Rijksmonumentenregister · Netherlands
H. Fredericus
Steggerda, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1921
- Address
- Pepergaweg 45, 8395 PB Steggerda (Weststellingwerf 21) (and others)
- Place
- Steggerda
- Municipality
- Weststellingwerf
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.85114, 6.05761
- Part of complex
- 508651
- Monument number
- 508652
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "16 Steenwijk" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Hoofdobject van het kerkelijk complex is de Katholieke KERK, gewijd aan de H. Fredericus. De kerk werd in 1921 gebouwd naar ontwerp van architect Wolter te Riele in een stijlvariant van de Neogotiek. Wolter te Riele was in dit opzicht een traditionalist die tot zijn overlijden in 1937 een aanhanger bleef van de neogotische bouwtrant. Het ontwerp voor de kerk dateert uit 1920 en is sterk verwant aan dat van de voormalige kerk van Montfort (Zuid Limburg), die in de oorlog is verwoest. De bouw werd in september/november van 1920 gegund aan de gebroeders Koenders uit Enschede. De kerk diende als vervanging van de schuilkerk uit 1839, die elders (Overburen) was gebouwd.
Enkele INTERIEURONDERDELEN, waaronder enige heiligenbeelden, de preekstoel, het doopvont en het hoofdaltaar van de oude kerk zijn opnieuw gebruikt in de huidige kerk. Het INTERIEUR van de kerk en het beeld van de H. Fredericus werden opnieuw geschilderd in de periode 1976-1981. In 1993 is de leibedekking van de kerk vervangen door keramische leien; vermoedelijk zijn bij het herbeleggen van het dak enkele houten dakkapellen op de pseudotransepten verwijderd.
Omschrijving
De kerk ligt ruim teruggerooid van de straatweg, aanvankelijk omgeven door een processiepark, en van de weg gescheiden door een smeedijzeren hekwerk op een gemetseld keermuurtje. De uiteinden van het hekwerk zijn pikhaakvormig en op de stijlen kromstafvormig. Het oorspronkelijke toegangshek naar de kerk is later verplaatst naar de ingang van het kerkhof. De kerk heeft globaal een rechthoekige grondvorm met een lengte van vijf raamtraveeën: aan de westzijde met een versmald portaaltravee en aan de oostzijde met een driezijdig gesloten koor, geflankeerd door twee kleinere meerhoekige zijkapellen. Uitwendig lijkt het kerkgebouw een kruiskerk vanwege de sprongsgewijze, hoger opgetrokken schijntransepten die echter ten opzichte van de gevelwand nauwelijks risaleren en door het plaatsen van een toren op de 'viering'. Inwendig wordt door middel van de lichttoetreding via de dakkapellen met een pseudogalerij een lichtbeuk nagebootst. De kerk is opgetrokken in donkerbruine bakstenen op een trasraam van donkerbruine klinkers met een rollaag. De zijgevels worden horizontaal geleed door eenmaal versneden steunberen en lisenen. Langs de onderdorpels en gevellijsten zijn decoratieve metselverbanden toegepast, zoals muizetand, gewone tand en door verticaal metselwerk in reliëf. Alle vensters zijn spitsboogvormig en hebben gebrandschilderde glas-in-loodramen.
Het kerkschip wordt gedekt door een ingezwenkt zadeldak, de pseudotransepten door zadeldaken en de absis en de zijkapellen door meerzijdige tentdaken. De nokhoogte van het portaaltravee en het koortravee zijn aanmerkelijk lager dan die van het schip. In de knik van de dakschilden van het schip, zowel aan de noord- als aan de zuidzijde, staan twee bakstenen dakkapellen onder zadeldak met twee spitsboogvormige vensters met glas-in-lood. Op de pseudotransepten staat nog één van de oorspronkelijk vier kleine, houten dakkapellen. In het oostelijk dakschild van het koor is een identieke houten dakkapel aangebracht. De zeshoekige toren heeft een ingezwenkte zeszijdige spits belegd met leien in Rijndekking en bekroond door een smeedijzeren kruis met weerhaan. Smeedijzeren kruisen staan ook op de nok boven het portaaltravee en op de koningsstijl van het koor.
De westgevel wordt horizontaal geleed door twee lijsten en vlechtingen in de geveltop. Boven de toegang is een groot spitsboogvormig drielichtvenster en aan weerszijden van het portaal zijn smalle spitsboogvormige vensters in een spitsboogvormig spaarveld over de gehele gevel. Het eenbeukige portaaltravee heeft een verdiepte toegang met een porte brisee en gesmeed hang- en sluitwerk. Het portaal heeft een graatgewelf. Aan weerszijden van het portaal zijn zij-ingangen; die aan de noordzijde geeft toegang tot de doopkapel.
De zuidgevel springt ter hoogte van de pseudotransept enigszins naar voren en heeft daar grote spitsboogvensters, elk in een dubbel spitsboogvormig spaarveld. Aan de zuidelijke zijkapel is de sacristie aangebouwd. Deze is opgetrokken in donkerbruine bakstenen onder schilddak; de ramen zijn spitsboogvormig. De oostzijde van de kerk wordt gevormd door de gevels van de zijkapellen en het koor. De gevels worden verticaal geleed door een tandlijst onder de afzaten van de spitsboogvensters. Het bovenste gedeelte van de gevels van het koor wordt op de hoeken versterkt door lisenen, waarvan de bovenste gedeelten verdiept in de gevel zijn gemetseld. In de bovenste helft van de gevels spitsboogvensters met glas-in-loodramen. De onderste helft van de gevels zijn onversierd. Op de koningsstijlen van de zijkapellen zijn opengewerkte, zinken bekroningen.
De noordgevel springt ter hoogte van de pseudotransept enigszins naar voren en heeft daar grote spitsboogvensters elk in een dubbel spitsboogvormig spaarveld.
De vieringtoren heeft op de hoeken van de zes zijden versneden steunberen, waarvan de bovenste gedeelten verdiept in de gevel zijn gemetseld. Aan alle zijden zijn spitsboogvormige galmgaten in een spitsboogvormig spaarveld met een kruismotief in het lunet. In de toren bevindt zich een ijzeren klokkenstoel met drie luidklokken uit 1948 en twee uit 1949, gegoten door de fa. Petit & Fritsen te Aarle Rixtel.
Het INTERIEUR van de kerk is in hoge mate oorspronkelijk.
De ruimtelijke geleding is driebeukig en volgens het gebonden stelsel. De lage zijbeuken met een variatie op het kruisribgewelf worden van het hogere middenschip met kruisribgewelven gescheiden door scheibogen en bakstenen kolommen. Het verhoogde priesterkoor is later tot in de 'viering' doorgetrokken, waardoor een aantal kerkbanken naar achteren is verplaatst. De kerkvloer is betegeld. De wanden zijn uitgevoerd in schoon metselwerk van lichtbruine bakstenen; in het koor zijn de wanden verlevendigd door spitsboogvormige spaarvelden met schilderingen in de lunetten aan weerszijden van het altaar. De voorstellingen verwijzen naar de eucharistie (Offer van Abraham en Offerande Melchisedek; gerestaureerd M. Kuipers, 1980) en door de decoratieve toepassing van groene pigment op de bakstenen. De gewelfvelden zijn gepleisterd en voorzien van beschilderingen: in de zwikken van het middenschip en de zijbeuken zijn bloemmotieven aangebracht en in de zijschepen verder nog engelen met banderollen. Het plafond in de 'viering' bestaat uit een netgewelf. In het priesterkoor is een sterrenhemel geschilderd met op de sluitsteen de afbeelding van het Lam Gods. De gekleurde glas-in-loodramen in de zijbeuken hebben voorstellingen naar de teksten van de acht zaligsprekingen, elk verbeeld door een heilige met attribuut. In de ramen van het pseudo-transept aan de noordzijde zijn twee voorstellingen uit het leven van de kerkpatroon de H. Fredericus en aan de zuidzijde bevatten de twee ramen voorstellingen van de H. Familie en de H. Jozef, beide vervaardigd in 1921 met de melding van de schenkers.
De koorramen hebben voorstellingen van engelen en scènes uit het Nieuwe Testament: de Annunciatie, de Geboorte, Gethsemane, de Kruisiging, de Verrijzenis en het Pinksterwonder.
In de Mariakapel verbeelden de glas-in-loodramen episoden uit het leven van Maria: het huwelijk van Joachim en Anna, de geboorte van Maria, de twaalfjarige Jezus in de tempel en de kroning van Maria. In de Jozefkapel verbeelden de glas-in-loodramen episoden uit het leven van Jozef: het huwelijk van Jozef en Maria, de vlucht naar Egypte en het sterfbed van Jozef.
De INTERIEURONDERDELEN van de kerk zijn te verdelen in drie groepen: die welke afkomstig zijn uit de oude kerk aan de Overburen, die welke gemaakt zijn voor de kerk en kort na de voltooiing ervan zijn opgesteld en die welke eerst veel later aan het interieur zijn toegevoegd. Tot de eerste groep behoren de neogotische preekstoel (1872) en het neogotische houten doopvont in de kapel aan de noordwestzijde, beide vermoedelijk vervaardigd door pastoor Johannes Schutte (1859-1885) met gebruikmaking van reeds bestaande heiligenbeeldjes. Voor de kerkinrichting vervaardigd zijn onder andere: de genummerde banken (1/4-21), de neo-renaissancistische biechtstoelen in de 'transepten', een gepolychromeerd neogotisch triomfkruis, de 14 ingelijste kruiswegstaties (Jos Pauels, Kevelaer 1924), de gepolychromeerde heiligenbeelden aan de pijlers van de viering van de H. Isidorus en de H. Fredericus (H. Moors, Kevelaer 1924/1925), het hoogaltaar met een bronzen retabel van de firma Gebr. Roosmalen (Utrecht); op het zangkoor aan de westzijde een orgel in Neo-renaissancistische kas. Orgel in 1901 geleverd door de firma N.S. Leijser aan de Rooms Katholieke kerk van Oosterbeek, in 1923 geplaatst in Steggerda. Eerst later aan het interieur toegevoegd zijn het retabel op het Maria-altaar en de kroonluchters.
Tot de nevenruimte van de kerk behoort de sacristie met de kleedkamers van de celebrant en misdienaars. Tot de oorspronkelijke inrichting daarvan behoren onder andere de neogotische losse en vaste kasten (onder meer paramentenkast) en piscina.
Waardering
De Katholieke kerk van Wolter te Riele uit 1921 is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
- als bijzondere uitdrukking van een historische ontwikkeling, in het bijzonder de kerkgeschiedenis van dit gebied,
- als laat voorbeeld van de doorwerking van de neogotische traditie,
- als exemplarisch voorbeeld van deze traditionalistische uitwerking van de late Neogotiek van de architect Wolter te Riele,
- als sober uitgevoerde variant van de voormalige kerk te Montfort en de St. Jan op Pathmos in Hengelo,
- vanwege de redelijke mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp,
- als essentieel onderdeel van een groter complex dat van cultuurhistorisch belang is op bovengemeentelijke schaal,
- vanwege de bijzondere betekenis van het object als markant herkenningspunt in de omgeving,
- vanwege de zeer hoge mate van gaafheid van het interieur,
- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The main object of the ecclesiastical complex is the Catholic CHURCH, dedicated to St. Frederick. The church was built in 1921 according to a design by architect Wolter te Riele in a stylistic variant of Neogothic. Wolter te Riele was in this respect a traditionalist who remained an adherent of the neogothic building style until his death in 1937. The design for the church dates from 1920 and is closely related to that of the former church of Montfort (South Limburg), which was destroyed in the war. Construction was awarded in September/November 1920 to the brothers Koenders from Enschede. The church served as a replacement for the hidden church from 1839, which had been built elsewhere (Overburen).
Several INTERIOR COMPONENTS, including some sacred images, the pulpit, the baptismal font and the high altar of the old church have been reused in the current church. The INTERIOR of the church and the image of St. Frederick were repainted in the period 1976-1981. In 1993 the slate roof covering of the church was replaced by ceramic slates; presumably some wooden roof dormers on the pseudo-transepts were removed during the relaying of the roof.
Description
The church is set well back from the road, initially surrounded by a procession park, and separated from the road by wrought ironwork on a masoned retaining wall. The ends of the ironwork are pike-shaped and the uprights are curved-staff-shaped. The original gate to the church was later moved to the entrance of the churchyard. The church has roughly a rectangular ground plan with a length of five window bays: on the west side with a narrowed portal bay and on the east side with a three-sided closed choir, flanked by two smaller polygonal side chapels. Externally the church building appears as a cruciform church because of the stepped, higher-raised pseudo-transepts which, however, scarcely project in relation to the gable wall and through the placement of a tower on the 'crossing'. Internally, through the admission of light via the roof dormers with a pseudo-gallery, a light nave is simulated. The church is built of dark brown bricks on a tuff frame of dark brown clinkers with a course of larger stones. The side gables are horizontally divided by buttresses cut once and pilasters. Along the sill courses and gable strips, decorative bond patterns are applied, such as saw-tooth, regular toothed and by vertical brickwork in relief. All windows are pointed arch-shaped and have stained glass windows.
The church nave is covered by an inset gabled roof, the pseudo-transepts by gabled roofs and the apse and side chapels by multi-sided tent roofs. The ridge height of the portal bay and the choir bay are considerably lower than that of the nave. In the angle of the roof slopes of the nave, both on the north and south sides, stand two brick roof dormers under gabled roof with two pointed arch-shaped windows with stained glass. On the pseudo-transepts stands still one of the originally four small wooden roof dormers. In the eastern roof slope of the choir a similar wooden roof dormer has been installed. The hexagonal tower has an inset six-sided spire covered with slates in Rhine-style covering and crowned by a wrought iron cross with weathervane. Wrought iron crosses also stand on the ridge above the portal bay and on the crown strut of the choir.
The west gable is horizontally divided by two strips and plaited work in the gable apex. Above the entrance is a large pointed arch-shaped three-light window and on either side of the portal are narrow pointed arch-shaped windows in a pointed arch-shaped reveal over the entire gable. The single-aisle portal bay has a recessed entrance with a broken arch door and wrought hinges and lockwork. The portal has a groin vault. On either side of the portal are side entrances; the one on the north side gives access to the baptismal chapel.
The south gable projects slightly at the height of the pseudo-transept and has large pointed arch windows there, each in a double pointed arch-shaped reveal. On the southern side chapel the sacristy is built on. This is built of dark brown bricks under a hipped roof; the windows are pointed arch-shaped. The east side of the church is formed by the gables of the side chapels and the choir. The gables are vertically divided by a toothed strip beneath the stops of the pointed arch windows. The upper part of the gables of the choir is reinforced on the corners by pilasters, the upper parts of which are set back into the gable. In the upper half of the gables pointed arch windows with stained glass windows. The lower half of the gables are unadorned. On the crown struts of the side chapels are open-worked zinc crownings.
The north gable projects slightly at the height of the pseudo-transept and has large pointed arch windows there, each in a double pointed arch-shaped reveal.
The crossing tower has cut buttresses on the corners of the six sides, the upper parts of which are set back into the gable. On all sides are pointed arch-shaped sound holes in a pointed arch-shaped reveal with a cross motif in the lunette. In the tower is an iron bell frame with three ring bells from 1948 and two from 1949, cast by the firm Petit & Fritsen in Aarle Rixtel.
The INTERIOR of the church is to a large extent original.
The spatial articulation is three-aisled and according to the bound system. The low side aisles with a variation on the cross-rib vault are separated from the higher nave with cross-rib vaults by transverse arches and brick columns. The raised presbyterium was later extended into the 'crossing', whereby a number of church benches were moved to the back. The church floor is tiled. The walls are executed in fair-faced brickwork of light brown bricks; in the choir the walls are enlivened by pointed arch-shaped reveals with paintings in the lunettes on either side of the altar. The representations refer to the Eucharist (Sacrifice of Abraham and Offering of Melchizedek; restored by M. Kuipers, 1980) and through the decorative application of green pigment on the bricks. The vault fields are plastered and provided with paintings: in the spandrels of the nave and the side aisles flower motifs are applied and in the side aisles furthermore angels with banderoles. The ceiling in the 'crossing' consists of a net vault. In the presbyterium is painted a starry heaven with on the keystone the image of the Lamb of God. The coloured stained glass windows in the side aisles depict scenes from the texts of the eight Beatitudes, each represented by a saint with attribute. In the windows of the pseudo-transept on the north side are two representations from the life of the church patron St. Frederick and on the south side the two windows contain representations of the Holy Family and St. Joseph, both made in 1921 with mention of the donors.
The choir windows depict representations of angels and scenes from the New Testament: the Annunciation, the Nativity, Gethsemane, the Crucifixion, the Resurrection and the Pentecost.
In the Maria chapel the stained glass windows depict episodes from the life of Maria: the marriage of Joachim and Anna, the birth of Maria, the twelve-year-old Jesus in the temple and the coronation of Maria. In the Joseph chapel the stained glass windows depict episodes from the life of Joseph: the marriage of Joseph and Maria, the flight to Egypt and the deathbed of Joseph.
The INTERIOR COMPONENTS of the church can be divided into three groups: those originating from the old church at Overburen, those made for the church and installed shortly after its completion and those added to the interior much later. The first group includes the neogothic pulpit (1872) and the neogothic wooden baptismal font in the chapel on the northwest side, both presumably made by pastor Johannes Schutte (1859-1885) using already existing sacred images. Made for the church furnishing are amongst others: the numbered benches (1/4-21), the neo-Renaissance confession boxes in the 'transepts', a polychrome neogothic rood cross, the 14 framed stations of the cross (Jos Pauels, Kevelaer 1924), the polychromed sacred images at the pillars of the crossing of St. Isidore and St. Frederick (H. Moors, Kevelaer 1924/1925), the high altar with a bronze retable by the firm Gebr. Roosmalen (Utrecht); on the choir gallery on the west side an organ in neo-Renaissance case. Organ delivered in 1901 by the firm N.S. Leijser to the Roman Catholic church of Oosterbeek, placed in Steggerda in 1923. Added to the interior only later are the retable on the Maria altar and the chandeliers.
The sacristy with the dressing rooms of the celebrant and acolytes belongs to the ancillary space of the church. Among the original furnishings are the neogothic loose and fixed cabinets (including vestment cabinet) and piscina.
Valuation
The Catholic church by Wolter te Riele from 1921 is of general cultural-historical and architectural-historical importance:
- as a particular expression of a historical development, in particular the church history of this area,
- as a late example of the continuation of the neogothic tradition,
- as an exemplary example of this traditionalistic realisation of the late Neogothic of architect Wolter te Riele,
- as a sober executed variant of the former church in Montfort and the St. John on Patmos in Hengelo,
- because of the reasonable degree of aesthetic quality of the design,
- as an essential part of a larger complex that is of cultural-historical importance on a supra-municipal scale,
- because of the particular significance of the object as a striking landmark in the surroundings,
- because of the very high degree of integrity of the interior,
- because of the high degree of integrity of the exterior.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Pepergaweg 47 AKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- CalvariebergKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, Pepergaweg 12Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- De MarsIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.