Rijksmonumentenregister · Netherlands
St. Willibrordus
Kloosterburen, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1868
- Address
- Hoofdstraat 28, 9977 RD Kloosterburen (Het Hogeland 20)
- Place
- Kloosterburen
- Municipality
- Het Hogeland
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.38690, 6.39383
- Monument number
- 509515
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 16. Groningen. 17. Drenthe" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KERKGEBOUW opgetrokken in een Neo-Gotische stijl. Het dorp Kloosterburen kreeg in 1842 een r-.k. kerk, maar deze bleek in 1864 al weer te klein. De toenmalige pastoor A. Kerkhoff spande zich in voor de bouw van een grotere kerk en vroeg architect P.J.H. Cuypers om een ontwerp. Het ontwerp werd in eigen beheer uitgevoerd omdat de bouw niet aan een aannemer was gegund. In november 1868 konden de eerste diensten er worden gehouden en in de zomer van 1869 was het kerkgebouw gereed. Volgens Cuypers zelf heeft hij het gebouw sober vormgegeven, passend bij het dorpsbeeld, met een breed schipdak om het zoveel mogelijk tegen zware stormen en onweer te beschermen. In 1904 werd het priesterkoor uitgebreid met een veelhoekige koorsluiting door Jos Cuypers en Jan Stuyt. De inrichting van de kerk, met name het oude hoofdaltaar en de beide zijaltaren, is verzorgd door atelier Cuypers-Stolzenberg uit Roermond. De gebrandschilderde ramen boven het oude hoofdaltaar komen uit de ateliers van glazenier Nicolas uit Roermond en stellen taferelen voor uit het leven van de heilige Willibrord. De kruiswegstaties zijn omstreeks 1890 aangebracht door fa. Ferlemont uit Den Bosch en de eiken banken en lambrizering zijn er in 1923 in geplaatst. Bij Jos Adema uit Amsterdam werd in 1925 een orgel besteld dat een plaats kreeg op het oude koor achter in de kerk. In 1970 werd de kerk aan de buitenkant grondig gerestaureerd en in 1972 werd het interieur aangepast naar de richtlijnen van het concilie: het altaar werd naar het midden verplaatst, het gebrandschilderde glas in de ramen in de zijbeuken werd vervangen door blank glas en de kolommen zijn tot een eind boven de kapitelen gewit.
Bij de kerk werd in 1908 een pastorie gebouwd, deze is in 1971 afgebroken.
Tijdens de restauratie van de kerk in 1996 is het dak weer voorzien van leien en dakkapellen.
De kerk die midden in het dorp aan de Hoofdstraat ligt, is vanuit het omliggende land van grote afstand al te herkennen.
Omschrijving
De rooms-katholieke KERK met basilikale opzet en voorzien van een soort pseudotransept, is opgetrokken in een bruine baksteen onder een uitgebouwd trasraam van bruine klinkers met een stenen afdekking. De kerk heeft een uitgebouwd torendeel aan de noordzijde. Het samengestelde zadeldak dat gedekt is met leien (restauratie 1996) wordt omlijst door een nieuwe goot op klossen en heeft tien kleine dakkapellen met puntdak (restauratie 1996). De torenspits met windwijzer met haan heeft eveneens leien. Het kerkgebouw heeft een fries van muizetanddecoratie en een decoratieve gevelband onder de vensterdorpels. Het uit drie bouwlagen opgebouwde torendeel wordt verlevendigd met muizetand- en metseldecoraties van gele en bruine baksteen.
De hoofdentree bevindt zich midden in het torendeel aan de noordzijde en bestaat uit een dubbele toegangsdeur (niet origineel) in een portiek onder een gemetselde spitsboog met natuurstenen aanzet- en sluitstenen, steunend op twee natuurstenen pilasters. De boogtrommel boven de deur is van natuursteen en heeft in het midden een vijfpas van glas-in-lood met natuurstenen hart. Een bakstenen stoep van vijf treden verleent de toegang. Boven de entree op de tweede bouwlaag bevindt zich een drielichtvenster samengevat onder een spitsboog van gele en bruine baksteen met sluit- en aanzetstenen van natuursteen. Daarboven, op de derde bouwlaag met tuitgevel, is een gevelveld uitgespaard onder een rondboog waarbinnen zich twee spitsboog galmgaten bevinden met een ronde wijzerplaat erboven. Dit gevelvlak herhaalt zich aan de oost-, zuid- en westzijde.
Ten oosten van het torendeel bevindt zich in de noordgevel nog een deur met natuurstenen omlijsting, ook onder een spitsboog met natuurstenen trommel met middenin een vierpasraam. Aan de westzijde zat een identieke deurpartij; deze is echter dichtgezet en gewijzigd.
De oostgevel bestaat uit vijf traveeën met een muizetandfries en muizetandgevelband ter hoogte van de onderdorpels. De traveeën worden gescheiden door een steunbeer. Elke travee heeft een raampartij bestaande uit twee spitsboogvensters met in het boogveld een rond venster binnen een vierpasmotief, samengevat onder een spitsboog met natuurstenen sluit- en aanzetstenen. De beide spitsboogvensters worden verbonden door een natuurstenen onderdorpel. Het transept aan de oostgevel heeft een tuitgevel met natuurstenen tuit en -gevelafdekking en twee steunberen. Een decoratieve gevelband van gele baksteen siert de topgevels samen met een rollaag langs de dakrand. Bijna de hele gevel wordt in beslag genomen door een raampartij bestaande uit een groot radvenster met natuurstenen stijlen met daaronder drie spitsboogvensters van verschillende hoogte, samengevat onder een rondboog. Bovenin de top bevindt zich nog een rondboogvenstertje.
Links van het transept bevindt zich de consistorie. Deze bestaat uit een lage aanbouw met zadeldak, goot op klossen en een schoorsteen met een ceramisch ontluchtingspijpje op de nok. Een voorportaal onder een lessenaarsdak, tussen transept en consistorie, verleent de toegang aan de oostzijde. Het portaal heeft aan de noordzijde een houten deur onder een spitsboog met natuurstenen boogtrommel met middenin een vierpasvenster, en aan de oostzijde twee verticale vensters onder een strek, met elkaar verbonden door een natuurstenen dorpel. Dezelfde vensters, maar dan in tweevoud, bevinden zich aan de zuidzijde van de consistorie. Onder de vensters is een platte aanbouw gebouwd waarin zich de kluis bevindt.
De achtergevel heeft een zevenkantig priesterkoor met op elke hoek een steunbeer en aan elke zijde een spitsboogvenster met glas-in-lood. Het koor is met de achtergevel verbonden via het oorspronkelijke, rechtgesloten koor onder een zadeldak met een radvenster bovenin de oost- en westgevel.
De westgevel heeft dezelfde indeling als de oostgevel, alleen heeft het transept een platte bakstenen aanbouw en is er in plaats van een consistorie een lage aanbouw met lessenaarsdak aangebracht tegen het oorspronkelijke koor, met twee vierruits vensters met strek aan de west- en zuidzijde. Rechts van het transept is nog een raampartij identiek aan die in de overige traveeën.
Het INTERIEUR van de kerk is nog grotendeels intact. Vermeldenswaard zijn onder meer: de kruiswegstaties, het hoofdaltaar, het Maria- en Jozefaltaar, de decoratieve tegelvloer en de eiken banken.
Tweeklaviers pneumatisch orgel, gemaakt door Jozef Adema in 1934.
Waardering
R-.k. kerk St. Willibrordus van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang
- vanwege de aan het dorpsbeeld en klimaat aangepaste sobere architectuur
- als voorbeeld van een karakteristiek vroeg werk uit het oeuvre van P.J.H. Cuypers
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van het gebouw
- vanwege de hoge mate van gaafheid van een groot aantal interieur onderdelen
- vanwege de beeldbepalende ligging in het dorp
- als belangrijk oriëntatiepunt in het omliggende land
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CHURCH BUILDING erected in a Neo-Gothic style. The village of Kloosterburen received a Roman Catholic church in 1842, but this proved too small by 1864. The then parish priest A. Kerkhoff made efforts for the construction of a larger church and asked architect P.J.H. Cuypers for a design. The design was executed in-house because the construction was not awarded to a contractor. In November 1868 the first services could be held there and in the summer of 1869 the church building was ready. According to Cuypers himself, he designed the building soberly, fitting the village character, with a broad nave roof to protect it as much as possible against heavy storms and tempests. In 1904 the priest's choir was extended with a polygonal choir closure by Jos Cuypers and Jan Stuyt. The furnishing of the church, in particular the old high altar and the two side altars, was carried out by the Cuypers-Stolzenberg workshop from Roermond. The stained-glass windows above the old high altar come from the workshops of glazier Nicolas from Roermond and depict scenes from the life of Saint Willibrord. The Stations of the Cross were installed around 1890 by the firm Ferlemont from Den Bosch and the oak pews and wainscoting were installed in 1923. An organ was commissioned from Jos Adema in Amsterdam in 1925 which was placed on the old choir at the back of the church. In 1970 the church was thoroughly restored on the outside and in 1972 the interior was adapted according to the guidelines of the council: the altar was moved to the centre, the stained glass in the windows in the side aisles was replaced with clear glass and the columns were whitewashed up to some distance above the capitals.
A parsonage was built next to the church in 1908, which was demolished in 1971.
During the restoration of the church in 1996 the roof was again provided with slate tiles and roof dormers.
The church, which is located in the middle of the village on the Hoofdstraat, can be recognised from a great distance from the surrounding countryside.
Description
The Roman Catholic CHURCH with a basilical layout and provided with a sort of pseudo-transept, is erected in brown brick under an elaborated sash window of brown clinkers with a stone coping. The church has an elaborated tower section on the north side. The composite gabled roof which is covered with slate tiles (restoration 1996) is framed by a new gutter on corbels and has ten small roof dormers with pointed roof (restoration 1996). The tower spire with weathervane with cockerel also has slate tiles. The church building has a frieze of dentil decoration and a decorative gable band below the window sills. The tower section, made up of three storeys, is enlivened with dentil and brickwork decorations of yellow and brown brick.
The main entrance is located in the middle of the tower section on the north side and consists of a double entrance door (not original) in a porch under a brick-built pointed arch with natural stone setting and closing stones, resting on two natural stone pilasters. The arch drum above the door is of natural stone and has in the middle a five-pointed cusped light of leaded glass with natural stone heart. A brick step of five treads provides access. Above the entrance on the second storey there is a three-light window grouped under a pointed arch of yellow and brown brick with closing and setting stones of natural stone. Above that, on the third storey with spout gable, a gable field is left blank under a round arch within which there are two pointed arch sounding holes with a round clock face above. This gable field is repeated on the east, south and west sides.
East of the tower section, there is another door in the north gable with natural stone moulding, also under a pointed arch with natural stone drum with in the middle a four-cusped window. On the west side there was an identical door arrangement; however, this has been blocked in and altered.
The east gable consists of five bays with a dentil frieze and dentil gable band at the level of the sills. The bays are separated by a buttress. Each bay has a window arrangement consisting of two pointed arch windows with in the arch field a round window within a four-cusped motif, grouped under a pointed arch with natural stone closing and setting stones. The two pointed arch windows are connected by a natural stone sill. The transept at the east gable has a spout gable with natural stone spout and gable coping and two buttresses. A decorative gable band of yellow brick adorns the gable tops together with a roll joint along the roof edge. Almost the entire gable is occupied by a window arrangement consisting of a large wheel window with natural stone mullions with below it three pointed arch windows of different heights, grouped under a round arch. At the top of the gable there is another small round arch window.
To the left of the transept is the consistory. This consists of a low extension with gabled roof, gutter on corbels and a chimney with a ceramic ventilation pipe on the ridge. A vestibule under a lean-to roof, between transept and consistory, provides access on the east side. The vestibule has on the north side a wooden door under a pointed arch with natural stone arch drum with in the middle a four-cusped window, and on the east side two vertical windows under a lintel, connected to each other by a natural stone sill. The same windows, but in twofold, are located on the south side of the consistory. Below the windows a flat extension has been built in which the safe is located.
The rear gable has a seven-sided priest's choir with on each corner a buttress and on each side a pointed arch window with leaded glass. The choir is connected to the rear gable via the original, straight-closed choir under a gabled roof with a wheel window at the top of the east and west gable.
The west gable has the same layout as the east gable, only the transept has a flat brick extension and instead of a consistory a low extension with lean-to roof has been placed against the original choir, with two four-pane windows with lintel on the west and south sides. To the right of the transept is another window arrangement identical to that in the remaining bays.
The INTERIOR of the church is still largely intact. Worth noting are among others: the Stations of the Cross, the high altar, the Mary and Joseph altar, the decorative tile floor and the oak pews.
Two-keyboard pneumatic organ, made by Jozef Adema in 1934.
Valuation
Roman Catholic Church of St. Willibrordus of general cultural and architectural-historical importance
- because of the sober architecture adapted to the village character and climate
- as an example of a characteristic early work from the oeuvre of P.J.H. Cuypers
- because of the reasonable degree of integrity of the building
- because of the high degree of integrity of a large number of interior components
- because of the image-determining location in the village
- as an important orientation point in the surrounding countryside
Nearby in the register
- Kledingzaak, Hoofdstraat 26Winkelunder 1 mi
- Boerderij, St. Jansstraat 25Boerderijunder 1 mi
- Kerk, St. Jansstraat 8Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Grafmonument, BY N.H. Kerk KerkstraatBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.