Rijksmonumentenregister · Netherlands
Handel en kantoor, Moreelsepark 1
Utrecht, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Handel en kantoor
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Moreelsepark 1, 3511 EP Utrecht (and others)
- Place
- Utrecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.08759, 5.11467
- Monument number
- 46955
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
COMPLEX KANTOORGEBOUWEN. HOOFDGEBOUW I. Administratiegebouw - later Hoofdgebouw I van de Nederlandse Spoorwegen - ontworpen door de architecten N.J. Kamperdijk en C. Vermeijs, gebouwd in 1870-71 in klassicistisch-eclectische stijl en naar ontwerp van A.C. Vink uitgebreid in 1879. Omvangrijk blokvormig kantoorgebouw in eclectische vormen van vier volle verdiepingen op onderkeldering.
De deels in schoon werk, deels in stuc uitgevoerde gevels rustend op hardstenen plint, waarin liggende vensters, en symmetrisch ingedeeld. In verticale zin door midden- en hoekrisalieten en in horizontale zin door halfrond gesloten enkele en gekoppelde T-vensters in de gestucte en van getrokken voegen voorziene bel-etage, door ronde en rechtgesloten T-vensters met stucomlijsting met entablementen of kuiven op de eerste verdieping door rechtgesloten T-vensters met stuc-entablement met en zonder driehoekig fronton op de tweede verdieping en rechtgesloten T-vensters met stuc-omlijsting op de derde verdieping. De hoekrisalieten omlijst door gestucte, deels van getrokken voegen voorziene pilasters en bekroond door gestuct driehoekig fronton. De middenrisalieten, waarvan die der terugliggende hoofdingang is voorzien van een portaal met drie rondbogen en gietijzeren hekken op de bel-etage en drie deuren in stuc-omlijsting en met gietijzeren balkonhek op de eerste verdieping, eveneens omlijst door stuc-pilasters en bekroond door opzetstuk, met segmentvormig fronton met voluten en obelisk, waarop aangebracht een gevleugeld wiel met bliksemschichten, de snelheid der spoorwegen verbeeldend. De hoekrisalieten aan de voorzijde voorzien van twee dergelijke opzetstukken, respectievelijk een groot en een klein; die der achterzijde alleen voorzien van kleine opzetstukken. De hoekrisalieten onderling verbonden door een balustrade.
Door middel van een luchtbrug op de eerste verdieping is dit gebouw in 1895 verbonden met het Hoofdgebouw II.
Inwendig resteert nog het oorspronkelijke trappenhuis, aangelegd volgens het keizerlijke trap-principe - met alternerend een dubbele en een enkele opgang - met ijzeren leuningen en colonnetten in eclectische trant.
Kantoorgebouw in klassicistisch-eclectische stijl met daarvoor kenmerkende symmetrische opzet en gebruik van klassicistische motieven als rustica-werk, pilasters, frontons, rondboogvensters, entablement-omlijstingen en balustrade, en toepassing van schoon metselwerk, afgewisseld met gestucte elementen, alsook eigentijdse allegorische voorstellingen; tevens van belang uit oogpunt van de administratieve ontwikkeling van de spoorwegen, ontstaan als het is naar aanleiding van de verplaatsing in 1869 van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen van Den Haag naar Utrecht, hetgeen voorts tot uitdrukking wordt gebracht door de later toegevoegde luchtbrug tussen Hoofdgebouw I en II.
HOOFDGEBOUW II. Administratiegebouw - later Hoofdgebouw II van de Nederlandse Spoorwegen - ontworpen door J.F. Klinkhamer en gebouwd in 1893-95 in neo-renaissancestijl. Omvangrijk kantoorgebouw bestaande uit twee haaks met elkaar verbonden vleugels en een kleinere dwarsvleugel, tesamen een W-vormige plattegrond vormend, met een doorlopende middengang en de werk- en vergadervertrekken en trappenhuizen te weerszijden. Beide hoofdvleugels zijn opgetrokken in neo-renaissance-stijl in door natuurstenen banden, cordon- en waterlijsten, consoles, sier- en uitkragend metselwerk verlevendigde rode steen en gedekt door met leien gedekte en van grote en kleine dakkapellen voorziene zadeldaken; alleen aan de zijde van de hoofdingang voorzien van sierlijk gesmede vorstkammen. De verbinding tussen dit complex en Administratiegebouw I der Nederlandse Spoorwegen, ontstaan in 1870-71 en ontworpen door de architecten N.J. Kamperdijk en C. Vermeijs, wordt gevormd door een vier traveeën tellend verbindingslid in dezelfde vormen ter hoogte van de eerste verdieping. Het op een onderkeldering opgetrokken, op een hardstenen plint rustende, drie volle verdiepingen tellende hoofdgebouw draagt een symmetrisch karakter. In verticale zin geleed door midden- en hoekrisalieten en in horizontale zin door getraliede liggende vensters in de kelderverdieping, vensters onder gedrukte bogen in de bel-etage, vensters met entablement onder gedrukte bogen op de eerste en gekoppelde vensters met deelzuiltjes of gotische driepas onder gedrukte bogen op de tweede verdieping.
De beide omlopende hoekrisalieten van de voorgevel voorzien van een extra verdieping met vensters onder gedrukte bogen en een torenachtige bekroning met gebeeldhouwde natuurstenen klokgeveltjes met rechthoekige frontons en een rijk gebeeldhouwd opengewerkt zuilenkoepeltje met windvaan. De beide slechts aan de lange zijde uitspringende risalieten van de achtergevel eveneens van een extra verdieping voorzien en beëindigd door een tuitgevel met obelisken en vazen en een oculus in de top. De middenrisaliet van de voorgevel bevat op de in lichte natuursteenblokken uitgevoerde bel-etage de hoofdingang onder overwelfd portaal met rijk gesneden gedrukte boog, te weerszijden waarvan getraliede vensters met rijk gesneden omlijsting en lantaarns. Trap met niet oorspronkelijke bekleding. Het daarboven twee verdiepingen omvattende veld uitgerust met drie gekoppelde, halfrond gesloten vensters met op de verdiepingsscheiding natuurstenen veld met drie gebeeldhouwde koppen, van links naar rechts respectievelijk voorstellend: James Watt, Denis Papin en George Stephenson; ter hoogte van de dakvoet twee natuurstenen reliefs, links een gevleugelde putto met verbroken ketenen, rechts een dergelijke putto met pijlers, ter symbolisering van de stoomkracht en de elektriciteit; daarboven het opschrift ANNO - STAATSSPOORWEGEN - 1895; het geheel bekroond door rijk gebeeldhouwde natuurstenen pilastergevel met voluten in de vorm van ramskoppen, twee gebeeldhouwde figuren respectievelijk Mercurius en Victoria - Handel en Nijverheid - voorstellende te weerszijden van een door festoenen omgeven klok, waarboven een wapenschild met het Nederlandse wapen in een boognis.
De kleine dwarsvleugel in het midden telt drie bouwlagen onder een leien schilddak met dakkapellen en is uitgevoerd in iets soberder vormen dat de beide hoofdvleugels, waartussen aan de zijde van de Laan van Puntenburg twee gietijzeren hekken tussen met lampen bekroonde hekpalen zijn geplaatst. Boven de aanzet van het verbindingslid met Hoofdgebouw I een natuurstenen opengewerkt koepeltorentje met leien gedekte en uivormige bekroning. De luchtbrug bevat vier in lichte natuursteen uitgevoerde onderdoorgangen onder gedrukte overwelving, met boven elk der smalle onderdoorgangen een reliëf, met respectievelijk Hercules, de Nemeische leeuw temmend, en de Kretenzische stier bedwingend (gesigneerd E. v.d. Bossche en Crevels 1895), ter aanduiding van de kracht, aan de oostzijde, en Velocitas (de snelheid) op een door de lucht voortijlende wagen (gesigneerd 1895, E. v.d. Bossche) aan de noordzijde van het Moreelsepark, en aan de zijde van de Laan van Puntenburg twee plaquettes met elk een gedicht op de spoorwegen van Da Costa. De middenzuil bevat aan elke zijde een leeuw onder baldakijn met schild met respectievelijk het Nederlandse wapen en het wapen van de stad Utrecht.
De verdieping in de vorm van een gesloten galerij met halfrondgesloten vensters; bekroning door borstwering met gebeeldhouwde hoekstukken en pijlertjes. Inwendig resteert nog het oorspronkelijke trappenhuis, aangelegd volgens het principe van de keizerlijke trap - met alternerend en dubbele en een enkele opgang - met gestucte pijler en smeedijzeren sierhekken en verlicht door eenvoudige glas-in-lood-vensters, en voorts het gangenstelsel met pilasters en rondbogen en ander stucwerk.
Kantoorgebouw in neo-renaissancestijl met daarvoor kenmerkend gebruik van een natuurstenen plint en rode baksteen, afgewisseld met natuurstenen renaissancistische details als bosseringen, blokken, banden, obelisken vazen en lantaarns, van boognissen boven de vensters en voorts van siermetselwerk en uitkragende pijlers en met toepassing van eigentijdse allegorische voorstellingen, en inwendig een groot trappenhuis en van stucwerk voorziene gangen; tevens van belang uit oogpunt van de administratieve ontwikkeling van de spoorwegen, hetgeen voorts blijkt uit de luchtbrug tussen Hoofdgebouw I en II, en de later toegevoegde ondergrondse gang met Hoofdgebouw III.
HOOFDGEBOUW III. Als Hoofdgebouw III der Nederlandse Spoorwegen tot stand gekomen omvangrijk, plat-afgedekt kantoorgebouw ter hoogte van vijf bouwlagen - souterrain, bel-etage en drie verdiepingen - geheel in baksteen opgetrokken in sobere cubistisch-expressionistische trant naar ontwerp van G.W. van Heukelom in 1918-21 rondom een rechthoekige binnenplaats op een geheel symmetrische grondslag met zowel aan de buitenzijde als aan de zijde van de binnenplaats een hoger opgaand middenrisaliet met ingangspartij in elk der gevels (met uitzondering van de Z.W.-gevel aan de binnenzijde), en met hoogoprijzende trap-, annex watertoren ter bekroning van de aan de N.O.-zijde gesitueerde hoofdingang; het geheel omgeven door een lage bakstenen tuinmuur, deels samengesteld uit misbaksels en voorts voorzien van blokvormige verzwaringen, in correspondentie met de zich sprongsgewijs naar boven toe verjongende steunberen tegen de gevels, die respectievelijk 19 en 16 traveeën tellen. Behalve door deze steunberen worden de gevels verder geleed door de verdiept aangebrachte hoge smalle vensters met gelijke stalen roedenverdeling, doch varierend in lengte en breedte en ritmisch gegroepeerd per twee, drie of vier, in elke als een spaarveld behandelde travee met lisenen en tandfriezen ter omlijsting. De drievoudige hoofdingang met brede en hoge natuurstenen stoep, bevat recht afgesloten, zich sprongsgewijs verdiepende nissen waarin de dubbele houten deuren met koperen hekwerken zijn aangebracht en die worden bekroond door terracotta-friezen, die evenals de vier hoger geplaatste gestileerde koppen zijn vervaardigd door W.C. Brouwer, alsmede loden lampenhouders, verzonken in de voorgevel en herhaald op de hoeken, voorzien van aan de Amsterdamse School verwante en krullende motieven.
Aan de ZW-zijde eveneens een verdiepte ingangspartij in dezelfde trant als de hoofdingang, zij het enkelvoudig uitgevoerd, met dubbele stoep achter een hoge borstwering. Tegenover de N.O.-gevel tussen Moreelsepark en Catharijnebaan een tuinmuur in dezelfde trant - met meanderachtige plattegrond - uitgevoerd als rondom het hoofdgebouw. Het interieur bevat een grote ingangshal, de zogenaamde pilasterhal, die is voorzien van gemetselde pijlers en pilasters - waarop gedrukte bogen rusten - alsmede van een lambrizering van geglazuurde geel groene baksteen en van een vlakke balkenzoldering. Deze hal geeft aansluiting op de rondomgaande, in dezelfde trant uitgevoerde brede middengang - voorzien van cassetteplafonds - waarvan te weerszijden de op gelijke maat-eenheden gebaseerde werk- en vergaderruimten zijn gelegen, die elk een eiken deur bezitten en waarvan de oorspronkelijke eikehouten lambrizering nog resteert in de commissarissenzaal en in de huidige personeelszaal; deze vertrekken bevatten voorts nog de oorspronkelijke balken zolderingen, die overigens gesteund worden door in het zicht gelaten betonbalken met conseles, alsmede een in keramiek uitgevoerde klok en - in de commissarissenzaal - drie koperen schuitvormige lampen uit de bouwtijd. Het hoofdtrappenhuis is rondom de toren ondergebracht, zodanig dat een doorzicht naar het cassetteplafond boven in de toren mogelijk is door diverse openingen tussen de pijlers, en is voorts verlicht door ornamentele glas-in-loodvensters; de zij-trappenhuizen zijn iets soberder uitgevoerd; de verdiepinghoogte wordt door een ibn keramiek uitgevoerd cijfer aangegeven, aangebracht tegenover de hoofdtrap.
Sober gedetailleerd kantoorgebouw in eigentijdse baksteenbouw, opgezet volgens rationalistische principes - herkenbaar in de symmetrische gelijkmatig verdeelde plattegrond en de toepassing van zoveel mogelijk vensters, alsook in de nadruk op de constructie door het gebruik van steunberen, pilasters en bogen - en ontworpen in een cubistisch-expressionistische trant waarvoor de grote verscheidenheid in blokvormige bouwvolumes en de ritmische gevelindeling met vele nissen en uitgebouwde steunberen kenmerkend is; tevens van belang uit oogpunt van de administratieve ontwikkeling van de spoorwegen, ontstaan als het is naar aanleiding van de fusie van de Mij. tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Hollandsche Spoorwegmaatschappij in 1917.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
COMPLEX OFFICE BUILDINGS. MAIN BUILDING I. Administration Building - later Main Building I of the Dutch Railways - designed by architects N.J. Kamperdijk and C. Vermeijs, built in 1870-71 in classical-eclectic style and extended according to design by A.C. Vink in 1879. Extensive block-shaped office building in eclectic forms of four full storeys on a basement.
The facades, partly executed in ashlar, partly in stucco, resting on a hard stone plinth with horizontal windows, and symmetrically arranged. In vertical terms divided by central and corner risalits and in horizontal terms by round-headed single and coupled T-windows in the stuccoed and tooled-joint bell-étage, by round and rectilinear T-windows with stucco framing with entablatures or cornices on the first storey, by rectilinear T-windows with stucco entablature with and without triangular pediment on the second storey and rectilinear T-windows with stucco framing on the third storey. The corner risalits framed by stuccoed, partly tooled-joint pilasters and crowned by stuccoed triangular pediment. The central risalits, of which the one at the recessed main entrance is provided with a portal with three round arches and cast-iron railings on the bell-étage and three doors in stucco framing and with cast-iron balcony rail on the first storey, likewise framed by stucco pilasters and crowned by a superstructure with segmental pediment with volutes and obelisk, on which is mounted a winged wheel with lightning bolts, depicting the speed of the railways. The corner risalits on the front provided with two such superstructures, respectively a large and a small one; those on the rear provided only with small superstructures. The corner risalits interconnected by a balustrade.
By means of a skybridge on the first storey this building was connected in 1895 with Main Building II.
Interiorly the original staircase remains, laid out according to the imperial stair principle - with alternating a double and a single flight - with iron railings and colonettes in eclectic style.
Office building in classical-eclectic style with symmetrical composition and use of classical motifs such as rusticated work, pilasters, pediments, round-headed windows, entablature framing and balustrade, and application of ashlar, alternated with stuccoed elements, as well as contemporary allegorical representations; also of importance from the perspective of the administrative development of the railways, created as it was following the relocation in 1869 of the Company for the Exploitation of State Railways from The Hague to Utrecht, which is furthermore expressed by the later added skybridge between Main Building I and II.
MAIN BUILDING II. Administration Building - later Main Building II of the Dutch Railways - designed by J.F. Klinkhamer and built in 1893-95 in neo-Renaissance style. Extensive office building consisting of two wings at right angles to each other and a smaller transverse wing, together forming a W-shaped plan, with a continuous central corridor and the work and meeting rooms and staircases on either side. Both main wings are erected in neo-Renaissance style in red brick enlivened by natural stone bands, cordon lines and drip mouldings, consoles, ornamental and projecting brickwork and covered by gabled roofs covered with slate and provided with large and small roof dormers; only on the side of the main entrance provided with ornamental wrought-iron roof crests. The connection between this complex and Administration Building I of the Dutch Railways, created in 1870-71 and designed by architects N.J. Kamperdijk and C. Vermeijs, is formed by a connecting section comprising four bays in the same style at the height of the first storey. The building, erected on a basement, resting on a hard stone plinth, comprising three full storeys, has a symmetrical character. In vertical terms articulated by central and corner risalits and in horizontal terms by latticed horizontal windows in the basement storey, windows under depressed arches in the bell-étage, windows with entablature under depressed arches on the first storey and coupled windows with half-columns or Gothic trefoils under depressed arches on the second storey.
The two surrounding corner risalits of the front façade provided with an extra storey with windows under depressed arches and a tower-like crown with carved natural stone bell gable-shaped elements with rectangular pediments and a richly carved openwork columned cupola with weathervane. The two risalits of the rear façade, protruding only on the long side, likewise provided with an extra storey and terminated by a spout gavel with obelisks and vases and an oculus at the top. The central risalit of the front façade contains on the bell-étage executed in light natural stone blocks the main entrance under a vaulted portal with richly carved depressed arch, on either side of which latticed windows with richly carved framing and lanterns. Staircase with non-original cladding. The field above comprising two storeys equipped with three coupled, round-headed windows with on the storey division natural stone field with three carved heads, from left to right respectively depicting: James Watt, Denis Papin and George Stephenson; at the height of the roof edge two natural stone reliefs, on the left a winged putto with broken chains, on the right a similar putto with pillars, symbolising steam power and electricity; above this the inscription ANNO - STAATSSPOORWEGEN - 1895; the whole crowned by richly carved natural stone pilaster gavel with volutes in the form of rams' heads, two carved figures respectively representing Mercury and Victoria - Trade and Industry - on either side of a clock surrounded by festoons, above which a shield with the Dutch coat of arms in an arched niche.
The small transverse wing in the middle has three storeys under a slate hipped roof with roof dormers and is executed in somewhat soberer forms than the two main wings, between which on the side of Laan van Puntenburg two cast-iron gates between gate posts crowned with lamps have been placed. Above the junction of the skybridge with Main Building I a natural stone openwork cupola tower with slate covered and urn-shaped crown. The skybridge contains four underpasses executed in light natural stone under depressed vaulting, with above each of the narrow underpasses a relief, respectively depicting Hercules taming the Nemean Lion and taming the Cretan Bull (signed E. v.d. Bossche and Crevels 1895), indicating strength, on the east side, and Velocitas (speed) on a chariot flying through the air (signed 1895, E. v.d. Bossche) on the north side of Moreelsepark, and on the side of Laan van Puntenburg two plaques each with a poem on the railways by Da Costa. The central column contains on each side a lion under a baldachin with shield with respectively the Dutch coat of arms and the coat of arms of the city Utrecht.
The storey in the form of a closed gallery with round-headed windows; crowning by balustrade with carved corner pieces and small pilasters. Internally the original staircase remains, laid out according to the imperial stair principle - with alternating a double and a single flight - with stuccoed pillar and wrought-iron ornamental railings and lit by simple stained glass windows, and furthermore the corridor system with pilasters and round arches and other stucco work.
Office building in neo-Renaissance style with characteristic use of a natural stone plinth and red brick, alternated with natural stone Renaissance details such as rusticated work, blocks, bands, obelisks, vases and lanterns, of arched recesses above the windows and furthermore of ornamental brickwork and projecting pilasters and with application of contemporary allegorical representations, and internally a large staircase and corridor systems with stucco work; also of importance from the perspective of the administrative development of the railways, which is furthermore evident from the skybridge between Main Building I and II, and the later added underground passage with Main Building III.
MAIN BUILDING III. Created as Main Building III of the Dutch Railways, an extensive, flat-roofed office building at the height of five storeys - basement, bell-étage and three storeys - entirely erected in brick in sober cubist-expressionist style according to design by G.W. van Heukelom in 1918-21 around a rectangular courtyard on a fully symmetrical basis with both on the outside and on the side of the courtyard a higher rising central risalit with entrance section in each of the façades (with the exception of the south-west façade on the inside), and with a high-rising staircase, or combined water tower as the crown of the main entrance situated on the north-east side; the whole surrounded by a low brick garden wall, partly composed of defective bricks and furthermore provided with block-shaped reinforcements, in correspondence with the buttresses against the façades that taper in steps upward, which respectively comprise 19 and 16 bays. Apart from these buttresses the façades are further articulated by the recessed high narrow windows with equal steel glazing bars, but varying in length and width and rhythmically grouped by two, three or four, in each bay treated as a sparing field with lisenes and tooth friezes as framing. The triple main entrance with wide and high natural stone steps, contains rectilinearly terminated, stepping back recesses in which the double wooden doors with copper railings are placed and which are crowned by terracotta friezes, which like the four higher placed stylised heads were created by W.C. Brouwer, as well as lead lamp holders, set back into the front façade and repeated at the corners, provided with motifs related to the Amsterdam School and curling forms.
On the south-west side likewise a recessed entrance section in the same manner as the main entrance, albeit executed singly, with double steps behind a high balustrade. Opposite the north-east façade between Moreelsepark and Catharijnebaan a garden wall in the same style - with a meandering plan - executed as around the main building. The interior contains a large entrance hall, the so-called pilaster hall, which is provided with laid-brick pillars and pilasters - on which depressed arches rest - as well as wainscoting of glazed yellow-green brick and a flat beam ceiling. This hall gives access to the surrounding, executed in the same manner broad central corridor - provided with coffered ceilings - on either side of which the work and meeting rooms based on equal measurement units are situated, each having an oak door and of which the original oak wainscoting remains in the commissioners' room and in the current staff room; these rooms furthermore contain the original wooden beam ceilings, which however are supported by exposed concrete beams with consoles, as well as a clock executed in ceramics and - in the commissioners' room - three copper boat-shaped lamps from the period of construction. The main staircase is arranged around the tower in such a way that a view of the coffered ceiling above the tower is possible through various openings between the pillars, and is furthermore lit by ornamental stained glass windows; the side staircases are somewhat more soberly executed; the storey height is indicated by a figure executed in ceramics, placed opposite the main staircase.
Soberly detailed office building in contemporary brick construction, set up according to rationalist principles - recognizable in the symmetrical evenly distributed plan and the application of as many windows as possible, as well as in the emphasis on construction through the use of buttresses, pilasters and arches - and designed in a cubist-expressionist style for which the great variety in block-shaped building volumes and the rhythmic façade articulation with many niches and projecting buttresses are characteristic; also of importance from the perspective of the administrative development of the railways, created as it was following the merger of the Company for the Exploitation of State Railways and the Hollandsche Spoorwegmaatschappij in 1917.
Nearby in the register
- Schoolgebouw, Laan van Puntenburg 2Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- SterrehofSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- SterrehofSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- SterrehofSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.