Rijksmonumentenregister · Netherlands
Westerhouw
Ulrum, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Akkerbouwboerderij
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1908
- Address
- Leensterweg 54, 9971 EC Ulrum (Het Hogeland 20)
- Place
- Ulrum
- Municipality
- Het Hogeland
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.36079, 6.35691
- Part of complex
- 509456
- Monument number
- 509457
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 4 Groningen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
VILLABOERDERIJ gebouwd in 1908 in een Overgangsarchitectuur met Art Nouveau en Chaletstijl elementen. De boerderij bestaat uit een VILLA die door middel van een korte HALS met de HOOFDSCHUUR en de ernaast gelegen BIJSCHUUR wordt verbonden.
Deels onderkelderde, één bouwlaag hoge VILLA op samengestelde plattegrond wordt gedekt door een samengesteld dak van geglazuurde rode tuiles du nord; vijf van witte verblendsteen gemetselde schoorstenen versierd met motieven in rode baksteen en bekroond door keramische pijpen; op hoeknok achter een piron. Zowel de noord-, west- als oostgevel van de villa hebben een topgevel. Gevels zijn opgemetseld van witte verblendsteen en hebben een trasraam van gesinterde donkerpaarse baksteen. Goot op houten klossen met daaronder een decoratief fries van oranje verblendsteen; zuidgevel en achterste deel van westgevel hebben mastgoot. Vensters zijn rechthoekig en verticaal en worden beëindigd door rollaag.
Noordgevel, de voorzijde, heeft een uitbouw met topgevel; in uitbouw bevindt zich de entree. Een aan de westkant opengewerkt portiek met verhoogd trasraam die door natuurstenen gevelband wordt beëindigd geeft toegang tot voordeur; voordeur heeft houtsnijwerk in de stijl van de Art Deco en heeft in bovenste deel glas; boven- en zijlichten hebben gekleurd glas-in-lood met Art Nouveau-motieven; aan oostzijde klein rechthoekig venster; hardstenen stoep van drie treden. Portiek wordt beëindigd door een gedecoreerde latei van natuursteen. Links van portiek een rechthoekige erker gedekt door een lessenaarsdak van geglazuurde rode gebakken leien; vensters van erker hebben in bovenlichten gekleurd glas-in-lood met Art Nouveau-motieven. Boven erker, in topgevel, bevindt zich een kleinere, driezijdige erker met drie kleine zesruits vensters. Naast erker twee kleine zesruits vensters. Boven erker kraagt topgevel uit; in geveltop en in hoeken vakwerk met houten balken; in niet uitkragende deel van topgevel gevelbanden van oranje verblendsteen. Naast uitbouw met entree op begane grond een klein verticaal venster met daarboven een crèmekleurig tegeltableau; op tegeltableau staat in blauwe letters naam van de boerderij, 'Westerhouw' en in hoeken zijn waterlelies afgebeeld. Op westelijke hoek een dubbel venster met gekleurd glas-in-lood in bovenlichten. Oostgevel heeft eveneens uitbouw met topgevel, waarin zich de serre bevindt. Midden in uitbouw dubbele serredeuren met drie treden hoge hardstenen stoep; aan weerszijden van stoep bestaat een lage muur van gesinterde donkerpaarse en witte verblendsteen. Aan weerszijden van serredeuren een venster met in bovenlichten gekleurd glas-in-lood met Art Nouveau-motieven. In zijgevels van uitbouw een klein rechthoekig venster. Topgevel van uitbouw heeft vakwerk van oranje verblendsteen en twee kleine zesruits vensters. Ten zuiden van uitbouw een kleine kwartronde erker met plat dak; naast erker een venster met bovenlicht. Ten noorden van uitbouw twee vensters met daartussen een iets uitgebouwde schoorsteen die naar boven toe steeds smaller wordt en door dakrand heen steekt. Westgevel springt halverwege ongeveer een halve meter terug. In voorste gedeelte op noordelijke hoek een dubbel venster met gekleurd glas-in-lood in bovenlichten; op punt waar gevel terugspringt een driezijdige erker gedekt door schilddak van sneldekpannen; vooruitliggend gevelgedeelte heeft topgevel met vakwerk van oranje verblendsteen en twee kleine zesruits vensters. Terugliggend gevelgedeelte is enigszins gewijzigd: keldervenster is dichtgemetseld, venster op hoek is vervangen door deur en er is een terras aangelegd. In zuidgevel, achterzijde, ten westen van de hals is deur dichtgemetseld; hiernaast een keldervenster met daarboven een niet-origineel venster. Ten oosten van hals een rechthoekig venster.
HALS is kort en wordt gedekt door een plat dak; gevels zijn opgemetseld van witte verblendsteen en hebben een trasraam van gesinterde donkerpaarse steen. Deuren aan oost- en westzijde zijn dichtgemetseld. Aan westzijde een kleine platte uitbouw met een klein vierkant venster.
Schuurgedeelte bestaat uit een HOOFDSCHUUR en een evenwijdig hieraan gelegen BIJSCHUUR. Gevels van beide schuren zijn opgemetseld van rode baksteen; noordgevels, voorzijden, hebben trasraam van gesinterde donkerpaarse steen. Beide schuren worden gedekt door een wolfdak van golfplaten; noordelijke dakschilden hebben donkerblauwe Hollandse pannen; op hoeknokken een houten uilenbord. Achtergevels hebben kroonlijstgoot; oost- en westgevels een mastgoot op ijzeren beugels; de noordgevels een goot op houten klossen.
De achtergevels van beide schuren zijn na de oorlog gewijzigd tot een geheel door het aanbrengen van grote schuifdeuren. Oostelijk gevelgedeelte van de hoofdschuur is nog in tact. In midden en op hoek een dubbele schuurdeur met bovenlicht en beëindigd door korfboog van gesinterde donkerpaarse steen. Boven middelste schuurdeur een gevelsteen met volgende tekst: 'gebouwd 1908 J.P. Dijkhuis J.K. Wierenga'. Tussen en aan weerszijden van schuurdeuren een rondboogvenster met gietijzeren roeden; boven schuurdeuren drie halfronde vensters met gietijzeren roeden. Westelijk gevelgedeelte van bijschuur heeft twee dezelfde rondboogvensters; de tussenliggende schuurdeur is dichtgemetseld. In gevelhoeken van beide schuur gevlochten metselwerk van gesinterde donkerpaarse steen. Westgevel van hoofdschuur is blind. Oostgevel van hoofdschuur heeft zes halfronde vensters met gietijzeren roedenverdeling. Noordgevel, voorgevel, heeft een opgeklampte deur met bovenlicht en bakstenen stoep; links van deur een dubbel venster en rechts ervan drie grote en een kleiner verticaal venster; alle vensters worden beëindigd door strekken en hebben bovenlichten met roedenverdeling en oranje glas; onder goot op klossen een decoratief fries van witte verblendsteen. Westgevel van bijschuur heeft vier halfronde vensters met gietijzeren roeden. Noordgevel, voorgevel, heeft een opgeklampte deur met bovenlicht en vier verticale vensters met gietijzeren roeden, waarvan de bovenzijde getoogd is. Ruimte tussen hoofd- en bijschuur is dichtgebouwd.
INTERIEUR van het woonhuisgedeelte heeft wat de indeling betreft weinig wijzigingen ondergaan; alleen de keuken en de bodenkamer zijn verbouwd. Centraal in samengestelde plattegrond is de hal met tochtportaal en trappenhuis. Tochtportaal heeft gepleisterde wanden en plafond met bloemmotieven en beestenkoppen in de stijl van de Art Nouveau; wanden hebben een lambrizering van rood geaderde marmeren platen met een lijst van grijsrood marmer. Tochtdeur heeft zij- en bovenlichten voorzien van gekleurd glas-in-lood met Art Nouveau-motieven. Hal heeft gepleisterd plafond en wanden met dezelfde decoraties als tochtportaal. Ook de plafond en wanden van trappenhuis hebben pleisterwerk met dezelfde decoraties; lambrizering met houtsnijwerk in stijl van Art Deco; groot driedelig venster met gekleurd glas-in-lood in de stijl van de Art Nouveau. Driedelige houten bordestrap heeft trappalen en balustrades gedecoreerd met Art Deco-motieven. Voorkamer heeft een plafond van pleisterwerk in de stijl van de Art Nouveau. In serre bevindt zich een schoorsteenmantel van geglazuurde groene tegels met een tegeltableau, waarop de boerderij zelf is afgebeeld. Vroegere eetkamer heeft een gepolijste zwartmarmeren schoorsteenmantel met een tegeltableau in de stijl van de Art Nouveau voorstellende een pauw. Interieur van beide schuren is vrijwel geheel gewijzigd. Alleen het voorste gedeelte van de hoofdschuur, waarin een woning voor de eerste arbeider en enkele dienstruimten zijn ondergebracht, heeft nog de oorspronkelijke indeling.
Waardering
Villaboerderij van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang:
- als voorbeeld van een villaboerderij uit het eerste decennium van de twintigste eeuw in de provincie Groningen
- als representant van het oeuvre van P.M.A. Huurman
- vanwege de hoge esthetische kwaliteit van het ontwerp
- vanwege de fraaie vormgeving, ornamentiek en materiaalgebruik
- vanwege de tamelijk hoge mate van gaafheid van exterieur en delen van het interieur
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
VILLA FARMSTEAD built in 1908 in a Transitional architecture with Art Nouveau and Chalet style elements. The farmstead consists of a VILLA which by means of a short NECK is connected to the MAIN BARN and the adjacent SECONDARY BARN.
Partially cellared, one-storey high VILLA on a composite floor plan is covered by a composite roof of glazed red clay tiles; five chimneys of white facing brick decorated with motifs in red brick and crowned by ceramic pipes; at the corner ridge behind a finial. The north, west and east facades of the villa all have a stepped gable. Facades are laid in white facing brick and have a lime mortar joint of sintered dark purple brick. Gutter on wooden blocks with below it a decorative frieze of orange facing brick; south facade and rear part of west facade have a half-hipped gutter. Windows are rectangular and vertical and are finished by a soldier course.
North facade, the front, has an extension with stepped gable; in the extension is located the entrance. An open-fronted porch on the west side with raised lime mortar joint which is finished by a natural stone facade band gives access to the front door; the front door has woodcarving in the Art Deco style and has glass in the upper part; fanlights and side lights have coloured leaded glass with Art Nouveau motifs; on the east side a small rectangular window; hardstone stoop of three steps. Porch is finished by a decorated lintel of natural stone. To the left of the porch a rectangular bay window covered by a lean-to roof of glazed red clay tiles; windows of the bay window have coloured leaded glass with Art Nouveau motifs in the fanlights. Above the bay window, in the stepped gable, is located a smaller, three-sided bay window with three small six-pane windows. Beside the bay window two small six-pane windows. Above the bay window the stepped gable projects out; in the gable top and in the corners half-timber framing with wooden beams; in the non-projecting part of the stepped gable facade bands of orange facing brick. Next to the extension with entrance on the ground floor a small vertical window with above it a cream-coloured tile panel; on the tile panel is written in blue letters the name of the farmstead, 'Westerhouw' and in the corners water lilies are depicted. On the western corner a double window with coloured leaded glass in the fanlights. East facade also has an extension with stepped gable, in which the conservatory is located. In the middle of the extension double conservatory doors with a hardstone stoop three steps high; on either side of the stoop there is a low wall of sintered dark purple and white facing brick. On either side of the conservatory doors a window with coloured leaded glass with Art Nouveau motifs in the fanlights. In the side facades of the extension a small rectangular window. Stepped gable of the extension has half-timber framing of orange facing brick and two small six-pane windows. To the south of the extension a small quarter-round bay window with a flat roof; beside the bay window a window with fanlight. To the north of the extension two windows with between them a slightly projecting chimney that becomes narrower towards the top and projects through the roof edge. West facade steps back roughly half a metre halfway up. In the front part at the northern corner a double window with coloured leaded glass in the fanlights; at the point where the facade steps back a three-sided bay window covered by a hipped roof of clay tiles; the projecting facade part has a stepped gable with half-timber framing of orange facing brick and two small six-pane windows. The recessed facade part has been somewhat modified: basement window is bricked up, the window at the corner has been replaced by a door and a terrace has been laid. In the south facade, the rear, to the west of the neck a door is bricked up; beside it a basement window with above it a non-original window. To the east of the neck a rectangular window.
NECK is short and is covered by a flat roof; facades are laid in white facing brick and have a lime mortar joint of sintered dark purple brick. Doors on the east and west sides are bricked up. On the west side a small flat extension with a small square window.
Barn section consists of a MAIN BARN and a parallel SECONDARY BARN. Facades of both barns are laid in red brick; north facades, front sides, have a lime mortar joint of sintered dark purple brick. Both barns are covered by a half-hipped roof of corrugated sheets; northern roof slopes have dark blue Dutch tiles; at the corner ridges a wooden owl board. Rear facades have a cornice gutter; east and west facades a half-hipped gutter on iron brackets; the north facades a gutter on wooden blocks.
The rear facades of both barns have been modified after the war into a whole by the installation of large sliding doors. Eastern facade part of the main barn is still intact. In the middle and at the corner a double barn door with fanlight and finished by a segmental arch of sintered dark purple brick. Above the middle barn door a facade stone with the following text: 'built 1908 J.P. Dijkhuis J.K. Wierenga'. Between and on either side of the barn doors a semicircular window with cast-iron glazing bars; above the barn doors three semicircular windows with cast-iron glazing bars. Western facade part of the secondary barn has two identical semicircular windows; the intermediate barn door is bricked up. In the facade corners of both barns woven brickwork of sintered dark purple brick. West facade of main barn is blank. East facade of main barn has six semicircular windows with cast-iron glazing bar division. North facade, front facade, has a clamped door with fanlight and brick stoop; to the left of the door a double window and to the right of it three large and one smaller vertical window; all windows are finished by lintels and have fanlights with glazing bar division and orange glass; under the gutter on blocks a decorative frieze of white facing brick. West facade of secondary barn has four semicircular windows with cast-iron glazing bars. North facade, front facade, has a clamped door with fanlight and four vertical windows with cast-iron glazing bars, the top of which is arched. The space between main and secondary barn has been built up.
INTERIOR of the residential part has undergone little modification as far as the layout is concerned; only the kitchen and the box room have been renovated. Central in the composite floor plan is the hall with draught vestibule and stairwell. Draught vestibule has plastered walls and ceiling with flower motifs and animal heads in the Art Nouveau style; walls have a wainscoting of red-veined marble plates with a list of greyish-red marble. Draught door has side and fanlights provided with coloured leaded glass with Art Nouveau motifs. Hall has plastered ceiling and walls with the same decorations as draught vestibule. Also the ceiling and walls of the stairwell have plasterwork with the same decorations; wainscoting with woodcarving in the Art Deco style; large three-part window with coloured leaded glass in the Art Nouveau style. Three-part wooden flight of stairs has newel posts and balustrades decorated with Art Deco motifs. Front room has a plaster ceiling in the Art Nouveau style. In the conservatory is located a fireplace mantel of glazed green tiles with a tile tableau, on which the farmstead itself is depicted. Former dining room has a polished black marble fireplace mantel with a tile tableau in the Art Nouveau style depicting a peacock. Interior of both barns has been largely modified. Only the front part of the main barn, in which a dwelling for the first worker and several service rooms are housed, still has the original layout.
Valuation
Villa farmstead of general cultural-historical and architectural-historical importance:
- as an example of a villa farmstead from the first decade of the twentieth century in the province of Groningen
- as a representative of the oeuvre of P.M.A. Huurman
- because of the high aesthetic quality of the design
- because of the fine design, ornamentation and use of materials
- because of the fairly high degree of integrity of the exterior and parts of the interior
Nearby in the register
- Voetgangersbrug, Leensterweg bij 54Brugunder 1 mi
- Grensafbakening, Leensterweg bij 59Grensafbakeningunder 1 mi
- OosterhouwWerk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Hoofdstraat 33Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.