TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

van Abbemuseum

Eindhoven, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Welzijn, kunst en cultuur
Function
Museum
Category
onroerend gebouwd
Built
1936
Address
Bilderdijklaan 10, 5611 NH Eindhoven
Place
Eindhoven
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.43454, 5.48194
Monument number
507030

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1897 map "Kaart ten behoeve der manoeuvres van de 3e divisie infanterie in 1897 : (in 2 bladen) op de schaal van 1:50.000" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het Van Abbemuseum is in 1936 naar ontwerp van architect A.J. Kropholler (1882-1973) in opdracht van sigarenfabrikant H.J. van Abbe gebouwd. Het museum ligt tegen de oude stadsrand op een verhoging en nabij de Dommel aan een uitvalsweg, die ter plaatse tot een plantsoen is verbreed. De opdrachtgever schonk het museum aan de stad Eindhoven en deed het vergezeld gaan van schilderijen en een bedrag voor de aankoop van kunst.

Omschrijving

Het museum heeft een vierkante plattegrond van 40 x 40 meter, is met de ingang op de villawijk gericht, telt aan drie zijden één bouwlaag en twee bouwlagen aan de rechterzijde waar de voormalige conciërgewoning inmiddels tot werkruimte is verbouwd.

De uitvoering van het museum is als volgt: boven een trachieten plint bestaan de gevels uit een groot formaat donkerrode baksteen, zogeheten "reuzemoppen van Ouderzorg" (28 cm lang, 10 lagen in 82 cm). De gevels zijn opgebouwd uit twee halfsteens muren met spouw en gemetseld in halfsteens verband. Lichttoetreding vindt via bovenlichten plaats zodat vrijwel gesloten buitengevels ontstaan met een beperkt aantal (in staal gevatte) vensters.

Boven de voorgevel en tussen de flauw hellende koperen schilddaken staat een vierkant bakstenen torentje met hardstenen obelisken op de hoeken en een vierkante uurwerkstoren van kleinere doorsnede in het midden. Dit torentje is gemetseld in staand verband, heeft een koperen tentdak met bol en piron en is voorzien van een overkragende daklijst; aan de voorzijde is een toegangsdeur onder een rondboog, boven zijn hardstenen hoekblokken en op elke zijde vergulde uurwerkcijfers en wijzers aangebracht.

Midden voor de voorgevel leidt een rechte hardstenen trap met tien treden van het maaiveld naar de ingang; de trap wordt geflankeerd door keermuren waar aan de voorzijde op vierkante grondplaten twee steigerende in trachiet gehouwen paarden van beeldhouwer John Raedecker staan opgesteld. Pal voor de ingang voert een tweede hardstenen trap met drie rond uitgevoerde treden naar de ingang onder een rondboognis waarvan de trachieten hoekblokken met een gebiljoende negge zijn uitgevoerd; in de nis dubbele bronzen deuren, boven de deur het in steen gehouwen opschrift "Stedelijk Van Abbemuseum" en boven de ingang en reliëf het wapen van de stad Eindhoven in trachiet, uitgevoerd door Raedecker. Links, onder de overkragende gootlijst van trachiet, staat het opschrift "Van Abbemuseum"; naast de ingang aan elke zijde een smal en hoog tweelicht met tralies onder trachieten latei. Links en rechts van de voorgevel biedt een smeedijzeren hekje toegang tot de tuin rond het gebouw.

De linker gevel heeft slechts ter hoogte van een klein kabinet één smal venster en is verder, op zeven ramen van het souterrain na, blind. De rechter gevel is ter hoogte van het maaiveld van een dozijn ramen voorzien en ingedeeld met een dubbele en een enkele houten deur; op de verder geheel gesloten tweede bouwlaag bevindt zich nog één smal venster (van het kabinet), identiek aan en corresponderend met het venster in de linker gevel. De achtergevel bezit één deur en drie vensters.

Het interieur van het museum biedt in de vier hoeken een zaal van 8 x 12 meter; de centrale zaal, in het verlengde van de hal, meet eveneens 8 x 12 meter en die tegen de zijgevels aan beide zijden ook, aansluitend volgen kabinetten van 6 x 8 meter; in het midden tegen de achtergevel ligt een zaal van 8 x 16 meter; links en rechts van de centrale zaal lagen de twee oorspronkelijk open binnenplaatsen. Naast de ingang links de voormalige directeurskamer en rechts de portiersloge (nu boekwinkel). Het portaal is verbonden met de hal en van daar zijn de zalen en kabinetten bereikbaar. In de hal twee gedenkstenen: één toont een portret van Henri van Abbe, door L. Zijl, één memoreert de schenking van het museum aan de stad Eindhoven.

Het portaal bezit een donkergroen geglazuurde lambrisering waarboven rode bakstenen muren en tongewelf; links leidt een deur langs een trap naar de ruimte onder de kap. De voormalige directeurskamer heeft een teakhouten lambrisering en dito deur en een - niet meer in het zicht zijnd - balkenplafond. Directeurskamer en portiersloge ontvangen daglicht door een hoog en smal tweelichtvenster in de voorgevel. De hal is van het portaal door drie dubbele teakhouten deuren in bakstenen bogen met trachieten kapitelen gescheiden en belegd met Comblanchien. De hal wordt overspannen door vier bogen die gedeeltelijk rusten op kolommen met trachieten kapitelen. Op de vloer liggen binnen randen van blauwe hardsteen en wit marmer platen hardsteen. De hal heeft een lambrisering van geelgrijze baksteen met daarboven lichtgele baksteen; daglicht ontvangt de hal via een glazen tongewelf in het midden en kleine vensters in de achterwand; midden in de achterwand leiden dubbele houten deuren naar de centrale zaal met erboven een tegeltableau met voorstellingen van bloem, bladeren, zon en maan. In de hal links en rechts een fresco van Dirk Nijland en drie tegeltableau's met dierfiguren: een haan, slapende vogels en een hert, de morgen, de avond en de eeuwigheid verbeeldend. Alle tegeltableau's zijn vervaardigd door J. Kropholler, een zuster van de architect. De zalen ontvangen bovenlicht en worden geventileerd en verwarmd via de koof.

Waardering

In de jaren '20 en '30 van de 20ste eeuw gold A.J. Kropholler als één van de toonaangevende architecten van ons land. Het rijke oeuvre van Kropholler bevat slechts één museum en dat belichaamt in verschillende opzichten zijn ideeën over bouwkunst: het Van Abbemuseum bevat in de doelmatige opzet en hechte presentatie Krophollers opvattingen over silhouet (krachtige lijnen en vormen), over de muur (geslotenheid), over waarachtigheid (in de materialen baksteen en natuursteen alsmede in de vorm), over monumentaliteit en symmetrie (in de ligging, aanzichten, proporties en ruimteschikking).

Het Van Abbemuseum vertegenwoordigt de traditionalistische stroming in de Nederlandse architectuurgeschiedenis en staat symbool voor Kropholler en diens markant-strijdbare positie binnen de toenmalig heersende opvattingen over bouwkunst waarbinnen vertegenwoordigers van het modernisme en het traditionalisme elkaar het primaat betwistten. Binnen de Nederlandse museumarchitectuur neemt het Van Abbemuseum een voorname plaats in en geldt het als belangwekkend en ambachtelijk voorbeeld van de architectuur van het Interbellum alsmede als een van de meest geslaagde ontwerpen van Kropholler, wiens beste ontwerpen in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog tot stand kwamen.

Het Van Abbemuseum beschikt over opmerkelijke architectonische en museale authenticiteit. Weliswaar verdween het merendeel van de Djati-teakhout lambriseringen, werden de verbindingen tussen de zalen verhoogd, zijn de twee binnenplaatsen omstreeks 1978 overdekt en bebouwd en werd het museum onderkelderd, de essentie van het museale - en inmiddels historische - concept waarbij de bezoeker gericht en besloten, geconcentreerd en gedoseerd alsmede overwogen belicht langs de collectie wordt geleid, heeft nauwelijks aan de in zichzelf gekeerde architectonische zeggingskracht ingeboet en bleef als (historische) wijze van tentoonstellen behouden.

In de geschiedenis van de in de ontstaanstijd van het museum nog jonge stad Eindhoven vervult het museum niet alleen als tegenhanger van de zich ontwikkelende industriestad een identificerende rol, het verwerkelijkt tevens de artistiek-educatieve en sociale zorg van een bewogen principaal die als mecenas kan worden beschouwd.

De ligging van het museum op een verhoogd terrein met een park als decor en nabij de Dommel is van een zekere stedenbouwkundige kwaliteit, niet in het minst omdat het gebouw - destijds aan de rand van de stad gelegen - nog steeds met de markante ingang naar de villa's van de buitenwijken is gericht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Van Abbemuseum was built in 1936 according to a design by architect A.J. Kropholler (1882-1973) on commission of cigar manufacturer H.J. van Abbe. The museum stands against the old city edge on a raised site and near the Dommel beside an exit road, which at this location has been widened into a public garden. The patron donated the museum to the city of Eindhoven and accompanied it with paintings and a sum for the purchase of art.

Description

The museum has a square floor plan of 40 x 40 metres, is oriented with the entrance towards the villa district, extends over one storey on three sides and two storeys on the right side where the former caretaker's residence has since been converted into work space.

The execution of the museum is as follows: above a travertine plinth the facades consist of large-format dark-red brick, so-called "reuzemoppen van Ouderzorg" (28 cm long, 10 courses in 82 cm). The facades are built up from two half-brick walls with cavity and laid in half-brick bond. Light enters via fanlights so that virtually closed exterior facades are created with a limited number of (steel-framed) windows.

Above the front facade and between the gently sloping copper hipped roofs stands a square brick tower with hardstone obelisks on the corners and a square clocktower of smaller diameter in the middle. This tower is laid in stretcher bond, has a copper tent roof with ball and finial and is fitted with an overhanging drip moulding; on the front is a doorway under a round arch, above it hardstone corner blocks and on each side gilded clock numerals and hands.

Directly in front of the front facade a straight hardstone staircase with ten steps leads from ground level to the entrance; the staircase is flanked by retaining walls with two rearing horses carved in travertine by sculptor John Raedecker mounted on square bases on the front. Right in front of the entrance a second hardstone staircase with three steps of rounded execution leads to the entrance under a round-arched niche with travertine corner blocks worked with a bossed rustication; in the niche double bronze doors, above the door the inscription "Stedelijk Van Abbemuseum" carved in stone and above the entrance and in relief the coat of arms of the city of Eindhoven in travertine, executed by Raedecker. On the left, beneath the overhanging travertine gutter moulding, is the inscription "Van Abbemuseum"; beside the entrance on each side a narrow and tall two-light window with grilles under a travertine lintel. To the left and right of the front facade a wrought-iron gate provides access to the garden round the building.

The left facade has only a single narrow window at the height of a small cabinet and is otherwise, apart from seven windows of the basement, blank. The right facade at ground level is furnished with a dozen windows and divided with a double and a single wooden door; on the further completely closed second storey there is still one narrow window (of the cabinet), identical with and corresponding to the window in the left facade. The rear facade has one door and three windows.

The interior of the museum offers in the four corners a hall of 8 x 12 metres; the central hall, in line with the entrance hall, measures likewise 8 x 12 metres and those against the side facades on both sides also, adjoining these are cabinets of 6 x 8 metres; in the middle against the rear facade lies a hall of 8 x 16 metres; to the left and right of the central hall lay the two originally open courtyards. Beside the entrance on the left the former director's room and on the right the porter's lodge (now bookshop). The vestibule is connected to the entrance hall and from there the halls and cabinets are accessible. In the entrance hall two memorial stones: one shows a portrait of Henri van Abbe, by L. Zijl, one commemorates the donation of the museum to the city of Eindhoven.

The vestibule has dark-green glazed wainscoting above which red brick walls and barrel vault; on the left a door leads along a staircase to the space under the roof. The former director's room has teak wainscoting and likewise door and a - no longer visible - beam ceiling. Director's room and porter's lodge receive daylight through a high and narrow two-light window in the front facade. The entrance hall is separated from the vestibule by three double teak doors in brick arches with travertine capitals and is paved with Comblanchien. The entrance hall is spanned by four arches which rest partly on columns with travertine capitals. On the floor within borders of blue hardstone and white marble lie hardstone slabs. The entrance hall has wainscoting of yellowish-grey brick with light-yellow brick above; it receives daylight through a glazed barrel vault in the middle and small windows in the rear wall; in the middle of the rear wall double wooden doors lead to the central hall with above it a tile tableau depicting flowers, leaves, sun and moon. In the entrance hall to the left and right a fresco by Dirk Nijland and three tile tableaux with animal figures: a rooster, sleeping birds and a stag, depicting the morning, the evening and eternity. All tile tableaux were made by J. Kropholler, a sister of the architect. The halls receive fanlight and are ventilated and heated via the roof void.

Appreciation

In the 1920s and 1930s of the 20th century A.J. Kropholler was considered one of the leading architects of the country. Kropholler's rich oeuvre contains only one museum and it embodies in various respects his ideas about architecture: the Van Abbemuseum contains in its functional arrangement and coherent presentation Kropholler's views on silhouette (powerful lines and forms), on the wall (closedness), on authenticity (in the materials brick and natural stone as well as in form), on monumentality and symmetry (in the siting, elevations, proportions and spatial arrangement).

The Van Abbemuseum represents the traditionalist current in Dutch architectural history and stands as a symbol for Kropholler and his striking and combative position within the prevailing architectural views of the time, within which representatives of modernism and traditionalism contested each other's primacy. Within Dutch museum architecture the Van Abbemuseum holds an important place and is regarded as a noteworthy and accomplished example of Interbellum architecture as well as one of Kropholler's most successful designs, whose best designs were created in the years before the Second World War.

The Van Abbemuseum possesses remarkable architectural and museological authenticity. Although most of the Djati teak wainscoting disappeared, the connections between the halls were raised, the two courtyards were covered and built on around 1978 and the museum was provided with a basement, the essence of the museological - and by now historical - concept whereby the visitor is guided in a focused and enclosed manner, concentrated and dosed as well as thoughtfully lit along the collection, has scarcely lost any of the self-contained architectural significance and was retained as a (historical) method of display.

In the history of the city of Eindhoven, still young at the time the museum was founded, the museum fulfils not only an identifying role as a counterpoint to the developing industrial city, it also realizes the artistic-educational and social concern of a committed patron who may be regarded as a patron of the arts.

The location of the museum on a raised site with a park as a setting and near the Dommel is of a certain urban-planning quality, not least because the building - situated at the edge of the city at that time - is still oriented with its striking entrance towards the villas of the outer districts.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map