TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sint Martinus

Medemblik, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1903 - 1904
Address
Ridderstraat 5, 1671 CS Medemblik
Place
Medemblik
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.77210, 5.10181
Part of complex
502368
Monument number
502377

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1892 map "Ontwerp tot afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met gedeeltelijke indijking binnen die afsluiting" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan St. Martinus gewijd Rooms-katholiek KERKGEBOUW (kruiskerk), longitudinaal van opzet en in 1904 opgetrokken naar ontwerp van Th. Slinger. Stilistisch kan de kerk worden beschouwd als een voorbeeld van baksteenarchitectuur in neo-gotische stijl met neo-romaanse elementen (rondboogfriesen) N.B. Het orgel-instrument valt buiten de bescherming.

Omschrijving

Driebeukige kruiskerk met vijfzijdig koor op het westen, aangebouwde vierkante toren links (Z) naast de voorgevel (O) van het schip, lage ronde traptoren rechts (N) naast de voorgevel van het schip, uitgebouwde kapellen links en rechts van de eerste travee (vanaf voorgevel) en aangebouwde sacristie rechts tegen het koor. De zijschepen hebben een driezijdige afsluiting op het westen.

De spitsen van de hoge toren en van de traptoren hebben lei in Maasdekking. Lei in Rijndekking hebben het samengestelde zadeldak boven schip en dwarsbeuk, de lessenaarsdaken boven de zijschepen en de zadel- en schilddaken boven de kapellen en de diverse dakkapellen. Het zadeldak van de sacristie heeft zwarte Hollandse pannen.

Het exterieur is voornamelijk opgetrokken in rode baksteen, met spaarzaam gebruik van natuursteen en roodgeglazuurde baksteen. Het muurwerk van de zijschepen wordt verticaal geleed door getrapte steunberen, het muurwerk van de lichtbeuk door lisenen en het muurwerk in de geveltoppen van de voorgevel en van de transepten door gekoppelde reeksen van smalle en spitse spaarvelden. De traveeën tussen de steunberen en de lisenen bevatten steeds een spitsboogvenster, door gemetselde tracering verdeeld in twee spitse openingen met daarboven een ronde opening. De vensters hebben alle glas-in-lood. Gebrandschilderd glas bevindt zich in de venster die merendeels vanuit het schip richting koor zichtbaar zijn. Dit betreft de drie binnenste traveeën van het koor, de drie afsluitende traveeën van de zijschepen (W) alsmede de hoge westelijke muur van het dwarsschip.

De toren is opgebouwd uit vijf gestapelde segmenten die worden geleed door reeksen van spaarvelden binnen een verticale geleding van uitgemetselde hoekpartijen en een horizontale geleding van cordonlijsten en boogfriezen. Het bovenste segment heeft aan alle zijden gekoppelde galmgaten onder een uurwerk in een kleine geveltop. Boven het vijfde segment bevindt zich de ingesnoerde en decoratief bekroonde vierhoekige spits.

In het onderste segment bevindt zich een ingang met archivolten. De dubbele eikehouten deuren hebben rijk gesmeed hang- en sluitwerk.

Het schip telt vanaf de oostzijde (voorgevel) tot aan het transept vijf traveeën en tussen het transept en het koor één travee. Het dwarsschip is vrij breed en komt overeen met de lengte van twee traveeën.

De voorgevel (O) van het schip is een symmetrische topgevel met uitgebouwde centrale ingang. Boven de ingang bevindt zich een hoog meerlichtsvenster, vergelijkbaar met de vensters in de topgevels van het dwarsschip. Het centrale venster wordt geflankeerd door spitse spaarvelden. De centrale ingang door vierkante vensters. Rechts naast de voorgevel staan de genoemde traptoren - voorzien van lichtspleten - en een uitgebouwde kapel, welke laatste tevens de oostelijke afsluiting vormt van de rechter zijbeuk. Links naast de symmetrische gevel vormt een muur met groot spitsboogvenster en balustrade de oostelijke afsluiting van de linker zijbeuk en de verbinding met de toren. De centrale ingang heeft net als de ingang in de toren archivolten en dubbele eikehouten deuren met rijk gesmeed hang- en sluitwerk.

Het interieur van de kerk heeft een driedelige opstand van arcade, triforium (blind) en lichtbeuk. De dragende delen van het muurwerk zijn uitgevoerd in rode baksteen, de vullende delen zijn gepleisterd. Het schip en het dwarsschip hebben een houten tongewelf. De zijschepen hebben gemetselde vierdelige kruisribgewelven. Het interieur bevat nog diverse oorspronkelijke onderdelen zoals hoogaltaar en beide zijaltaren, preekstoel, bankenplan en een grote muurschildering van Christus in mandorla, centraal in de hoge westelijke muur van het dwarsschip.

De sacristie heeft twee bouwlagen onder zadeldak. Op de parterre loopt langs de zijkant een arcade die leidt naar een paneeldeur met bovenlicht. De parterre heeft smalle gekoppelde vensters met gebogen bovenzijde en voorzien van smeedijzeren traliewerk. De verdieping - en aan de achterzijde ook de parterre - heeft T-vensters onder spaarvelden met metselmozaïek. De geveltop heeft een uitgemetselde schoorsteen, geflankeerd door een smal venster. Het interieur van de sacristie bevat nog een oorspronkelijke sacristiekast in neo-gotische stijl.

Tegen de oostelijke muur bevindt zich een op arcade rustend balkon met daarop een tweedelig symmetrisch opgezette orgelkast in neo-gotische stijl.

Waardering

Het kerkgebouw met genoemde onderdelen is van algemeen belang wegens architektuur- en cultuurhistorische waarden als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het beschreven kerkelijk complex van de St. Martinus.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Roman Catholic CHURCH BUILDING dedicated to St. Martinus (cruciform church), longitudinal in layout and erected in 1904 according to the design of Th. Slinger. Stylistically the church can be regarded as an example of brick architecture in neo-gothic style with neo-romanesque elements (round-arched friezes). N.B. The organ instrument falls outside the scope of protection.

Description

Three-aisled cruciform church with five-sided choir on the west, attached square tower on the left (south) beside the front gable (east) of the nave, low round stair turret on the right (north) beside the front gable of the nave, built-out chapels left and right of the first bay (from front gable) and attached sacristy on the right against the choir. The side aisles have a three-sided closure on the west.

The spires of the high tower and of the stair turret have slate in Maas covering. Slate in Rhine covering have the compound gabled roof above nave and transept, the lean-to roofs above the side aisles and the gabled and hipped roofs above the chapels and the various roof dormers. The gabled roof of the sacristy has black Dutch tiles.

The exterior is chiefly built up in red brick, with sparing use of natural stone and red-glazed brick. The masonry of the side aisles is articulated vertically by stepped buttresses, the masonry of the clerestory by pilaster strips and the masonry in the gable tops of the front gable and of the transepts by coupled rows of narrow and pointed relieving fields. The bays between the buttresses and the pilaster strips each contain a pointed-arch window, divided by worked tracery into two pointed openings with above them a round opening. The windows all have stained glass. Painted glass is located in the windows which are mostly visible from the nave towards the choir. This concerns the three innermost bays of the choir, the three closing bays of the side aisles (west) as well as the high western wall of the transept.

The tower is built up from five stacked segments which are articulated by rows of relieving fields within a vertical articulation of worked-out corner sections and a horizontal articulation of cordon mouldings and arch friezes. The top segment has coupled sound openings on all sides under a clock in a small gable top. Above the fifth segment is the narrowed and decoratively crowned rectangular spire.

In the bottom segment is an entrance with archivolts. The double oak doors have richly forged hinges and locks.

The nave has from the eastern side (front gable) to the transept five bays and between the transept and the choir one bay. The transept is fairly broad and corresponds to the length of two bays.

The front gable (east) of the nave is a symmetrical stepped gable with a built-out central entrance. Above the entrance is a tall multi-light window, comparable to the windows in the stepped gables of the transept. The central window is flanked by pointed relieving fields. The central entrance by square windows. Right beside the front gable stand the mentioned stair turret - provided with light slits - and a built-out chapel, the latter also forming the eastern closure of the right aisle. Left beside the symmetrical gable a wall with large pointed-arch window and balustrade forms the eastern closure of the left aisle and the connection with the tower. The central entrance, like the entrance in the tower, has archivolts and double oak doors with richly forged hinges and locks.

The interior of the church has a three-part elevation of arcade, triforium (blind) and clerestory. The bearing parts of the masonry are executed in red brick, the filling parts are plastered. The nave and the transept have a wooden barrel vault. The side aisles have worked four-part cross-ribbed vaults. The interior still contains various original components such as the high altar and both side altars, pulpit, seating plan and a large wall painting of Christ in mandorla, centrally in the high western wall of the transept.

The sacristy has two storeys under gabled roof. On the ground floor an arcade runs along the side which leads to a panelled door with fanlight. The ground floor has narrow coupled windows with curved top and provided with wrought-iron tracery. The upper storey - and on the rear also the ground floor - has T-windows under relieving fields with stone mosaic. The gable top has a worked-out chimney, flanked by a narrow window. The interior of the sacristy still contains an original sacristy cabinet in neo-gothic style.

Against the eastern wall is a balcony resting on an arcade with on it a two-part symmetrically arranged organ case in neo-gothic style.

Valuation

The church building with the mentioned components is of general significance due to architectural and cultural-historical values as a historical-functional main component of the described ecclesiastical complex of St. Martinus.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map