Rijksmonumentenregister · Netherlands
Klooster, Heyendaalseweg 121
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1930 - 1932
- Address
- Heyendaalseweg 121, 6525 AJ Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.82737, 5.87245
- Monument number
- 508798
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1922 map "Bl. 26 Nijmegen, 1922" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voor de Paters Dominicanen gebouwd klooster met binnentuin en omringende buitentuin. Het complex is ontworpen in 1930-1932 door H.J.A. Bijlard en K. van Geyn, architecten verbonden aan het bureau van Ed. Cuypers. De tuin is ontworpen en aangelegd door W.H. en H.J. Ebben in 1930-1932. Bureau Ed. Cuypers heeft meerdere werken voor de Dominicanenorde uitgevoerd. Onder meer was het bureau verantwoordelijk in 1933 voor de herbouw van het gedeeltelijk door brand verwoeste Dominicanenklooster te Zwolle. De tuinaanleg is ontworpen door Tuinarchitectenbureau H. Ebben & Zoon uit Cuyk. Tuin en klooster vormen door vormgeving, symboliek en functie een eenheid. Het klooster past in de Dominicaanse traditie van een klooster met gebedsruimte, gebouwd om een binnenhof. De specifieke opbouw komt voort uit de grondbeginselen van deze bedelorde: gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid. De gehoorzaamheid hield in dat men getrouw de leefregel van de Orde zou naleven, o.a. het stilzwijgen op plaatsen waar dit geboden is, het koorgebed, vasten en onthouden van eten en drinken. De armoede betekende dat men niets zijn eigendom kan noemen, alles is gemeenschapsbezit. De gelofte van zuiverheid hield in dat men ongehuwd bleef en op verantwoorde wijze met seksuele gevoelens omging. Deze uitgangspunten hebben directe gevolgen voor de architectuur: een besloten binnentuin met daaromheen een kloostergang voor stilte en meditatie, kleine cellen, gezamenlijke ruimten voor gebed en een refter.
Omschrijving
De vlindervormige plattegrond toont een geknikte hoofdvleugel van drie bouwlagen onder met pannen gedekt schilddak. Op de hoeken halfronde trappenhuizen van vier bouwlagen. De trappenhuizen hebben de vorm gekregen van burchttorens. De architect heeft hier bewust uitdrukking gegeven aan de idee van kloosters als burchten waar levenswaarden worden bewaakt in een tijd van crisis en oorlogsdreiging. Een tweede vleugel is eveneens geknikt zodanig dat beide vleugels een zeszijdige binnentuin omsluiten. Deze tweede vleugel telt twee bouwlagen onder met pannen gedekt schilddak. Haaks op deze vleugel is een kapel gebouwd afgesloten door een halfronde absis. De kapel heeft een betonskelet van paraboolbogen met baksteen bekleed. Het interieur van de kapel is redelijk gaaf bewaard met o.a. in de lengte geplaatste banken. De glas-in-loodvensters zijn in 1957 vervangen. De gevels van het klooster zijn opgetrokken in baksteen met op regelmatige afstanden vensteropeningen. In het dakvlak op regelmatige afstand dakkapellen. Aan de zijde van de binnentuin loopt een betegelde kloostergang met grote rondboogvensters naar de tuin toe. Van het interieur zijn de kloostergangen, de bibliotheek en de hal redelijk gaaf bewaard gebleven.
De tuin bestaat uit een binnentuin en een buitentuin. De binnentuin fungeert als kloosterhof en bestaat uit een open ruimte met heesterbeplanting rondom en wordt centraal doorsneden door een pad in kruismotief. De buitentuin is niet naar het oorspronkelijke ontwerp, dat een sterke relatie aangaf tussen gebouw en tuinaanleg, uitgevoerd. Er is gekozen voor een meer landschappelijke aanleg zodat een tuin in de Gemengde Stijl is ontworpen. Aanleg, padenloop, afwisseling van open en gesloten ruimten en een zodanige enscenering dat het gebouw vanuit diverse hoeken goed zichtbaar is, vormen de bepalende elementen van de tuin. In het zuidelijk gedeelte ligt een begraafplaats. Rondom de tuin loopt een slingerlaan die naar de buitenzijde met heesterbeplanting en naaldhout is dichtgezet zodat een besloten en naar binnen gekeerd karakter ontstaat. Binnen de tuin vormt het klooster het hoofdmotief dat tijdens een contemplatieve wandeling steeds in beeld komt of zichtbaar is vanaf rustplekken. In het noordelijk gedeelte bevindt zich een rechthoekige ruimte omzoomd door een beukenhaag. Aan de westzijde is ten behoeve van nieuwbouw een deel van de tuin prijsgegeven. Ook is de aanleg aan de achterzijde van de linkervleugel gewijzigd t.b.v. parkeerruimte.
Waardering
Het Albertinum in Nijmegen bestaande uit klooster en tuin is van algemeen belang vanwege:
- de architectuurhistorische waarde (bijzondere plattegrond, traditionele materialen, architectonische uitdrukking van religieuze en maatschappelijk opvattingen, onderdeel oeuvre Ed. Cuypers t.b.v. Dominicanenorde, interieurdelen zoals kloosterhof, hal, bibliotheek),
- zeldzaamheid gebouw (zeshoekige kloosterhof) en tuin (op grond van gegevens Monumenten Inventarisatie Project is duidelijk dat het gaat om een qua aanleg, architectuur bijzonder complex),
- de waarde van de tuin (hoge kwaliteit tuinaanleg in Gemengde Stijl - ondanks aantastingen -, vitaliteit en kwaliteit tuinassortiment, bijzondere wijze van aanleg voor de jaren 30),
- relatie tussen gebouw en tuin (bewust nagestreefde en herkenbare eenheid tussen klooster en tuin).
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Cloisters built for the Dominican Fathers with an inner courtyard and surrounding outer garden. The complex was designed in 1930-1932 by H.J.A. Bijlard and K. van Geyn, architects working for the office of Ed. Cuypers. The garden was designed and laid out by W.H. and H.J. Ebben in 1930-1932. The office of Ed. Cuypers executed several works for the Dominican order. Among other things, the office was responsible in 1933 for the rebuilding of the Dominican convent in Zwolle, partially destroyed by fire. The garden layout was designed by Landscape Architects Office H. Ebben & Zoon from Cuyk. Garden and convent form a unity through design, symbolism and function. The convent fits within the Dominican tradition of a cloister with prayer space, built around an inner courtyard. The specific structure stems from the fundamental principles of this mendicant order: obedience, poverty and chastity. Obedience meant that one faithfully observed the Rule of the Order, including silence in places where it was required, choir prayer, fasting and abstaining from food and drink. Poverty meant that one could own nothing, everything was communal property. The vow of chastity meant that one remained unmarried and dealt responsibly with sexual feelings. These principles have direct consequences for the architecture: an enclosed inner courtyard with a cloister walk around it for silence and meditation, small cells, communal spaces for prayer and a refectory.
Description
The butterfly-shaped floor plan shows a bent main wing of three storeys with a hipped roof covered in tiles. At the corners half-round staircases of four storeys. The staircases have been given the form of fortress towers. The architect has deliberately expressed here the idea of cloisters as fortresses where life values are guarded in a time of crisis and threat of war. A second wing is similarly bent such that both wings enclose a hexagonal inner courtyard. This second wing has two storeys with a hipped roof covered in tiles. A chapel has been built at right angles to this wing, closed off by a half-round apse. The chapel has a concrete skeleton of parabolic arches clad in brick. The interior of the chapel has been reasonably well preserved with benches placed lengthwise, among other things. The stained glass windows were replaced in 1957. The facades of the convent are built in brick with window openings at regular intervals. On the roof plane at regular intervals roof dormers. On the side of the inner courtyard runs a tiled cloister walk with large round-arched windows facing the garden. Of the interior the cloister walks, the library and the hall have been reasonably well preserved.
The garden consists of an inner courtyard and an outer garden. The inner courtyard functions as a cloister court and consists of an open space with shrub planting around it and is centrally crossed by a path in a cross motif. The outer garden has not been executed according to the original design, which indicated a strong relationship between building and garden layout. A choice was made for a more landscape-style layout so that a garden in the Mixed Style was designed. Layout, path run, alternation of open and closed spaces and such staging that the building is clearly visible from various angles, form the determining elements of the garden. In the southern part lies a cemetery. Around the garden runs a winding lane which towards the outside is closed off with shrub planting and coniferous trees creating an enclosed and inward-looking character. Within the garden the convent forms the main motif which during a contemplative walk keeps coming into view or is visible from rest areas. In the northern part there is a rectangular space bordered by a beech hedge. On the west side, part of the garden has been given up for new construction. Also the layout on the back of the left wing has been altered for parking space.
Valuation
The Albertinum in Nijmegen consisting of convent and garden is of general importance because of:
- the architectural historical value (distinctive floor plan, traditional materials, architectural expression of religious and social convictions, component of Ed. Cuypers' work for the Dominican order, interior elements such as cloister court, hall, library),
- rarity of building (hexagonal cloister court) and garden (based on data from the Monuments Inventory Project it is clear that this concerns a complex that is exceptional in terms of layout and architecture),
- the value of the garden (high quality garden layout in Mixed Style - despite damage -, vitality and quality of garden assortment, exceptional method of layout for the 1930s),
- relationship between building and garden (deliberately pursued and recognisable unity between convent and garden).
Nearby in the register
- Generaal SnijderskazerneMilitair verblijfsgebouwunder 1 mi
- Oud-MariënboomWoonhuisunder 1 mi
- Toegangshek, Driehuizerweg bij 287Erfscheidingunder 1 mi
- Schuilplaats, Molenveldlaan bij 10Bomvrij militair objectunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.