TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij(M1), Westgaag 100

Maasland, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Address
Westgaag 100, 3155 DJ Maasland (Midden-Delfland 28) (and others)
Place
Maasland
Municipality
Midden-Delfland
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.94574, 4.24939
Monument number
492244

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op het zuidoosten georienteerde KRUKHUISBOERDERIJ, gelegen op een smalle geulrug, aan de Westgaag in de Oude Campspolder. Het dwarsgeplaatste voorhuis met uitgebouwde opkamer en achterliggend woonvertrek dateert in oorsprong uit de 17e (kapconstructie) en 18e eeuw (metselwerk). Het aangrenzende langgerekte bedrijfsgedeelte met dorsvloer, paarden- en koestal is 1928 herbouwd, het achterste gedeelte van de koestal stamt uit de 19e eeuw. Enkele aanbouwen in het noorden (wagenschuur en varkenshok) en zuiden (restanten varkenshok). Op het erf bevindt zich aan de zijde van de Westgaag een kleine boomgaard, terzijde van het huis voor het keukengedeelte staan leibomen, langs de Westgaag wordt het erf afgesloten door een haag.

N.B. De oorspronkelijke vijfhoekige rieten hooiberg is vervangen door een hooiberg met vier betonnen roeden, die buiten de bescherming valt.

Omschrijving

Boerderij op L-vormige plattegrond, bestaande uit een dwarsgeplaatst voorhuis van een bouwlaag met een onderkelderde opkamer onder een rietgedekt zadeldak met wolfseinde aan de zuidzijde en lage schoorsteen aan de noordzijde, aan de achterzijde een woonvertrek met rietgedekt zadeldak. In het verlengde hiervan ligt de bedrijfsruimte met enigszins verlaagde zijgevels, bestaande uit dorsvloer, paarden- en koestal, in waalsteen uitgevoerd en gedekt door een zadeldak met rode rechtsdekkende Hollandse pannen. Het achterste gedeelte van de koestal is deels in waalsteen en deels in ijsselsteen opgetrokken en is aan de zuidzijde gedekt met rode pannen, aan de noordzijde met grijze pannen. Alle daknokken bevinden zich op nagenoeg dezelfde hoogte. Aan het uiteinde van de koestal in het noorden een aanbouw met varkenshok en wagenschuur onder een met golfplaten gedekt lessenaarsdak.

Het in ijsselsteen uitgevoerde voorhuis heeft een witgepleisterde voorgevel en is rondom voorzien van een zwart gepleisterde plint. De overige gevels zijn uitgevoerd in schoon metselwerk waarbij boven de zwarte plint een witgepleisterde band, bij de kelder de vorm van de vensters volgend.

In de voorgevel van het voorhuis zijn in het muurwerk twee korfbogen zichtbaar, waarschijnlijk van de 17e eeuwse ingangspartij. Even onder de linker korfboog bevindt zich de voordeur, rond 1930 vernieuwd. Naast de korfbogen zijn in het muurwerk twee recente negenruits schuifvensters aangebracht. De noordgevel is een topgevel met vlechtingen en muurankers. Op de begane grond een klein vierruits venster en aan de rechterzijde op de verdieping een 18e eeuws kozijn met schuifraam in 18e eeuws metselwerk en in rode baksteen uitgevoerde hanekammen.

Ter plaatse van de moerbinten zijn in de noordgevel van het achterliggend woonvertrek grote gesmede kruisankers aangebracht, waartussen een venster met rollaag. Ter linkerzijde bevindt zich nog een rollaag. In de zuidgevel van dit vertrek is in de hoek een klein nieuw venster aangebracht, het grote 18e eeuwse venster is opgenomen in 18e eeuws metselwerk. Tussen beide vensters een bouwnaad. De gevels zijn afgedekt met een halfsteens rollaag.

De onderkelderde opkamer heeft in de voor- en achtergevel staafankers en een negenruits venster. Zuidgevel, waarin een hooggeplaatst recent venster, in schoon metselwerk met staafankers en twee grote recente kruisvormige ankers. Kelder met in de voor- en achtergevel raamkozijnen met luiken. Het metselwerk van de opkamer is 18e eeuws.

Het driebeukig bedrijfsgedeelte is opgezet volgens het voergangtype met een dwarsdeel. Aan de noord- en zuidzijde houten bakgoten op geprofileerde klossen en halfronde gietijzeren stalramen met onderverdeling. In het noorden brede inrijdeuren die toegang geven tot de dorsvloer. Aan weerszijden van de paardenstal een ingang, waarboven aan de noordzijde een dakkapel met hijsluiken. De achtergevel, daterend uit de tweede helft van de 19e eeuw, is gedeeltelijk uit ijsselsteen opgetrokken. Op de hoeken deurkozijnen, in het midden een stalraam. De topgevel, waarin een rond venster met een zespas, is rond 1930 vernieuwd en in waalsteen in halfsteensverband opgetrokken. Varkenshok en wagenschuur zijn in ijsselsteen opgetrokken en voorzien van ingangsdeuren en halfronde luiken.

Het inwendige van de boerderij bestaat uit een voorhuis met onderkelderde opkamer en een achterkamer en een bedrijfsgedeelte met dorsvloer en stallen.

Het voorhuis, met enkelvoudige steenrood geschilderde balklaag, is in de 18e eeuw van een nieuwe schouwpartij voorzien. Tegen de noordelijke zijgevel bevindt zich een bakoven. Rode plint met mogelijk 17e eeuwse Delfts blauwe plinttegels met figuurtjes. Tegenover de voordeur een trap naar de zolder, voorheen in gebruik als slaapvertrek. In de hoek ter rechterzijde van het kelderluik een bedstede, waarvan de steenrood geschilderde omtimmering bewaard is gebleven. De kap van het voorhuis is gedeeltelijk vernieuwd, twee spanten zijn 19e eeuws. Tegen de topgevel is het rookkanaal nog aanwezig.

De opkamer, met een turquoise geschilderd interieur, wordt door houten wanden onderverdeeld in een portaal, een kleine kamer en een grote kamer, waarin tegen de zijwand twee 18e eeuwse bedsteden, met kinderkrib, en daartussen een kast. Vijf moerbinten, inclusief strijkbalken, met tussen de vensters tegen de achtergevel twee originele sleutelstukken met renaissance-profiel, oorspronkelijk deel uitmakend van de korbeelconstructie. De constructie van de opkamer met verdiepingsbalklaag en spanten is laat 16e of vroeg 17e eeuws. Op de zolderverdieping drie eikehouten spanten bestaande uit jukken met gekromde spantpoten, die de flieringen dragen waarover de sporen zijn gelegd. De vanuit het voorhuis bereikbare kelder is toegankelijk via een kelderluik met brede trederichels en een gemetselde bakstenen trap. Rode plint, op de vloer rode plavuizen. Zoldering met enkelvoudige balklaag.

Op de scheiding met het bedrijfsgedeelte bevindt zich op de kapverdieping tegen de brandmuur een oudere schoorsteen met rookkast.

De stal heeft drie beuken van gelijke grootte en een enkelvoudige balklaag. De stalinrichting en baksteenvloeren zijn nog grotendeels origineel. Het achterste van de koestal heeft een spantconstructie uit de tweede helft van de 19e eeuw.

Waardering

Boerderij van het krukhuistype met interieuronderdelen en bijbehorende bouwhistorische details in in- en exterieur uit verschillende bouwperioden van algemeen belang vanwege zijn cultuurhistorische, architectuurhistorische, bouwhistorische en landschappelijke waarde. De beeldbepalende boerderij maakt deel uit van de nog resterende historische grotendeels uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw stammende lintbebouwing van boerderijplaatsen aan de Gaag.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A CRUCK FARMHOUSE oriented to the southeast, situated on a narrow levee ridge, at the Westgaag in the Oude Campspolder. The transversely placed front house with an extended upper storey and rear living room dates in its origins from the 17th century (roof truss structure) and 18th century (brickwork). The adjacent elongated business section with threshing floor, horse and cattle stable was rebuilt in 1928, the rear part of the cattle stable dates from the 19th century. Several outbuildings to the north (wagon shed and pigsty) and south (remains of pigsty). On the farmyard at the side of the Westgaag is a small orchard, beside the house in front of the kitchen section stand lime trees, along the Westgaag the farmyard is closed off by a hedge.

N.B. The original pentagonal thatched hay barn has been replaced by a hay barn with four concrete rods, which falls outside the protection.

Description

Farmhouse on an L-shaped ground plan, consisting of a transversely placed front house of one storey with an undercellared upper storey beneath a thatch-covered gabled roof with half-hipped roof at the south side and low chimney at the north side, at the rear a living room with thatch-covered gabled roof. In line with this lies the business space with somewhat lowered side gables, consisting of threshing floor, horse and cattle stable, executed in Flemish bond brick and covered by a gabled roof with red machine-made Dutch tiles. The rear part of the cattle stable is partly executed in Flemish bond brick and partly in stone from the Ijssel and is covered on the south side with red tiles, on the north side with grey tiles. All roof ridges are situated at approximately the same height. At the end of the cattle stable in the north is an outbuilding with pigsty and wagon shed beneath a catslide roof covered with corrugated sheets.

The front house, executed in stone from the Ijssel, has a whitewashed front facade and is provided all around with a black-plastered plinth. The remaining facades are executed in fair-faced brickwork with above the black plinth a whitewashed band, at the cellar following the form of the windows.

In the front facade of the front house two segmental arches are visible in the brickwork, presumably from the 17th century entrance section. Just below the left segmental arch is the front door, renewed around 1930. Beside the segmental arches two recent nine-pane sash windows have been installed in the brickwork. The north gable is a stepped gable with timber framing and wall anchors (ornamental). On the ground floor a small four-pane window and at the right side on the upper storey an 18th century casement with sash window in 18th century brickwork and decorative brick corbels executed in red brick.

At the location of the tie beams large wrought-iron cross anchors have been installed in the north gable of the rear living room, between which is a window with a roller shutter. To the left there is another roller shutter. In the south gable of this room a small new window has been inserted in the corner, the large 18th century window is set in 18th century brickwork. Between both windows a construction joint. The gables are finished with a half-brick roller shutter.

The undercellared upper storey has in the front and rear gable rod anchors and a nine-pane window. South gable, in which a high-placed recent window, in fair-faced brickwork with rod anchors and two large recent cross-shaped anchors. Cellar with in the front and rear gable window frames with shutters. The brickwork of the upper storey is 18th century.

The three-aisle business section is constructed according to the fore-stall type with a transverse section. On the north and south sides wooden gutters on profiled blocks and half-round cast-iron stable windows with subdivision. To the north broad wagon entrance doors giving access to the threshing floor. On either side of the horse stable an entrance, above which on the north side is a roof dormer with hoisting shutters. The rear gable, dating from the second half of the 19th century, is partly executed in stone from the Ijssel. On the corners door frames, in the middle a stable window. The stepped gable, in which a round window with a six-foil, was renewed around 1930 and executed in Flemish bond brick in half-brick bond. The pigsty and wagon shed are executed in stone from the Ijssel and provided with entrance doors and half-round shutters.

The interior of the farmhouse consists of a front house with undercellared upper storey and a back room and a business section with threshing floor and stables.

The front house, with a simple painted brick beam layer, was provided in the 18th century with a new chimney section. Against the northern side gable is a baking oven. Red plinth with possibly 17th century Delftware plinth tiles with figures. Opposite the front door a staircase to the loft, formerly used as a sleeping room. In the corner to the right of the cellar hatch a box bed, of which the painted brick timber framework has been preserved. The roof of the front house is partly renewed, two roof trusses are 19th century. Against the stepped gable the smoke flue is still present.

The upper storey, with a turquoise-painted interior, is subdivided by wooden walls into an entrance hall, a small room and a large room, in which against the side wall are two 18th century box beds, with a baby crib, and between them a cupboard. Five tie beams, including straining beams, with between the windows against the rear gable two original key stones with renaissance profile, originally part of the corbel construction. The construction of the upper storey with floor beam layer and roof trusses is late 16th or early 17th century. On the loft floor three oak roof trusses consisting of yokes with curved rafter feet, which carry the floorboards over which the timbers are laid. The cellar accessible from the front house is reached via a cellar hatch with broad step treads and a mortared brick staircase. Red plinth, on the floor red tiles. Ceiling with a simple beam layer.

On the boundary with the business section on the roof floor against the party wall is an older chimney with smoke chamber.

The stable has three aisles of equal size and a simple beam layer. The stable fittings and brick floors are still largely original. The rear of the cattle stable has a roof truss structure from the second half of the 19th century.

Valuation

Farmhouse of the cruck type with interior components and associated architectural historical details in interior and exterior from different building periods of general importance because of its cultural-historical, architectural-historical, building-historical and landscape value. The visually determining farmhouse is part of the still remaining historical ribbon development of farmyards at the Gaag, mostly dating from the sixteenth, seventeenth and eighteenth centuries.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map