TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kasteel Amstenrade

Amstenrade, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Kasteel
Category
onroerend gebouwd
Address
Hagendorenweg 1, 6436 CR Amstenrade (Beekdaelen 31)
Place
Amstenrade
Municipality
Beekdaelen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.93992, 5.92587
Part of complex
456066
Monument number
456108

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1708 map "Le Limbourg." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HOOFDGEBOUW (Kasteel Amstenrade). Bakstenen hoofdgebouw bestaande uit een hoofd- en een haaks hierop gesitueerde zijvleugel uit de laatste kwart van de 18e eeuw met op de westhoek een vierkante toren, als overblijfsel van het 17e-eeuwse kasteel. Het statige hoofdgebouw, opgetrokken in drie verdiepingen boven een souterrain en afgedekt door vlakke, onderaan in schoten uitlopende leien daken (Maasdekking) - een zadeldak over de hoofdvleugel en een schilddak over de zijvleugel - is een goed voorbeeld van het weelderige Luikse classicisme uit het einde van de 18e eeuw. Het huis werd in opdracht van de toenmalige eigenaar Nicolas Willems gebouwd ter vervanging van het 17e-eeuwse kasteel naar ontwerp van de Luikse architect Bartholome Digneffe (1724-1784). Door de plotselinge dood van de eigenaar in de jaren '80 van de 18e eeuw werd het ontwerp, dat uit een hoofdvleugel en twee zijvleugels bestond, die een vierkante 'cour d'honneur' zouden moeten omsluiten, niet geheel uitgevoerd. Door het niet gereedkomen van de rechter vleugel, waarvan slecht een deel van de ondergronds bewaard gebleven fundamenten werden opgetrokken, kreeg het huis een geheel andere indeling dan oorspronkelijk bedoeld was. De grote hal in de hoofdvleugel werd zaal en de hal werd centraal in de zijvleugel geprojecteerd.

De muren van de vleugels zijn deels door pilasters met trigliefen aan de bovenkant geleed en worden door een kroonlijst afgesloten (met uitzondering van de korte NO- zijde), die ter hoogte van de pilasters verkropt.

De door een kroonlijst afgesloten hoofdvleugel heeft aan de voorzijde een door vier pilasters (met trigliefen aan de bovenkant) in drie traveeën gelede middenpartij onder een fronton. In het fronton een radvormig-venster met een 12-ruitsindeling. Tussen de pilasters bevinden zich drie rondboogingangen in hardstenen omlijstingen, die naar boven in mergel zijn aangevuld en afgedekt door smalle door een voluut-console gestutte rechte profiellijsten. In de rondboogingang een dubbele deur met 10-ruitsindeling (per deur) met een halfrond door spaakroeden in 10 ruiten geleed bovenlicht. Aan weerszijden van de middenpartij, die vooraf wordt gegaan door een hardstenen bordes van vier treden, een enkele venstertravee met beganegronds een 28-ruits segmentboog-venster in mergelomlijsting. Op de eerste en tweede verdieping respectievelijk een 24- en 16-ruits segmentboog-venster in mergelomlijsting. Op de eerste en laatste travee een houten dakkapel met 6-ruits segmentboog-venster. De achtergevel heeft een aan de voorgevel identieke doch niet uitspringende middenpartij, met identieke vensterindelingen, echter zonder radvormig-venster in het fronton. De centraal gelegen drie rondboogingangen in hardsteen dateren uit ca. 1886, toen naar ontwerp van de architect Hendrik Beijaert (1823-1894), afkomstig uit Kortrijk, het huidige bordes met omgedraaid T-vormige bordestrap tegen de middenpartij werd gebouwd. Het bakstenen bordes en de trap, waarvan de keermuur aan de voorzijde naar de zijkanten licht gebogen uitzwenkt, zijn voorzien van een mergelstenen balustrade van kettingschalmen met zuilstompen op de hoeken. In de korte NO-zijde van het bordes, waarvan de naar buiten gericht hoeken van mergelstenen hoekblokken zijn voorzien, een deur; in de korte ZW-zijde een 6-ruitsvenster met diefijzers. Tijdens een restauratie van het huis in 1982 werd ter weerszijden van laatstgenoemd venster een halfronde ingang naar twee toen eveneens ingerichte hondehokken onder het bordes in de muur uitgespaard; ervoor werd als erfafscheiding een eenvoudig ijzeren hek geplaatst. Aan weerszijden van de middenpartij aan de achterzijde een enkele venstertravee met vensteromlijstingen als aan de voorzijde. De vensters in de linker travee zijn blind en de vensters in de rechter travee zijn identiek aan de vensters aan de voorzijde. Op souterrain-niveau ter hoogte van de linker en rechter travee en 12-ruitsvenster met diefijzers.

De toren, die twee verdiepingen hoger is als de vleugels, eindigt in een mergelstenen attiek en een op de hoeken afgeschuinde koepel en wordt bekroond door een gesloten lantaarn met piroen. Aan de vier zijden vertoont de koepel een halfronde dakkapel met radvormig-venster met 12-ruitsindeling. De attiek heeft de vorm van een schijn-balustrade, versierd met kettingschalmen en aan de hoeken getooid met gecanneleerde zuilstompen. De vensters van de toren zijn qua omlijsting gelijk aan die van de vleugels, met uitzondering van de ovale oculi met 32-ruitsindelingen in rechte mergelomlijstingen onmiddellijk onder de attiek. De mergelblokken op de hoeken van het torenmuurwerk stammen nog uit de 17e eeuw, evenals de rechthoekige deels dichtgemetselde vensters in hardsteen in de provisorisch afgesloten NO-gevel van de hoofdvleugel. Afgezien van de beganegrond, waar de vensteromlijstingen van empire 8-ruits vensters zijn voorzien, zijn de vensterindelingen identiek aan die van de vensters van de vleugels. Voorts per torenzijde op souterrain-niveau twee 9-ruits segmentboog-vensters met diefijzers en op de derde verdieping twee segmentboog-vensters met 12-ruitsindeling.

De bakstenen muren van de zijvleugel zijn op de buitenhoeken versierd met mergelstenen pilasters met trigliefen aan de bovenkant; verder is aan de zijde van de 'cour d'honneur' de eindtravee van dit gedeelte door een dergelijke pilaster van het overige muurvlak afgescheiden. De gevel van de zijvleugel aan de 'cour d'honneur' is in vijf venstertraveeën geleed met beganegronds twee dubbele deuren met 10-ruitsindelingen (per deur) met 8-ruitsbovenlicht, gelegen op de centrale travee (hoofdingang) en op de travee links hiervan. De deuren worden voorafgegaan door een hardstenen bordes van vier treden. Links van de deuren een enkele en rechts twee vensters met 28-ruitsindelingen. Op de verdieping vijf 24-ruitsvensters en op de tweede verdieping vijf 16-ruitsvensters. Op de as van de eerste, tweede en derde travee een dakkapel met 6-ruitsindeling.

Linker gevel zijvleugel: in twee traveeen gelede gevelpartij met op de beganegrond, eerste en tweede verdieping respectievelijk twee 28-, 24-, en 16-ruitsvensters. Halverwege de gevelbreedte en dakkapel met 6-ruitsindeling.

Gevel zijvleugel parkzijde: in zeven traveeen gelede gevelpartij met per travee op souterrain-niveau, beganegronds, eerste en tweede verdieping een venster met respectievelijk 9-, 28-, 24-, en 16-ruitsindeling.

Alle genoemde vensters en deuren van de zijvleugel zijn segmentboog-vormig en van mergelomlijstingen voorzien. De dakkapellen zijn van hout en segmentboogvormig.

Inwendig: de kelders zijn overkluisd door kappengewelven tussen elliptische gordelbogen, de keldergangen door segmentboogtongewelven, de wijnkelder onder het voorplein door een straalgewelf op acht rechthoekige ribben. In de kelderverdieping twee 17e-eeuwse schouwen met ionische hermen.

Het verdere interieur is versierd in een stijl, die de overgang vormt tussen de Lodewijk XVI-stijl en het empire. De gelijkvloerse ruimten - in de zijvleugel voor het merendeel met stenen vloeren - zijn aangelegd in enfilade en toegankelijk door brede vleugeldeuren. De centraal in de zijvleugel gelegen hal is van een betimmering met reliëfs in Lodewijk XVI-stijl voorzien. De bovenste rand van de betimmeringen zijn in de eerste kwart van de 20e eeuw aangebracht. Links achter de hal ligt een klein rond vertrek met gemarmerde korinthische pilasters, een 19e-eeuwse schoorsteenmantel met tussen de trigliefen classicistische stuc-reliëfs en een lage stuc-koepel, die illusionistisch beschilderd is met het binnenaanzicht van een ronde koepel en een op de vrije hemel uitzicht gevende lantaarn; boven de vier kasten dessus-de portes met stuc-reliëfs in vroege empire-stijl. Links van de hal ligt een vierkant vertrek met afgeschuinde hoeken, versierd met een rijke Lodewijk-XVI betimmering. Rechts achter de hal een trappehuis met Lodewijk XVI-trap. Rechts van de hal bevindt zich een grote zaal met ionische gemarmerde wandpilasters. In de aangrenzende ruimte in de torenkamer een groot vierkant vertrek met laat 18e-eeuwse behangsels door Pierre Michel de Lovinfosse (1745-1821) naar pastorale gezichten van Francois Boucher (herkenbaar: 'De aangename les', 'Boerendans', en wellicht 'Het rozenknopje'). Boven de spiegel van de met pilasters versierde schoorsteenmantel (19e-eeuws) een door voluten versierde lijst, waaruit het schilderij verdwenen is. Het plafond in Lodewijk XVI-stijl met een rondlopende band en hoekvullingen met ranken en arabesken kan wellicht aan Mathias Soiron (1748-1834), afkomstig uit Maastricht, worden toegeschreven. (vgl. interieurs kasteel Borgharen, Meerssenhoven te Itteren en Rustenburg te Bunde).

In de as van de hoofdvleugel, waar de architect Bartholome Digneffe (1724-1784) oorspronkelijk in zijn ontwerp de hal had geprojecteerd, de grote zaal met koofplafond en parketvloer met sterpatroon. Rechts in de hoofdvleugel een vertrek met rijke betimmeringen in Lodewijk XVI-stijl met o.a. tropeeen.

Op de verdieping in de hoofdvleugel een slaapvertrek in Chinese stijl, waarbij de slaapruimte in een nis is ingericht. De buitenrand van de nis is versierd met palmbomen en vogels in rijk beschilderd stuc in hoog-reliëf. De omlijsting van de spiegels boven de schoorsteenmantel in Lodewijk XVI-stijl is geinspireerd op de in de tijd in de mode zijnde Chinese architectuur-decoraties. De wandschilderingen op doek zijn waarschijnlijk van De Lovinfosse en zijn geinspireerd op Francois Boucher's Chinese werken. Zo is de schildering links van de deur naar de gang een combinatie van diens 'Gezicht op een Chinese tuin'en diens 'Gezicht in een Chinese markt'. De hoogwaardigheidsbekleder rechts van de deur is ontleend aan Boucher's 'De Chinese dans'. De slaapkamers op de verdieping in de zijvleugel hebben elk een ovale alkoof met koepelachtige stuc-overdekking in empire-stijl. In de slaapkamer aan de zuidzijde van de zijvleugel een ovale stuc-overdekking als een 'Chinees'- of 'Turks'-tentdak.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

MAIN BUILDING (Kasteel Amstenrade). Brick main building consisting of a main wing and a side wing set at right angles to it from the last quarter of the 18th century with on the west corner a square tower, as a remnant of the 17th-century castle. The stately main building, constructed in three storeys above a basement and covered by flat slated roofs running down into sections at the bottom (Maas roofing) - a gabled roof over the main wing and a hipped roof over the side wing - is a fine example of the sumptuous Liège classicism from the end of the 18th century. The house was built by order of the then owner Nicolas Willems to replace the 17th-century castle after a design by the Liège architect Bartholome Digneffe (1724-1784). Due to the sudden death of the owner in the 1780s, the design, which consisted of a main wing and two side wings that were to enclose a square 'cour d'honneur', was not fully executed. Because the right wing was not completed, only part of the underground preserved foundations of which were built up, the house acquired a completely different layout than originally intended. The great hall in the main wing became a reception room and the hall was projected centrally in the side wing.

The walls of the wings are in part articulated by pilasters with triglyphs at the top and are finished with a cornice (with the exception of the short NE side), which is stepped at the height of the pilasters.

The main wing, finished with a cornice, has on its front a central section articulated by four pilasters (with triglyphs at the top) in three bays under a pediment. In the pediment a wheel-shaped window with 12-pane glazing. Between the pilasters are three round-arched doorways in sandstone frames, which are completed upwards in marl and covered by narrow straight mouldings supported by volute consoles. In the round-arched doorway a double door with 10-pane glazing (per door) with a semi-circular fanlight articulated by spokes into 10 panes. On either side of the central section, preceded by a sandstone steps of four treads, a single window bay with on the ground floor a 28-pane segmental arch window in marl frame. On the first and second storey respectively a 24- and 16-pane segmental arch window in marl frame. On the first and last bay a wooden roof dormer with 6-pane segmental arch window. The rear facade has a central section identical to the front facade but not projecting, with identical window arrangements, however without wheel-shaped window in the pediment. The central three round-arched doorways in sandstone date from around 1886, when according to a design by the architect Hendrik Beijaert (1823-1894), from Kortrijk, the current steps with inverted T-shaped flight of steps against the central section were built. The brick steps and the flight, the retaining wall of which on the front curves slightly outward to the sides, are furnished with a marl stone balustrade of chain links with column stumps on the corners. In the short NE side of the steps, the outward-facing corners of which are furnished with marl stone corner blocks, a door; in the short SW side a 6-pane window with iron bars. During a restoration of the house in 1982, on either side of the last-mentioned window a semi-circular entrance to two kennel compartments then also fitted out under the steps was cut into the wall; in front of it a simple iron gate was placed as a property boundary. On either side of the central section on the rear a single window bay with window frames as on the front. The windows in the left bay are blind and the windows in the right bay are identical to the windows on the front. On basement level at the height of the left and right bay a 12-pane window with iron bars.

The tower, which is two storeys higher than the wings, ends in a marl stone attic and a cupola chamfered on the corners and is crowned by a closed lantern with a weathervane. On all four sides the cupola displays a semi-circular roof dormer with a wheel-shaped window with 12-pane glazing. The attic has the form of a mock balustrade, adorned with chain links and decorated on the corners with fluted column stumps. The windows of the tower are in framing identical to those of the wings, with the exception of the oval oculi with 32-pane glazing in straight marl frames immediately below the attic. The marl blocks on the corners of the tower masonry date still from the 17th century, as do the rectangular partially blocked-up windows in sandstone in the provisionally closed NE facade of the main wing. Apart from the ground floor, where the window frames of Empire-style 8-pane windows are provided, the window arrangements are identical to those of the windows of the wings. Furthermore per tower side on basement level two 9-pane segmental arch windows with iron bars and on the third storey two segmental arch windows with 12-pane glazing.

The brick walls of the side wing are decorated on the outer corners with marl stone pilasters with triglyphs at the top; furthermore on the side of the 'cour d'honneur' the end bay of this section is separated from the remaining wall surface by such a pilaster. The facade of the side wing on the 'cour d'honneur' is articulated in five window bays with on the ground floor two double doors with 10-pane glazing (per door) with 8-pane fanlight, located on the central bay (main entrance) and on the bay to the left of it. The doors are preceded by a sandstone steps of four treads. To the left of the doors a single and to the right two windows with 28-pane glazing. On the storey five 24-pane windows and on the second storey five 16-pane windows. On the axis of the first, second and third bay a roof dormer with 6-pane glazing.

Left facade side wing: facade section articulated in two bays with on the ground floor, first and second storey respectively two 28-, 24-, and 16-pane windows. Midway along the facade width a roof dormer with 6-pane glazing.

Facade side wing park side: facade section articulated in seven bays with per bay on basement level, ground floor, first and second storey a window with respectively 9-, 28-, 24-, and 16-pane glazing.

All the mentioned windows and doors of the side wing are segmental arch-shaped and provided with marl frames. The roof dormers are of wood and segmental arch-shaped.

Interiorly: the cellars are vaulted by barrel vaults between elliptical transverse arches, the cellar corridors by segmental arch tunnel vaults, the wine cellar under the forecourt by a fan vault on eight rectangular ribs. In the cellar storey two 17th-century fireplaces with Ionic herms.

The further interior is decorated in a style which forms the transition between the Louis XVI style and the Empire. The ground-floor rooms - in the side wing mostly with stone floors - are arranged in enfilade and accessible through broad double doors. The hall centrally located in the side wing is furnished with wainscoting with reliefs in Louis XVI style. The upper edge of the wainscotings were affixed in the first quarter of the 20th century. To the left behind the hall is a small round room with veined Corinthian pilasters, a 19th-century chimneypiece mantel with between the triglyphs classicistic stucco reliefs and a low stucco cupola, which is painted illusionistically with the interior view of a round cupola and a lantern opening onto the open sky; above four cabinets dessus-de porte with stucco reliefs in early Empire style. To the left of the hall lies a square room with chamfered corners, decorated with a rich Louis XVI wainscoting. To the right behind the hall a stairwell with a Louis XVI staircase. To the right of the hall is a large reception room with Ionic veined wall pilasters. In the adjacent room in the tower chamber a large square room with late 18th-century wallpapers by Pierre Michel de Lovinfosse (1745-1821) after pastoral views by Francois Boucher (recognisable: 'The pleasant lesson', 'Country dance', and perhaps 'The rose bud'). Above the mirror of the chimneypiece mantel furnished with pilasters (19th-century) a moulding adorned with volutes, from which the painting has disappeared. The ceiling in Louis XVI style with a running band and corner fillings with scrolls and arabesques can perhaps be attributed to Mathias Soiron (1748-1834), from Maastricht. (cf. interiors of castle Borgharen, Meerssenhoven at Itteren and Rustenburg at Bunde).

On the axis of the main wing, where the architect Bartholome Digneffe (1724-1784) originally in his design had projected the hall, the large reception room with coffered ceiling and parquet floor with star pattern. To the right in the main wing a room with rich wainscotings in Louis XVI style with, among others, trophy motifs.

On the storey in the main wing a bedroom in Chinese style, where the sleeping space is fitted in an alcove. The outer edge of the alcove is decorated with palm trees and birds in richly painted stucco in high relief. The framing of the mirrors above the chimneypiece mantel in Louis XVI style is inspired by the Chinese architectural decorations fashionable at the time. The wall paintings on canvas are probably by De Lovinfosse and are inspired by Francois Boucher's Chinese works. Thus the painting to the left of the door to the corridor is a combination of his 'View of a Chinese garden' and his 'View in a Chinese market'. The dignitary to the right of the door is taken from Boucher's 'The Chinese dance'. The bedrooms on the storey in the side wing each have an oval alcove with cupola-like stucco covering in Empire style. In the bedroom on the south side of the side wing an oval stucco covering as a 'Chinese' or 'Turkish' tent roof.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map