Rijksmonumentenregister · Netherlands
O.L.V. ten Hemelopneming
Zuiddorpe, Zeeland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1886
- Address
- Dorpsplein 1, 4574 RD Zuiddorpe (Terneuzen 29)
- Place
- Zuiddorpe
- Municipality
- Terneuzen
- Province
- Zeeland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.23533, 3.90492
- Part of complex
- 508090
- Monument number
- 508091
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Bakstenen, neo-gotische kruisbasiliek met zijdelings geplaatste toren, in 1886 gebouwd naar een ontwerp uit 1885 van architect P.J. van Genk. Het orgel uit 1929 van de hand van Bern. Pels & Zn. te Alkmaar valt wegens te weinig monumentale waarde niet onder de bescherming. De kerk werd gebouwd als vervanging van de oude, vervallen schuurkerk uit 1817 welke nabij de huidige kerk stond en waarvan een deel vooraf diende te worden afgebroken om ruimte voor de nieuwe kerk te maken.
Omschrijving
Kerk opgetrokken uit rood gemêleerde handvorm baksteen in kruisverband met natuurstenen details zoals gevelbeëindigingen, lijsten, dekplaten, raamdorpels en sluitstenen. Alle vensters zijn voorzien van glas-in-lood uit de bouwtijd of relatief kort daarna, deels in de vorm van gebrandschilderd glas in onder meer de hoofdramen van het transept en het koor, met heiligen voorstellingen, en de roosvensters.
De voorgevel is vormgegeven als hoge topgevel ter plaatse van het middenschip waarbij het top gedeelte enigszins uitkraagt op een natuurstenen lijst. De topgevel wordt aan de oostzijde geflankeerd door de kopgevel van de zijbeuk, aan de westzijde door de vierkante toren en de daarvóór, naast de entree-uitbouw geplaatste traptoren. Centraal in de frontgevel is de topgevelvormige entree-uitbouw geplaatst met boven de deuren in een spitsboogveld een zandstenen reliëf, voorstellend de verschijning aan Maria. De entreedeuren met decoratieve hengbladen. Boven de entree drie gekoppelde spitsboogramen waarboven een roosvenster. In de geveltop een dubbel spitsboogvenster. Alle topgevels worden bekroond door natuurstenen topstukken en smeedijzeren kruisen.
In de kopgevel van de zijbeuk een enkel spitsboograam. De gevelvlakken op zijn de hoeken voorzien van steunberen. De onderbouw van de traptoren is vierkant, overgaand in een achtzijdige opbouw, voorzien van smalle rechthoekige vensters en een uitzwenkende, achtvlaks spits. In de onderbouw een gedenksteen ter gelegenheid van de kerkbouw.
Aan de zijgevels liggen de kopgevel van het transept en de langsgevel van de zijbeuk in één vlak. Tot aan het transept bevinden zich vijf traveeën.
De eerste travee van het schip is blind, overigens per travee in zowel de gevel van het schip als van de zijbeuk een spitsboogvenster. Het opgaand gevelwerk van het schip is uitgevoerd met verdiepte gevelvelden begrensd door steunberen en uitkragend getand metselwerk onder de gootlijst op klossen. De kopgevels van het transept vertonen grote gelijkenis met de frontgevel. De kleine topgeveluitbouw is echter blind en bevat een biechtstoel. Het transept is één travee diep met in beide zijgevels een spitsboograam. Achter het transept ligt een kapel-uitbouw van één travee breed met een spitsboogvenster in dezelfde lijn als de zijbeuk. Aansluitend op de kapel is de sacristie geplaatst met tegen de kapel een uitbouw ten behoeve van een entree en toilet, met spitsboogvormig venster. De opgaande gevels van transept en koor bezitten respectievelijk één en twee ramen. De oostgevel van de sacristie is blind met slechts een uitgebouwd rookkanaal. De noordelijke sacristiegevel bezit twee paar rechthoekige, gekoppelde, getraliede ramen. Het koor is recht afgesloten en als lijstgevel uitgevoerd, voorzien van drie gekoppelde spitsboogvensters en een daarboven geplaatst roosvenster als in de topgevels.
Tegen de westelijk zijgevel van het koor een aanbouw onder zelfstandig schilddak met zowel in de zij- als in de achtergevel een stel gekoppelde, getraliede ramen als in de sacristie. Overigens is de westelijke zijgevel uitgevoerd als de oostelijke zijgevel met uitzondering van de transeptpartij welke op begane grond vlak en gesloten is. De zijbeuk partij is vier traveeën breed en sluit aan op de vierkante toren.
De toren bezit over de onderste twee geledingen verjongende steunberen en in de onderste geledingen twee zeer smalle glas-in-lood ramen per gevelvlak. De onderste twee geledingen worden afgesloten door, op natuursteen uitkragend metselwerk, afgesloten door een zware natuurstenen band.
Daarboven bevindt zich een geleding met per gevelvlak twee gekoppelde spitsboogvormige galmgaten met natuurstenen driepasboogvullingen. Boven de galmgaten bevindt zich per gevel een wijzerplaat, samen met de galmgaten in een terugliggend gevelveld. Ter hoogte van de galmgaten en het uurwerk bevinden zich op de hoeken natuurstenen speklagen. De torengevels worden afgesloten door een, op natuurstenen consoles uitkragende gemetselde band met natuurstenen decoraties. De toren is voorzien van een zeer ranke, van onder uitzwenkende, met leien gedekte spits, bekroond met een bol en een haan. De toren spits is per vlak voorzien van een drietal, boven elkaar geplaatste dakkapellen die onder meer voorzien zijn van driepas-decoraties en opvallende dakvormen. Schip en transept zijn voorzien van, met leien gedekte, zadeldaken met op het koor een schild beëindiging, bekroond door een smeedijzeren kruis. De zijbeuken zijn voorzien van lessenaarsdaken, de kapellen van schilddaken tegen het opgaande gevelwerk van transept en koor. Ter plaatse van topgevels lopen de dakvlakken tegen deze gevels aan. Aan weerszijden zijn de dakvlakken van zowel schip als zijbeuken van een dakkapel voorzien. Op de viering bevindt zich een vierzijdig open torentje met aan de onderzijde uitzwenkend, zeer slank spitsje voorzien van een ijzeren kruis.
Zowel de sacristie als de hulp-sacristie zijn voorzien van schilddaken.
Het interieur bestaat uit een vier traveeën lang schip met lagere zijbeuken. Achter het transept bevindt zich een recht afgesloten koor met aan weerszijden een twee-zijdige open kapel. De vier zuilen rond de viering zijn geprofileerd uitgevoerd, de overige zuilen van de beukbogen sober en nagenoeg vierkant. Per travee in het triforium een dubbele nis, in de lichtbeuk daarboven een spitboograam. De afwerking van wanden en plafonds is geheel uitgevoerd in stucwerk. Alle plafonds zijn als kruisgewelf vormgegeven. Het hele interieur werd waarschijnlijk in het begin van de twintigste eeuw geheel gepolychromeerd. Deze afwerking is nog aanwezig achter het witsel uit de zestiger jaren van deze eeuw en op enkele plaatsen zichtbaar.
De vloer van het schip is in de looppaden voorzien van hardstenen tegels, overigens van een houten dekvloer. De verhoogde koorvloer is voorzien van grijs-witte tegels met een bies van beige en zwarte tegels. In het interieur bevinden zich diverse ongeschilderde houten beelden van J. van Genk.
Tegen de zuidelijke zijgevel bevindt zich een sobere, eikehouten uitgebouwde biechtstoel. Tussen de ramen in de zijbeuken bevinden zich op koper geschilderde kruiswegstaties. Links vooraan in het schip is de, uit 1637 daterende, rijk gebeeldhouwde preekstoel geplaatst. Het twintigste eeuwse orgel (niet beschermen) staat op de oorspronkelijke zangtribune die voorzien is van een sober ijzeren hekwerk.
Mechanisch torenuurwerk op orgelgalerij, Fa. A. de Vos en Zn., 1889, is buiten gebruik gesteld. De beschoten kap wordt gedragen door een sobere spantconstructie, welke geheel boven het gestucte gewelfplafond is gelegen.
Waardering
Kerk van algemeen belang vanwege cultuurhistorische en architectuurhistorische waarden van zowel exterieur als onderdelen van het interieur en van ensemblewaarde als belangrijk en functioneel complex onderdeel.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Brick, neo-Gothic cruciform basilica with a tower positioned laterally, built in 1886 after a design from 1885 by architect P.J. van Genk. The organ from 1929 by Bern. Pels & Zn. of Alkmaar does not fall under protection due to insufficient monumental value. The church was built as a replacement for the old, dilapidated shed church from 1817 which stood near the current church and of which a part had to be demolished beforehand to make room for the new church.
Description
Church built from red mottled handmade brick in English bond with natural stone details such as gable finials, mouldings, coping stones, window sills and voussoirs. All windows are fitted with leaded glass from the building period or relatively shortly thereafter, partly in the form of stained glass in among others the main windows of the transept and the choir, with representations of saints, and the rose windows.
The front facade is designed as a high gable at the level of the nave, with the top section projecting somewhat on a natural stone moulding. The gable is flanked on the east side by the gable of the aisle, on the west side by the square tower and the staircase tower positioned in front of it, next to the entrance projection. Centrally positioned in the front facade is the gable-shaped entrance projection with above the doors, in a pointed-arch field, a sandstone relief depicting the apparition to Mary. The entrance doors with decorative hinges. Above the entrance three coupled pointed-arch windows above which a rose window. In the gable top a double pointed-arch window. All gables are crowned by natural stone finials and wrought-iron crosses.
In the gable of the aisle a single pointed-arch window. The wall surfaces are provided with buttresses at the corners. The substructure of the staircase tower is square, transitioning into an octagonal superstructure, furnished with narrow rectangular windows and a projecting octagonal spire. In the substructure a commemorative stone on the occasion of the church construction.
At the side facades the gable of the transept and the long side of the aisle lie in one plane. Up to the transept there are five bays.
The first bay of the nave is blank; otherwise per bay in both the wall of the nave as of the aisle a pointed-arch window. The rising masonry of the nave is executed with recessed wall fields bounded by buttresses and projecting toothed brickwork under the gutter line on consoles. The gables of the transept show great similarity to the front facade. The small gable projection is however blank and contains a confessional. The transept is one bay deep with in both side walls a pointed-arch window. Behind the transept lies a chapel projection one bay wide with a pointed-arch window in the same line as the aisle. Adjacent to the chapel the sacristy is positioned with against the chapel a projection for an entrance and toilet, with pointed-arch-shaped window. The rising walls of transept and choir have respectively one and two windows. The east wall of the sacristy is blank with only a projecting chimney flue. The northern sacristy wall has two pairs of rectangular, coupled, barred windows. The choir is straight-ended and executed as a cornice-topped facade, furnished with three coupled pointed-arch windows and above it a placed rose window as in the gables.
Against the western side wall of the choir an annexe under an independent hipped roof with in both the side and the rear wall a set of coupled, barred windows as in the sacristy. Otherwise the western side wall is executed as the eastern side wall with the exception of the transept section which on ground floor is flat and closed. The aisle section is four bays wide and adjoins the square tower.
The tower has over the lower two storeys tapering buttresses and in the lower storeys two very narrow leaded glass windows per wall face. The lower two storeys are closed off by, projecting on natural stone masonry, closed off by a heavy natural stone band.
Above this is a storey with per wall face two coupled pointed-arch-shaped sound openings with natural stone trefoil-arch infills. Above the sound openings is per wall a clock face, together with the sound openings in a recessed wall field. At the level of the sound openings and the clock mechanism natural stone bands are located at the corners. The tower walls are closed off by, projecting on natural stone consoles a mortared band with natural stone decorations. The tower is furnished with a very slender, projecting from below, slate-covered spire, crowned with a ball and a weathercock. The tower spire is per wall provided with three, vertically stacked roof dormers which among others are furnished with trefoil decorations and striking roof forms. Nave and transept are furnished with slate-covered gabled roofs with on the choir a hipped finish, crowned by a wrought-iron cross. The aisles are furnished with lean-to roofs, the chapels with hipped roofs against the rising wall of transept and choir. At the level of the gables the roof surfaces abut these walls. On either side the roof surfaces of both nave and aisles are provided with a dormer. On the crossing is a four-sided open bell tower with below it projecting, very slender spire furnished with an iron cross.
Both the sacristy and the auxiliary sacristy are furnished with hipped roofs.
The interior consists of a four-bay-long nave with lower aisles. Behind the transept is a straight-ended choir with on either side a two-sided open chapel. The four pillars around the crossing are moulded, the remaining pillars of the aisle arches sober and almost square. Per bay in the triforium a double niche, in the clerestory above it a pointed-arch window. The finishing of walls and ceilings is entirely executed in plasterwork. All ceilings are designed as cross vaults. The entire interior was probably entirely polychromed in the early twentieth century. This finishing is still present behind the whitewash from the sixties of this century and visible in some places.
The floor of the nave is in the passages provided with hardstone tiles, otherwise a wooden floor finish. The raised choir floor is provided with grey-white tiles with a border of beige and black tiles. In the interior are various unpainted wooden sculptures by J. van Genk.
Against the southern side wall is a sober oak-wood built-out confessional. Between the windows in the aisles there are stations of the cross painted on copper. To the front left in the nave is positioned the richly carved pulpit dating from 1637. The twentieth-century organ (not protected) stands on the original singing gallery which is furnished with a sober iron balustrade.
Mechanical tower clock on the organ gallery, Fa. A. de Vos and Zn., 1889, is out of service. The boarded roof structure is supported by a sober roof truss, which is entirely located above the plastered vault ceiling.
Valuation
Church of general importance because of cultural-historical and architectural-historical values of both exterior and components of the interior and of ensemble value as an important and functional complex component.
Nearby in the register
- Kapel(F1), Dorpsplein bij 1Kapelunder 1 mi
- Grafmonument, Dorpsplein bij 1Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Grafmonument, Dorpsplein bij 1Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Muur(D), Dorpsplein bij 1Erfscheidingunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.