TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Textielfabriek, Goirkestraat 88

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Textielfabriek
Category
onroerend gebouwd
Address
Goirkestraat 88, 5046 GN Tilburg (and others)
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.57098, 5.08063
Monument number
46925

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Zeelandiae Comitatus" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Voormalig fabriekscomplex van voorheen de N.V. Wollenstoffenfabriek C. Mommers & Co en anderen; een voor de 19e- en 20e-eeuwse ontwikkeling van de Tilburgse textielnijverheid kenmerkend en gaaf fabriekscomplex, dat tesamen met de omringende bebouwing een nog gaaf en voor de 19e- en 20e-eeuwse textielstad Tilburg specifiek industrieel landschap vormt. Op het fabrieksterrein waren achtereenvolgens/gelijktijdig gevestigd de firma A. Pessers Azn. (1857-1922), de N.V. Wollenstoffenfabriek C. Mommers & Co (1861-1951), de N.V. Wollenstoffenfabriek George Droge (1922-1978), de N.V. Wollenstoffenfabriek Brouwers van Glabbeek (1951-1963) en tenslotte de in steeds grotere N.V.'s opgaande firma M. van Beurden van Moll (1964-1980).

De afzonderlijke gebouwen, aangegeven op bijgevoegde kaart, kunnen als volgt worden omschreven:

- Het in 1885 en 1894 in opdracht van C. Mommers gebouwde, in schoon metselwerk opgetrokken, 18 vensterassen lange fabrieksgebouw (1A en 1B) van 3,5 bouwlaag onder met blauwe Hollandse pannen gedekt zadeldak tussen puntgevels. De lange gevels hebben op de begane grond 6-ruits rondboogvensters en enige deuren, op de 1e en 2e verdieping getoogde 6-ruits vensters en op de 3e verdieping lage getoogde 8-ruits vensters; zij zijn geleed door (hoek)pilasters, die om de twee vensterassen zijn aangebracht en aan de bovenzijde zijn verbonden door een uitkragende, gemetselde gootlijst. De kopgevels - met in het midden een deur met halfrond bovenlicht en luiken op de verdiepingen, met aan weerszijden 4- en 6-ruits getoogde vensters - hebben een gemetseld, vanaf de hoekpilasters opklimmend tandfries en gesneden windveren ter beëindiging van de geveltop, die boven de hijsbalk bekroond wordt door een fioel; in de westelijke kopgevel twee gevelstenen met het opschrift: W. Mommers, 15 juni 1885.

Alle gevels zijn rijkelijk voorzien van sierlijk gesmede muurankers. Inwendig: de vloeren bestaan uit met delen gedekte, zware samengestelde balklagen, waarvan de moerbalken ondersteund worden door gietijzeren kolommen met sokkel, kapiteel en console ter ondersteuning van het voormalige aandrijfmechanisme; de vloer van de vierde bouwlaag is door middel van trekstangen opgehangen aan de zware houten kapspanten.

Deze "hoogbouw" is kenmerkend voor de eerste periode (ca 1860-ca 1900) van de (vrijwel) volledige mechanisatie van het fabricageproces, waarbij het gehele machinepark - doorgaans op de begane grond de natappretuur en de spinnerij, op de 1e verdieping de weverij, op de 2e (en e.v. 3e) verdieping de droogappretuur en e.v. de "selfactors", op de 3e verdieping (en zolder) de stopperij, nopperij en de magazijnen - via een overbrengingssysteem centraal werden aangedreven door stoomkracht.

- Het uit 1894 daterende, in schoon metselwerk opgetrokken, zeven vensterassen lange gebouw (II B; aanvankelijk smederij, later ververij en duivelhok) met verdieping onder met blauwe Hollandse pannen gedekt zadeldak tussen tuitgevels; lange gevels zijn geleed door middel van (hoek)pilasters, aan de bovenzijde verbonden door een uitkragende, gemetselde gootlijst; in de zuidgevel op de begane grond rondboog (T-) en secundaire rechtgesloten 20-ruits vensters en deur met halfrond bovenlicht, op de verdieping getoogde 6-ruits vensters en boven het midden een gemetselde dakkapel met hijsbalk en -luik; in de westgevel secundaire, rechtgesloten vensters; in de noordgevel op de begane grond lage getoogde en op de verdieping (sec.) rechtgesloten vensters; staafankers.

- Tegen de oostgevel van de "smederij" en in het verlengde ervan het uit 1915 daterende "wolmagazijn" (III); in schoon metselwerk opgetrokken, vlakgedekt gebouw met verdieping, voorzien van enige rechtgesloten vensters en deuren.

- In oorsprong uit ca. 1894 daterende "hoogbouw" (VI) van twee bouwlagen, die in 1950 van een vlakgedekte tweede verdieping voorzien werd en ook overigens sterk verbouwd werd, waarbij de architectuur aangepast werd aan die van de in opdracht van G. Droge, in strakke vormgeving uitgevoerde uitbreiding (IV) tegen de westgevel, welke uit 1940 dateert, drie bouwlagen telt, een betonskelet met gemetselde borstwering onder de stalen ramen met o.a. 6- en 36-ruits roedenverdeling heeft en - met uitzondering van de vlakgedekte voorbouw aan de westzijde - afgedekt is door twee sheddaken.

- Tegen de noordgevel van de "hoogbouw" een door de firma Pessers in 1910 gebouwde en in 1935 verbouwde fabriekshal (V) met stalen spanten en onder een zestal met eterniet golfplaten en glas gedekte sheddaken.

- Uit 1889 daterende, in schoon metselwerk opgetrokken voormalige fabrikantenwoning (VIII; het "kantoor") met verdieping onder met blauwe muldenpannen gedekt omlopend schilddak met "oeils de boeuf" (zuid- en westzijde) en dakkapellen (noord- en oostzijde); getoogde schuifvensters (T-vensters met 3-ruits bovenlicht) met hardstenen onderdorpels en aan de zuid- en westzijde natuurstenen sluit- en aanzetstenen in de strekken; aan de zuid- en westzijde hoekpilasters en een fries van tegels tussen twee gemetselde tandlijsten; tegen de oostgevel een aanbouw met verdieping onder met blauwe kruispannen gedekt zadeldak, voorzien van rechtgesloten vensters met roedenverdeling en van hijsluik en -balk in oostgevel.

- In opdracht van C. Mommers in 1877 gebouwde, later diverse keren vergrote, in schoon metselwerk opgetrokken weverij (IX; grote hal zonder verdieping) onder vier met blauwe Hollandse pannen en glas gedekte sheddaken tussen asymmetrische tuitgevels; volledige houten constructie, bestaande uit zware dekbalken, waarop de kapspanten staan, rustend op eikehouten kolommen met sleutelstuk en korbelen.

In 1885 in opdracht van C. Mommers gebouwd(e), in schoon metselwerk opgetrokken schoorsteen, stoommachinegebouw en ketelhuis (X); langgerekt GEBOUW met verdieping onder met Hollandse pannen gedekt zadeldak en met getoogde vensters; tegen de westgevel een vlakgedekte aanbouw zonder verdieping met lichtkapje op het dak en ernaast de hoge schoorsteen.

In circa 1890 gebouwd, in schoon metselwerk opgetrokken (zuidgevel gepleisterd) woonhuis (XI; oorspronkelijk vermoedelijk woonhuis van de fabrikantenfamilie Pessers) met verdieping onder met Hollandse pannen gedekt zadeldak; deels getoogde vensters (westgevel), deels rechtgesloten vensters in getoogde vensternissen; voorgevel (west) met hoekpilasters, risalerende voormalige ingangspartij met balcon op verdieping, fries van tegels als gevelbeeindiging en natuurstenen plint, onderdorpels, banden, sluit- en aanzetstenen in de strekken.

Vermoedelijk uit circa 1925 daterend, in opdracht van G. Droge gebouwd en in schoon metselwerk opgetrokken ketelhuis onder met pannen en glas gedekt mansardedak en aangrenzende (oostzijde) hoge schoorsteen met uitkragende bovenrand en n witte baksteen in de top gemetseld de letters G D.

Van hetgeen nog bewaard gebleven is, is het onderhavige fabriekscomplex - met name ook door de aanwezigheid van de bijbehorende fabrikantenwoningen, ketelhuizen, schoorstenen en andere bijgebouwen - het meest gave, complete en representatieve voorbeeld van de in de bouwwijze - de etagebouw representeert de periode der mechanisatie van het produktieproces; de sheddakenbouw en de hallenbouw representeren de periode der modernisatie en rationalisatie van het productieproces - tot uitdrukking komende ontwikkeling der Brabantse textielnijverheid in de tweede helft van de 19e en de 20e eeuw.

Als representant van een der eerste grootschalige en gemechaniseerde takken van onze nationale nijverheid is dit complex dan ook van nationaal belang uit een oogpunt van de geschiedenis der nijverheid en techniek.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Former factory complex of the former N.V. Wollenstoffenfabriek C. Mommers & Co and others; a factory complex characteristic of and intact in the 19th and 20th century development of Tilburg's textile industry, which together with the surrounding buildings forms a still intact and for the 19th and 20th century textile city of Tilburg specifically industrial landscape. On the factory site were successively/simultaneously established the firm A. Pessers Azn. (1857-1922), the N.V. Wollenstoffenfabriek C. Mommers & Co (1861-1951), the N.V. Wollenstoffenfabriek George Droge (1922-1978), the N.V. Wollenstoffenfabriek Brouwers van Glabbeek (1951-1963) and finally the firm M. van Beurden van Moll (1964-1980) consolidated into ever larger N.V.'s.

The individual buildings, indicated on the attached map, can be described as follows:

- The factory building (1A and 1B) built in 1885 and 1894 by order of C. Mommers, constructed in fine brickwork, 18 window bays long, of 3.5 storeys, covered with a blue Dutch-tile gabled roof between pointed gables. The long facades have on the ground floor 6-pane round-arch windows and several doors, on the 1st and 2nd storeys hooded 6-pane windows and on the 3rd storey low hooded 8-pane windows; they are articulated by (corner) pilasters, which are placed every two window bays and are connected at the top by an overhanging, moulded drip moulding. The end gables - with in the centre a door with semicircular fanlight and shutters on the storeys, with on either side 4- and 6-pane hooded windows - have a moulded, rising from the corner pilasters tooth frieze and carved wind braces to terminate the gable top, which above the hoist beam is crowned by a spire; in the western end gable two gable stones with the inscription: W. Mommers, 15 June 1885.

All facades are richly provided with ornamental wrought iron wall anchors. Internally: the floors consist of heavily covered, solid composite beam layers, of which the main beams are supported by cast-iron columns with base, capital and console to support the former drive mechanism; the floor of the fourth storey is suspended by means of tie rods from the heavy wooden roof trusses.

This "high-rise" is characteristic of the first period (circa 1860-circa 1900) of the (virtually) complete mechanisation of the manufacturing process, whereby the entire machinery - usually on the ground floor the wet finishing and spinning, on the 1st storey the weaving, on the 2nd (and possibly 3rd) storey the dry finishing and possibly the "selfactors", on the 3rd storey (and loft) the stopping, napping and the warehouses - via a transmission system were centrally driven by steam power.

- The building dating from 1894, constructed in fine brickwork, seven window bays long (II B; originally smithy, later dye house and devil's corner) with storey, covered with a blue Dutch-tile gabled roof between spout gables; long facades are articulated by means of (corner) pilasters, connected at the top by an overhanging, moulded drip moulding; in the south facade on the ground floor round-arch (T-) and secondary square-headed 20-pane windows and door with semicircular fanlight, on the storey hooded 6-pane windows and above the centre a moulded roof dormer with hoist beam and shutter; in the west facade secondary, square-headed windows; in the north facade on the ground floor low hooded and on the storey (secondary) square-headed windows; staple anchors.

- Against the east facade of the "smithy" and in continuation of it the "wool warehouse" (III) dating from 1915; constructed in fine brickwork, flat-roofed building with storey, provided with several square-headed windows and doors.

- The "high-rise" (VI) originally dating from circa 1894 of two storeys, which in 1950 was provided with a flat-roofed second storey and was also otherwise substantially rebuilt, with the architecture adapted to that of the extension (IV) executed in strict design by order of G. Droge, against the west facade, which dates from 1940, comprises three storeys, a concrete skeleton with moulded breastwork beneath the steel-framed windows with inter alia 6- and 36-pane glazing bars and - with the exception of the flat-roofed front building on the west side - is covered by two sawtooth roofs.

- Against the north facade of the "high-rise" a factory hall (V) built by the firm Pessers in 1910 and rebuilt in 1935 with steel trusses and beneath six sawtooth roofs covered with corrugated asbestos cement and glass.

- Former manufacturer's residence (VIII; the "office") dating from 1889, constructed in fine brickwork, with storey, covered with a blue multi-tile hipped roof with "oeil de boeuf" windows (south and west sides) and roof dormers (north and east sides); hooded sash windows (T-windows with 3-pane fanlight) with ashlar window sills and on the south and west sides natural stone closing and setting stones in the courses; on the east facade an extension with storey, covered with a blue cross-tile gabled roof, provided with square-headed windows with glazing bars and with a hoist shutter and beam in the east facade.

- Weaving mill (IX; large hall without storey) built by order of C. Mommers in 1877, later enlarged several times, constructed in fine brickwork, beneath four sawtooth roofs covered with blue Dutch tiles and glass between asymmetrical spout gables; complete wooden construction, consisting of heavy tie beams, on which the roof trusses rest, resting on oak columns with keystones and corbels.

Chimney, steam engine building and boiler house (X) built in 1885 by order of C. Mommers, constructed in fine brickwork; elongated building with storey, covered with a Dutch-tile gabled roof and with hooded windows; against the west facade a flat-roofed extension without storey with a light turret on the roof and next to it the tall chimney.

Residence (XI; originally presumably the residence of the manufacturer family Pessers) built in circa 1890, constructed in fine brickwork (south facade plastered), with storey, covered with a Dutch-tile gabled roof; partly hooded windows (west facade), partly square-headed windows in hooded window openings; front facade (west) with corner pilasters, projecting former entrance section with balcony on storey, tile frieze as facade termination and natural stone plinth, window sills, bands, closing and setting stones in the courses.

Boiler house dating presumably from circa 1925, built by order of G. Droge and constructed in fine brickwork, with storey, covered with a mansard roof of tiles and glass and adjoining (east side) tall chimney with overhanging upper edge and with the letters G D moulded in white brick in the top.

Of what still survives, the present factory complex - in particular also through the presence of the associated manufacturer residences, boiler houses, chimneys and other outbuildings - is the most intact, complete and representative example of the development expressed in the building method - the multi-storey building represents the period of mechanisation of the production process; the sawtooth roof construction and the hall construction represent the period of modernisation and rationalisation of the production process - coming to expression in the development of Brabant's textile industry in the second half of the 19th and 20th centuries.

As a representative of one of the first large-scale and mechanised branches of our national industry, this complex is therefore of national importance from the point of view of the history of industry and technology.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map