TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Twickelerlaan bij 1 a

Delden,Ambt Delden, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Twickelerlaan bij 1 a, 7495 VG Ambt Delden (Hof van Twente 23)
Place
Delden,Ambt Delden
Municipality
Hof van Twente
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.27340, 6.72341
Part of complex
507545
Monument number
507546

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Ditio Trans Isulana." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel 2:

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Twickel. Het huis Twickel ligt aan de voet van een stuwwal (de Deldener Esch); de grachten worden gevoed door kwelwater uit de stuwwal. Voor het kasteel ligt een laagte waar vroeger de Oelerbeek liep, dwars daarvoor loopt op de rand van dit beekdal de Twickelerlaan. De twee belangrijkste waterlopen zijn de (opgelegde) Oelerbeek en de Twickeler Vaart. De hoofdstructuur van de historische buitenplaats Twickel wordt bepaald door de Twickelerlaan (noord-zuid) en de haaks daarop staande Kooidijk (thans Bornsevoetpad), die op het midden van het huis is georiënteerd. Aan de Twickelerlaan tegenover het huis staat een grote zwerfkei met inscriptie aangeboden in 1959 door de Deldense burgerij ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer. Ten westen van de Twickelerlaan ligt direct rondom het huis het geheel omheinde KASTEELPARK in landschapsstijl met daarin opgenomen neoformele elementen zoals de oranjerie- en voormalige rozentuin. Ten oosten van de laan strekt zich een OVERPARK uit, dat te onderscheiden is in: a) de overplaats, b) het Twickelerbosch, c) de Ruwe Braak, d), de Breeriet e) Umfahrungsweg. De gehele aanleg van de buitenplaats kent een drieledige historische gelaagdheid, die nog duidelijk aanwezig is. De basisstructuur wordt gevormd door de 17de-eeuwse formele aanleg waarvan ondermeer de Twickelerlaan en de Kooidijk deel uit maken. Vervolgens heeft de tuinarchitect J.D. Zocher jr. tussen 1830-1835 de aanleg in landschapsstijl gewijzigd, waarna de Duitse tuinarchitect E. Petzold tussen 1885-1891 de aanleg verder in landschapsstijl heeft verfraaid. Hoewel het kasteelpark door de dichte beplantingsstrook langs drie zijden een zeer besloten karakter heeft, is het door Petzold middels vijf zichtassen, die uit de Twickelerlaan zijn gespaard, bij de aanleg van het overpark betrokken en vormt het een eenheid. Het overpark is in landschappelijke stijl ingericht, door plaatsing van boomgroepen en solitairen en door het scheppen van een groot aantal perspectivische zichtlijnen. KASTEELPARK. De kern van het kasteelpark wordt bepaald door het laat 17de-eeuwse classicistische concept van een hoofdas uitkomend op het huis met symmetrische geplaatste bouwhuizen, die een voorplein omsluiten. Het huis met voorplein is gelegen binnen het 17de-eeuwse grachtenstelsel, waarvan de binnengracht in zijn geheel en twee restanten van het oostelijk deel van de buitengracht nog aanwezig zijn. Vanaf het voorplein lopen enkele zichtassen, restanten van de 17de/18de-eeuwse formele aanleg, door het park; deze lijnen worden gevormd door de loodrechte as op het huis en een noord-zuidas; ook de rechte eikenlaan in het park, komende vanaf de eikelschuur, maakt deel uit van het assenstelsel, dat op het centrum van de buitenplaats is georiënteerd. Het voorplein kent een historiserende neoformele aanleg gevormd door een achtkantig bloemperk voorzien van een balustrade met in het midden een fonteinbak. Deze aanleg kwam rond 1864 gereed toen de balustrade werd geleverd. Aan weerszijden van de toegangsbrug naar het kasteel zijn in 1886 boulingrins gelegen aangelegd naar een ontwerp van de Franse tuinarchitect E. André, die blijkens een situatietekening van H. Poortman uit 1926 ook de aanleg van de achterplaats voor zijn rekening heeft genomen (1888). In 1996 is de structuur van de boulingrins met buxushaagjes aangegeven (andere invulling). Na de archeologische opgravingen op de achterplaats in 1978 werd daar een tuin aangelegd voor de huidige bewoner, Chr. graaf zu Castell Rüdenhausen. Vanaf de derde kwart van de 18de eeuw wordt de landschapsstijl in het kasteelpark doorgevoerd te beginnen in 1769 met de aanleg van een wildbaan en in 1770 met de aanleg van het 'Engelsche bosch' ten zuiden van het kasteel (zie Twickelervaartkaart ca.1785). Enkele elementen die aangegeven staan op de Hottingerkaart en de kaart van Hartmeijer uit 1794 zijn nu nog aanwezig, zoals de begrenzing van de wildbaan (zuid) door een eikenlaan met dubbele bomenrij, deels nieuwe inplant, welke nog goed herkenbaar is in het landschapspark. Evenals de zogenoemde Schneckenberg heuvel in de noordwesthoek van het park die in 1791 werd opgeworpen; aan de voet daarvan bevond zich een loofgang waaraan nu nog zes doorgeschoten oude haagbeuken herinneren. De top van de heuvel, die functioneert als uitzichtpunt, is bereikbaar via een rondlopend pad waarlangs een balustrade van boomstammen is bevestigd. Naast deze heuvel ligt een cascade. Op de kaarten is tevens te zien dat de buitengracht achter het huis tot een vijverpartij vergraven is. Vanaf 1830 zijn grote delen van het park door J.D. Zocher jr. in landschapsstijl gewijzigd, waarbij het grillige padenpatroon van de eerste landschappelijke aanleg (zie Hartmeijer) in ruime curven is veranderd, die zich langs glooiingen in het terrein bewegen. De oevers van de waterpartij achter het huis hebben ronde vormen gekregen. Typisch voor het werk van Zocher is het suggereren van een oneindige verloop van de vijverpartij, bewerkstelligd door de wegbuigende lijnen. In de waterpartij zijn twee eilandjes aangelegd, die zich tijdens het verloop van de wandeling zich in een steeds ander tafereel vertonen. Het op de Hartmeijerkaart voorkomende eilandje in het zuiden is door Zocher verbonden met het vaste land middels een brug. Op dit eilandje staat een rustiek 19de-eeuws prieel. In de bocht van de grote vijver ligt een rond eilandje dat door twee bruggen met het vasteland in verbinding staat. Over de vijverpartij lopen verschillende zichtassen gericht op het prieel op het zuidelijk eiland, dat nu door begroeiing aan het zicht is ontrokken. Zocher creëerde geraffineerde doorzichten waaronder een schuine zichtlijn vanaf de genoemde uitzichtheuvel, die hij als restant van de vroeg-landschappelijke aanleg handhaafde. Deze vijverpartij en ook het padenverloop van Zocher zijn in de tijd dat Petzold op Twickel werkzaam was van 1885 tot 1891 door hem ongemoeid gelaten (vergl. kaart Twickel voor aanleg Petzold en de Petzoldkaart). Petzold heeft voornamelijk de aanleg van de wildbaan veranderd door deze uit te breiden met een strook grond aan de noordzijde en opnieuw met boomgroepen in te richten. De boomgroepen van Petzold hebben een typisch lobbenachtige vorm en vaak geen ondergroei. Ten noorden van de oranjerie wordt, eveneens naar ontwerp van Petzold, een kleine waterstroom vergraven tot een vijver. In het landschapspark zijn drie afzonderlijke tuinen gelegen, de oranjerie-, rots-, en rozentuin, waarvan de laatst genoemde sinds 1971 opgeven is. De beschut liggende rozentuin in het noordelijke deel van het park langs de Bornseweg werd tussen 1911 en 1920 aangelegd vermoedelijk naar de plannen van de Engelse tuinbaas W.H. Rabjohn; de lange rijen rozen en brede borders aan de zijkanten zijn thans vervangen door langwerpige stroken gras. In deze grasparterre zijn de sporen van het oude padenpatroon door reliefverschillen nog duidelijk herkenbaar. Achter de rozentuin in de noordhoek van het park aan de Twickelerlaan (nr. 9) ligt een dienstwoning die in 1996 in historiserende stijl is herbouwd, deze woning is voor de bescherming van ondergeschikt belang. Typerend voor het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw is het toepassen van neoformele elementen in de directe omgeving van het huis. Zo werden voor Twickel ontwerpen gemaakt door André voor de aanleg van een oranjerietuin ten noorden van het huis. Uiteindelijk is de aanleg van de rechthoekige tuin voornamelijk naar idee van Hugo Poortman tot stand gekomen (deze was tot 1930 op Twickel werkzaam). De geometrische invulling met de bloembedden in symmetrische patronen en de geschoren palm- en taxusfiguren volgde de trend om in de directe omgeving van het huis de overgang van architectuur naar natuur soepel te laten verlopen door middel van een neo-formele aanleg. De verdiepte parterre voor de oranjerie werd al in 1897 gerealiseerd naar een schetsontwerp van Poortman. De invulling is in enigszins gewijzigde vorm nog aanwezig. Achter de oranjerietuin werd vanaf 1932 door barones van Heeckeren met behulp van Poortman een begin gemaakt met de aanleg van een rotstuin. Zij werd hiertoe geïnspireerd door Engelse tuinarchitecte Getrude Jekyll. Met zwerfkeien en zandstenen bouwrestanten van het huis legde de barones rondom een gazon gebogen terrassen aan, beplant met vaste planten, bollen, één-, en tweejarigen. Door de onregelmatige gevormde terrassen, de verschillende hoogten in de tuin en het gebruik van bouwonderdelen heeft de tuin een geheel eigen sfeer. In de tuin staan verschillende beelden en een rond houten tuinprieel die de pachters en het personeel aan de barones hadden gegeven voor haar tachtigste verjaardag (1959). Het kasteelpark wordt aan de oostzijde begrensd door de Twickelerlaan die gevormd wordt door een in oorsprong 16de-eeuwse met eiken beplante oprijlaan tussen het kasteel en het kruispunt Delden-Borne. In 1684 werd de laan in de richting van de Deldener Esch verlengd. In 1993 is de laan voor een deel met eiken opnieuw ingeplant. Voor het einde van de Twickelerlaan liggen achter de boerderij 'De Wengel' twee rechthoekige visvijvers in elkaars verlengde en aan de overzijde van de laan een heuvel (sprengkop). Deze aanleg, die zeker in 1681 al aanwezig was, wordt in een legger uit 1726 aangeduid met 'de vijvers in de berg en met de plantage'. Op de Grauwe kaart uit het midden van de 18de eeuw wordt het complex voor het eerst aangegeven en thans is het nog steeds een kenmerkend element. Voor de heuvel ligt een derde rondvormige visvijver, die met een smalle sloot in verbinding staat met de andere vijvers. OVERPARK. De 17de-eeuwse structuur van het overpark wordt gevormd door een dijklichaam, de Kooidijk, die loodrecht op het huis ligt en de Twickelerlaan haaks kruist. Het overpark wordt doorsneden door de Oelerbeek en de Twickelervaart, deze laatst genoemde is in 1771 ten behoeve van de scheepvaart aangelegd (een bestaande beek is hiervoor geschikt gemaakt) met een verbinding naar Carelshaven. Binnen de structuur is de aanleg van Zocher herkenbaar; deze maakte gebruik van de de voor het kasteel liggende open weiden en boomgroepen. De visuele begrenzing van de weiland wordt bepaald door de bossen aan de noord- en oostzijde. Lopende op het door Zocher aangelegde padenstelsel werden steeds wisselende zichten en doorzichten gecreëerd. Daar het padenpatroon van Zocher tegenwoordig nog grotendeels aanwezig is, wordt het karakter van de overplaats sterk door zijn aanleg bepaald. Petzold heeft, naast de verfraaiing van landschappelijke elementen zoals bij het landschap rondom de Azelermeen (gebied gelegen tussen de Noordmolen en de boerderijen Bokdam en Graes) en de aanleg van een nieuw park aan de kant van Ossenweijde en Braamrot, de gehele overplaats tot een samenhangend geheel gemaakt. Het ontwerp van Petzold is door zijn dood in 1891 onvoltooid gebleven. a) Overplaats en moestuin. Het landschap van de overplaats, gevormd door het weidegebied ten oosten van de Twickelerlaan en aan weerszijden van de Kooidijk, bestond reeds in de middeleeuwen. De weilanden Beltmaat, Akker- of Ulkmaat, Havermaat, Dijkmaat en Ossenweijde vormden oorspronkelijk het beekdal van de Oelerbeek. De formele perspectiefwerking van de Kooidijk werd in 1785 te niet gedaan door de kap van de beplanting ter plaatse van de oude moestuin, die van 1715 tot 1888 aan het Bornsevoetpad was gelegen. Tussen 1831 en 1835 vinden verschillende veranderingen aan de overplaats plaats, die deels op eigen initiatief en deels naar ontwerp van J.D. Zocher jr. uitgevoerd worden. In 1832 (zie aantekeningen van Gravin van Wassenaer) werd direct aan de oostzijde van de Twickelerlaan een verdiept liggende weidepartij gerealiseerd. Met de grond van de verdiepte weide werd de halverwege de Kooidijk liggende eendenkooi en tevens enkele oude vijvers in het bos dichtgegooid. Langs de zuid- en oostkant van de oude moestuin werd een nieuw voetpad aangelegd. Zocher legde een nieuw padenstelsel aan met afwisseldende wandelingen en zichten waarbij deze gebruik maakte van de aanwezige niveauverschillen en beplantingselementen van de overplaats (zie Percelenkaart 1874). Tussen 1885 en 1891 werkt Petzold aan de aanleg van de overplaats. Vanuit het bestaande houtbestand poogde Petzold het gebied in een landschappelijke compositie te wijzigen door middel van grote doorkappingen of juist door de plaatsing van boomgroepen werden zichtlijnen gecreëerd die een dieptewerking en eindeloos perspectief suggereerden. Deze door coulissen begrensde zichtassen en doorzichten over weiden bepalen de structuur. Kenmerkend zijn de grillige en gebogen lijnen om variatie in het landschap te creëren. De loop van de Twickelervaart, die de overplaats doorkruist, werd aangegeven door aanplant van bomen. Het parkdeel bij Braamrot en de Ossenweijde is door Petzold voorzien van een nieuw pad leidend naar Carelshaven en ingericht met boomgroepen en solitairen. Hoewel dit gebouw van beeldbepalende waarde is als zicht vanuit het park, wordt het door de rondweg en als monument teveel verstoord en is zodanig voor de omschrijving van ondergeschikt belang. In dezelfde periode werd op voorstel van Petzold de moestuin verplaatst en het Bornsevoetpad achter de Schaapskooi omgeleid, zodat tegenover het kasteel een ruim uitzicht over een weidepartij ontstond. In 1980 werd het laangedeelte door de weilanden voor het kasteel weer hersteld. Op de hoek van de Twickelerlaan - Bornsestraat is in 1891 naar ontwerp van Petzold de ommuurde moestuin aangelegd, waarvan het oorspronkelijke lanenstelsel nog grotendeels intact is. Vanaf de hoofdentree aan de Twickelerlaan loopt een rechte door fruitbomen geflankeerde laan naar de westelijke tuinmuur. Halverwege wordt deze laan doorkruist door een noord-zuid as met een kleine vijverpartij. b) Twickelerbosch. Aan de linkerkant wordt het weidegebied van de overplaats begrensd door het Twickelerbosch, dat voor het weiland functioneert als een lobbenvormige coulis. Door het bos (Beuken en Eiken) heeft Zocher een gebogen padenstelsel aangelegd, dat nog grotendeels intact is. In het parkbos ligt een open ruimte: ten noorden van de recent aangelegde parkeerplaats aan de Twickelerlaan een langgerekte weide met solitaire bomen. c) de Ruwe Braak. Haverwege de Kooidijk lag oorspronkelijk een eendenkooi en twee vijvers aan weerszijden van de dijk temidden van een bos doorkruist door lanen in sterpartoon, zoals de 'Grauwe Kaart' uit het midden van de 18de eeuw laat zien. Deze lanen worden aan het einde van de 18de eeuw vervangen door vroeg-landschappelijke kronkelpaden (Twickelervaartkaart ca.1785); hiervan is echter niets meer aanwezig, de aanleg van het sterrenbos is echter in het rabattenpatroon terug te vinden. Aansluitend op het sterrenbos met oude aanplant van Zomereik en Beuk liggen de heidegronden met naaldbomen. d) de Breeriet. In het dal van de Oelerbeek ten zuiden van het Bornsevoetpad ligt een geïsoleerd moerassig gebied, de Breeriet, dat door baron J.D.C. van Heeckeren in 1846 werd aangekocht. Tuinarchitect L.P. Zocher, de zoon van J.D. Zocher, maakte in 1871 een ontwerp in landschapsstijl, welke tussen 1872 en 1873 werd uitgevoerd. De aanleg bestaat uit een centraal liggende weide met boomgroep en een grillig gevormde, rondlopende waterpartij die een oneiding verloop suggereert. De wandeling leidt over enkele gebogen paden, verfraaid met bijzondere boomsoorten, waarvandaan wisselende zichten over de waterpartij en open weiden worden verkregen. Tussen 1996 en 1998 is de verwaarloosde aanleg (padenpatroon en vijverpartij) weer hersteld. e) Verbindingsweg station- kasteel en Umfahrungsweg. In 1886 begon Petzold met de aanleg van een 'nieuwe weg', een verbindingsweg tussen het station en de Twickelerlaan. Petzold besteedde vooral veel aandacht aan de aanplant langs de weg. Het landschap werd aan weerszijden voorzien van grasstroken en boomgroepen begrensd door meidoornhagen. Op het punt waar het huidige Rentmeesterslaantje op de Twickelerlaan aansluit, heeft Petzold door middel van een doorkapping een, thans nog zichtbare, diagonale zichtas op het huis gerealiseerd. Tegenwoordig wordt het gebied aan weerszijden van de 'nieuwe weg' naar het station doorsneden door de rondweg om Delden. De verbindende factor van het ontwerp van Petzold moest gevormd worden door de geplande Umfahrungsweg. Volgens het ontwerp van Petzold liep de weg over de Twickelerlaan tot voorbij de visvijvers, waarna de weg naar rechts afboog en ten noorden van de Noordmolen uitkwam. Vanaf de Noordmolen liep de weg met een grote bocht richting Buren en vervolgens met een scherpe bocht naar het westen om bij de Breeriet uit te komen. Van dit ontwerp is alleen het gedeelte vanaf de weg Delden - Hengelo tot aan de Meyerinkveldkampweg ten noorden van het kasteel uitgevoerd en bij de Azelerbeek zijn enkele aanzetten te zien. De bedoeling van de weg is dat ze voerde langs alle belangrijke bezienswaardigheden en de uiterste grens van het park vormde.

Waardering

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Twickel van algemeen belang

- vanwege de herkenbaarheid van het middeleeuwse ontginningslandschap;

- vanwege het geometrische patroon van wegen, lanen en waterpartijen dat tot stand is gekomen in de 17de- en 18de eeuw;

- vanwege de bij de buitenplaats behorende aanleg in landschapsstijl waarin een aantal 17de- en 18de-eeuwse formele elementen gehandhaafd zijn en die als zodanig een gaaf voorbeeld is van een aanleg in landschapsstijl met een formele basis;

- als een zeldzaam gaaf voorbeeld van een aanleg van tuinarchitecten J.D. Zocher jr. (1830-1835) en E. Petzold (1885-1891);

- vanwege de neoformele oranjerietuin naar ontwerp van tuinarchitect Hugo Poortman uit het begin van de 20ste eeuw;

- vanwege de collectie pot- en kuipplanten;

- vanwege de rotstuin, als zodanig een typologisch belangrijk, gaaf bewaard en zeldzaam Nederlands voorbeeld in een omlijsting van borders, terassen en rotspartijen met gebruikmaking van oude bouwfragmenten, uit de jaren '30 van de 20ste eeuw;

- vanwege het belang van de aanleg voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur;

- vanwege de functioneel-ruimtelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van de buitenplaats.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description of component 2:

HISTORIC GARDEN AND PARK LAYOUT belonging to the country estate Twickel. The house Twickel is situated at the foot of a terminal moraine ridge (the Deldener Esch); the moats are fed by seepage water from the moraine ridge. In front of the castle lies a depression where the Oelerbeek formerly ran; across this runs the Twickelerlaan on the edge of this brook valley. The two most important watercourses are the (artificial) Oelerbeek and the Twickeler Vaart. The main structure of the historic country estate Twickel is determined by the Twickelerlaan (north-south) and the Kooidijk (now Bornsevoetpad) running at right angles to it, oriented towards the centre of the house. On the Twickelerlaan opposite the house stands a large erratic stone with an inscription presented in 1959 by the citizens of Delden on the occasion of the eightieth birthday of M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer. To the west of the Twickelerlaan, directly surrounding the house, lies the completely enclosed CASTLE PARK in landscape style incorporating neo-formal elements such as the orangery and former rose garden. To the east of the lane extends an OUTER PARK, which can be distinguished into: a) the outer grounds, b) the Twickelerbosch, c) the Ruwe Braak, d) the Breeriet e) Umfahrungsweg. The entire layout of the country estate exhibits a threefold historic layering, which is still clearly evident. The basic structure is formed by the 17th-century formal layout of which the Twickelerlaan and the Kooidijk are part. Subsequently, landscape architect J.D. Zocher jr. modified the layout in landscape style between 1830-1835, after which German landscape architect E. Petzold further enhanced the layout in landscape style between 1885-1891. Although the castle park has a very enclosed character due to the dense planting strip along three sides, Petzold integrated it with the outer park by means of five sight lines spared from the Twickelerlaan during the layout of the outer park, forming a unity. The outer park is laid out in landscape style through the placement of tree groups and solitary trees and by creating a large number of perspective sight lines. CASTLE PARK. The core of the castle park is determined by the late 17th-century classical concept of a main axis leading to the house with symmetrically placed outbuildings enclosing a forecourt. The house with forecourt is situated within the 17th-century moat system, of which the inner moat in its entirety and two remnants of the eastern part of the outer moat are still present. From the forecourt run several sight lines, remnants of the 17th/18th-century formal layout, through the park; these lines are formed by the perpendicular axis to the house and a north-south axis; also the straight oak avenue in the park, coming from the oak barn, forms part of the axial system oriented towards the centre of the country estate. The forecourt has a historicizing neo-formal layout formed by an octagonal flower bed provided with a balustrade with a fountain basin in the middle. This layout was completed around 1864 when the balustrade was delivered. On either side of the access bridge to the castle, bowling greens were laid out in 1886 according to a design by French landscape architect E. André, who according to a site drawing by H. Poortman from 1926 also undertook the layout of the rear courtyard (1888). In 1996 the structure of the bowling greens was indicated with box hedges (different infill). After archaeological excavations on the rear courtyard in 1978, a garden was laid out there for the current resident, Chr. Count zu Castell Rüdenhausen. From the third quarter of the 18th century onwards, landscape style is carried through in the castle park, beginning in 1769 with the layout of a wild game enclosure and in 1770 with the layout of the 'English wood' south of the castle (see Twickelervaart map c.1785). Some elements indicated on the Hottinger map and the map by Hartmeijer from 1794 are still present, such as the boundary of the wild game enclosure (south) by an oak avenue with double rows of trees, partly new planting, which is still clearly recognizable in the landscape park. As is the so-called Schneckenberg hill in the northwest corner of the park which was raised in 1791; at its foot there was a pergola of which six overgrown old hornbeams still remind us. The top of the hill, which functions as a viewpoint, is accessible via a circular path along which a balustrade of tree trunks has been attached. Beside this hill lies a cascade. The maps also show that the outer moat behind the house was enlarged into a pond. From 1830 onwards, large parts of the park were modified in landscape style by J.D. Zocher jr., whereby the irregular path pattern of the early landscape layout (see Hartmeijer) was changed into spacious curves moving along slopes in the terrain. The banks of the water feature behind the house acquired rounded forms. Typical of Zocher's work is the suggestion of an infinite expanse of the pond, achieved through the receding lines. In the water feature two small islands were laid out, which present an ever-changing scene during the course of the walk. The small island on the Hartmeijer map in the south was connected to the mainland by Zocher by means of a bridge. On this island stands a rustic 19th-century pavilion. In the bend of the large pond lies a round island connected to the mainland by two bridges. Various sight lines run across the pond directed at the pavilion on the southern island, which is now obscured from view by vegetation. Zocher created refined vistas including a diagonal sight line from the mentioned viewing hill, which he maintained as a remnant of the early landscape layout. This pond and also the path pattern by Zocher were left undisturbed by Petzold during the time he worked on Twickel from 1885 to 1891 (compare map Twickel before Petzold layout and the Petzold map). Petzold mainly changed the layout of the wild game enclosure by extending it with a strip of land on the north side and furnishing it anew with tree groups. The tree groups of Petzold have a typically lobate form and often no underplanting. North of the orangery, also according to Petzold's design, a small watercourse was enlarged into a pond. Three separate gardens lie in the landscape park, the orangery, rock and rose gardens, the latter of which has been abandoned since 1971. The sheltered rose garden in the northern part of the park along the Bornseweg was laid out between 1911 and 1920 presumably according to the plans of English head gardener W.H. Rabjohn; the long rows of roses and wide borders on the sides have now been replaced by elongated strips of grass. In this grass parterre the traces of the old path pattern are still clearly recognizable through level differences. Behind the rose garden in the north corner of the park on the Twickelerlaan (no. 9) lies a service cottage which was rebuilt in historicizing style in 1996; this dwelling is of subsidiary importance for the protection. Typical of the end of the 19th and beginning of the 20th century is the application of neo-formal elements in the immediate vicinity of the house. For Twickel, designs were thus made by André for the layout of an orangery garden north of the house. Ultimately the layout of the rectangular garden was mainly realized according to the ideas of Hugo Poortman (who worked on Twickel until 1930). The geometric infill with flower beds in symmetrical patterns and clipped palm and yew figures followed the trend to make the transition from architecture to nature in the immediate vicinity of the house smooth by means of a neo-formal layout. The sunken parterre for the orangery was already realized in 1897 according to a sketch design by Poortman. The infill is still present in a somewhat modified form. Behind the orangery garden, from 1932 onwards baroness van Heeckeren, with the help of Poortman, began the layout of a rock garden. She was inspired to do this by English landscape architect Gertrude Jekyll. With erratic stones and sandstone building remains from the house, the baroness laid out curved terraces around a lawn, planted with perennials, bulbs, annuals and biennials. Through the irregularly formed terraces, the different heights in the garden and the use of building components, the garden has a unique character of its own. In the garden stand various sculptures and a round wooden garden pavilion which the tenants and staff had given to the baroness for her eightieth birthday (1959). The castle park is bounded on the east side by the Twickelerlaan, which is formed by an originally 16th-century oak-planted driveway between the castle and the crossroads Delden-Borne. In 1684 the avenue was extended in the direction of the Deldener Esch. In 1993 the avenue was replanted with oaks in part. At the end of the Twickelerlaan, behind the farm 'De Wengel', lie two rectangular fish ponds in line with each other and on the other side of the lane a hill (seepage point). This layout, which was certainly already present in 1681, is designated in a ledger from 1726 as 'the ponds in the hill and with the plantation'. On the Grauwe map from the middle of the 18th century the complex is indicated for the first time and it remains a distinctive element to this day. In front of the hill lies a third round-shaped fish pond, which is connected by a narrow ditch to the other ponds. OUTER PARK. The 17th-century structure of the outer park is formed by a dike, the Kooidijk, which lies perpendicular to the house and crosses the Twickelerlaan at right angles. The outer park is intersected by the Oelerbeek and the Twickeler Vaart, the latter of which was laid out in 1771 for the purpose of navigation (an existing stream was adapted for this) with a connection to Carelshaven. Within the structure the layout of Zocher is recognizable; he made use of the open meadows and tree groups lying in front of the castle. The visual boundary of the meadowland is determined by the forests on the north and east sides. Walking on the path system laid out by Zocher, constantly changing views and vistas were created. As the path pattern of Zocher is still largely present nowadays, the character of the outer grounds is greatly determined by his layout. Petzold, in addition to enhancing landscape elements such as the landscape around the Azelermeen (area lying between the Noordmolen and the farms Bokdam and Graes) and the layout of a new park on the side of Ossenweijde and Braamrot, made the entire outer grounds into a coherent whole. Petzold's design remained unfinished due to his death in 1891. a) Outer grounds and vegetable garden. The landscape of the outer grounds, formed by the meadow area east of the Twickelerlaan and on either side of the Kooidijk, already existed in the Middle Ages. The meadows Beltmaat, Akker- or Ulkmaat, Havermaat, Dijkmaat and Ossenweijde originally formed the valley of the Oelerbeek. The formal perspective effect of the Kooidijk was negated in 1785 by the felling of planting at the location of the old vegetable garden, which lay at the Bornsevoetpad from 1715 to 1888. Between 1831 and 1835 various changes take place in the outer grounds, some carried out on their own initiative and some according to designs by J.D. Zocher jr. In 1832 (see notes by Countess van Wassenaer) a sunken meadow area was created directly on the east side of the Twickelerlaan. With the soil from the sunken meadow, the duck decoy lying halfway along the Kooidijk and also several old ponds in the forest were filled in. Along the south and east sides of the old vegetable garden a new footpath was laid out. Zocher laid out a new path system with alternating walks and views making use of the existing level differences and planting elements of the outer grounds (see Plot map 1874). Between 1885 and 1891 Petzold worked on the layout of the outer grounds. From the existing tree stock, Petzold tried to modify the area in a landscape composition by means of large tree felling or conversely by the placement of tree groups, creating sight lines that suggested a depth effect and endless perspective. These sight axes and vistas bordered by curtain plantings across meadows determine the structure. Characteristic are the irregular and curved lines to create variation in the landscape. The course of the Twickeler Vaart, which crosses the outer grounds, was indicated by planting trees. The park section at Braamrot and the Ossenweijde was provided by Petzold with a new path leading to Carelshaven and furnished with tree groups and solitary trees. Although this building is of visual significance as a view from the park, it is too much disturbed by the ring road and as a monument and is therefore of subsidiary importance for the description. In the same period, on the proposal of Petzold, the vegetable garden was relocated and the Bornsevoetpad behind the Sheep Shelter was diverted, so that an open view over a meadow area opened up opposite the castle. In 1980 the avenue section through the meadows in front of the castle was restored again. At the corner of the Twickelerlaan - Bornsestraat, in 1891 according to Petzold's design, the walled vegetable garden was laid out, of which the original path system is still largely intact. From the main entrance on the Twickelerlaan runs a straight avenue flanked by fruit trees towards the western garden wall. Halfway through, this avenue is crossed by a north-south axis with a small pond. b) Twickelerbosch. On the left side the meadow area of the outer grounds is bounded by the Twickelerbosch, which functions as a lobate coulisse for the meadow. Through the forest (Beeches and Oaks) Zocher laid out a curved path system, which is still largely intact. In the park forest lies an open space: north of the recently created car park on the Twickelerlaan a long meadow with solitary trees. c) the Ruwe Braak. Halfway along the Kooidijk there originally lay a duck decoy and two ponds on either side of the dike in the middle of a forest intersected by avenues in star pattern, as the 'Grauwe Map' from the middle of the 18th century shows. These avenues were replaced at the end of the 18th century by early landscape winding paths (Twickelervaart map c.1785); however, nothing of these remains, though the star forest layout can still be found in the border pattern. Adjacent to the star forest with old planting of Summer Oak and Beech lie the heathlands with conifers. d) the Breeriet. In the valley of the Oelerbeek south of the Bornsevoetpad lies an isolated marshy area, the Breeriet, which was purchased by baron J.D.C. van Heeckeren in 1846. Landscape architect L.P. Zocher, the son of J.D. Zocher, made a design in landscape style in 1871, which was executed between 1872 and 1873. The layout consists of a centrally located meadow with tree group and an irregularly shaped, circular water feature that suggests an infinite expanse. The walk leads over several curved paths, embellished with special tree species, from which alternating views over the pond and open meadows are obtained. Between 1996 and 1998 the neglected layout (path pattern and pond) was restored. e) Connecting road station-castle and Umfahrungsweg. In 1886 Petzold began with the layout of a 'new road', a connecting road between the station and the Twickelerlaan. Petzold gave special attention to the planting along the road. The landscape was provided on either side with grass strips and tree groups bounded by hawthorn hedges. At the point where the present Rentmeesterslaantje connects to the Twickelerlaan, Petzold created, through a tree felling, a diagonal sight line to the house, which is still visible today. Nowadays the area on either side of the 'new road' to the station is intersected by the ring road around Delden. The connecting factor of Petzold's design was to be formed by the planned Umfahrungsweg. According to Petzold's design, the road ran over the Twickelerlaan past the fish ponds, after which the road curved to the right and emerged north of the Noordmolen. From the Noordmolen the road ran with a large curve towards Buren and then with a sharp curve westwards to emerge at the Breeriet. Of this design only the section from the road Delden - Hengelo to the Meyerinkveldkampweg north of the castle was executed, and some beginnings can be seen at the Azelerbeek. The purpose of the road was that it led past all the main points of interest and formed the utmost boundary of the park.

Valuation

HISTORIC GARDEN AND PARK LAYOUT belonging to the country estate Twickel of general importance

- because of the recognizability of the medieval reclaimed landscape;

- because of the geometric pattern of roads, avenues and water features that came about in the 17th and 18th centuries;

- because of the landscape-style layout belonging to the country estate in which a number of 17th and 18th-century formal elements have been preserved and which as such is a sound example of a landscape-style layout with a formal basis;

- as a rare sound example of a layout by landscape architects J.D. Zocher jr. (1830-1835) and E. Petzold (1885-1891);

- because of the neo-formal orangery garden designed by landscape architect Hugo Poortman from the beginning of the 20th century;

- because of the collection of pot and tub plants;

- because of the rock garden, as such a typologically important, well-preserved and rare Dutch example within a frame of borders, terraces and rocky areas using old building fragments, from the 1930s;

- because of the importance of the layout for the history of garden and landscape architecture;

- because of the functional-spatial coherence between the different components of the country estate.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map