Rijksmonumentenregister · Netherlands
Zonnestraal
Hilversum, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gezondheidszorg
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Loosdrechtse Bos 11, 1213 RH Hilversum (and others)
- Place
- Hilversum
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.20068, 5.15318
- Part of complex
- 522753
- Monument number
- 46771
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In oorsprong axiaal-symmetrisch aangelegd geheel van losstaande gebouwen met verbindend wegenstelsel, ontworpen als sanatorium met voor- en nazorginrichting en arbeidstherapie, genaamd "Zonnestraal" bestaande uit een hoofdgebouw, waarin destijds de medische afdelingen en eetzaal waren ondergebracht, twee paviljoens, waarin te weerszijden van een conversatiezaal twee ziekenafdelingen voor elk 25 patiënten waren geprojecteerd, alles tot stand gebracht in een voor het Nieuwe Bouwen kenmerkende stijl naar ontwerp van J. Duiker en B. Bijvoet in 1926-28, met latere, reeds bij de aanvang voorziene uitbreidingen, een in fasen tot stand gekomen groep van vier werkplaatsen met mottoren (1927-1934) en een dienstbodengebouw uit 1931.
De gebouwen, waarin uitsluitend geometrische vormen in nauwgezet berekende maten zijn aangewend, zijn geheel geconstrueerd uit gewapend beton, dat witgepleisterd is, met glas en staal, met toepassing van vrijstaande kolommen die aan de bovenzijde van afgeschuinde verzwaringen zijn voorzien; de onversierde vlakke gevels bevatten over de gehele lengte tot het plafond en tot de hoekpunten doorlopende ramen, gevat in, oorspronkelijk blauw geverfde, stalen sponningen, op subtiele wijze variërend in grootte. Ook de deuren bestaan geheel uit glas, gevat in stalen sponningen. De onderlinge verbondenheid van deze losstaande gebouwen wordt voorts beklemtoond door de herhaling van de hoofdvormen en door de rondom geplaatste, witgepleisterde betonnen tuinmuurtjes.
Het plat afgedekte hoofdgebouw met twee bouwlagen is samengesteld uit drie evenwijdige vleugels, in de benedenverdieping oorspronkelijk bestemd voor respectievelijk medische afdeling, keuken en apotheek, badgelegenheid en ketelhuis, met daar tussen in gesitueerde doorritten. In de NW-hoek sluit hier via een gang een vierde, korte vleugel aan, bestemd tot ziekenafdeling. Op de bovenverdieping is het hoofdgebouw samengesteld uit een ongedeelde, oorspronkelijk voor eet- en recreatiezaal bestemde ruimte, met als grondvorm een Grieks kruis. Het wordt bekroond door een lage, vierkante lantaarn onder cirkelvormig dak. De noordgevel bevat in het midden een half over de rooilijn heen gebouwde wenteltrap, welke is opgenomen in een kubusvormige ruimte in de benedenverdieping en in een glazen cilindervormige ruimte op de bovenverdieping. De zuidgevel bevat links van het midden een half open trappenhuis eveneens half over de rooilijn heen gebouwd, waarin een spiltrap. Op de verdiepingloze gedeelten der benedenverdieping bevinden zich terrassen, behalve aan de noordzijde, ten dele overhuifd door de als luifels doorgetrokken daken van de bovenbouw, ten dele onoverdekt en voorzien van een lage borstwering met leuning; stalen balkonnetjes in de "oksel" van de bovenbouw. In de westelijke hoek tussen de zuidvleugel beneden en de Z-arm der bovenverdiepingen bevindt zich de watertoren, waarvan de eenmaal uitgekraagde cilinder van het waterreservoir boven het dak uitsteekt. Lage tuinmuurtjes rondom het hoofdgebouw.
De twee plat afgedekte paviljoens met verdieping zijn onder een hoek van 22graden 30' ten opzichte van het hoofdgebouw geprojecteerd en spiegelbeeldig aan elkaar ontworpen. Van de paviljoens, oorspronkelijk A en B genaamd, later Prof. Henri ter Meulen- en Mr H.C. Dresselhuyspaviljoen geheten, is het eerste thans sterk gewijzigd (onder andere door het in 1955-'58 dichtzetten van de balkons en het aanbrengen van een andere raamvorm), maar niettemin als pendant herkenbaar. Het tweede werd, na tijdelijke stopzetting van de bouw, in 1931 voltooid. Elk paviljoen is in oorsprong samengesteld uit een langgerekte noordelijke vleugel met een uitbouw langs de halve gevel, onder een hoek van 135 graden aansluitend aan het een bouwlaag hoge middengedeelte, en een daaraan evenwijdig gesitueerde zuidelijke vleugel, alle onderling verbonden door middel van een doorlopende middengang en voorzien van half open, cilindervormige en spiraalvormige trappenhuizen met spiltrap aan de korte zijden. Aansluitend aan de benedenverdieping, merendeels aan de zuidzijde (maar nooit aan de noordzijde) terrassen, voorzien van een lage, witgepleisterde tuinmuur; op de verdieping bevinden zich, thans alleen bij het Dresselhuyspaviljoen, langs de gehele gevel balkons, welke worden overhuifd door de als luifels doorgetrokken daken en welke zijn voorzien van een lage borstwering met stalen leuning; het dak van de beide uitbouwen dient als terras en is rondom voorzien van een stalen leuning.
Twaalfzijdig dienstboden/verpleegstershuis van twee bouwlagen onder een plat cirkelvormig dak met flauw hellend twaalfzijdig dakvenster. Het gebouw is voorzien van een betonnen draagconstructie, stalen borstweringen en grote vensters. Inwendig achttien spievormige kamertjes rondom een centrale, ronde vide. Vier werkplaatsen met gebogen daken, gesitueerd in een halve cirkel tegenover een mottoren die bovengronds bestaat uit een witgepleisterde ronde pijp met stookluik.
De twee in 1927 gebouwde werkplaatsen hebben houten spanten, voorgevels met afgeschuinde windverbanden en een glaspui. De twee werkplaatsen uit 1931 en 1934 hebben houten spanten en voorgevels met glaspui.
Waardering
Samenstel van gebouwen dat, op internationaal niveau, exemplarisch is voor het Nieuwe Bouwen wegens a) de geheel op de oorspronkelijke bestemming van het geheel, sanatorium met voor- en nazorg-inrichting, en arbeidstherapie, afgestemde opzet, waarbij het bewegen tot uitgangspunt heeft gediend, en waarbij bepaalde vormen welbewust zijn herhaald om zo visueel een verbinding te leggen tussen ruimten met eenzelfde gebruik, hetgeen tot uitdrukking komt in de axiaal- symmetrische groepering van de losstaande, lage gebouwen, de oorspronkelijke doorritten in het hoofdgebouw, doorlopende gangen in de paviljoens en de vierkante en cilindrische vorm van respectievelijk conversatieruimten en trappenhuizen, alsook in de toepassing van zoveel mogelijk terrassen, balkons, draaibare ramen en scheve projectie van de paviljoens ten opzichte van het hoofdgebouw ten behoeve van een maximale toetreding van licht en lucht, mede terwille van de destijds in zwang zijnde zonnetherapie, en een zo rechtstreeks mogelijk contact met de natuur.
b) de consequente toepassing van de esthetische principes van het functionalisme, uitgaande van de eigen kwaliteiten en eigenschappen van het bouwmateriaal en een vaste maateenheid, afgestemd op de menselijke schaal, hier gebaseerd op vierkanten van 1,50 meter x 1,50 meter., die zowel in grondplan als in ruimtelijke opbouw steeds is volgehouden ten behoeve van heldere verhoudingen. Hierdoor is het complex een der eerste voorbeelden, waarbij het gebruik van beton welbewust zichtbaar is gemaakt en tevens een geheel nieuwe, op de grotere overspanningsmogelijkheden van beton gebaseerde architectuur tot stand is gekomen, waarvan constructie en vormgeving van exterieur en interieur aan elkaar gelijk zijn en waarbij voorts ontmaterialisering en een zo groot mogelijk verweven van binnen- en buitenruimte is nagestreefd door toepassing van witgepleisterde, vlakke gevels met zoveel mogelijk glasvensters, terrassen, balkons, open trappenhuizen en tuinmuurtjes. Als zodanig is dit geheel, ondanks de later wijzigingen, van algemeen belang wegens bijzondere architectuurhistorische en oudheidkundige waarde en tevens uit sociaalhistorische oogpunt als eerste therapeutisch sanatorium-complex, dat uit eigen kring voor de arbeiders tot stand is gekomen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Originally axiomatically-symmetrically laid out ensemble of detached buildings with connecting road network, designed as a sanatorium with pre- and post-care facility and occupational therapy, named "Zonnestraal" consisting of a main building, in which at that time the medical departments and dining hall were housed, two pavilions, in which on either side of a conversation hall two hospital wards for 25 patients each were projected, all realized in a style characteristic of the New Building movement according to designs by J. Duiker and B. Bijvoet in 1926-28, with later expansions already foreseen at the outset, a group of four workshops with motors (1927-1934) realized in phases and a servants' building from 1931.
The buildings, in which exclusively geometric forms in carefully calculated dimensions are employed, are entirely constructed of reinforced concrete, which is whitewashed, with glass and steel, with the application of free-standing columns which at the top are provided with bevelled reinforcements; the undecorated flat facades contain windows running the full length to the ceiling and to the corners, set in, originally blue-painted, steel frames, varying in size in a subtle manner. The doors too consist entirely of glass, set in steel frames. The mutual connection of these detached buildings is further emphasized by the repetition of the main forms and by the whitewashed concrete garden walls placed all around.
The flat-roofed main building with two storeys is composed of three parallel wings, on the ground floor originally intended respectively for medical department, kitchen and pharmacy, bathing facilities and boiler room, with passageways situated between them. In the NW corner a fourth, short wing adjoins here via a corridor, intended for a hospital ward. On the upper storey the main building is composed of an undivided space, originally intended for dining and recreation hall, with a Greek cross as ground plan. It is crowned by a low, square lantern under a circular roof. The north facade contains in the middle a spiral staircase half projecting beyond the building line, which is incorporated in a cube-shaped space on the ground floor and in a glass cylindrical space on the upper storey. The south facade contains to the left of the middle a half-open stairwell likewise half projecting beyond the building line, containing a spiral stair. On the storey-less parts of the ground floor there are terraces, except on the north side, partly roofed over by the roofs of the superstructure extended as canopies, partly uncovered and provided with a low parapet with railing; steel balconies in the "armpit" of the superstructure. In the western corner between the south wing below and the S-arm of the upper storeys is located the water tower, whose once cantilevered cylinder of the water reservoir projects above the roof. Low garden walls around the main building.
The two flat-roofed pavilions with storey are projected at an angle of 22 degrees 30' with respect to the main building and designed as mirror images of each other. Of the pavilions, originally called A and B, later named Prof. Henri ter Meulen and Mr H.C. Dresselhuis pavilion, the first is now greatly altered (among other things by the closing off of the balconies in 1955-'58 and the application of a different window form), but nevertheless recognizable as a pendant. The second was, after temporary suspension of construction, completed in 1931. Each pavilion is originally composed of an elongated northern wing with an extension along half the facade, joining at an angle of 135 degrees to the one-storey middle section, and a southern wing situated parallel to it, all mutually connected by means of a continuous middle corridor and provided with half-open, cylindrical and spiral-shaped staircases with spiral stair at the short sides. Adjoining the ground floor, mostly on the south side (but never on the north side) terraces, provided with a low, whitewashed garden wall; on the storey, now only at the Dresselhuis pavilion, along the entire facade balconies, which are roofed over by the roofs extended as canopies and which are provided with a low parapet with steel railing; the roof of both extensions serves as a terrace and is provided all around with a steel railing.
Twelve-sided servants'/nurses' building of two storeys under a flat circular roof with gently sloping twelve-sided roof light. The building is provided with a concrete load-bearing structure, steel parapets and large windows. Internally eighteen pie-shaped small rooms around a central, round void. Four workshops with curved roofs, situated in a half circle opposite a motor house which above ground consists of a whitewashed round pipe with stoking flap.
The two workshops built in 1927 have wooden trusses, front facades with bevelled wind bracing and a glass frontage. The two workshops from 1931 and 1934 have wooden trusses and front facades with glass frontage.
Valuation
Ensemble of buildings which, at an international level, is exemplary of the New Building movement because of a) the layout entirely adapted to the original purpose of the whole, sanatorium with pre- and post-care facility, and occupational therapy, wherein movement has served as the starting point, and wherein certain forms have been deliberately repeated so as to visually establish a connection between spaces with the same use, which is expressed in the aximatically-symmetrical grouping of the detached, low buildings, the original passageways in the main building, continuous corridors in the pavilions and the square and cylindrical form of respectively conversation spaces and staircases, as well as in the application of as many terraces as possible, balconies, movable windows and skewed projection of the pavilions with respect to the main building for the purpose of maximum admission of light and air, also for the sake of the sun therapy then in vogue, and as direct as possible contact with nature.
b) the consistent application of the aesthetic principles of functionalism, proceeding from the intrinsic qualities and properties of the building material and a fixed unit of measurement, adapted to the human scale, here based on squares of 1.50 metres x 1.50 metres, which both in ground plan and in spatial composition has always been maintained for the sake of clear proportions. Thereby the complex is one of the first examples wherein the use of concrete has been deliberately made visible and at the same time an entirely new architecture based on the greater spanning possibilities of concrete has been created, wherein construction and form of exterior and interior are equal to each other and wherein furthermore dematerialization and as great as possible interweaving of interior and exterior space has been aspired to through the application of whitewashed, flat facades with as many glass windows as possible, terraces, balconies, open staircases and garden walls. As such, this ensemble, notwithstanding the later alterations, is of general importance on account of particular architectural-historical and archaeological value and moreover from a socio-historical point of view as the first therapeutic sanatorium complex which was created from its own circle for the workers.
Nearby in the register
- Tbc-huisje, Loosdrechtse Bos bij 15Gezondheidszorgunder 1 mi
- De PampahoeveKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Boerderij, Hoorneboeg 2Boerderijunder 1 mi
- Gedenkteken(D6), Loosdrechtse Bos bij 27Gedenktekenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.