Rijksmonumentenregister · Netherlands
Grote/Sint Eusebiuskerk
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Kerkplein 1, 6811 EB Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.97904, 5.91025
- Monument number
- 8336
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Leiden University LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
3 historical maps cover this location, the earliest the 1787 map "[Kaart figuratif van alle de operatien en marssen den K. Pruissichen troupes... van Woesel aff tot binnen de provintie van Hollandt en Amsterdam in d. j. 1787 enz.] COLLBN Port 4 N 75 sheet 3" (Leiden University Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De Eusebius of Grote Kerk (Nederlands Hervormd) is een forse, groots opgezette driebeukige kruisbasiliek met hoge westtoren en koor met omgang, uitgevoerd in Laat Nederrijns-gotische stijl, gebouwd in de periode 1452-1560, gerestaureerd in 1894-1902 en 1946-64 (herstel oorlogsschade), bouw nieuwe torenbekroning van architect Th. Verlaan in 1961-1964, nieuwe restauraties in 1973-1982 (kerk) en 1992-94 (toren). Inwendig rijke net- en stergewelven, bundelpijlers, bouwsculptuur uit diverse perioden, glas-in-lood raam van Joop Janssen (uit gesloopte "Kleine" R.K. Eusebiuskerk), laat middeleeuwse muurschildering op muur kooromgang en belangwekkende inventarisstukken zoals: Praalgraf voor Karel van Egmond in renaissancestijl (1540), "Man in Kastje", epitafen voor Joost Sasbout (1546), G. Ripperda (1696) en Martinus Goris (1632), circa 120 grafzerken en fors barok kasorgel (hoofdwerk, Bovenwerk, Rugwerk en vrij Pedaal) vervaardigd in 1796 door J. Strumphler (oorspr. voor Hersteld Evangelisch Lutherse kerk Amsterdam, in 1960 gerestaureerd en verplaatst naar Arnhem). Onder en ten zuiden van de kerk belangwekkende funderingen van voorgangers, teruggaand tot tenminste 10de eeuw.
De vermelding van een kerk te Arnhem komt al in 893 voor de in de goederenlijsten van de St. Salvatorabdij te Prum (Eifel, Duitsland). Opgravingen na de Tweede Wereldoorlog (1959) legden ten zuiden van het huidige koor belangwekkende restanten bloot van een preromaanse zaalkerk (met crypte met vier zuilen onder rechtgesloten koor), verder van de vergrotingen van dit bouwwerk in de 11de en 12de eeuw en vervolgens onder het huidige koor de restanten van de eerste gotische bouwcampagnes (allereerst een nevenkapel bij Romaanse kerk eind 13de eeuw en vervolgens een driebeukige kerk omstreeks 1400, met uitbreidingen in 1420/21 o.l.v. meester Jacob van Boege). De kerk is in die periode gewijd aan Sint Maarten. In 1452 wordt begonnen met de bouw van een groots opgezette nieuwe kerk. Begonnen werd met de bouw van schip en toren. Kerk vertoont in stilistisch opzicht invloeden van de vermaarde bouwmeester Gisbert Schairt (overleden 1452). In 1453 worden door de abdij te Prum de relieken van Sint Eusebius aan de Arnhemse St. Maartenskerk geschonken, met de bedoeling om een flinke impuls aan de bouwcampagne te geven. In 1477 worden twee klokken gegoten voor nieuwe toren door Gerardus van Wou en Gobelinus Moer. In 1478 wordt uurwerk van oude toren overgebracht naar nieuwe, welke dan gereed lijkt te zijn. In zelfde jaar vindt bouw zuidportaal plaats. In 1503 is de St. Annakapel ten noorden van toren gereed. In 1506 bouwt meester Bernt uit Emmerik een nieuw orgel. In 1511 breekt men de oude kerk verder af en begint met bouw transept. 1526-29: overwelving van transept. In 1536 is de kooromgang vermoedelijk gereed gekomen (jaartal komt voor op derde travee noordzijde). In 1538 wordt hertog Karel van Gelre in de kerk begraven. In 1560-68 komt het Hoogkoor gereed. In 1578 wordt in Arnhem de hervorming doorgevoerd, eerste predikant is Johannes Fontanus (van der Putte). In 1580 en 1599 beeldenstorm in St. Eusebiuskerk en St.Walburgkerk. In 1609 worden muur- en gewelfschilderingen overgewit. 1633, brand in Angelustoren na bliksem, koorgewelf gaat verloren. In 1650 wordt toren verhoogd naar ontwerp van meester Paul Pelen uit 's-Gravenhage. Tevens wordt een carillon besteld bij gebr. Hemony te Zutphen. In 1768 krijgen gebr. Wagner uit Schmiedefeld (saksen) opdracht voor bouw van nieuw orgel. In 1783 bouw classicistische noordportaal ter vervanging van gotisch portaal. 1870-72 vernieuwing raamtraceringen, 1882 herstel gerfkamer, 1883 ontwerp voor herstel zuidportaal van P.J.H. Cuypers. In 1893 oprichting "Vereeniging tot restauratie van de Grote- of St. Eusebiuskerk", tevens start onderzoek van kerk door J.W. Boerbooms en H. Portheine jr. Vanaf 1894 uitvoering van minitieuze exterieurrestauratie naar complete plannen van Boerbooms, welke plotseling overlijdt in 1899. Interieurrestauratie o.l.v. C.B. Posthumus Meyjes vanaf 1895. In 1902 krijgt koor nieuw netgewelf naar voorbeeld van schipgewelf, tevens restauratie koor voltooid. 1904-1908 res- tauratie zuidtransept. 1926, gewelf in schip vernieuwd o.l.v. J.Th.J. Cuypers. In 1944 (19/20 september) brandde de kerk volledig uit tijdens Slag om Arnhem. De toren werd bijna geheel verwoest, de zuidelijke schipwand met de schipgewelven waren verwoest evenals de gewelven van de viering en het zuidtransept. Belangrijke inventarisstukken, zoals het Wagnerorgel uit de 18de eeuw en de 17de eeuwse kansel, alsmede het 19de eeuwse meubilair en een aantal zerken gingen verloren in de brand. B.T. Boeyinga krijgt leiding over herstel en herbouw. Vanaf 1946 tot 1961 wordt aan de kerk gewerkt. De toren krijgt haar bekroning van Paul Pelen niet terug, maar krijgt een nieuwe bekroning naar ontwerp van Th. Verlaan, die het winnende ontwerp van een prijsvraag leverde. Tijdens de restauratie krijgt de kerk veel nieuw beeldhouwwerk van o.a. E. van Kuilenburg, J. Grosman, Th. van Reyn, H.J. Vreeling en G. van der Wagt. Een in het oog springend nieuw element vormen de moderne beeldjes op de luchtbogen (voor het eerst toegevoegd door L. Henzen bij schip in (1903-1912) naar voorbeeld van de Bossche Sint Jan en na de oorlog (koor en schip, o.a. E. van Kuilenburg). Bij herbouw en restauratie van de gotische torenromp gebruikte men Boerbooms' ontwerp (toren had door diverse versoberingscampagnes in 18de en vroeg 19de eeuw nauwelijks nog decoraties). In 1951 wordt het Strumpfler-orgel (1793) aangeschaft van de Hersteld Evangelisch Lutherse kerk aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam. Na restauratie wordt het orgel in 1960 in de kerk opgesteld. Stormschade (1972) en inferieure natuursteen toegepast bij naoorlogse restauratie maken een nieuw herstel van kerk (1973-82) en toren (1992-94) noodzakelijk. De toren krijgt bij deze restauratie inwendig een moderne lift, met bovenin uitkijkruimten. Op 15 september 1994 sluit deze restauratie af met de vijftigste herdenking van de Slag om Arnhem.
De kerk is een zeldzaam voorbeeld van na de Tweede Wereldoorlog. Het middenschip heeft een zadeldak met dakschild aan de westzijde bij de aansluiting met de toren (thans doorgetrokken tot torenromp). De zijbeuken bevatten lessenaarsdaken. Het transept heeft een schilddak met afgewolfde, ingesnoerde hoekkepers. Het koor heeft weer een zadeldak met schilden boven de sluiting. Het zuidportaal en de flankerende kapel hebben een piramidedak. De deels tweelaags en deels eenlaags gerfkamer bezit lessenaarsdaken. Op de kruising van de nokken van de daken van transept en schip/koor staat een dakruiter/angelustorentje met een opengewerkte uivormige bekroning, waarin klein klokje. De daken zijn gedekt met leien in Rijndekking.
Interieur: Uitbundige ster- en netgewelven en sierlijsten in lichtbeuk van het interieur. De arcade bezit geprofileerde bundelpijlers en geprofileerde scheibogen, die deels teniet lopen in de pijlers en deels worden opgevangen door bladkapiteeltjes met colonetten geplaatst tegen de pijlers. Ten oosten van het koor staat het monumentale renaissancepand, het Maarten van Rossumhuis, waarin een deel van het stadhuis is ondergebracht.
Omschrijving
Een grote rijk gedetailleerde Nederrijnse basiliek met gedrukte lichtbeuk, brede zijbeuken, transept en koor met omgang. Het schip bestaat uit vier traveeën met zijbeuken die zes traveeën bevatten, waarvan er twee, uitgevoerd als kapellen, de toren (apart monumentnummer 8337) flankeren. Het transept is breed en eenbeukig. Aan het zuidertransept van de kerk zit een langwerpige koperen zuidwijzer. Op de wijzerplaat staan de jaartallen: 1838, 1908, 1958 en 1982. Het koor bestaat uit twee traveeën en een onregelmatige 5/8 sluiting. Het koor is ook voorzien van brede zijbeuken, bij de sluiting overgaand in een brede zevenzijdig gesloten kooromgang, met eveneens een onregelmatig verloop. Tegen de zuiderzijbeuk van het schip zijn bij het transept twee rechthoekige kapellen geplaatst, waarvan de oostelijke een fraai gotisch portaal bevat. Ook tegen de zuiderzijbeuk van het koor zijn aansluitend op het transept twee rechthoekige kapellen (waarin o.a. de gerfkamer) geplaast. In de oksel tussen noordtransept en koor staat de rechthoekige diakonie uit 1904. De toren heeft haakse steunberen over twee geledingen, waartussen aan de zuidwest en noordwestzijde een traptoren is geplaatst. De steunberen worden bekroond door grote torenachtige pinakels (reconstructie van Boeyinga naar ontwerp van Boerbooms). De eerste twee geledingen van de toren zijn verder voorzien van spitsboognissen met blind traceerwerk. Aan de westzijde bevindt zich de hoofdingang, die samen met het hoge venster erboven gevat is in een hoge spitsboognis (vensternisportaal). De twee geledingen, die voor 1944 werden bekroond door een classicistische achtzijdige bekroning met koepeltje uit 1650 van Paul Pelen, zijn sinds 1961-64 voorzien van een moderne hoge achtzijdige op de gotiek geïnspireerde tufstenen bekroning met betonnen kern en laag, ingesnoerd tentdak. In gevel van de oostelijke kapel tegen de zuiderzijbeuk naast het transept bevindt zich een laat-gotisch natuurstenen portaal. Opvallend is het gebruik van baksteen gecombineerd met tufsteen en andere natuursteen voor het exterieur. De versierde onderdelen (lijsten met traceerwerk, balustraden, pinakels, hogels en luchtboogbeeldjes) zijn uitgevoerd in natuursteen. De spitsboogvensters bevatten traceerwerk in een combinatie van hoog-gotische en laat-gotische vormen. De vensters van de zijbeuken en kooromgang zijn zeer breed en bevatten vijfdelig traceerwerk, de vensters van de lichtbeuk van schip en koor zijn zeer laag en smal en bevatten driedelig traceerwerk. De transeptgevels zijn niet voorzien van portalen en een topgevel, maar bevatten elk een groot zeer hoog spitsboogvenster met zevendelig traceerwerk. De kerk heeft zowel bij schip als koor een rijk gedetailleerd schoorsysteem bestaande uit met groepjes pinakels versierde steunberen, luchtbogen met beeldjes en steunberen tegen de lichtbeuken met een forse pinakel alsbekroning. Tussen deze pinakels bevindt zich de balustrade van de daklijst, bestaande uit een reeks driepasboogopeningen. De lichtbeuken zijn bovenin versierd met een dubbele reeks blinde driepasboogjes. De luchtbogen bevatten beeldjes, bij schip ontworpen tijdens restauratie in 1904-12 (op advies van P. Cuypers) en weer aangevuld en uitgebreid naar koor (E. van Kuilenburg) na de Tweede Wereldoorlog. Het middenschip heeft een zadeldak met dakschild aan de westzijde bij de aansluiting met de toren (thans doorgetrokken tot torenromp). De zijbeuken bevatten lessenaarsdaken. Het transept heeft een schilddak met afgewolfde, ingesnoerde hoekkepers. Het koor heeft weer een zadeldak met schilden boven de sluiting. Het zuidportaal en de flankerende kapel hebben een piramidedak. De deels tweelaags en deels eenlaags gerfkamer bezit lessenaarsdaken. Op de kruising van de nokken van de daken van transept en schip/koor staat een dakruiter/angelustorentje met een opengewerkte uivormige bekroning, waarin klein klokje. De daken zijn gedekt met leien in Rijndekking.
Interieur: Uitbundige ster- en netgewelven en sierlijsten in lichtbeuk van het interieur. De arcade bezit geprofileerde bundelpijlers en geprofileerde scheibogen, die deels teniet lopen in de pijlers en deels worden opgevangen door bladkapi- teeltjes met colonetten geplaatst tegen de pijlers. Onder de cordonlijst van het vensterbanktriforium bevindt zich een reeks driepasboogjes op stijlen gesteund door kraagsteentjes. Het triforium heeft een open driepasboogbalustrade. De lichtbeuk heeft een voor Nederrijnse basilieken (o.a. Zaltbommel en Xanten) kenmerkende tweeschalige wandopbouw met triforium en lichtbeukvensters gevat in spitsboognissen. Het triforium is per travee onderling verbonden door doorgangen uitgespaard in de muurdammen die de spitsboognissen van de traveeën van elkaar scheiden. Voor deze doorgangen zijn vanuit de basementen van de bundelpijlers oprijzende hoge colonettenbundels geplaatst, die de gewelfribben dragen. Onder de afzaten van de vensters is ook weer een reeks driepasboogjes geplaatst, rustend op kraagsteentjes met figuratieve sculptuur. Het hoogkoor is van de zijbeuken en omgang gescheiden door tussen de pijlers geplaatste muren, waarin epitafen zijn opgenomen. Sinds 1982 bevat de kerk parketvloeren en zijn de traveeën naast de toren van de schipzijbeuken van het schip afgesloten door houten schotten. De muurvlakken zijn witgepleisterd evenals de gewelfvlakken, pijlers bogen, lijsten, balustraden, ribben en traceringen zijn in natuursteen uitgevoerd, met spaarzaam gebruik van beschildering op de gewelven. Van de schilderingen op de gewelven (middeleeuwse Heiligenfiguren) is uiteraard na verwoesting van de gewelven niets gespaard gebleven. De muurschildering in het oostelijke deel van de kooromgang (voorstellingen van Christus Passie en Pasen) is zwaar gehavend en werd in 1992-93 geconserveerd door A. Verheij uit Bathmen.
In de kerk bevinden zich nog enkele belangwekkende inventarisstukken zoals het praalgraf van Hertog Karel van Gelre. Op deze tombe bevinden zich in totaal 16 albasten reliefs in renaissancestijl (Elisabeth van Thuringen en Karel (of St. Maarten) aan het voeteneinde, de Twaalf Apostelen aan beide lange zijden en de Heilige Familie en St. Christoffel aan het hoofdeinde). Op de tombe een ligbeeld van de Hertog met leeuwen als wapenhouders. Boven de tombe tegen de koorpijler hangt "de Man in het Kastje", een weergave van de knielende Hertog in wapenrusting, geplaatst in een baldakijn met getordeerde zuilen. De sculptuur verbrandde in 1944 en werd vernieuwd. De wapenrusting is gerestaureerd. Tegen de muur tussen Hoogkoor en omgang bevinden zich de epitaaf van de kanselier van Gelderland, Joost Sasbout (midden 16de eeuws renaissancewerk), de epitaaf van kanselier van Gelderland Martinus Goris (1632) en Georgius Ripperda, Heer van Verwolde (1669). In de kerk ongeveer 120 grafzerken uit diverse perioden (vanaf 16de eeuw), gerestaureerd na de Tweede Wereldoorlog. Tegen de westwand van het schip staat het imposante barokke kasorgel, uit 1796 van de hand van J. Strumphler. Koororgel met twee manualen en vrij pedaal in 1961 gebouwd door Gebr. Van Vulpen te Utrecht.
Waardering
De zeer rijke, groots opgezette kruisbasiliek in laat-Nederrijns-gotische stijl, bijzonder en uniek in dit gebied vanwege het feit dat het gebouw naar een (maar ten dele gewijzigd) plan is uitgevoerd, met zeer rijke net- en stergewelven, bezit grote architectuurhistorische waarde en is vanwege de forse zeer markante bouwmassa van groot belang voor het beeld van de stad en omgeving. De inventarisstukken, waaronder belangwekkende grafmonumenten, epitafen en zerken, grote hoeveelheden bouwsculptuur (16de-20ste eeuw) en monumentaal orgel bezitten hoge kunsthistorische waarde. Het koororgel is wat uiterlijk en klank betreft een schoolvoorbeeld van de strenge neo-barokke orgelbouwstijl van de jaren '50 en '60 van de twintigste eeuw. Het is bovendien een groot koororgel met een voor die tijd ongebruikelijk rijke ornamentiek. De kerk en haar bewaard gebleven funderingen van voorgangers zijn tevens van belang voor de bouwhistorische wetenschap.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Eusebius or Great Church (Dutch Reformed) is a substantial, grandly conceived three-aisled cruciform basilica with a tall west tower and choir with ambulatory, executed in Late Lower Rhine Gothic style, built in the period 1452-1560, restored in 1894-1902 and 1946-64 (war damage repairs), new tower crowning constructed by architect Th. Verlaan in 1961-1964, further restorations in 1973-1982 (church) and 1992-94 (tower). Internally rich net and star vaults, clustered pillars, architectural sculpture from various periods, stained-glass window by Joop Janssen (from demolished "Small" R.C. Eusebius Church), late medieval wall painting on the wall of the choir ambulatory and significant inventory pieces such as: Ceremonial tomb for Karel van Egmond in Renaissance style (1540), "Man in a Case", epitaphs for Joost Sasbout (1546), G. Ripperda (1696) and Martinus Goris (1632), approximately 120 gravestones and substantial Baroque case organ (main work, upper work, back work and free pedal) manufactured in 1796 by J. Strumphler (originally for the Restored Evangelical Lutheran Church Amsterdam, restored in 1960 and moved to Arnhem). Under and south of the church, significant foundations of predecessors, extending back to at least the 10th century.
Mention of a church at Arnhem already appears in 893 in the goods lists of St. Salvator Abbey at Prüm (Eifel, Germany). Excavations after the Second World War (1959) uncovered important remains south of the present choir of a Romanesque hall church (with crypt with four columns under a closed-ended choir), further enlargements of this structure in the 11th and 12th centuries and subsequently under the present choir the remains of the first Gothic building campaigns (initially a side chapel next to Romanesque church in late 13th century and subsequently a three-aisled church around 1400, with extensions in 1420/21 under master Jacob van Boege). The church was dedicated to St. Martin during this period. In 1452 work began on the construction of a grand new church. Work commenced on the building of the nave and tower. The church shows in stylistic terms influences from the renowned builder Gisbert Schairt (died 1452). In 1453 the relics of St. Eusebius are donated by the abbey at Prüm to the Arnhem St. Martin Church, with the intention of giving a strong impetus to the building campaign. In 1477 two bells are cast for the new tower by Gerardus van Wou and Gobelinus Moer. In 1478 the clockwork from the old tower is transferred to the new one, which then appears to be completed. In the same year the construction of the south portal takes place. In 1503 the St. Anne Chapel north of the tower is completed. In 1506 master Bernt from Emmerik builds a new organ. In 1511 the old church is demolished further and work begins on the transept. 1526-29: vaulting of the transept. In 1536 the choir ambulatory is presumably completed (the date appears on the third bay on the north side). In 1538 Duke Karel van Gelre is buried in the church. In 1560-68 the High Choir is completed. In 1578 the Reformation is carried out in Arnhem, the first pastor is Johannes Fontanus (van der Putte). In 1580 and 1599 iconoclasm in St. Eusebius Church and St. Walburg Church. In 1609 wall and vault paintings are whitewashed over. 1633, fire in the Angelus tower after lightning, choir vault is lost. In 1650 the tower is heightened to the design of master Paul Pelen from The Hague. At the same time a carillon is ordered from the brothers Hemony at Zutphen. In 1768 brothers Wagner from Schmiedefeld (Saxony) are commissioned to build a new organ. In 1783 a Classicist north portal is built to replace the Gothic portal. 1870-72 renewal of window tracery, 1882 restoration of the storehouse chamber, 1883 design for restoration of the south portal by P.J.H. Cuypers. In 1893 founding of "Association for the Restoration of the Great or St. Eusebius Church", also the start of investigation of the church by J.W. Boerbooms and H. Portheine jr. From 1894 execution of meticulous exterior restoration according to complete plans by Boerbooms, who dies suddenly in 1899. Interior restoration under C.B. Posthumus Meyjes from 1895. In 1902 the choir receives a new net vault following the example of the nave vault, also the restoration of the choir is completed. 1904-1908 restoration of the south transept. 1926, vault in nave renewed under J.Th.J. Cuypers. In 1944 (19/20 September) the church burned out completely during the Battle of Arnhem. The tower was almost entirely destroyed, the southern nave wall with the nave vaults were destroyed as well as the vaults of the crossing and the south transept. Important inventory pieces, such as the Wagner organ from the 18th century and the 17th century pulpit, as well as 19th century furnishings and a number of gravestones were lost in the fire. B.T. Boeyinga takes charge of the restoration and reconstruction. From 1946 to 1961 work continues on the church. The tower does not receive her crowning by Paul Pelen, but receives a new crowning to the design of Th. Verlaan, who submitted the winning design of a competition. During the restoration the church receives much new sculpture by among others E. van Kuilenburg, J. Grosman, Th. van Reyn, H.J. Vreeling and G. van der Wagt. A striking new element is formed by the modern sculptures on the flying buttresses (first added by L. Henzen at the nave in 1903-1912 following the example of the 's-Hertogenbosch St. John and after the war (choir and nave, among others E. van Kuilenburg). During reconstruction and restoration of the Gothic tower shaft, Boerbooms' design was used (the tower had through various austerity campaigns in the 18th and early 19th century hardly any decorations left). In 1951 the Strumphler organ (1793) is purchased from the Restored Evangelical Lutheran Church on the Kloveniersburgwal in Amsterdam. After restoration the organ is installed in the church in 1960. Storm damage (1972) and inferior natural stone applied in post-war restoration necessitate a new restoration of the church (1973-82) and tower (1992-94). The tower receives a modern lift internally at this restoration, with observation rooms at the top. On 15 September 1994 this restoration concludes with the fiftieth commemoration of the Battle of Arnhem.
The church is a rare example of post-Second World War reconstruction. The central nave has a gabled roof with a roof slope on the west side at the junction with the tower (now extended to the tower shaft). The side aisles have mansard roofs. The transept has a hipped roof with arched, compressed hip rafters. The choir again has a gabled roof with slopes above the closure. The south portal and the flanking chapel have a pyramidal roof. The partly two-storey and partly single-storey storehouse chamber possesses mansard roofs. At the intersection of the ridges of the roofs of the transept and nave/choir stands a roof turret/Angelus tower with an openwork owl-shaped crowning, containing a small bell. The roofs are covered with slate in Rhine covering.
Interior: Exuberant star and net vaults and decorative mouldings in the clerestory of the interior. The arcade possesses profiled clustered pillars and profiled transverse arches, which partly terminate in the pillars and partly are supported by leaf capitals with colonettes placed against the pillars. To the east of the choir stands the monumental Renaissance building, the Maarten van Rossumhuis, in which part of the town hall is housed.
Description
A large richly detailed Lower Rhine basilica with compressed clerestory, broad side aisles, transept and choir with ambulatory. The nave consists of four bays with side aisles containing six bays, of which two, executed as chapels, flank the tower (separate monument number 8337). The transept is broad and single-aisled. On the south transept of the church is a long copper south sundial. On the dial face are the dates: 1838, 1908, 1958 and 1982. The choir consists of two bays and an irregular 5/8 closure. The choir is also provided with broad side aisles, at the closure passing into a broad seven-sided closed choir ambulatory, also with an irregular course. Against the south side aisle of the nave adjacent to the transept are placed two rectangular chapels, the eastern one containing a fine Gothic portal. Also against the south side aisle of the choir, adjoining the transept, are placed two rectangular chapels (including among others the storehouse chamber). In the angle between north transept and choir stands the rectangular diaconate from 1904. The tower has right-angled buttresses over two storeys, between which on the southwest and northwest side a turret stair is placed. The buttresses are crowned by large tower-like pinnacles (reconstruction by Boeyinga after design by Boerbooms). The first two storeys of the tower are further provided with pointed arch niches with blind tracery. On the west side is the main entrance, which together with the tall window above it is framed in a tall pointed arch niche (window-niche portal). The two storeys, which before 1944 were crowned by a Classicist eight-sided crowning with cupola from 1650 by Paul Pelen, have since 1961-64 been provided with a modern tall eight-sided tufa stone crowning inspired by Gothic style with concrete core and low, compressed tent roof. In the gable of the eastern chapel against the south side aisle next to the transept is a late Gothic natural stone portal. Notable is the use of brick combined with tufa stone and other natural stone for the exterior. The decorated components (mouldings with tracery, balustrades, pinnacles, gargoyles and flying buttress sculptures) are executed in natural stone. The pointed arch windows contain tracery in a combination of high Gothic and late Gothic forms. The windows of the side aisles and choir ambulatory are very broad and contain five-part tracery, the windows of the clerestory of nave and choir are very low and narrow and contain three-part tracery. The transept gables are not provided with portals and a top gable, but each contains a very tall pointed arch window with seven-part tracery. The church has both at nave and choir a richly detailed buttress system consisting of buttresses decorated with groups of pinnacles, flying buttresses with sculptures and buttresses against the clerestories with a substantial pinnacle as crowning. Between these pinnacles is the balustrade of the roof cornice, consisting of a series of three-lobed arch openings. The clerestories are decorated at the top with a double series of blind three-lobed arches. The flying buttresses contain sculptures, at the nave designed during restoration in 1904-12 (on advice of P. Cuypers) and again supplemented and extended towards the choir (E. van Kuilenburg) after the Second World War. The central nave has a gabled roof with a roof slope on the west side at the junction with the tower (now extended to the tower shaft). The side aisles contain mansard roofs. The transept has a hipped roof with arched, compressed hip rafters. The choir again has a gabled roof with slopes above the closure. The south portal and the flanking chapel have a pyramidal roof. The partly two-storey and partly single-storey storehouse chamber possesses mansard roofs. At the intersection of the ridges of the roofs of the transept and nave/choir stands a roof turret/Angelus tower with an openwork owl-shaped crowning, containing a small bell. The roofs are covered with slate in Rhine covering.
Interior: Exuberant star and net vaults and decorative mouldings in the clerestory of the interior. The arcade possesses profiled clustered pillars and profiled transverse arches, which partly terminate in the pillars and partly are supported by leaf capitals with colonettes placed against the pillars. Below the drip moulding of the window-bank triforium is a series of three-lobed arches resting on shafts supported by corbels. The triforium has an open three-lobed arch balustrade. The clerestory has for Lower Rhine basilicas (among others Zaltbommel and Xanten) a characteristic two-shell wall structure with triforium and clerestory windows framed in pointed arch niches. The triforium is per bay internally connected by passages cut out in the wall piers which separate the pointed arch niches of the bays from each other. For these passages, tall colonette bundles rising from the bases of the clustered pillars are placed, which carry the vault ribs. Below the springer of the windows is again a series of three-lobed arches placed, resting on corbels with figurative sculpture. The high choir is separated from the side aisles and ambulatory by walls placed between the pillars, in which epitaphs are incorporated. Since 1982 the church contains parquet floors and the bays next to the tower of the nave side aisles of the nave are closed off by wooden partitions. The wall surfaces are whitewashed as are the vault surfaces, pillars, arches, mouldings, balustrades, ribs and traceries are executed in natural stone, with sparing use of painting on the vaults. Of the paintings on the vaults (medieval Holy figures) nothing remained of course after the destruction of the vaults. The wall painting in the eastern part of the choir ambulatory (depictions of Christ Passion and Easter) is heavily damaged and was conserved in 1992-93 by A. Verheij from Bathmen.
In the church there remain several important inventory pieces such as the ceremonial tomb of Duke Karel van Gelre. On this tomb there are a total of 16 alabaster reliefs in Renaissance style (Elisabeth of Thuringia and Karel (or St. Martin) at the foot end, the Twelve Apostles on both long sides and the Holy Family and St. Christopher at the head end). On the tomb a recumbent figure of the Duke with lions as heraldic supporters. Above the tomb against the choir pillar hangs "the Man in a Case", a depiction of the kneeling Duke in armour, placed in a baldachin with twisted columns. The sculpture was destroyed by fire in 1944 and was renewed. The armour was restored. Against the wall between High Choir and ambulatory are the epitaph of the Chancellor of Gelderland, Joost Sasbout (mid 16th century Renaissance work), the epitaph of Chancellor of Gelderland Martinus Goris (1632) and Georgius Ripperda, Lord of Verwolde (1669). In the church approximately 120 gravestones from various periods (from 16th century onwards), restored after the Second World War. Against the west wall of the nave stands the imposing Baroque case organ, from 1796 by the hand of J. Strumphler. Choir organ with two manuals and free pedal built in 1961 by the brothers Van Vulpen in Utrecht.
Evaluation
The very rich, grandly conceived cruciform basilica in late Lower Rhine Gothic style, particularly and uniquely in this region due to the fact that the building was executed according to a (though partly modified) plan, with very rich net and star vaults, possesses great architectural-historical value and because of the substantial very striking building mass is of great importance for the image of the city and surroundings. The inventory pieces, including important tomb monuments, epitaphs and gravestones, large quantities of architectural sculpture (16th-20th century) and monumental organ possess high art-historical value. The choir organ is in terms of appearance and sound a model example of the strict neo-Baroque organ-building style of the 1950s and '60s of the twentieth century. It is moreover a large choir organ with unusually rich ornamentation for that time. The church and its preserved foundations of predecessors are also of importance for the science of building history.
Nearby in the register
- Kerktoren, Kerkplein 1Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- DuivelshuisBestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Overheidsgebouw, Markt 38Overheidsgebouwunder 1 mi
- Van Ranzow's BankHandel en kantoorunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.