zit een vijfstrooksvenster met glas-in-lood. Erboven bevindt zich een geschoorde dakgoot. Rechts van de ingangpartij is het dakschild boven de gevel opgetrokken. Het dakschild is opgelicht ten behoeve van twee dakvensters. In de eerste bouwlaag is een vijfstrooksvenster in een erker met gebogen voorzijde gezet. In de tweede bouwlaag bevinden zich drie stolpvensters. Rechts van het middendeel van de gevel is in de tweede bouwlaag een stolpvenster geplaatst. Op de hoek van de gevel is een smeedijzeren lantaarn bevestigd. Het rechterdeel van de gevel is teruggelegen en heeft een lagere nokhoogte. In een portiek is de dienstbodeningang gelegen waarnaast een driestrooks venster is gezet. In de tweede bouwlaag zijn stolpende deuren geplaatst. De westelijke kopgevel bevat een aantal stolpvensters.
Tegen de zuidelijke kopgevel van het pand is links een open veranda geplaatst, rustend op houten schoren. Rechts ervan is een kozijn met vier openslaande deuren aangebracht. In de tweede bouwlaag bevindt zich rechts een stolpraam en links een driezijdige erker met vensters. Het dakschild wordt doorbroken door een rietgedekte dakkapel met een vierstrooks venster.
De geknikte achtergevel wordt gekenmerkt door een aantal stolpvensters, deuren en een risalerende, verjongende schoorsteen. In de knik is een asymmetrisch balkon aangebracht met een bakstenen balustrade. In het midden van de klokgevel is een uitkragende schoorsteen aangebracht. In het dakvlak zijn een voorts nog tweetal schoorstenen aan te treffen.
Het interieur is met behoud van het oorspronkelijke karakter opgedeeld in drie wooneenheden. In de knik van het huis ligt de centrale hal, die de diverse vertrekken ontsluit. Vanuit de centrale hal is via de terrasdeuren aan de achterzijde de achterhof te bereiken. De vertrekken in de zuidvleugel worden ontsloten door een gang. De kamers zijn gelegen aan de tuinzijde. De noordvleugel bevatte de dienstbodenvertrekken, de keuken, de eetkamer alsmede de hoofdingang en het trappenhuis. De houten trap bevindt zich boven de entree tot het huis. De overloop wordt gesierd soor een groot venster met glas-in-lood elementen. Het huis heeft houten parketvloeren en grotendeels de oorspronkelijke houten deuren. De zitkamer die uitzicht biedt op de oprijlaan heeft een cassettenplafond in een tudorachtige stijl. De eetkamer heeft een gestuct plafond met bloemmotieven op de balken. De keuken en bijkeuken zijn grotendeels oorspronkelijk en bevatten wanden met polychrome tegeltableaus.
Waardering
Het landhuis is van architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een landhuis met Engelse stijlinvloeden dat tevens een belangrijk onderdeel vormt van het oeuvre van architect S. De Clerq, het is van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een ontwikkelingsgeschiedenis van een oudere buitenplaats op de Utrechtse Heuvelrug. Tenslotte is het van ensemblewaarde vanwege de ligging op de as van een 18de-eeuwse laanstructuur en in combinatie met de tuinaanleg van D.F. Tersteeg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
The COUNTRY HOUSE Remmerstein, built in 1912, is positioned diagonally on a central axis of the estate with its L-shaped floor plan. This axis concerns the 18th-century avenue of the former house, where the dovecote is now situated, leading to the star forest.
The architecture of the house displays strong stylistic influences from English country houses. Important elements are the floor plan, bay window, chimneys and ceiling decorations. The house was extended on the southwest side around 1926. In 1986 the building was divided into three apartments. This latter modification falls outside the protected status. The building has two storeys under a composite thatched roof. A number of leaded-glass windows are set in steel frames.
The southeast or garden facade is symmetrically laid out with a three-storey bay window in the centre. This is executed in timber framing, infilled with brick in herringbone bond. The windows are five-paned. The bay window is topped by a hipped roof-shaped corner roof with overhang, resting on brackets. The central section is characterized by a projecting roof hip and has on either side of the bay window a three-paned window on the right, casement doors on the left, as well as casement windows on the second storey. Two chimneys with projecting tops and capping plates are set into the roof hip. A sundial is furthermore placed in the facade. The section to the left of the part with projecting roof hip is the extension from 1926. Here, against the first storey, there is a three-sided bay window with a balcony, which is accessible by means of a glazed balcony door with sidelights.
The angled east facade is set back slightly in relation to the southeast and northeast facades and has three storeys. In the angled central side there is, in both storeys, a three-paned window, between which a facade stone on which the dovecote is depicted, which has taken the place of the original house. The roof hip is quarter-round glazed, beneath it a sundial is placed with paintings, including the date 'anno 1912' and a now-illegible motto. On the roof a wooden lantern is placed crowned by a bell-shaped spire with a weathervane in the form of a horn-blowing rider. A bell hangs in the open lantern. The facade sides on either side of this central section contain in each storey a window or door; just below the roof edge, four-paned windows are placed.
The northeast facade has an identical arrangement as the southeast facade, however an extension with a lower roof ridge is set against this facade. On the left the main entrance is located, consisting of an arched entrance door in a porch under a gabled roof, which is supported by two Doric columns. In front of the entrance is a semicircular brick step. In the second storey is a five-paned leaded-glass window. Above it is a bracketed gutter. To the right of the entrance section the roof hip is raised above the facade. The roof hip is glazed for two roof windows. In the first storey is a five-paned window in a bay window with curved front set. In the second storey there are three casement windows. To the right of the central section of the facade, in the second storey, a casement window is placed. A wrought-iron lantern is attached to the corner of the facade. The right-hand part of the facade is set back and has a lower roof ridge. In a porch the servants' entrance is located, beside which a three-paned window is set. In the second storey casement doors are placed. The western gable facade contains a number of casement windows.
Against the southern gable facade of the building, on the left an open veranda is placed, resting on wooden brackets. To the right of it is a frame with four glazed doors. In the second storey, on the right is a casement window and on the left a three-sided bay window with windows. The roof hip is broken through by a thatched roof dormer with a four-paned window.
The angled rear facade is characterized by a number of casement windows, doors and a projecting, tapering chimney. In the angle is an asymmetrical balcony with a brick balustrade. In the centre of the bell gable is a projecting chimney. In the roof plane are furthermore two more chimneys to be found.
The interior is divided into three residential units while retaining its original character. In the angle of the house lies the central hall, which provides access to the various rooms. From the central hall, via the terrace doors on the rear side, the rear court can be reached. The rooms in the south wing are accessed by a corridor. The rooms are located on the garden side. The north wing contained the servants' quarters, the kitchen, the dining room as well as the main entrance and the staircase. The wooden staircase is located above the entrance to the house. The landing is graced by a large leaded-glass window. The house has wooden parquet flooring and mostly the original wooden doors. The sitting room which has a view of the entrance drive has a coffered ceiling in a Tudor-style. The dining room has a stuccoed ceiling with floral motifs on the beams. The kitchen and scullery are largely original and contain walls with polychrome tile tableaux.
Valuation
The country house is of architectural-historical value as a well-preserved example of a country house with English stylistic influences which also forms an important part of the oeuvre of architect S. De Clerq, it is of cultural-historical value as an example of the development history of an older country seat on the Utrecht Heuvelrug. Finally, it is of ensemble value due to its location on the axis of an 18th-century avenue structure and in combination with the garden layout by D.F. Tersteeg.
Nearby in the register
- RemmersteinBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- RemmersteinBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- RemmersteinTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- RemmersteinTuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.