TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij(M1), Westgaag 74

Maasland, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Address
Westgaag 74, 3155 DH Maasland (Midden-Delfland 28)
Place
Maasland
Municipality
Midden-Delfland
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.94747, 4.25806
Part of complex
508135
Monument number
506271

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op het zuidoosten georiënteerde BOERDERIJ van het krukhuistype, gelegen op een smalle geulrug, aan de Westgaag. Het aan het voorhuis grenzende langgerekte bedrijfsgedeelte met dorsvloer, paarden- en koestal behoort tot het voergangtype.

N.B. In de betegelde wand in de achterkamer van het voorhuis ontbreken een drietal 18e-eeuwse polychrome Makkumer tegeltableaux.

Omschrijving

Boerderij op T-vormige plattegrond, bestaande uit een dwarsgeplaatst voorhuis van een bouwlaag onder een rietgedekt schilddak met wolfseinde aan de zuidwestzijde, aan de achterzijde haaks hierop geplaatst het woongedeelte onder een rietgedekt zadeldak en in het verlengde het bedrijfsgedeelte, met verlaagde nok en zijgevels, gedekt door een zadeldak met rode rechtsdekkende Hollandse pannen.

Het in baksteen opgetrokken voorhuis bestaat uit een onderkelderde opkamer, door een overgangslid verbonden met het middenvertrek en een woonvertrek met keukengedeelte. Het voorhuis is in schoon metselwerk uitgevoerd en is rondom tot ongeveer halverwege de muren witgepleisterd, met uitzondering van de voorgevel die ter plaatse van de middenkamer en woonkeukenvertrek voorzien is van een zwarte plint.

Onderkelderde opkamer met verdiepte vierkante kelderkozijnen met korfbogen, voorzien van opgeklampte luiken en enkele kozijnen met diefijzers. In de voorgevel van de opkamer 18e-eeuwse negenruits schuifvensters waarboven in het metselwerk segmentbogen zichtbaar zijn. Ter plaatse van het middenvertrek zijn twee zesruits schuifvensters, in deze eeuw in stijl aangebracht. In het rechter woonvertrek bevindt zich de voordeur bestaande uit een boven- en onderdeur met achtruits bovenlicht met rechts hiervan een zesruits schuifvenster. Onder het dak bij de middenkamer en woonkeuken twee kozijnen met elk een klein zesruits draairaam.

In de verder blinde rechterzijgevel van het voorhuis bevindt zich rechtsonder een klein kozijn met een vierruits draairaam, in het midden van de gevel de schoorsteen. Ter rechterzijde hiervan bevinden zich tegen de achterzijde van het voorhuis muurdelen van een uitgebouwde vlakgedekte bakstenen oven op vierkante plattegrond voorzien van een stuclaag.

In de linker zijgevel een hooggeplaatst zesruits schuifraam en staafankers, hieronder zijn bouwsporen van een groot venster in het midden zichtbaar. De achtergevel van de opkamer met metselwerk in ijsselsteen is gesloten afgezien van de twee kleine verdiepte kelderkozijnen met luiken.

Het achtergelegen woongedeelte is in ijsselsteen uitgevoerd en heeft ten opzichte van het voorhuis een lagere nokaanzet. Linkergeveldeel op het zuidwesten met twee zesruits schuifvensters, op de zolderverdieping twee kozijnen met zesruits draairamen, gecementeerde plint. In de gepleisterde rechtergevel op het noordoosten twee gekoppelde kleine vensters met zesruits draairamen.

De vensters worden verder aan de bovenzijde door een rollaag afgesloten, onder de vensters een natuurstenen onderdorpel. In een lichte gele kleur geschilderde kozijnen met blauwe raamomlijsting en licht geschilderde roeden. Luiken en voordeur zijn eveneens blauw geschilderd. De gevels zijn voorzien van staafankers.

Het circa 28 meter lange bedrijfsgedeelte is voor het grootste gedeelte in ijsselsteen opgetrokken en bestaat uit een dwarsdeel met dorsvloer en paardenstal en een driebeukige koestal volgens het voergangtype. De rechtergevel van het middengedeelte is deels in waalsteen herbouwd. In de gevel bevindt zich een gevelsteen van de eerste steenlegging in 1834 door G.J. van Woerden. In de zijgevels verder kleine vensters en enkele toegangsdeuren met vijfruits bovenlicht naar de stal. In de linkerzijgevel bevindt zich bij de paardenstal een gietijzeren stalraam met onderverdeling. De kap is in de 20-ste eeuw vernieuwd. Bij het laatste travee ontbreekt de kappartij. In oorsprong was het zadeldak hier afgewolfd en de gevel voorzien van vlechtingen, thans is het bouwdeel vlak met golfplaat gedekt. In het onderste gedeelte van de achtergevel bevinden zich links en rechts - bij de kruipaden - enkele deuren bestaande uit een boven- en onderdeur. In het midden van de gevel een luik en achtruits venster. Links hiervan een gietijzeren stalraam.

De inwendige structuur van het voorhuis is gaaf bewaard gebleven.

In een turquoise kleur geschilderde opkamer met zoldering bestaande uit twee moerbalken haaks op de voorgevel voorzien van korbelen en renaissancesleutelstukken die in het derde kwart van de 16e-eeuw gedateerd kunnen worden en kinderbinten. Ramen met binnenluiken.

Kelderoverwelving met moer- en kinderbinten, op de vloer rode plavuizen, langs de trap en plint geglazuurde rode en groene tegels. Kelderluiken met tralies.

De middenkamer heeft parallel aan de gevel twee moerbalken met laat-gothische 16e-eeuwse peerkraalsleutelstukken. In de noordwesthoek een bedstedekamer uit het begin van de 20ste-eeuw. Grijs geschilderde lambrizering en zoldering.

Middenkamer en opkamer worden verbonden door een overgangslid waarin langs de buitenmuur een gemetselde keldertrap, waarboven zich een - vanuit de opkamer te bereiken - kast bev indt. Rechts hiervan een rechte steektrap van vier treden die van de middenkamer naar het verhoogde overganslid en de opkamer leidt, en in de hoek tegen de westwand een laat 17e-eeuwse of vroeg 18e-eeuwse bedstede met segmentvormige toog.

Het woon- en keukenvertrek is regelmatig bestraat met klinkers en gedekt met steenrood geschilderde moer- en kinderbinten. De twee moerbalken staan loodrecht op de voorgevel. In de hoek bij de voordeur in het woonvertrek bevindt zich een houten pomp en aan de andere zijde van de deur een houten tochtafscheiding. Tegen de buitenmuur een grote uitgebouwde schouw, okergeel geschilderd met een steenrode geprofileerde lijst met ter rechterzijde een ingemetselde waterkookpot met sierrand en los houten deksel. Rechts hiervan een kops stuk hout als contragewicht voor het kaaspersen. IJzeren luik naar de buitenoven. De wanden zijn onder de grijze lambrizeringslijst in eenzelfde kleur geschilderd. Vensters met binnenluiken.

Het achtergelegen grote woonvertrek met enkelvoudige balklaag dateert uit de 18e-eeuw. Bruine betimmering en roodbruine lambrizering. Met witte Makkumertegels beklede achterwand met moderne schouw. Tegen de noordoostelijke wand een bedstede, inwendig grijs geschilderd, kast en deur naar de zoldertrap, inwendig steenrood; paneeldeuren voorzien van houtschildering. Naast dit vertrek een klein slaapvertrek met twee bedsteden met bedstededeuren in lichtbruine kleur geschilderd en rode plavuizen vloer. Vanuit dit vertrek vormt een 17e-eeuwse eikenhouten robbeldeur met oorspronkelijke deurklink de doorgang naar het stalgedeelte.

Op de zolderverdieping boven de opkamer drie eikenhouten spanten uit de 16e-eeuw bestaande uit jukken met gekromde spantpoten, die flieringen dragen. Onbeschoten kap. Boven het voorhuis een eikenhouten spantjuk met haanhout en sleutelstuk met peerkraalmotief uit één stuk daterend uit de tweede helft van de 16e-eeuw. Op de scheiding met het bedrijfsgedeelte bevindt zich op de kapverdieping tegen de brandmuur een schoorsteen met rookkast.

De stal heeft drie beuken van gelijke grootte en een grenen dekbalkgebint. De kap boven het bedrijfsgedeelte is vernieuwd in de 19e-eeuw.

Waardering

Boerderij van het krukhuistype met interieuronderdelen en bijbehorende bouwhistorische details in in- en exterieur uit verschillende bouwperioden van algemeen belang vanwege zijn cultuurhistorische, architectuurhistorische, bouwhistorische en landschappelijke waarde. De beeldbepalende boerderij maakt deel uit van de nog resterende historische grotendeels uit de 16e-, 17e- en 18e-eeuw stammende lintbebouwing van boerderijplaatsen aan de Gaag.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A FARMHOUSE of the cruck-house type, oriented to the southeast, situated on a narrow levee ridge, at the Westgaag. The elongated farm building adjoining the front house with threshing floor, horse stable and cattle shed belongs to the feed-passage type.

N.B. Missing from the tiled wall in the back room of the front house are three 18th-century polychrome Makkum tile tableaux.

Description

Farmhouse on a T-shaped ground plan, consisting of a transversely positioned front house of one storey under a reed-thatched hipped roof with half-hipped end on the southwest side, adjoined at the rear by the residential section placed at right angles to it under a reed-thatched gabled roof and in continuation the farm building, with lowered ridge and side gables, covered by a gabled roof with red straight-laying Dutch tiles.

The front house, constructed in brickwork, consists of an undercellared upper room, connected by a transition room to the central room and a living room with kitchen area. The front house is executed in fine brickwork and is whitewashed around to approximately half-way up the walls, with the exception of the front facade which, at the location of the central room and living kitchen room, is provided with a black plinth.

Undercellared upper room with recessed square cellar windows with basket-arch lintels, provided with clamped shutters and some windows with theft bars. In the front facade of the upper room are 18th-century nine-pane sash windows above which segmental arches are visible in the brickwork. At the location of the central room are two six-pane sash windows, installed in this century in period style. In the right living room is the front door consisting of an upper and lower door with a six-pane fanlight with a six-pane sash window to the right of it. Below the roof at the central room and living kitchen are two windows each with a small six-pane casement window.

In the further blind right side facade of the front house is, in the lower right, a small window with a four-pane casement window, in the middle of the facade the chimney. To the right of this, against the rear of the front house, are wall sections of a built-out flat-topped brick oven on a square ground plan provided with a stucco layer.

In the left side facade is a high-placed six-pane sash window and bar anchors, below which are building traces of a large window in the middle visible. The rear facade of the upper room with brickwork in Ijssel stone is closed except for the two small recessed cellar windows with shutters.

The rear residential section is executed in Ijssel stone and has a lower ridge connection compared to the front house. Left gable section on the southwest with two six-pane sash windows, on the upper floor two windows with six-pane casement windows, cemented plinth. In the plastered right gable on the northeast are two coupled small windows with six-pane casement windows.

The windows are further closed at the top by a string course, below the windows a natural stone sill. Windows in a light yellow colour with blue frame surrounds and light-painted glazing bars. Shutters and front door are also painted blue. The facades are provided with bar anchors.

The approximately 28-metre-long farm building is constructed for the most part in Ijssel stone and consists of a transverse section with threshing floor and horse stable and a three-aisle cattle shed according to the feed-passage type. The right gable of the middle section is partly rebuilt in Flemish brick. In the facade is a cornerstone of the first laying in 1834 by G.J. van Woerden. In the side facades further small windows and some access doors with five-pane fanlight to the stable. In the left side facade at the horse stable is a cast-iron stable window with subdivision. The roof was renewed in the 20th century. At the last bay the roof truss is absent. Originally the gabled roof here was cambered and the gable provided with wattle, currently this building section is flat with corrugated sheeting. In the lower section of the rear facade are, on the left and right - at the crawl passages - some doors consisting of an upper and lower door. In the middle of the facade a shutter and a six-pane window. To the left of this a cast-iron stable window.

The internal structure of the front house has been well preserved.

In a turquoise-coloured upper room with a ceiling consisting of two main beams at right angles to the front facade provided with corbels and Renaissance keystones which can be dated to the third quarter of the 16th century and collar ties. Windows with internal shutters.

Cellar vault with main and collar beams, on the floor red tiles, along the stairs and plinth glazed red and green tiles. Cellar shutters with bars.

The central room has, parallel to the facade, two main beams with late-Gothic 16th-century pear-profile keystones. In the northwest corner a bed alcove from the early 20th century. Grey-painted wainscoting and ceiling.

Central room and upper room are connected by a transition room in which along the outer wall is a mortared cellar stairs, above which is a cupboard - accessible from the upper room. To the right of this a straight staircase of four steps leading from the central room to the raised transition room and upper room, and in the corner against the west wall a late 17th-century or early 18th-century bed alcove with segmental arch.

The living and kitchen room is regularly paved with clinkers and covered with stone-red painted main and collar beams. The two main beams stand perpendicular to the front facade. In the corner by the front door in the living room is a wooden pump and on the other side of the door a wooden draught partition. Against the outer wall a large built-out chimney breast, ochre-yellow painted with a stone-red moulded list with to the right an embedded cheese-cooking pot with decorative edge and loose wooden lid. To the right of this a timber end piece as a counterweight for the cheese press. Iron shutter to the external oven. The walls below the grey wainscoting list are painted in the same colour. Windows with internal shutters.

The rear large living room with single beam layer dates from the 18th century. Brown panelling and reddish-brown wainscoting. Back wall clad with white Makkum tiles with modern chimney breast. Against the northeast wall a bed alcove, internally grey painted, cupboard and door to the attic stairs, internally stone-red; panel doors provided with wood painting. Next to this room a small sleeping room with two bed alcoves with bed alcove doors painted in light brown colour and red tile floor. From this room a 17th-century oak door with original door handle forms the passage to the stable section.

On the upper floor above the upper room are three oak roof trusses from the 16th century consisting of collar ties with curved truss legs, which carry collar ties. Unboarded roof. Above the front house an oak collar tie with tie rod and keystones with pear-profile motif from one piece dating from the second half of the 16th century. On the partition with the farm building is located on the roof level against the fire wall a chimney with smoke chamber.

The stable has three aisles of equal size and a spruce tie-beam. The roof above the farm building was renewed in the 19th century.

Valuation

Farmhouse of the cruck-house type with interior components and associated architectural history details in interior and exterior from different building periods of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical, construction-historical and landscape value. The visually distinctive farmhouse forms part of the still remaining historically largely from the 16th, 17th and 18th centuries dating ribbon development of farmsteads at the Gaag.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map