Rijksmonumentenregister · Netherlands
Agneskerk
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Amstelveenseweg 163, 1075 XA Amsterdam
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.35021, 4.85777
- Monument number
- 505910
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1650 map "[Het blocqueeren van Amsterdam, door de troepen van Willem de Tweede, Prins van Oranje, van den 30. iuly tot den 4. augustus des jaars 1650] / [gegraveerd door P. Nolpe]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Een in twee fasen tot stand gekomen driebeukige KRUISBASILIEK met losstaande klokkentoren van de Rooms-katholieke parochie gewijd aan de Romeinse martelares Agnes. Opdrachtgever tot de bouw was de bouwcommissie van genoemde parochie, onder voorzitterschap van rector L.Th.M. Snelders. De architect was J. Stuyt. Cementijzerwerken uitgevoerd door A.A. van der Voorn. Gebouwd in een neo-romaanse stijl geïnspireerd door de vroegchristelijke en vroegromaanse Romeinse en Italiaanse architectuur. Ontwerp is een vrije navolging van de S. Agnese te Rome.
De eerste fase van de bouw betrof de periode 1920-1921. Het schip en de zijbeuken kwamen toen gereed. Aan de oostzijde werd het geheel afgesloten door een noordmuur. In deze noordmuur drie absiden met elk één altaar. De inwijding vond plaats op 24 oktober 1921.
In de tweede fase (1930-1932) van de bouw kwamen het dwarsschip en het priesterkoor, de buiten de bescherming vallende nieuwe pastorie en de op de Italiaanse campanile geïnspireerde klokkentoren gereed. Opdrachtgever tot de tweede fase was het R.K. Parochiaal Kerkbestuur St. Agnes, bij monde van H.W.M. van Beek en H.M. Demmers.
De consecratie van de basiliek vond plaats op 16 maart 1932 door mgr. J.D.J. Aengenent.
In 1940 werd naar ontwerp van K.P. Tholens een nieuwe uitgang aan de Cornelis Krusemanstraat gebouwd. Constructeur was J.W.N. Oeverhuis.
Delen van de kerk zijn middels een met nadruk vermelde muur en/of hek van de openbare weg gescheiden.
Omschrijving
In kruisverband gemetseld kerkgebouw, als driebeukige kruisbasiliek met losstaande toren ontworpen op een samengestelde rechthoekige plattegrond. Geheel wordt gedekt door een samenstel van zadeldaken, tentdaken en enkelvoudige dakschilden. Tentdaken van de traptoren in het Oosten, van de absiden en overige kleine uitbouwen en van het priesterkoor oorspronkelijk gedekt met rode leipannen. Losstaande toren gedekt met leien/shingles; oorspronkelijk was deze gedekt met pannen. Overige daken met pannen gedekt.
De losstaande klokkentoren
Op vierkant grondvlak ontworpen zich verjongende toren met uurwerk en klokkenstoel met luidklokken. Toren gedekt door een tentdak met leien/shingles. Bovenaan een beschermende slabbe van metaal. Centraal hierop een piron met bol waarop Latijns kruis met bolvormige uiteinden van de kruisarmen. Alle gevelvlakken hebben enkele uitstekende baksteenkoppen. Het basement bevat aan de W.-zijde en aan de Z.-zijde drie smalle en getoogde lancetvensters met schuine en smalle gemetselde onderdorpels afgedekt met donkergekleurde tegels. Omlopende gemetselde bakstenen profiellijst volgt verder de boogvormige strekken van de lancetvensters. Aan de N.-zijde een eenvoudige toegangsdeur.
Aan vier zijden worden de bakstenen gevels onderbroken door drie met grote tussenruimten boven elkaar gestelde smalle en getoogde lancetvensters met smalle en schuingeplaatste onderdorpels afgedekt met donkergeglazuurde tegels. Verder boogvormige strekken. Boven het derde lancetvenster aan elke zijde een klein rechthoekig uitgebouwd balkon. Balkon steunt op twee consoles. Leuning en gemetselde borstwering met aan de onderzijde drie, en aan de zijkanten één gemetseld Andreaskruis. Eenvoudige toegangsdeur tot de balkons. Hierboven aan elke zijde de wijzerplaat van het uurwerk. Boven een uitkragende eenvoudige gootlijst op klossen de open torenopbouw. Aan elke zijde een arcade met drie intercolumnia en twee zuilen met kapiteel. Drie arcadebogen met meelopende strekken en decoratief tegelwerk of metselwerk in geglazuurde steen in geometrisch patroon in de zwikken. Aan elke zijde een borstwering met cassetten.
De voorgevel
De kerk bevat aan de W.-zijde een uitgebouwd voorportaal op hardstenen plint met stoep. Aan weerszijden van die stoep twee muurdelen met elk een vierkante losstaande pijler, als een obelisk afgesloten en bekroond met een opengewerkt rijksappelvormig ornament met Grieks kruis. Bovenaan de stoep drie toegangen. De centrale toegang heeft dubbele openslaande houten deuren met eenvoudige paneelversiering. Deur gevat in getrapt natuurstenen enkadrering. Aan weerszijden een zich verjongende zuil op geprofileerd basement en met teerlingkapiteel. Op deze kapitelen een natuurstenen geprofileerde console. Consoles dragen het puntgevelvormige fronton met rondboog met gemetseld meelopende strek in het timpaan. Bovenaan lijst op klossen waarachter zadeldak met pannen. Boven de centrale toegang een boognis met in glanzend mozaïek uitgevoerde afbeelding van H. Agnes in orantes-houding. Tekst: SANCTA AGNES o.p.n. Verder band met geometrische motieven. Links en rechts van de middenpartij een kleinere toegangsdeur, in uitvoering gelijk aan die in het midden. Boven elke zijdeur een tekstbord in de vorm van de Romeinse titulus-borden. Tekst links: HIC DOMUS DEI EST () ET PORTA COELI; rechts: DOMUS MEA () DOMUS ORATIONIS. Deze zijdelen van het voorportaal gedekt met lessenaarsdak met pannen. Verder een gootlijst op klossen.
Beide zijbeuken hebben een gemetselde liseen op de hoek met de zijgevel. Verder een getoogd venster met glas-in-lood raamvulling en diefijzers. Een schuine onderdorpel afgedekt met donkergeglazuurde tegels, een om de toog lopende gemetselde strek en een daarboven gelegen eveneens om de toog lopende gemetselde waterlijst. Boven het venster een natuurstenen en geprofileerd keperfries. Lessenaarsdak met tandlijst.
De voorgevel van het middenschip toont een groot roosvenster met twee geheel omlopende gemetselde banden. Natuurstenen tracering van het venster in de vorm van een davidster. Aan de bovenzijde halfronde geprofileerde waterlijst. Aan de onderzijde natuurstenen tuit voor de afvoer van regenwater. Op de hoeken van deze middengevel gemetselde lisenen. Gevelbeëindiging met natuurstenen geprofileerd keperfries. Geveltop met fronton, omgeven door tand- en profiellijst. Een acroterie aan weerszijden.
De zuid- of rechterzijgevel
Deze gevel laat zich onderscheiden in het westelijk deel met schip, zijkapel en zijbeuk, de zuidelijke transeptarm en het koorgedeelte.
De zijkapel aan het tweede travee van de zijbeuk is een vijfzijdige kleine uitbouw onder tentdak met pannen gedekt en met hoekkepers. Vijf kleine getoogde vensters. Omlopende gemetselde waterlijst met rondbogen om de getoogde bovenzijde van de vensters. Boven de cordon lijst gevelvlakken met tegelwerk in afwisselend lichte en donkere vierkanten. Elk vierkant opgebouwd uit twee tegels.
De zijbeuk bestaat uit vijf traveeën. Elk travee met groot getoogd venster met dorpel, diefijzers, glas-in-lood raamvulling en omlopende gemetselde waterlijst. Gemetselde cordonlijst op klossen. Boven deze cordonlijst gevelvlak met tegel werk als omschreven. Traveeën van elkaar gescheiden door gemetselde lisenen met natuurstenen afsluiting. Fries met vierkante natuurstenen blokken en verbindingsdelen. Eenvoudige gootlijst op klossen met boeidelen onder lessenaarsdak met pannen. De gevel van het rechterdeel van het middenschip bestaat eveneens uit vijf traveeën. Vijf grote getoogde vensters en waterlijst als omschreven. Verdere bovengelegen gevelvlak opgebouwd uit tegel- of baksteenwerk in afwisselend lichte en donkere vierkanten in ruitmotief. Gemetselde lisenen met natuurstenen afsluiting. Keperfries met profiellijsten. Eenvoudige gootlijst op klossen met boeidelen. Rechterschild van zadeldak met pannen. Drie kleine driezijdige dakkapellen met halfrond venster.
Het transept is drie traveeën breed en wordt met een verkleinde trapgevel afgesloten. Aan de linkerzijde een kleine aanbouw met door leipannen gedekt dak en een klein getoogd eenvoudig venster met getoogde strek en schuine onderdorpel met tegels. De traveeën hebben elk een getoogd venster met afgeschuinde dagkanten, van elkaar gescheiden door lisenen op basement. Insnoering van basement strekt zich horizontaal uit over de breedte van de zijbeuk. Lisenen opgevat als arcade. Boven de arcadebogen een waterlijst. Boven waterlijst een gevelvlak opgebouwd uit tegel- of baksteenwerk in schuingeplaatste lichte en donkere vierkanten. Centraal een rond spaarveld met waterlijst. Deel van de hoeklisenen loopt door tot de eenvoudige gootlijst met boeidelen. Hieronder keperfries. Ook de korte zijgevels zijn zo opgebouwd. Dak gedekt met pannen.
De zuidgevel van de rechterarm van het dwarsschip heeft hoeklisenen met natuurstenen afsluiting, een groot fronton op keperfries en profiellijst. Fronton heeft aan de bovenzijde profiel- en tandlijsten. In hettimpaan spaarvelden met centraal een rond spaarveld met profiellijst. In het gevelvlak een tripartiete venstergroep met vensters met afgeschuinde dagkanten en gemetselde getoogde waterlijst. Zijgevels met enkel venster, gevelvlakvulling als omschreven met lichte en donkere vierkanten in ruitmotief. Gootlijst op klossen. Acroteria op de hoeken van fronton. Op beide dakschilden een kleine driezijdige dakkapel met halfrond venster.
Het zuidelijk deel van het koorgedeelte omvat een zijkapel, uitbouw voor zijbeuk en rechtertribune van het presbyterium, een traptoren, het hoofddeel van het koor en de centrale
afsluitende absis in het oosten.
De zijkapel heeft aan de zuidzijde twee getoogde vensters met waterlijst en hierboven een gevelvlak als omschreven. Aan de oostzijde een absidevormige uitbouw met deel van een tentdak met leipannen en kepers. Dak voor het overige met pannen lessenaarsdak en eenvoudige gootlijst met boeideel.
De achter de zijkapel gelegen uitbouw voor zijbeuk en rechter tribune heeft aan de zuidzijde twee getoogde vensters, waterlijst en een gevelvlak met ruitvorm-decoratie als omschreven. Eenvoudige gootlijst met boeideel en schilddakdeel met pannen. Aan de oostzijde een hooggelegen getoogd venster en waterlijst en gevelvlak met ruitvorm-decoratie als omschreven. Lager gelegen een abside met tentdak met kepers; drie vensters, waterlijst en gevelvlak als omschreven.
Tussen de absiden van kapel en zijbeuk/tribune-uitbouw een ronde traptoren met oplopende zeer smalle rechthoekige lancetvensters met zeer smalle onderdorpel. Tentdak met leipannen en kepers. Afsluiting met restant van de voet van een kruis.
Het koor heeft aan de zuidzijde een hooggeplaatst groot getoogd venster als in de zijgevel van het transept. Hierboven gevelvlak opgebouwd uit tegel- of baksteenwerk in schuingeplaatste lichte en donkere vierkanten. Keperfries en profiellijst en eenvoudige gootlijst op klossen en met boeideel. Dakschild met kleine driezijdige dakkapel met halfrond venster.
De centrale absis is geplaatst tegen een rechte wand. Aan de bovenzijde van deze wand een oplopend getand fries en diverse profiellijsten met afsluitende ornamenten. Bovenaan een gemetselde klokkenstoel met puntgevel met dekplaat en bol met kruisteken. Centrale absis met laaggelegen vensterrij met eenvoudige getoogde vensters als omschreven. Onder de gootlijst een omlopende rij getoogde vensters met arcade, dienende ter verlichting van het achter het opaline-mozaïek gelegen ambulatorium. Boven de arcade gevelvlakvulling als omschreven. Tentdak met leipannen en kepers.
De noordgevel of linkerzijgevel is overeenkomstig de zuidgevel, doch bevat in plaats van een zijkapel en traptoren de sacristie, gelegen naast het presbyterium en tevens geplaatst tegen de noordelijke uitbouw voor zijbeuk en linkertribune. Sacristie is niet vanaf de openbare weg zichtbaar.
Interieur
Het inwendige van de kerk heeft een op vroegchristelijke basilieken geïnspireerde ruimte met vlak plafond voorzien van eenvoudig beschilderde cassetten. Tussen de witgepleisterde wanden van het schip monumentale byzantijns aandoende decoratie op de wanden van de absis en het aangrenzende deel van het priesterkoor, uitgevoerd in de zogenaamde opaline-techniek. Het zijn gebrandschilderde voorstellingen op stukken glas die van achteren voorzien zijn van een glanzende metaallaag. Deze wandbekleding werd omstreeks 1937 ontworpen door Joep Nicolas en uitgevoerd door Max Weiss of door Jan Mammum.
De beschilderde staties (ca.1940) zijn waarschijnlijk van de hand van Jan Mammum. De open tribunes, ondermeer ruimte biedend aan het zangkoor, hebben sober gedetailleerde zuilen en kapitelen en accentueren het priesterkoor. De zangtribunes zijn - mede op instigatie van de toenmalige koordirigent Hubert Cuypers - aan weerszijden van het presbyterium geplaatst, terwille van een actievere deelname aan de liturgie door de kerkgangers. Het altaar met ciborium en twee lessenaars zijn één ontwerp en goed geïntegreerd in koor en absis. Het hoofdaltaar is van de hand van Jan Eloij en Leo Brom. Onder ciborium een geëmailleerde crucifix van Johanna Brom. Het 20ste-eeuwse schilderij, voorstellende een episode uit het leven van Agnes, dat zich boven een houten zijaltaar in Lodewijk XVI-stijl bevindt, is geschilderd door J.H. Jurres. Enkele gebrandschilderde glas-in-lood ramen zijn van Joep Nicolas. Twee mozaïeken achter in de kerk met voorstellingen van Maria en Antonius van Padua door Jan Willeman. Verder werk van Alex Asperslagh. Veel is geschonken door parochianen in de periode 1932-1940.
Muur en/of hek
Het hek aan de westzijde verbindt de linksgelegen pastorie met de grote klokkentoren. Gemetselde pijlers op een muur. Op de pijlers afgeschuinde natuurstenen afsluiting. Tussen de pijlers smeedijzeren hek. Aan de linker- en rechterzijde dubbele openslaande metalen poort. Aan de zijde van de pastorie muur met halfrond spaarveld met decoratief metselwerk.
Aan de zuidzijde muur tussen klokkentoren en zijkapel van de zijbeuk met natuurstenen afgeschuinde afsluiting en vijf halfronde spaarvelden met decoratief metselwerk. Tussen genoemde zijkapel en transeptarm soortgelijke muur met hek.
Muur met boeideel en met getoogde poort verleent toegang tot terrein rond de centrale absis.
Waardering
Kerk van algemeen belang vanwege architectuur-, kunst- en cultuurhistorische en typologische waarde. Stedenbouwkundige en situationele waarde als scharnier tussen Willemsparkkwartier en Plan Zuid. Opmerkelijke ligging aan de pleinvormige verbreding van de Amstelveenseweg. Dit late werk van Stuyt, waarbij hij zich heeft laten inspireren op de vroegchristelijke en vroegromaanse architectuur heeft een zeldzaamheidswaarde naar type. De sobere vormgeving, harmonische verhoudingen en proporties en de functionele aanpassing van de ruimten aan actuele liturgische behoeften maken het tot een van de beste werken van Stuyt.
In het interieur een van de meest omvangrijke verzamelingen 20ste-eeuwse monumentale religieuze kunst. Met name het werk in opaline-techniek is van groot belang.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
A three-aisled CRUCIFORM BASILICA built in two phases with a detached bell tower of the Roman Catholic parish dedicated to the Roman martyr Agnes. The client for the construction was the building committee of said parish, chaired by rector L.Th.M. Snelders. The architect was J. Stuyt. Cement ironwork executed by A.A. van der Voorn. Built in a neo-Romanesque style inspired by early Christian and early Romanesque Roman and Italian architecture. The design is a free interpretation of S. Agnese in Rome.
The first phase of construction covered the period 1920-1921. The nave and side aisles were then completed. On the east side the whole was closed off by a north wall. In this north wall three apses each with one altar. The consecration took place on 24 October 1921.
In the second phase (1930-1932) of construction the transept and priest choir, the new rectory (falling outside the protected area) and the bell tower inspired by the Italian campanile were completed. The client for the second phase was the R.K. Parochial Church Board St. Agnes, represented by H.W.M. van Beek and H.M. Demmers.
The consecration of the basilica took place on 16 March 1932 by Mgr. J.D.J. Aengenent.
In 1940 a new exit was built on the Cornelis Krusemanstraat according to the design of K.P. Tholens. The contractor was J.W.N. Oeverhuis.
Parts of the church are separated from the public road by an expressly mentioned wall and/or fence.
Description
A church building constructed in running bond, designed as a three-aisled cruciform basilica with detached tower on a composite rectangular ground plan. The whole is covered by a collection of gabled roofs, tent roofs and simple roof sections. Tent roofs of the stair tower in the East, of the apses and other small structures and of the priest choir originally covered with red slate tiles. Detached tower covered with slate/shingles; originally this was covered with tiles. Other roofs covered with tiles.
The detached bell tower
Designed on a square ground plan, a tapering tower with clock mechanism and bell chamber with ringing bells. Tower covered by a tent roof with slate/shingles. At the top a protective slab of metal. Centrally thereon a finial with ball on which a Latin cross with ball-shaped ends of the cross arms. All facade planes have occasional protruding brick ends. The basement contains on the W. side and on the S. side three narrow arched lancet windows with angled and narrow built-in sills covered with dark-coloured tiles. Running built-in brick moulded profile follows further the arched stretches of the lancet windows. On the N. side a simple access door.
On four sides the brick facades are interrupted by three narrow arched lancet windows set at wide intervals above each other with narrow and angled sills covered with dark-glazed tiles. Further arched stretches. Above the third lancet window on each side a small rectangular projecting balcony. Balcony supported on two consoles. Railing and built-in breast wall with on the underside three, and on the sides one built-in St Andrew's cross. Simple access door to the balconies. Above this on each side the dial of the clock. Above a projecting simple gutter on brackets the open tower superstructure. On each side an arcade with three intercolumnia and two columns with capitals. Three arcade arches with continuous stretches and decorative tilework or brickwork in glazed stone in geometric pattern in the spandrels. On each side a breast wall with cassettes.
The front facade
The church contains on the W. side a projecting front porch on hardstone plinth with steps. On either side of this step two wall sections each with a square detached pillar, finished like an obelisk and topped with an open-worked imperial-apple-shaped ornament with Greek cross. At the top of the steps three entrances. The central entrance has double hinged wooden doors with simple panel decoration. Door set in a stepped natural stone frame. On either side a tapering column on moulded basement and with cubic capital. On these capitals a natural stone moulded console. Consoles carry the pointed-gabled pediment with round arch with built-in continuous stretch in the tympanum. At the top cornice on brackets behind which saddle roof with tiles. Above the central entrance an arched niche with an image of St Agnes in orantes posture executed in gleaming mosaic. Text: SANCTA AGNES o.p.n. Further band with geometric motifs. Left and right of the central section a smaller entrance door, executed the same as the one in the middle. Above each side door a text board in the form of Roman titulus boards. Text left: HIC DOMUS DEI EST () ET PORTA COELI; right: DOMUS MEA () DOMUS ORATIONIS. These side sections of the front porch covered with lean-to roof with tiles. Further a gutter on brackets.
Both side aisles have a built-in pilaster strip on the corner with the side facade. Further an arched window with stained-glass window filling and tie rods. An angled sill covered with dark-glazed tiles, a drip moulding running around the arch, and above it likewise a drip moulding running around the arch. Above the window a natural stone and moulded corbel frieze. Lean-to roof with tooth moulding.
The front facade of the central nave shows a large rose window with two fully continuous built-in bands. Natural stone tracery of the window in the form of a David's star. On the upper side a semi-circular moulded drip moulding. On the underside a natural stone spout for rainwater drainage. On the corners of this central facade built-in pilaster strips. Facade termination with natural stone moulded corbel frieze. Gable top with pediment, surrounded by tooth and profile moulding. An acroterion on either side.
The south or right side facade
This facade can be distinguished in the western part with nave, side chapel and side aisle, the southern transept arm and the choir section.
The side chapel on the second bay of the side aisle is a five-sided small extension under tent roof covered with tiles and with hip rafters. Five small arched windows. Running built-in drip moulding with round arches around the arched upper side of the windows. Above the string course facade planes with tilework in alternating light and dark squares. Each square built up from two tiles.
The side aisle consists of five bays. Each bay with large arched window with sill, tie rods, stained-glass window filling and running built-in drip moulding. Built-in string course on brackets. Above this string course facade plane with tilework as described. Bays separated from each other by built-in pilaster strips with natural stone termination. Frieze with square natural stone blocks and connecting parts. Simple gutter on brackets with beading under lean-to roof with tiles. The facade of the right part of the central nave likewise consists of five bays. Five large arched windows and drip moulding as described. Further upper facade plane constructed from tilework or brickwork in alternating light and dark squares in diamond motif. Built-in pilaster strips with natural stone termination. Corbel frieze with profile mouldings. Simple gutter on brackets with beading. Right roof section of saddle roof with tiles. Three small three-sided roof dormers with semi-circular window.
The transept is three bays wide and is closed with a reduced stepped gable. On the left side a small extension with roof covered by slate tiles and a small arched simple window with arched stretch and angled sill with tiles. The bays each have an arched window with chamfered day edges, separated from each other by pilaster strips on basement. Constriction of basement extends horizontally across the width of the side aisle. Pilaster strips conceived as arcade. Above the arcade arches a drip moulding. Above drip moulding a facade plane constructed from tilework or brickwork in angled light and dark squares. Centrally a round spandrel with drip moulding. Part of the corner pilaster strips extends to the simple gutter with beading. Below this corbel frieze. The short side facades are likewise constructed. Roof covered with tiles.
The south facade of the right arm of the transept has corner pilaster strips with natural stone termination, a large pediment on corbel frieze and profile moulding. Pediment has profile and tooth mouldings at the upper side. In the tympanum spandrels with centrally a round spandrel with profile moulding. In the facade plane a tripartite window group with windows with chamfered day edges and built-in arched drip moulding. Side facades with single window, facade plane filling as described with light and dark squares in diamond motif. Gutter on brackets. Acroteria on the corners of pediment. On both roof sections a small three-sided roof dormer with semi-circular window.
The southern part of the choir section comprises a side chapel, extension for side aisle and right tribune of the presbytery, a stair tower, the main section of the choir and the central closing apse in the east.
The side chapel has on the south side two arched windows with drip moulding and above it a facade plane as described. On the east side an apse-shaped extension with part of a tent roof with slate tiles and hip rafters. Roof otherwise with tiles lean-to roof and simple gutter with beading.
The extension behind the side chapel for side aisle and right tribune has on the south side two arched windows, drip moulding and a facade plane with diamond-form decoration as described. Simple gutter with beading and hipped roof section with tiles. On the east side a high-placed large arched window and drip moulding and facade plane with diamond-form decoration as described. Lower placed an apse with tent roof with hip rafters; three windows, drip moulding and facade plane as described.
Between the apses of chapel and side aisle/tribune extension a round stair tower with ascending very narrow rectangular lancet windows with very narrow sill. Tent roof with slate tiles and hip rafters. Termination with remnant of the base of a cross.
The choir has on the south side a high-placed large arched window as in the side facade of the transept. Above it facade plane constructed from tilework or brickwork in angled light and dark squares. Corbel frieze and profile moulding and simple gutter on brackets and with beading. Roof section with small three-sided roof dormer with semi-circular window.
The central apse is placed against a straight wall. At the upper side of this wall a rising toothed frieze and various profile mouldings with terminating ornaments. At the top a built-in bell chamber with pointed gable with cover plate and ball with cross sign. Central apse with low-placed window row with simple arched windows as described. Below the gutter a continuous row of arched windows with arcade, serving to light the ambulatory located behind the opaline-mosaic. Above the arcade facade plane filling as described. Tent roof with slate tiles and hip rafters.
The north facade or left side facade corresponds to the south facade, but contains instead of a side chapel and stair tower the sacristy, located next to the presbytery and likewise placed against the northern extension for side aisle and left tribune. Sacristy is not visible from the public road.
Interior
The interior of the church has a space inspired by early Christian basilicas with flat ceiling provided with simple painted cassettes. Between the whitewashed walls of the nave monumental Byzantine-seeming decoration on the walls of the apse and the adjacent part of the priest choir, executed in the so-called opaline technique. These are burnt-glass depictions on pieces of glass which are provided at the rear with a gleaming metal layer. This wall cladding was designed around 1937 by Joep Nicolas and executed by Max Weiss or by Jan Mammum.
The painted stations (c.1940) are probably by the hand of Jan Mammum. The open tribunes, among other things providing space for the choir, have soberly detailed columns and capitals and accentuate the priest choir. The singing tribunes are - also at the instigation of the then choir director Hubert Cuypers - placed on either side of the presbytery, for the sake of more active participation in the liturgy by the churchgoers. The altar with ciborium and two lecterns are one design and well integrated into choir and apse. The high altar is by the hand of Jan Eloij and Leo Brom. Under ciborium an enamelled crucifix by Johanna Brom. The 20th-century painting, depicting an episode from the life of Agnes, which is located above a wooden side altar in Louis XVI style, is painted by J.H. Jurres. Some stained-glass windows are by Joep Nicolas. Two mosaics at the back of the church with depictions of Mary and Anthony of Padua by Jan Willeman. Further work by Alex Asperslagh. Much was donated by parishioners in the period 1932-1940.
Wall and/or fence
The fence on the west side connects the adjacent rectory with the large bell tower. Built-in pillars on a wall. On the pillars chamfered natural stone termination. Between the pillars wrought-iron fence. On the left and right side double hinged metal gate. On the side of the rectory wall with semi-circular spandrel with decorative brickwork.
On the south side wall between bell tower and side chapel of the side aisle with natural stone chamfered termination and five semi-circular spandrels with decorative brickwork. Between said side chapel and transept arm similar wall with fence.
Wall with beading and with arched gate provides access to area around the central apse.
Valuation
Church of general importance because of architectural, artistic, cultural-historical and typological value. Urban design and situational value as a hinge between the Willemspark quarter and Plan South. Remarkable location at the square-like widening of the Amstelveenseweg. This late work of Stuyt, whereby he was inspired by early Christian and early Romanesque architecture, has a rarity value as to type. The sober design, harmonious proportions and proportions and the functional adaptation of the spaces to current liturgical needs make it one of Stuyt's best works.
In the interior one of the most extensive collections of 20th-century monumental religious art. In particular the work in opaline technique is of great importance.
Nearby in the register
- Transport, Amstelveenseweg 262Transportunder 1 mi
- Woonhuis, Bertelmanplein 14Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Cornelis Krusemanstraat 45Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Bertelmanstraat 1Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.