TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Sint Rosaklooster

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Address
Wingerdweg 4, 1031 CA Amsterdam
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.38882, 4.91364
Part of complex
497972
Monument number
498727

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1750 map "Composite: Sheets 1 to 40 Carte De Hollande Et D'utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

In 1926-1927 tot stand gekomen KLOOSTER voor monialen gelegen aan een driehoekig voorplein en bestaande uit een zusterhuis met kapel en verbonden met het kloosterhof, oorspronkelijk genaamd 'St. Rosaklooster over 't Y' in traditionalistische stijl, naar een ontwerp van A.J. Kropholler in opdracht van de Congregatie van de H. Catharina van Senen, zusters Dominicanessen te Voorschoten. Het omsluitende hekwerk heeft naast de school aan het Hagedoornplein een brede doorgang naar het voorplein waar zich de hoofdingang van het klooster bevindt, enigszins verscholen achter de St. Rosaschool.

N.B. In 1930 is een deel van de beganegrond van de kapel gewijzigd in vergaderkamers en een speellokaal. Na de bomschade is het klooster in 1944 gerestaureerd door C.M. van Moorsel Pzn. In 1977 zijn de van kunststof vervaardigde dakkapellen en de liftschacht aangebracht. Op de eerste verdieping zijn aan de voor- en achterzijde in de houten kozijnen aluminium schuiframen geplaatst. Laatstgenoemde wijzigingen vallen buiten de bescherming.

Omschrijving

Op een samengestelde smalle rechthoekige plattegrond in baksteen opgetrokken kloostergebouw onder een samenstel van met rode pannen gedekte zadeldaken met natuurstenen bekroningen en muurwerkafsluitingen, bestaande uit een kelderverdieping, begane grond, een verdieping en een kapverdieping. In het zuidwesten, onder een stompe hoek tegen het zusterhuis geplaatste, een rechthoekige aanbouw met op de begane grond een deel van de bewaarschool en op de eerste verdieping de ziekenkamer en kloosterkapel. De zuidoostelijk gelegen haaks op het zusterhuis geplaatste aanbouw met opengewerkte borstwering is door een muur met een spitsboogvormige poort, bekroond door een deels gemetselde, deels van natuursteen voorzien kruis, verbonden met de St. Ritakerk. Zuidoostelijke beeindiging van de voorgevel met kleine, boven het dak uitstekende toren. Twee kleine rechthoekige kloosterportalen bieden aan de noordzijde toegang tot het aangrenzende achtergelegen kloosterhof, beide een bouwlaag onder met rode pannen gedekte zadeldaken.

In de voorgevel van het zusterhuis zijn ter hoogte van de kelderverdieping kleine meerruitsvensters onder doorlopende strekken opgenomen met op de begane grond hierboven geplaatste driedelige vensters eveneens onder doorlopende strekken, op de verdieping op regelmatige afstand van elkaar zesruits-schuifvensters, alle met natuurstenen onderdorpels. De achtergevel toont op de eerste verdieping een zelfde geleding, op de begane grond zijn hier lancetvensters met natuurstenen onderdorpels en glas-in-lood ramen aangebracht. Aan het voorplein een asymmetrische ingangspartij met puntgevel met natuurstenen bekroning in de vorm van een Grieks kruis en terzijde een schoorsteen, onder een dwarsgeplaatst uitkragend zadeldak met rode pannen. In de kapverdieping een klein getoogd venster. De entree wordt gevormd door een diepliggend met een tree verhoogd spitsboogportaal met vlakke dagkanten die in de spitsboogveld overvloeien in archivolten. Stoep, hoekstenen, plinten en raakvlakken zijn van natuursteen vervaardigd. Boven de getoogde dubbele eikehouten deur met zwaar metaalbeslag is in het boogveld tussen twee glas-in-lood vensters in een rode tegelomlijsting een geglazuurd tegeltableau met inscriptie van de H. Rosa van Lima opgenomen, afgebeeld in Dominicanerkledij, met rozenkroon en geel geglazuurde nimbus. In de natuurstenen bovendorpel in een zelfde omlijsting in witte letters 'Sint Rosaklooster'. Boven het portaal een rond tegeltableau met Dominicaner wapen, een gestileerd Grieks kruis in zwart-wit wapenschild met in de omlijsting de tekst 'LAUDARE, BENEDICERE, PRAEDICARE'. Hierboven twee gekoppelde spitsboogvensters met glas-in-lood en een deelzuiltje met gedeelde boogaanzet van natuursteen. Het muurwerk links van de ingang, waarin op de begane grond in de hoek twee lancetvensters met middenboven een klein rondboogvenster, eindigt in een borstwering met kantelen. Op de eerste verdieping bij de ziekenkamer een balkon met opengewerkte balustrade rustend op zware natuurstenen consoles en een troggewelf. Een tweede ingang, in het zuidoosten, aan het voorplein bij de keuken gesitueerd, bestaat uit een voorportaal met puntgevel, waaronder een doorgang naar de kelder. In het spitsboogvormige voorportaal met twee natuurstenen treden zijn in een hoek twee gemetselde banken met houten zittingen tegen elkaar geplaatst, de zgn. bedelaarsbanken. In de zijmuur twee lancetvensters met blank glas-in-lood. Tegen de achtermuur een rood-wit tegeltableau met olijftakken en de tekst 'PAX SINT ROSA KLOOSTER'.

De noordgevel van de kapel, aan de Wingerdweg, is voorzien van drie gekoppelde lancetvensters met deelzuiltjes met natuurstenen boogaanzet en glas-in-lood ramen. Op de begane grond tussen de zwaar uitgevoerde versneden steunberen twee aan twee gekoppelde drieledige vensters onder doorlopende strek. Geprofileerde hoekoplossing ter plaatse van het trappenhuis. In de zuidgevel van de kapel, aan het voorplein, onder het getrapte zadeldak gekoppelde spitsboogvensters met glas-in-lood. Op de nok van het dak een lantaarntoren, bekleed met lood, met bekroning.

In het inwendige bij de hoofdingang bevindt zich de vestibule, alwaar een zwarte natuurstenen trap van vier treden, opgenomen tussen twee muurdammen met afgeronde zwarte natuurstenen bedekking, naar de centrale hal leidt. De vestibule is voorzien van een lichtgrijze geglazuurde bakstenen lambrizering met daarboven lichtbruine baksteen en een in terracottategels een passende inscriptie, en een korfboog-overwelving van lichtgrijze geglazuurde baksteen. Voor de trap aan weerszijden in een spitsboognis gemetselde banken met houten leuningen en zittingen. In het spitsboogveld ter linkerzijde een muurschildering voorstellende de Annunciatie, ter rechterzijde de Ontmoeting van Maria en Elisabeth. Boven de trap links een gedenksteen waarop de voorgaande behuizingen van het St. Rosaklooster in Amsterdam (1849-1880, Spuistraat 18 en 1880-1920, Singel 136), rechts een gedenksteen met ingebruikname van het Rosaklooster in 1927. Vanuit de centrale hal zijn de aan weerszijden van de vestibule gelegen spreekkamers, het trappenhuis met tegeltableau met Veritas-voorstelling en in het binnenmuurwerk een rond- en spitsbooguitsparing, een gang naar de bewaarschool en de corridor, beide voorzien van spitsboogvormige gordelbogen, toegankelijk. De lambrizering van trappenhuis en gangen, met metselwerk in staand verband, bestaat uit geelbruine geglazuurde baksteen met op de overgang naar de lichtbruine baksteen een wit geglazuurd baksteenrand. In de met een troggewelf bedekte hal hoog geplaatste spitsboogvensters met dagkanten en zwart stenen onderdorpels. Op de vloer lichtbruine grote plavuizen met een mozaiek van de slang en de appel, in de corridor overgaand in afwisselende zwarte en lichtbruine plavuizen met op de scheiding van elke travee en langs de zijden kleine witte en lichtbruine plavuizen. In de wanden ondiepe getoogde nissen. Aan de corridor liggen achtereenvolgens de voormalige recreatiezaal, refter en keuken, en aan het einde een tweede trappenhuis met lift en toegang tot de wasgelegenheid. Dubbele eikehouten slotdeur onder een toogboog met in het spitsboogveld een rechthoekige baksteentracering met glas gevuld, op de snijpunten van natuursteen (oorspronkelijk was het boogveld gedecoreerd met een fresco van Dom van der Mey). Boven de andere deuren in de eveneens met een troggewelf gedekte corridor een Christusmozaiek uit latere tijd en een muurschildering van een Dominicanes met Christus en Maria. Bij de ingang van de refter aan weerszijden in de corridor een ondiepe spitsboognis met een fonteintje en spreuk met passende voorstelling (Lam Gods, Hert). Bij de refter gekoppelde kleine rondboogvensters met ruitvormig veelkleurig glas-in-lood. De met glas-in-lood gevulde lancetvensters zijn na het bombardement in 1943 door een Dominicanes in verschillende schakeringen beschilderd, in de dagkanten kleine reliefs met symbolische voorstellingen en jaartallen.

Op de eerste verdieping bevinden zich kapel, ziekenkamer en aan een lange gang op beide verdiepingen de slaapcellen. Op de overloop een mozaiekvoorstelling en in een spitsboognis een heiligenbeeld uit latere tijd. Boven de dubbele deur naar het dormitorium een tegeltableau met kroon en palm met ster (Overwinning in de hemel), boven de ingangen naar de kapel een tegeltableau met gestileerde roos en een tableau met druivenranken met Christusmonogram. Een dubbele deur leidt naar de ziekenkamer die aan de kapelzijde via een eikehouten schuifwand in open verbinding met de kapel staat. Op de vloer van de overloop grote zwarte plavuizen afgewisseld met kleine witte plavuizen en witte plavuizen rand. Voor de dubbele deur naar de kapel in de vloer een drakekop. In de vlakke balkenzoldering zijn vensters opgenomen.

Eenbeukige in baksteen uitgevoerde kapel met een ziende houten kap met metalen verbindingselementen rond de balken, bestaande uit vier traveeen en een koortravee met rechtgesloten koornis. Het schip is voorzien van een blauwgrijs geglazuurde bakstenen lambrizering op een zwarte plint waarboven tussen rode baksteen drie gekoppelde spitsboog vensters met glas-in-lood ramen met voorstellingen van de goede gaven. De vensters steunen op een doorlopende zwarte dorpel gedragen door witte consoles. De lambrizering in het koor, gescheiden van het schip door een grote triomfboog uitgevoerd in rode baksteen met ingelegd Christusmonogram, bestaat uit een geelbruin geglazuurde bakstenen lambrizering op een witte plint, een witte rand vormt de overgang naar de lichtbruine baksteen. Op het gedeeltelijk verhoogde koor bevindt zich een zwart marmeren altaar met tabernakel met in de centrale spitsboogkoornis een muurschildering van Dom van der Mey uit 1927 met een tronende madonna en kind tegen een rode achtergrond met ter linkerzijde H. Dominicus met boek en lelietak en ter rechterzijde H. Catharina van Siena met kruisbeeld. Aan weerszijden hiervan kleine lege koornissen. In het muurwerk aan de noordzijde een muurschildering met twee aartsengelen onder de tekst 'Templum Dei in Coelo'. De twee muurschilderingen zijn uitgevoerd in Sienese trant. Aan de zuidzijde van het koor figuratieve glas-in-lood voorstellingen met de tekst 'Ave Maria gratia plena'. Overig glas-in-lood met kleine symbolische voorstellingen. Boven westelijke ingang een uit hout gesneden zangtribune met rugpositief op twee zware eikehouten consoles. Houten vloer, in koortravee marmer. Oorspronkelijke lampen met armatuur. Tussen de kapel en de ziekenkamer een gang met eveneens blauwgrijze lambrizering die in open verbinding met de kapel staat. In het verlengde van de doorgang verleent een grote eikehouten spitsboogdeur met beslag toegang tot de sacristie, boven de naastgelegen rechtgesloten eikehouten deur in het metselwerk een ingelegd rond tegeltableau met slang.

Waardering

In- en exterieur van St. Rosaklooster van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde in een voor Kropholler kenmerkende traditionalistische stijl met naast het veelvuldige gebruik van baksteen in natuursteen uitgevoerde details. Van belang binnen het oeuvre van Kropholler als voorbeeld van een bijzonder gebouwtype en aan het voorplein gesitueerd onderdeel van een groot kerkelijk complex. Van stedebouwkundig belang vanwege de markante ligging aan het Hagedoornplein, Wingerdweg en Buiksloterweg.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A CONVENT for nuns built in 1926-1927, situated at a triangular forecourt and consisting of a sisters' house with chapel and connected to the convent courtyard, originally named 'St. Rosa Convent beyond the Y' in traditionalist style, designed by A.J. Kropholler on behalf of the Congregation of H. Catharina van Senen, Dominican sisters at Voorschoten. The enclosing fencing has, beside the school at Hagedoornplein, a wide passage to the forecourt where the main entrance of the convent is located, somewhat concealed behind the St. Rosa School.

N.B. In 1930 part of the ground floor of the chapel was converted into meeting rooms and a playroom. After bomb damage the convent was restored in 1944 by C.M. van Moorsel Pzn. In 1977 plastic roof dormers and a lift shaft were installed. On the first floor aluminium sash windows have been placed in the wooden frames on the front and rear sides. These latter alterations fall outside the protection.

Description

On a composite narrow rectangular floor plan a convent building in brick under an assemblage of gabled roofs with red tiles and natural stone crests and masonry cladding, consisting of a basement storey, ground floor, one storey and an attic storey. In the southwest, placed at an obtuse angle against the sisters' house, a rectangular extension with part of the kindergarten on the ground floor and on the first floor the sick room and convent chapel. The extension situated southeast at right angles to the sisters' house with openwork parapet is connected by a wall with a pointed arch gateway, crowned by a cross partly of brickwork, partly of natural stone, to the St. Rita Church. Southeast termination of the front façade with small tower projecting above the roof. Two small rectangular convent portals provide access on the north side to the adjoining rear convent courtyard, both a storey under gabled roofs with red tiles.

In the front façade of the sisters' house at the level of the basement storey small multi-pane windows are incorporated under continuous bands with three-part windows placed above these on the ground floor also under continuous bands, on the storey at regular intervals six-pane sash windows, all with natural stone sills. The rear façade shows the same articulation on the first storey, on the ground floor lancet windows with natural stone sills and leaded glass windows have been installed. On the forecourt an asymmetrical entrance composition with pointed gable with natural stone crowning in the form of a Greek cross and beside it a chimney, under a transversely placed projecting gabled roof with red tiles. In the attic storey a small arched window. The entrance is formed by a deeply recessed pointed arch portal raised by a step with flat side dressings which flow in the pointed arch field into archivolts. Stoep, corner stones, plinths and contact surfaces are made of natural stone. Above the arched double oak door with heavy metal fittings is in the arch field between two leaded glass windows in a red tile frame a glazed tile tableau with inscription of H. Rosa of Lima incorporated, depicted in Dominican clothing, with rose crown and yellow glazed nimbus. In the natural stone lintel in a similar frame in white letters 'Sint Rosaklooster'. Above the portal a round tile tableau with Dominican coat of arms, a stylised Greek cross in black-white shield with in the frame the text 'LAUDARE, BENEDICERE, PRAEDICARE'. Above this two paired pointed arch windows with leaded glass and a small colonnette with divided arch springer of natural stone. The masonry to the left of the entrance, in which on the ground floor in the corner two lancet windows with above it a small round arch window, ends in a parapet with crenellations. On the first floor at the sick room a balcony with openwork balustrade resting on heavy natural stone consoles and a barrel vault. A second entrance, in the southeast, on the forecourt at the kitchen situated, consists of a vestibule with pointed gable, under which a passage to the basement. In the pointed arch-shaped vestibule with two natural stone steps are in a corner two brick benches with wooden seats placed against each other, the so-called beggars' benches. In the side wall two lancet windows with plain leaded glass. Against the rear wall a red-white tile tableau with olive branches and the text 'PAX SINT ROSA KLOOSTER'.

The north façade of the chapel, on the Wingerdweg, is furnished with three paired lancet windows with small colonnettes with natural stone arch springer and leaded glass windows. On the ground floor between heavily executed keyed buttresses two pairs of three-part windows under continuous band. Profiled corner solution at the location of the stairwell. In the south façade of the chapel, on the forecourt, under the stepped gabled roof paired pointed arch windows with leaded glass. On the roof ridge a lantern turret, clad with lead, with crowning.

In the interior at the main entrance is the vestibule, where a black natural stone staircase of four steps, placed between two walls with rounded black natural stone cladding, leads to the central hall. The vestibule is furnished with a light grey glazed brick dado with above it light brown brick and in terracotta tiles a matching inscription, and a basket arch vault of light grey glazed brick. Before the staircase on both sides in a pointed arch niche brick benches with wooden railings and seats. In the pointed arch field on the left side a wall painting depicting the Annunciation, on the right side the Meeting of Mary and Elizabeth. Above the staircase on the left a memorial stone on which the previous locations of the St. Rosa Convent in Amsterdam (1849-1880, Spuistraat 18 and 1880-1920, Singel 136), on the right a memorial stone with the commissioning of the Rosa Convent in 1927. From the central hall the parlours located on both sides of the vestibule, the stairwell with tile tableau depicting Veritas and in the interior masonry a round and pointed arch recess, a passage to the kindergarten and the corridor, both furnished with pointed arch-shaped bracing arches, are accessible. The dado of stairwell and passages, with masonry in header bond, consists of yellowish-brown glazed brick with at the transition to light brown brick a white glazed brick band. In the hall covered with a barrel vault high placed pointed arch windows with side dressings and black stone sills. On the floor light brown large tiles with a mosaic of the serpent and the apple, in the corridor continuing in alternating black and light brown tiles with at the division of each bay and along the sides small white and light brown tiles. In the walls shallow arched niches. Along the corridor successively lie the former recreation room, refectory and kitchen, and at the end a second stairwell with lift and access to the washing facilities. Double oak door under an arch with in the pointed arch field a rectangular brick tracery filled with glass, at the intersections of natural stone (originally the arch field was decorated with a fresco by Dom van der Mey). Above the other doors in the equally barrel-vaulted corridor a Christ mosaic from later time and a wall painting of a Dominican with Christ and Mary. At the entrance of the refectory on both sides in the corridor a shallow pointed arch niche with a small fountain and saying with matching depiction (Lamb of God, Deer). At the refectory paired small round arch windows with diamond-shaped multi-coloured leaded glass. The lancet windows filled with leaded glass were after the bombardment in 1943 painted by a Dominican in different shades, in the side dressings small reliefs with symbolic depictions and dates.

On the first floor are situated chapel, sick room and along a long corridor on both storeys the sleeping cells. On the landing a mosaic depiction and in a pointed arch niche a holy image from later time. Above the double door to the dormitory a tile tableau with crown and palm with star (Victory in heaven), above the entrances to the chapel a tile tableau with stylised rose and a tableau with grape vines with Christ monogram. A double door leads to the sick room which on the chapel side via an oak sliding partition stands in open communication with the chapel. On the floor of the landing large black tiles alternated with small white tiles and white tile border. Before the double door to the chapel in the floor a dragon head. In the flat beam ceiling windows are incorporated.

Single-aisle chapel executed in brick with a visible wooden roof with metal connecting elements around the beams, consisting of four bays and a choir bay with straight-closed choir niche. The nave is furnished with a bluish-grey glazed brick dado on a black plinth above which between red brick three paired pointed arch windows with leaded glass windows depicting the good gifts. The windows rest on a continuous black lintel supported by white consoles. The dado in the choir, separated from the nave by a large triumphal arch executed in red brick with inlaid Christ monogram, consists of a yellowish-brown glazed brick dado on a white plinth, a white band forms the transition to the light brown brick. On the partly raised choir is a black marble altar with tabernacle with in the central pointed arch choir niche a wall painting by Dom van der Mey from 1927 with an enthroned Madonna and Child against a red background with on the left side H. Dominicus with book and lily stem and on the right side H. Catharina of Siena with crucifix. On both sides of this small empty choir niches. In the masonry on the north side a wall painting with two archangels under the text 'Templum Dei in Coelo'. The two wall paintings are executed in Sienese manner. On the south side of the choir figurative leaded glass depictions with the text 'Ave Maria gratia plena'. Other leaded glass with small symbolic depictions. Above western entrance a choir loft carved from wood with rückpositiv on two heavy oak consoles. Wooden floor, in choir bay marble. Original lamps with fittings. Between the chapel and the sick room a passage also with bluish-grey dado which stands in open communication with the chapel. In the continuation of the passage a large oak pointed arch door with fittings provides access to the sacristy, above the adjacent straight-closed oak door in the masonry an inlaid round tile tableau with serpent.

Valuation

Interior and exterior of St. Rosa Convent of general importance because of its cultural and architectural historical value in a traditionalist style characteristic of Kropholler with, alongside the frequent use of brick, details executed in natural stone. Of significance within Kropholler's oeuvre as an example of a particularly distinctive building type and as a component situated on the forecourt of a large ecclesiastical complex. Of urban planning significance because of the distinctive location at Hagedoornplein, Wingerdweg and Buiksloterweg.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map