Rijksmonumentenregister · Netherlands
Klooster, Burgemeester Wuiteweg 162
Drachten, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1936 - 1955
- Address
- Burgemeester Wuiteweg 162, 9203 KP Drachten (Smallingerland 21)
- Place
- Drachten
- Municipality
- Smallingerland
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.09442, 6.09858
- Monument number
- 499261
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Stanford LibrariesTU Delft Library
2 historical maps cover this location, the earliest the 1937 map "North west Europe 1:250,000" (Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het KLOOSTER van de Zusters Carmelitessen heeft een carré-vormig grondplan rondom een gesloten kloosterhof. Het ligt op een verhoging in het landschap en is omringd door hoge bomen. Het in de trant van de Delftse School ontworpen klooster werd in verschillende fasen gebouwd: een volledig kloostergebouw kon niet in één keer bekostigd worden. In 1936 werd het eerste deel, de oostelijke vleugel, gerealiseerd. Deze oudste vleugel ligt met de voorzijde naar de Burgemeester Wuiteweg gekeerd en heeft van oudsher een publieke functie. In 1946 kwam de zuidelijke vleugel met kapel tot stand; in 1954 en 1955 tenslotte de noordelijke en de westelijke vleugels. Ondanks de gefaseerde bouw van het klooster vormt het een eenheid omdat het ontwerp voor het geheel reeds in 1936 door architect A. Witteveen uit Leeuwarden geconcipieerd was. Het is uitgevoerd door aannemers Doedens en Schilder uit 't Zandt (NH). Het bouwplan voor de derde bouwfase - 1954/'55, na de dood van A. Witteveen - heeft diens opvolger J.J.W. van Oerle verder uitgewerkt en voltooid. In de hal van het klooster bevindt zich een gedenksteen in de muur waarop o.a. vermeld staat dat het klooster tussen 1936 en 1956 is gebouwd <...HOC MONASTERIUM AEDIFICATUM EST MCMXXXVI. A(o). SANCTO MCMLVI ABSOLUTUM DIE XIX MARTI...>. De entree van het klooster bevindt zich in de oudste oostelijke vleugel. Een grindpad en brede grasstrook met beuken en berken wordt aan de voorzijde van de weg gescheiden door een brede heg. Aan de overige drie zijden wordt het klooster omgeven door een kloostermuur met nissen aan de tuinzijde t.b.v. de kruiswegstatie. De ommuurde kloostertuin bestaat uit twee delen; oorspronkelijk was het ene deel tuin met boomgaard, het andere deel deed oorspronkelijk dienst als moestuin. Beide bestaan nu uit een gazon met enkele fruitbomen in bloemenborders. Rondom staan berken en beuken; achterin de tuin is een kleine begraafplaats. De gesloten kloosterhof binnen het carrévormige klooster wordt omgeven door een kloosteromgang, welke tevens de vier vleugels met elkaar verbindt.
Omdat de drie vleugels van na 1940 een te geringe ouderdom hebben voor bescherming van rijkswege vallen de zuidelijke, westelijke en noordelijke vleugel voorlopig buiten genoemde bescherming.
Omschrijving
De oostelijke kloostervleugel van twee bouwlagen is opgetrokken op een rechthoekig grondplan. Het thans doorlopende zadeldak is belegd met bruinzwart verglaasde Romaanse pannen. Het opgaand muurwerk bestaat uit roodbruine bakstenen en wordt afgesloten door een smalle daklijst en een goot op houten klossen. De voorgevel wordt op de begane grond ingedeeld door rechthoekige vensters met middenstijl en dubbele spitsboogvormige gekleurde glas-in-lood bovenlichten boven een uitstekende latei met zichtbare oren.
Het meest noordelijke venster bevat het oorspronkelijke glas-in-lood met matglas. Op de verdieping zijn dubbele spitsboogvensters. Alle vensters zijn omgeven door een rollaag en hebben een bakstenen afzaat. De entree bevindt zich in de eerste travee aan de zijde van de latere zuidelijke aanbouw. De vernieuwde deur met drie spitsbogige glas-in-lood bovenlichten boven een uitstekende latei ligt in een spitsboogvormige portiek; ervoor een drietreeds natuurstenen stoep met één smeedijzeren leuning. Een tweede toegangsdeur in het midden van de oostelijke gevel is thans dichtgemetseld, maar herkenbaar. Aan weerszijden hiervan zijn smalle verticale lichtspleten met glas-in-loodvensters. De dubbele vensters boven de vm. deur op de verdieping zijn geheel voorzien van glas-in-lood. De vensters in de topgevel aan de noordzijde zijn net als aan de langsgevel spitsboogvormig. De kloostergang onder lessenaarsdak aan de gesloten binnenhof is voorzien van gedrukte spitsboogvormige vensters met roedeverdeling; de achtergevel op de verdieping heeft ronde venstertjes. In de kloosterhof is in de gevel een gedenksteen geplaatst met opschrift: +DEZE STEEN IS GELEGD DOOR MGR D. HUURDEMAN VIC. GEN. V 'T AARTSBISDOM 24 JANUARI 1936.
Het interieur van deze vleugel is vrijwel ongewijzigd. De kloostergang is geheel uit bakstenen opgemetseld met troggewelf en spitsboogvormige overbruggingen. Voorts is ondermeer een ontvangstzaal voorzien van betegeling met afbeeldingen van vogels.
De drie overige vleugels zijn allen op rechthoekige plattegrond gerealiseerd. De zadeldaken zijn gedekt met bruinzwart verglaasde Romeinse pannen. Het opgaand muurwerk bestaat uit roodbruine bakstenen. De in 1948 gerealiseerde kloostervleugel bestaat uit een kapel waarvan de langsgevel in het verlengde ligt van de oudste oostvleugel, en een haaks hierop georiënteerde zuidvleugel. Ter hoogte van de kapel verspringt de rooilijn enigszins. De gevels worden ingedeeld door spitsboogvormige vensters op de begane grond en ronde venstersop de verdieping. De noordvleugel uit 1954 heeft spitsboogvensters op de verdieping en rechthoekige vensters onder strek op de begane grond. De westvleugel aan de achterzijde van het complex wordt ingedeeld door rechthoekige vensters onder strek.
Waardering
Het kloostercomplex van de Zusters Carmelitessen aan de rand van Drachten uit 1936 en volgende jaren is van algemeen architectuurhistorisch en cultuurhistorisch belang:
- als bijzondere uitdrukking van de geestelijke wederopleving van het kloosterleven in Friesland en de geschiedenis van de Carmelitessen in het bijzonder,
- vanwege het bijzondere belang binnen het oeuvre van de architect,
- vanwege de hoge mate van eenheid ondanks de uitvoering over de jaren 1936-1953,
- vanwege de samenhang van het exterieur en interieur,
- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en interieur,
- vanwege de hoge mate van gaafheid van de samenstellende onderdelen van het kloostercomplex,
- vanwege de historiserende wijze van inrichting van het complex,
- vanwege de bijzondere landschappelijke ligging van het klooster,
- vanwege de zeldzaamheid van de aanwezigheid van een klooster in Friesland.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The CONVENT of the Carmelite Sisters has a square-shaped ground plan around a closed convent courtyard. It is situated on a rise in the landscape and is surrounded by tall trees. The convent, designed in the manner of the Delft School, was built in various phases: a complete convent building could not be financed all at once. In 1936 the first part, the eastern wing, was realized. This oldest wing faces the Burgemeester Wuiteweg and has traditionally served a public function. In 1946 the southern wing with chapel was constructed; in 1954 and 1955 finally the northern and western wings. Despite the phased construction of the convent, it forms a unity because the design for the whole was already conceived in 1936 by architect A. Witteveen from Leeuwarden. It was executed by contractors Doedens and Schilder from 't Zandt (NH). The building plan for the third construction phase - 1954/'55, after the death of A. Witteveen - was further developed and completed by his successor J.J.W. van Oerle. In the hall of the convent there is a memorial stone in the wall on which it is stated, among other things, that the convent was built between 1936 and 1956 <...HOC MONASTERIUM AEDIFICATUM EST MCMXXXVI. A(o). SANCTO MCMLVI ABSOLUTUM DIE XIX MARTI...>. The entrance to the convent is located in the oldest eastern wing. A gravel path and wide grass strip with beeches and birches is separated at the front of the road by a wide hedge. On the other three sides the convent is surrounded by a convent wall with niches on the garden side for the Stations of the Cross. The walled convent garden consists of two parts; originally one part was a garden with orchard, the other part originally served as a vegetable garden. Both now consist of lawn with several fruit trees in flower borders. Around them stand birches and beeches; at the back of the garden is a small burial ground. The closed convent courtyard within the square-shaped convent is surrounded by a cloister walk, which also connects the four wings to each other.
Because the three wings from after 1940 are too recent for protection by the state, the southern, western and northern wings are provisionally excluded from such protection.
Description
The eastern convent wing of two storeys is constructed on a rectangular ground plan. The now continuous gabled roof is covered with brownish-black glazed Roman tiles. The masonry consists of reddish-brown brickwork and is finished with a narrow cornice and a gutter on wooden corbels. The front facade is articulated on the ground floor by rectangular windows with central mullion and double pointed-arch coloured glass-in-lead fanlights above a projecting lintel with visible ears.
The northernmost window contains the original glass-in-lead with frosted glass. On the upper storey are double pointed-arch windows. All windows are surrounded by a roll moulding and have a brick sill. The entrance is located in the first bay on the side of the later southern extension. The renovated door with three pointed-arch glass-in-lead fanlights above a projecting lintel is set in a pointed-arch portico; in front of it a three-step natural stone step with one wrought-iron handrail. A second entrance door in the middle of the eastern facade is now bricked up, but recognizable. On either side of this are narrow vertical light slits with glass-in-lead windows. The double windows above the former door on the upper storey are entirely furnished with glass-in-lead. The windows in the gable end on the north side are pointed-arch shaped like those on the side facade. The cloister walk under a lean-to roof at the closed inner courtyard is provided with depressed pointed-arch windows with glazing bars; the rear facade on the upper storey has small round windows. In the convent courtyard a memorial stone has been placed in the facade with the inscription: +THIS STONE WAS LAID BY MGR D. HUURDEMAN VIC. GEN. OF THE ARCHDIOCESE 24 JANUARY 1936.
The interior of this wing is virtually unchanged. The cloister walk is entirely constructed of brickwork with a barrel vault and pointed-arch spanning members. Furthermore, a reception hall is provided with tilework featuring images of birds.
The three other wings are all realized on rectangular ground plan. The gabled roofs are covered with brownish-black glazed Roman tiles. The masonry consists of reddish-brown brickwork. The convent wing realized in 1948 consists of a chapel whose side facade is in line with the oldest eastern wing, and a southern wing oriented at right angles to it. At the height of the chapel the building line shifts somewhat. The facades are articulated by pointed-arch windows on the ground floor and round windows on the upper storey. The northern wing from 1954 has pointed-arch windows on the upper storey and rectangular windows in a row on the ground floor. The western wing at the rear of the complex is articulated by rectangular windows in a row.
Valuation
The convent complex of the Carmelite Sisters at the edge of Drachten from 1936 and subsequent years is of general architectural-historical and cultural-historical importance:
- as a remarkable expression of the spiritual revival of convent life in Friesland and the history of the Carmelites in particular,
- because of its particular importance within the oeuvre of the architect,
- because of the high degree of unity despite execution over the years 1936-1953,
- because of the coherence of the exterior and interior,
- because of the high degree of integrity of the exterior and interior,
- because of the high degree of integrity of the constituent components of the convent complex,
- because of the historicizing manner of arrangement of the complex,
- because of the particular landscape situation of the convent,
- because of the rarity of the presence of a convent in Friesland.
Nearby in the register
- Kerk, Zuiderbuurt 28Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, Zuidkade 19Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Woonhuis, Moleneind ZZ 11Woonhuisunder 1 mi
- Tabaksfabriek, De Drift 3Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.