TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Bonifatiuskerk

Wehe-den Hoorn, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1926 - 1927
Address
Warfhuisterweg 2, 9964 AX Wehe-den Hoorn (Het Hogeland 20)
Place
Wehe-den Hoorn
Municipality
Het Hogeland
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.35804, 6.42722
Part of complex
509430
Monument number
509431

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Bevordering van den aanleg van een locaalspoorweg van Winsum naar Zoutkamp en machtiging tot het aangaan van een overeenkomst betreffende de exploitatie van den locaalspoorweg Sauwerd-Roodeschool en den aanleg en de exploitatie van de locaalspoorwegen Winsum-Zoutkamp en Roodeschool-Delfzijl/Appingedam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

RK-KERK, Sint Bonifatius genaamd, ontworpen door architect Jos.Th.J. Cuypers uit Roermond en gebouwd in de jaren 1926-1927. Cuypers, een zoon van de beroemde neo-gotische architect P.J.H. Cuypers, werd vermoedelijk geassisteerd door zijn broer P. Cuypers jr. De huidige Sint Bonifatiuskerk werd gebouwd ter vervanging van een kerk uit 1803 die weer een oudere kerk uit omstreeks 1733 verving. De steunberen aan de noord- en zuidgevel zijn een jaar na de bouw aangebracht, omdat het kerkgebouw reeds begon te verzakken. Men had zich verkeken op de samenstelling van de ondergrond. Ook daarna verzakte het gebouw nog, met name de toren, die nu zo'n 20 centimeter uit het lood staat. Jos. Th. J. Cuypers ontwierp voor de parochie van Wehe-Den Hoorn een kerk in een stijl, waarbij de vormentaal van de Amsterdamse School gemengd werd met elementen uit de Spaansmoorse en Zuidfranse bouwkunst.

In de kerk is een aantal relicten uit de twee vorige kerken te vinden. Uit de eerste kerk zijn afkomstig de plaquette uit 1754 binnenin de toren en de natuurstenen gevelsteen boven de hoofdingang. Op de plaquette in voet van toren staan de namen van vermoedelijk de stichters van de eerste kerk vermeld: Anna van Ewsum en Balthasar van Asbeck. De gevelsteen boven de hoofdingang heeft het chronogram, "hiC CoLLIgaM Dipersos", waarin het jaartal 1802 verborgen is, met daarboven een afbeelding van de Goede Herder. Uit de tweede kerk van 1803 zijn onder andere de communiebank uit 1886 en het neo-gotisch meubilair in de hoofdsacristie afkomstig. Twee objecten in de kerk zijn uit de inventaris van andere gebouwen afkomstig. Het zandstenen Mariabeeld dat oorspronkelijk in een nis aan de noordzijde van de toren was geplaatst, dateert uit de 15de eeuw en is afkomstig uit het klooster van Aduard. Het orgel is afkomstig uit het Maagdenhuis te Amsterdam en in 1898 overgeplaatst naar de tweede kerk.

Omschrijving

In baksteen opgetrokken KERKGEBOUW waarvan het grondplan en opbouw kenmerken vertonen van de pseudo-basiliek. Gevels zijn opgetrokken gesinterde rode baksteen en gemetseld in Vlaams verband; trasraam van donker gesinterde baksteen en laag om laag op de strekkant geplaatst. Vensters zijn overwegend samengesteld uit smalle verticale vensters met gekleurd glas-in-lood en beëindigd door rollaag. Goten zijn rechthoekig. Alle daken, met uitzondering van de Mariakapel, hebben geglazuurde blauwe verbeterde Hollandse pannen. Breed middenschip bestaande uit vier traveeën gedekt door een zadeldak met aan weerszijden een smalle zijbeuk. Aan westzijde van middenschip bevindt zich de entree in uitgebouwd portiek gedekt door zadeldak. Portiek heeft spitsbooggewelf met stijlen; dubbele voordeur van hout beëindigd door segmentboog met natuurstenen aanzetstenen; lage bakstenen stoep. Aan weerszijden van portiek twee samengestelde vensters, waarvan een tweedelig en een driedelig. Boven vensters een gevelband van donker gesinterde steen. Boven ingangsportiek in de inleiding beschreven gevelsteen met chronogram. Hierboven een vijfdelige vensterpartij met gekleurd glas-in-lood; vensters worden trapvormig beëindigd. Rondom ingangsportiek en samengesteld venster een gevelband van gesinterde steen. In topgevel een klein driedelig venster en een zelfde gevelband. Langs daklijst een smalle bakstenen sierrand. Op noordelijke hoek van westgevel een vijf bouwlagen hoge toren op vierkant plattegrond; torenhelm in de vorm van een klokdak; torenhelm wordt bekroond door metalen kruis. Entree van toren bevindt zich aan noordzijde. Portiek met spitsbooggewelf van rode en donkergesinterde steen versmalt zich door middel van drie stijlen; dubbele houten deur beëindigd door keperboog; lage bakstenen stoep. Boven entree een uitgebouwde nis met kopie van Mariabeeld uit klooster van Aduard; nis wordt beëindigd door verdikte keperboog. Op begane grond aan westzijde twee driedelige vensters met daaromheen een gevelband van donkergesinterde steen. Op tweede en derde bouwlaag aan elke zijde twee smalle vensters. Op vierde bouwlaag aan elke zijde een driedelig venster omlijst door gevelband van gesinterde steen. Vijfde bouwlaag van toren is open gewerkt door middel van drie trapvormige openingen met daarboven een vierkante opening aan elke zijde. Voor middelste opening aan elke torengevel een goudkleurige klok. Op hoeken en onder goot wordt gevel naar boven toe verzwaard. Op zuidelijke hoek van westgevel een kapel gewijd aan Maria op cirkelvormig plattegrond en gedekt door kegelvormige kap van koper met piron. Kapel heeft twee driedelige vensters.

Aan de noord- en zuidgevel hebben de vier traveeën van de beide zijbeuken elk een eigen zadeldak. In elke travee een zelfde vijfdelig venster als in westgevel; langs daklijst een sierrand van metselwerk; topgevel kraagt iets uit en heeft klein verticaal venster. Tussen traveeën een steunbeer waarvan de rug bekleed is met rode tegels. De twee meest oostelijke traveeën zijn iets kleiner en hebben een driedelig venster, waarvan de buitenste delen door een spitsboog worden beëindigd en de middelste door een keperboog. Aan beide meeste oostelijke traveeën bevindt zich een kleine platte aanbouw voor biechtstoel. Aanbouw aan zuidzijde heeft aan westgevel een houten deur beëindigd door rollaag en aan zuidgevel een zelfde deur met aan weerszijden een klein verticaal venster. Aan oostzijde van middenschip een koor op rechthoekig plattegrond gedekt door zadeldak. In oostgevel van koor een zevendelig spitsboogvenster; topgevel kraagt iets uit en heeft een klein verticaal venster; langs daklijst sierrand van metselwerk. Aan weerszijden van koor een sacristie gedekt door een schilddak met op elke hoeknok een piron. Noordelijke sacristie, bijsacristie, is kleiner en heeft aan noordzijde vier kleine verticale vensters met ijzeren roeden. Zuidelijke sacristie is groter en onderkelderd; in oostgevel twee dezelfde vensters als in bijsacristie en twee keldervensters; in zuidgevel vier dezelfde vensters als in bijsacristie en een keldervenster.

INTERIEUR van St. Bonifatiuskerk verkeert vrijwel geheel in originele staat. Van belang zijn onder meer: de crème-kleurige en lichtgrijze vloertegels, waarin door middel van rode tegels geometrische patronen zijn aangebracht. De roodbakstenen muren van de beide zijbeuken; op ooghoogte bevinden zich taferelen van de kruiswegstatie die omlijst worden door siermetselwerk in rode, gele en paars gesinterde baksteen. Boven de kruiswegstatie bevindt zich in elke travee een samengesteld venster met gekleurd glas-in-lood in Art Deco-motieven. Het middenschip overwelfd door vier graatgewelven van gele baksteen die worden gedragen door acht vierkante pilaren van rode baksteen met gevelbanden in gele en gesinterde paarse steen. Vier pilaren met heiligenbeelden: de natuurstenen Heilige Bonifatius en Ludgerus van beeldhouwer Herman van Remmen en de houten Heilige Aloisius en Franciscus uit de kerk van 1803. De graatgewelven van het middenschip worden van elkaar gescheiden door spitse gordelbogen van rode baksteen met decoratieve banden in gele en gesinterde paarse steen en van de zijbeuken door soortgelijke, kleinere gordelbogen. De traveeën van de zijbeuken hebben kleinere graatgewelfen van gele en rode baksteen en veelhoekige scheibogen van rode baksteen en crèmekleurig pleisterwerk. In het middenschip twee rijen houten banken met in het midden en in de zijbeuken gangpaden. Tegen de meest noordoostelijke pilaar bevindt zich een geheel uit rode, gele en gesinterde paarse baksteen opgemetselde veelhoekige preekstoel met twee ceramische tableaus vermoedelijk voorstellende de vier evangelisten. Het koor heeft een zelfde graatgewelf als het middenschip; het wordt afgesloten door een spitse gordelboog waaronder zich het altaar bevindt; blokaltaar van gepolijst zwart marmer met aan voorzijde drie bronzen plaquettes vermoedelijk voorstellende van links naar rechts: het offer van Izaak, de Verrijzenis en het offer van Melchisedek. Boven het altaar een zevendelig venster met gebrandschilderd glas uit 1927 voorstellende het Heilig Hart van Christus met engelen aan weerszijden, rechts Willibrordus en links Bonifatius en tenslotte aan weerszijden de stichters van de kerk. Aan noordzijde van koor een vijfdelig spitsboogvenster voorstellende Het Gebed; aan zuidzijde een zelfde venster voorstellende De Zeven Sacramenten. Onder vensters muren met decoratief metselwerk in gele, gesinterde paarse en rode baksteen en een deur naar elke sacristie. Koor wordt door een spitse triomfboog aan westzijde afgesloten. Boven triomfboog hangt een houten kruis. Podium van priesterkoor loopt door tot in middenschip en wordt beëindigd door houtsnijwerk van de communiebank uit de vorige kerk, vervaardigd in 1886 door Joseph Reiss uit Dusseldorf; uitgebeeld zijn voorstellingen uit de bijbel, een aantal heiligen en de twaalf apostelen. Links van het koor het Maria-altaar en rechts het Jozefaltaar. Beide altaren bestaan uit een nis met een geknikte keperboog, waarin een ceramisch beeld van respectievelijk Maria en Jozef is geplaatst; voor de nis een blokaltaar van veelkleurig metselwerk.

Aan weerszijden van het koor een sacristie. Beide sacristieën hebben gepleisterde wanden met een venster met gekleurd glas-in-lood in Art Deco-motieven. Bijsacristie heeft vaste houten kasten; hoofdsacristie heeft neo-gotische kasten uit vorige kerk. In kleine uitbouwen aan meest oostelijke traveeën originele houten biechtstoelen.

Aan westzijde van middenschip in het midden een portaal met twee zijruimten; muren van portaal hebben een lambrizering van gekleurde baksteen; rest van muren is gepleisterd; dubbele tochtdeur van hout. Ten zuiden van portaal een Mariakapel met graatgewelf van gele baksteen en wanden van gekleurde baksteen; vensters met gekleurd glas-in-lood in Art Deco-motieven; in kapel Mariabeeld uit klooster van Aduard. Ten noorden van portaal een doopkapel met twee graatgewelfen van gele baksteen en spitse gordelboog; wanden zijn opgemetseld van gekleurde baksteen; vensters met gekleurd glas-in-lood met Art Deco-motieven; doopvont van hardsteen op basement van gekleurde baksteen met koperen deksel; doopkapel wordt door middel van smeedijzeren hekwerk van middenschip afgescheiden.

Boven het portaal en de doopkapel is een verdieping voor het orgel aangebracht die behalve door de twee westelijke pilaren van het middenschip door twee extra pilaren wordt ondersteund. Het orgel is een eenklaviersorgel, in 1788 gemaakt door J. Mittenreither uit Leiden voor het Maagdenhuis te Amsterdam. In 1898 overgeplaatst door M. Maarschalkerwaard uit Utrecht. Bij die gelegenheid omgebouwd tot tweeklaviers mechanisch orgel.

Waardering

RK Sint Bonifatiuskerk van algemeen architectuur- en cultuurhistorisch belang:

- als fraai en gaaf voorbeeld van een vroeg twintigste eeuwse pseudo-basiliek in de provincie Groningen

- als goede representant van het oeuvre van architect Jos. Th. J. Cuypers

- vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek

- vanwege de hoge esthetische kwaliteit van het ontwerp

- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en het interieur

- vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur

- vanwege de functionele en ruimtelijk-visuele relatie met de andere onderdelen van het complex

- vanwege de beeldbepalende ligging midden in het dorp

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

ROMAN CATHOLIC CHURCH, named Sint Bonifatius, designed by architect Jos.Th.J. Cuypers from Roermond and built in the years 1926-1927. Cuypers, a son of the famous neo-gothic architect P.J.H. Cuypers, was presumably assisted by his brother P. Cuypers jr. The current Sint Bonifatiuskerk was built to replace a church from 1803 which in turn replaced an older church from around 1733. The buttresses on the north and south facades were added a year after construction, because the church building was already beginning to settle. The composition of the subsoil had been miscalculated. Thereafter the building continued to settle, notably the tower, which now stands some 20 centimetres out of plumb. Jos. Th. J. Cuypers designed for the parish of Wehe-Den Hoorn a church in a style in which the formal language of the Amsterdam School was mixed with elements from Spanish-Moorish and South French architecture.

In the church a number of relics from the two previous churches can be found. From the first church come the plaque from 1754 inside the tower and the natural stone facade stone above the main entrance. On the plaque in the foot of the tower are mentioned the names of presumably the founders of the first church: Anna van Ewsum and Balthasar van Asbeck. The facade stone above the main entrance bears the chronogram, "hiC CoLLIgaM Dipersos", in which the date 1802 is hidden, with above it an image of the Good Shepherd. From the second church of 1803 come among other things the communion rail from 1886 and the neo-gothic furniture in the main sacristy. Two objects in the church come from the inventory of other buildings. The sandstone image of Mary that was originally placed in a niche on the north side of the tower dates from the 15th century and comes from the monastery of Aduard. The organ comes from the Maagdenhuis in Amsterdam and was transferred to the second church in 1898.

Description

CHURCH BUILDING constructed in brick, of which the ground plan and structure show characteristics of the pseudo-basilica. Facades are constructed of sintered red brick and laid in Flemish bond; visible roof frame of dark sintered brick and placed layer by layer on the stretcher. Windows are predominantly composed of narrow vertical windows with coloured leaded glass and terminated by roll moulding. Gutters are rectangular. All roofs, with the exception of the Maria chapel, are covered with glazed blue improved Dutch tiles. Wide nave consisting of four bays covered by a gabled roof with on either side a narrow aisle. On the west side of the nave is located the entrance in a projecting porch covered by a gabled roof. Porch has pointed arch vault with pilasters; double wooden door terminated by segmented arch with natural stone voussoirs; low brick step. On either side of porch two composite windows, one of two parts and one of three parts. Above windows a band of dark sintered stone. Above entrance porch the facade stone described in the introduction with chronogram. Above this a five-part window arrangement with coloured leaded glass; windows are terminated in stepped form. Around entrance porch and composite window a band of sintered stone. In gable a small three-part window and the same stone band. Along the eaves line a narrow brick ornamental edge. On the northern corner of the west facade a tower five storeys high on square ground plan; tower cap in the form of a bell roof; tower cap is crowned by a metal cross. Entrance to tower is located on the north side. Porch with pointed arch vault of red and dark sintered stone narrows by means of three pilasters; double wooden door terminated by a diagonal bond arch; low brick step. Above entrance a projecting niche with a copy of the image of Mary from the monastery of Aduard; niche is terminated by a thickened diagonal bond arch. On ground floor on the west side two three-part windows with around them a band of dark sintered stone. On the second and third storey on each side two narrow windows. On the fourth storey on each side a three-part window framed by a band of sintered stone. Fifth storey of tower is open-worked by means of three stepped openings with above them a square opening on each side. For the middle opening on each tower facade a golden-coloured bell. On the corners and under the eaves the facade becomes heavier towards the top. On the southern corner of the west facade a chapel dedicated to Mary on a circular ground plan and covered by a conical copper roof with a finial. Chapel has two three-part windows.

On the north and south facades the four bays of both aisles each have their own gabled roof. In each bay a same five-part window as on the west facade; along the eaves line an ornamental edge of brickwork; gable projects slightly and has a small vertical window. Between bays a buttress of which the face is clad with red tiles. The two most eastern bays are slightly smaller and have a three-part window, of which the outer parts are terminated by a pointed arch and the middle one by a diagonal bond arch. On both most eastern bays there is a small flat extension for a confessional. The extension on the south side has on its west facade a wooden door terminated by roll moulding and on its south facade a same door with on either side a small vertical window. On the east side of the nave a choir on rectangular ground plan covered by a gabled roof. In the east facade of the choir a seven-part pointed arch window; gable projects slightly and has a small vertical window; along the eaves line an ornamental edge of brickwork. On either side of the choir a sacristy covered by a hipped roof with on each roof corner a finial. Northern sacristy, vestry, is smaller and has on the north side four small vertical windows with iron glazing bars. Southern sacristy is larger and has a basement; in the east facade two same windows as in the vestry and two basement windows; in the south facade four same windows as in the vestry and a basement window.

INTERIOR of St. Bonifatiuskerk is in virtually entirely original condition. Of importance are among others: the cream-coloured and light grey floor tiles, in which geometric patterns are created by means of red tiles. The red brick walls of both aisles; at eye level are scenes of the stations of the cross which are framed by decorative brickwork in red, yellow and purple sintered brick. Above the stations of the cross there is in each bay a composite window with coloured leaded glass in Art Deco motifs. The nave is vaulted by four groin vaults of yellow brick which are carried by eight square pillars of red brick with bands in yellow and sintered purple stone. Four pillars with images of saints: the natural stone images of Saint Bonifatius and Ludgerus by sculptor Herman van Remmen and the wooden images of Saint Aloysius and Francis from the church of 1803. The groin vaults of the nave are separated from each other by pointed ribs of red brick with decorative bands in yellow and sintered purple stone and from the aisles by similar, smaller ribs. The bays of the aisles have smaller groin vaults of yellow and red brick and polygonal half-arches of red brick and cream-coloured plaster. In the nave two rows of wooden pews with gangways in the centre and in the aisles. Against the most north-eastern pillar stands a polygonal pulpit constructed entirely of red, yellow and sintered purple brick with two ceramic panels presumably depicting the four evangelists. The choir has a same groin vault as the nave; it is closed off by a pointed rib under which the altar is located; block altar of polished black marble with on the front three bronze plaques presumably depicting from left to right: the sacrifice of Isaac, the Resurrection and the sacrifice of Melchizedek. Above the altar a seven-part window with stained glass from 1927 depicting the Sacred Heart of Christ with angels on either side, on the right Willibrordus and on the left Bonifatius and finally on either side the founders of the church. On the north side of the choir a five-part pointed arch window depicting Prayer; on the south side a same window depicting The Seven Sacraments. Below windows walls with decorative brickwork in yellow, sintered purple and red brick and a door to each sacristy. Choir is closed off on the west side by a pointed triumphal arch. Above the triumphal arch hangs a wooden cross. The platform of the priests' choir extends through into the nave and is terminated by woodcarving of the communion rail from the previous church, made in 1886 by Joseph Reiss from Dusseldorf; depicted are scenes from the bible, a number of saints and the twelve apostles. To the left of the choir the Maria altar and to the right the Joseph altar. Both altars consist of a niche with a bent diagonal bond arch, in which a ceramic image of respectively Mary and Joseph is placed; in front of the niche a block altar of multicoloured brickwork.

On either side of the choir a sacristy. Both sacristies have plastered walls with a window with coloured leaded glass in Art Deco motifs. Vestry has fixed wooden cupboards; main sacristy has neo-gothic cupboards from the previous church. In small extensions at the most eastern bays original wooden confessionals.

On the west side of the nave in the centre a vestibule with two side spaces; walls of vestibule have a wainscoting of coloured brick; remainder of walls is plastered; double draught door of wood. South of the vestibule a Maria chapel with groin vault of yellow brick and walls of coloured brick; windows with coloured leaded glass in Art Deco motifs; in chapel image of Mary from the monastery of Aduard. North of the vestibule a baptistry with two groin vaults of yellow brick and a pointed rib; walls are constructed of coloured brick; windows with coloured leaded glass with Art Deco motifs; baptismal font of hardstone on base of coloured brick with copper cover; baptistry is separated from the nave by means of wrought iron railings.

Above the vestibule and the baptistry a floor for the organ has been inserted which besides the two western pillars of the nave is supported by two extra pillars. The organ is a one-manual organ, made in 1788 by J. Mittenreither from Leiden for the Maagdenhuis in Amsterdam. In 1898 transferred by M. Maarschalkerwaard from Utrecht. On that occasion converted to a two-manual mechanical organ.

Valuation

Roman Catholic Sint Bonifatiuskerk of general architectural and cultural-historical importance:

- as a fine and intact example of an early twentieth century pseudo-basilica in the province of Groningen

- as a good representative of the oeuvre of architect Jos. Th. J. Cuypers

- because of the particular use of materials and ornamentation

- because of the high aesthetic quality of the design

- because of the high degree of integrity of the exterior and interior

- because of the particular coherence between exterior and interior

- because of the functional and spatial-visual relationship with the other components of the complex

- because of its image-defining location in the centre of the village

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map