TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Zeeduin

Oostkapelle, Zeeland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Dunoweg bij 12, 4356 EK Oostkapelle (Veere 29)
Place
Oostkapelle
Municipality
Veere
Province
Zeeland
Country
Netherlands
Coordinates
51.57672, 3.56074
Part of complex
409332
Monument number
409335

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1570 map "(18) Zelandicarum Insvlarum." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

De AANLEG VAN DE HISTORISCHE BUITENPLAATS heeft een veelhoekige en onregelmatige vorm. De buitenplaats ligt aan weerszijden van de Dunoweg, een verharde weg, die ter hoogte van het midden van de buitenplaats een flauwe bocht vertoont. In het verlengde van de Vroonweg ligt in het oosten de Koningin Emmaweg. Deze naamsverandering is gemarkeerd in de bestrating, resp. asfalt en klinkers, en door een steen in de noordelijke berm van de Vroonweg met daarin de tekst "Overduin". Deze noordgrens van de buitenplaats "Zeeduin" wordt gevormd door opgaand geboomte en manshoge begroeiing, waardoor een sterke afscheiding tussen het terrein en de directe omgeving wordt bewerkstelligd. De oostzijde van de buitenplaats "Zeeduin" heeft verschillende coulissen-stroken die grosso modo in noord-zuidrichting lopen. Deze stroken zijn beplant met populieren en beuken en door een greppel gemarkeerd. Aan de overzijde van deze greppel liggen akkers en weidegronden. De zuidoostelijke begrenzing wordt gevormd door de oprijlaan, die na het inrijhek aan de Noordlaan eenzijdig is beplant met populieren, elzen, essen en iepen en in twee flauwe bochten naar het hoofdgebouw voert. Deze oprijlaan kruist de in het zuiden lopende Dunoweg (vroeger "Nieuwe Weg" geheten). Na deze kruising is de oprijlaan dubbelzijdig beplant met populieren, elzen, essen, iepen en eiken; het laatste deel van de oprijlaan is dubbelzijdig met eiken beplant. De gehele oprijlaan is verhard met grind en steenslag. Het zuidwestelijke deel bestaat uit weidegronden die tot aan de Dunoweg strekken en in het noorden worden beperkt door een smalle bosstrook waarlangs aan de zuidoostelijke kant een verhoogde kaarsrechte laan loopt, ter plaatse bekend onder de naam "Het Oude Dijkje". Aan noordwestelijke zijde liggen diverse landbouwgronden. Het resterende grondperceel in het noordwesten wordt gevormd door een parkonderdeel dat tot aan de Vroonweg loopt. Het ontwerpkunstige "hart" van de parkaanleg ligt in het noordoosten. De aanleg wordt daar gekenmerkt door een compacte verwevenheid die de gebouwde opstallen als kernen heeft en waar moestuin, boomgaarden, slingerbos en vijverpartij omheen zijn gecomponeerd. De beplanting tussen het koetshuis en de vijverpartij is het oudst. In dit parkdeel staan diverse oude eiken. Dit deel van de beplanting is tijdens de jaren 1944-1946 gespaard gebleven. Een aantal oude eiken vormt een haag die de zichtas vanuit het hoofdgebouw naar het noordwesten bepaalt. In vroeger tijden liep deze zichtas ononderbroken door tot in de duinen, waar een zichtpunt was geplaatst. Momenteel wordt deze zichtas belemmerd door de begroeiing aan de noordzijde van de Vroonweg (op landgoed "Duinzicht"), maar aan de oostzijde van het hoofdgebouw is het uitzicht onbelemmerd en voert de blik over het gazon tot voorbij de landbouwgronden van het landgoed "Overduin". Voor het overige is de beplanting jong en dateert uit 1947. Bij de herbeplanting is de oorspronkelijke structuur van de aanleg gehandhaafd. De oprijlaan tussen de Dunoweg en het hoofdgebouw verdient aparte vermelding. Halverwege vertoont deze laan een tweetal haakse bochten, zonder dat daardoor aan de zichtas-uitwerking afbreuk wordt gedaan. Het park ligt vanaf de omringende grondpercelen, akkers en wegen gezien, visueel afgezonderd door boomgroei en door dichte beplanting. Vanaf de zuidzijde van het hoofdgebouw zijn namelijk de Dunoweg en de daarvoor liggende landbouwvelden zichtbaar, omdat in de begroeiing van de oprijlaan ter hoogte van deze twee bochten een doorzichtspunt is uitgespaard. Door de variatie van de beplanting (in soort, samenstelling en hoogte), is de buitenplaats van buitenaf nauwelijks visueel toegankelijk en wekt zij de indruk "in zichzelf te zijn gekeerd". In niet onbelangrijke mate biedt de beplanting beschutting tegen de wind. Het slingerpaden-patroon aan de noordwestelijke kant van het hoofdgebouw loopt voor een belangrijk deel parallel aan de vijverpartij en bevat als voornaamste motief een boomgaard. Behalve door deze vorm-parallellie worden deze onderdelen visueel door beplanting en het gazon ten westen van het hoofdgebouw met elkaar in verbinding gebracht. De slingerende waterpartij vormt een concentratiepunt in de aanleg, want behalve dat de vijver vanuit het hoofdgebouw zichtbaar is, vormt zij ook een centraal punt waarmee verschillende onderdelen van de aanleg in verbinding staan. Bovendien is de hertenkamp in het padenpatroon verweven en maakt ook het kwekerij-gedeelte aan de oostzijde van de oprijlaan deel uit van de kern van de aanleg. Dit laatst genoemde deel bevat de dienstwoning, de kas, de moestuin, het masveld en een boomgaard die alle in vloeiende lijnen zijn ontworpen en nabij het hoofdgebouw gesitueerd. Dit onderdeel van het landgoed wordt deels begrensd door een manshoge, gemetselde tuinmuur en deels door een houten schutting die evenwijdig aan de oprijlaan zijn opgetrokken. Deze tuinmuur bestaat uit secundair verwerkte rode baksteen. Via een ijzeren draaihek is de kwekerij bereikbaar. Direkt aan de linkerhand is een gemetselde kweekbak. Rechts staat een tweede kweekbak, ellipsvormig en aanzienlijk hoger en deel uitmakend van een besloten geheel dat wordt begrensd door de reeds genoemde tuinmuur en een derde, smalle gemetselde kweekbak aan de tegenover liggende lange zijde. Aan de zuidzijde hiervan staat een loods op rechthoekige plattegrond, evenwijdig aan de tuinmuur. Deze loods heeft een bakstenen voeting en houten, donker geteerde delen, een rood pannen zadeldak en witgerande windveren met golfmotief. De loods heeft een betonnen vloer en dient voor het opslaan van tuiniergereedschap en -toebehoren. Schuin ten zuidoosten van de loods en parallel aan de tuinmuur staat een glazen kas, waarin bloemen, druiven en tomaten worden gekweekt. De kas is rechthoekig van plattegrond en twaalf traveeën lang. De ijzeren spantconstructie heeft de vorm van een gedrukte spitsboog. De leggers zijn van ijzer en de glasramen worden in houten roeden gevat. Het geheel rust op een lage betonnen voeting met een langsgoot voor de afvoer van hemelwater. Verder staan op dit deel van de kwekerij nog een voliere en een kippenhok, die echter voor de bescherming van ondergeschikt belang zijn.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

The LAYOUT OF THE HISTORIC COUNTRY ESTATE has a polygonal and irregular shape. The estate is situated on either side of the Dunoweg, a paved road, which at the level of the middle of the estate shows a gentle curve. In the extension of the Vroonweg lies in the east the Koningin Emmaweg. This name change is marked in the paving, respectively asphalt and brick pavers, and by a stone in the northern verge of the Vroonweg with the text "Overduin". This northern boundary of the estate "Zeeduin" is formed by standing trees and man-high vegetation, thereby creating a strong separation between the terrain and the immediate surroundings. The eastern side of the estate "Zeeduin" has various coulisse strips which run roughly in a north-south direction. These strips are planted with poplars and beeches and are marked by a ditch. On the far side of this ditch lie fields and pastures. The south-eastern boundary is formed by the drive, which after the entrance gate at the Noordlaan is planted on one side with poplars, alders, ash trees and elms and leads in two gentle curves to the main building. This drive crosses the Dunoweg running in the south (formerly called "Nieuwe Weg"). After this crossing the drive is planted on both sides with poplars, alders, ash trees, elms and oaks; the final section of the drive is planted on both sides with oaks. The entire drive is paved with gravel and stone chippings. The south-western part consists of pastures extending to the Dunoweg and bounded in the north by a narrow strip of woodland along the south-eastern side of which runs a raised straight avenue, known locally as "Het Oude Dijkje". On the north-western side lie various agricultural grounds. The remaining parcel of land in the north-west is formed by a park component extending to the Vroonweg. The design "heart" of the park layout lies in the north-east. The layout is characterized there by a compact interwoven quality which has the built structures as its cores and around which are composed the kitchen garden, orchards, winding woodland and pond area. The planting between the coach house and the pond area is the oldest. In this park section stand various old oaks. This part of the planting was spared during the years 1944-1946. A number of old oaks form a hedge which determines the sight line from the main building to the north-west. In former times this sight line ran uninterrupted through to the dunes, where a viewing point was placed. Currently this sight line is obstructed by the vegetation on the north side of the Vroonweg (on the estate "Duinzicht"), but on the east side of the main building the view is unobstructed and leads the eye across the lawn to beyond the agricultural grounds of the estate "Overduin". For the rest the planting is young and dates from 1947. With the replanting the original structure of the layout was maintained. The drive between the Dunoweg and the main building merits separate mention. Halfway along it shows a pair of right-angled curves, without this detracting from the sight-line effect. The park, viewed from the surrounding parcels of land, fields and roads, is visually isolated by tree growth and dense planting. From the south side of the main building, the Dunoweg and the agricultural fields in front of it are visible, because in the vegetation of the drive at the level of these two curves a viewing point has been left open. Due to the variation of the planting (in type, composition and height), the estate is barely visually accessible from outside and gives the impression of being "turned in on itself". The planting provides shelter against the wind to a not insignificant degree. The winding path pattern on the north-western side of the main building runs for an important part parallel to the pond area and contains as its main motif an orchard. Apart from this formal parallelism, these components are visually linked with each other by planting and the lawn to the west of the main building. The winding water feature forms a focal point in the layout, for not only is the pond visible from the main building, it also forms a central point with which various components of the layout are connected. Moreover, the deer enclosure is woven into the path pattern and the nursery section on the eastern side of the drive also forms part of the core of the layout. This last-mentioned section contains the service dwelling, the greenhouse, the kitchen garden, the vegetable patch and an orchard which are all designed in flowing lines and situated near the main building. This component of the estate is partly bounded by a man-high, brick garden wall and partly by a wooden fence which have been built parallel to the drive. This garden wall is made of secondary worked red brick. The nursery is accessible via an iron swing gate. Directly on the left-hand side is a brick seed bed. On the right stands a second seed bed, elliptical in shape and considerably higher and forming part of an enclosed area bounded by the already-mentioned garden wall and a third, narrow brick seed bed on the opposite long side. On the south side of this stands a shed on rectangular plan, parallel to the garden wall. This shed has a brick base and wooden, dark tarred parts, a red tile gabled roof and white-edged roof boards with wave motif. The shed has a concrete floor and serves for storing gardening implements and accessories. Diagonally to the south-east of the shed and parallel to the garden wall stands a glass greenhouse, in which flowers, grapes and tomatoes are cultivated. The greenhouse is rectangular in plan and twelve bays long. The iron truss structure has the shape of a depressed pointed arch. The beams are of iron and the glass panes are set in wooden glazing bars. The whole rests on a low concrete base with a gutter for the drainage of rainwater. Furthermore, on this part of the nursery stand a dovecote and a chicken house, which are however of secondary importance for the protection.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map