TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Fort, vesting en -onderdelen, Waaldijk bij 29

Vuren, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Fort, vesting en -onderdelen
Category
onroerend gebouwd
Address
Waaldijk bij 29, 4214 LB Vuren (West Betuwe 25)
Place
Vuren
Municipality
West Betuwe
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.82252, 5.02908
Part of complex
531890
Monument number
531897

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 73.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

BRUG, KRAANBRUG EN BRUGHOOFD (west), als onderdelen van de toegang tot het Fort bij Vuren. Het ophalen of verwijderen / vernietigen van bruggen is sinds de oudheid een probaat middel om indringers te weren. Niet alleen werd zo de doorgang of overtocht over een waterloop, een droge of een natte gracht of een terreindiepte belemmerd of vertraagd, maar ook moest een aanvaller zelf zorgen voor middelen om de barrière eventueel zelf te nemen. Houten bruggen waren relatief snel te vernietigen, desnoods door ze in brand te steken. Stenen bruggen vergden een grotere en meer tijdrovende ingreep, al kon een springlading soms snel het gewenste effect sorteren. Met de komst van ijzeren bruggen - in de loop van de 19e eeuw op grote schaal toegepast in vele verschillende varianten - bleef de tweede mogelijkheid bestaan, maar verdween de eerste. Bovendien was het opblazen van bruggen ook een grove manier van kapitaalvernietiging. Een van de manieren waarop ijzeren bruggen afgesloten konden worden was die van het uitnemen of ontoegankelijk maken van kleine delen ervan. Dit gebeurde vanaf het derde kwart van de 19e eeuw - behalve door ophalen - onder andere door de defensieve toepassing van zogenoemde kraanbruggen, zowel in wegen als in spoorwegen. Zulke kraanbruggen konden via een verticale as opzij worden geklapt om zo een open ruimte te maken. Civiele kraanbruggen waren eerder toegepast bij kruisingen van waterwegen en spoorlijnen, maar ze zijn onder meer ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebruikt, zoals bij de Diefdijk, te Naarden en bij het Fort bij Vuren. Bij het Fort bij Vuren lagen aanvankelijk twee afzonderlijke bruggen die onder een stompe hoek van ongeveer 600 ten opzichte van elkaar samenkwamen op hetzelfde landhoofd aan de buitenzijde van de gracht. De zuidelijke kruiste de torengracht en de noordelijke de keelgracht van de (vroegere) lunet. De eerste is in een later stadium verwijderd. De andere, die ook een zogenoemde kraanbrug omvatte, is ten dele gehandhaafd. Het grootste deel van de overspanning van het water bij het Fort bij Vuren vond plaats door middel van een ijzeren brug met leuningen met gekruiste of spinwebverbindingen tussen de stijlen; een kleiner deel werd afgesloten door middel van een kraanbrug maar de kraanbrug werd feitelijk buiten gebruik gesteld en is deels vervangen. Het geheel dateerde vermoedelijk uit de periode 1850-1880. De drie hoofden zijn in later jaren overspannen door een brug op ijzeren balken, waarbij de kraanbrug ten dele is gehandhaafd. De kraanbrug en de liggerbrug zijn inmiddels gerestaureerd en deels gereconstrueerd.

Omschrijving

BRUG, KRAANBRUG EN BRUGHOOFD (west), toegang gevend tot het Fort bij Vuren en bestaande uit twee afzonderlijke overbruggingen van de gracht. De twee brughoofden en het tussenhoofd van de brug over de keelgracht zijn gehandhaafd; de liggerbrug en de kraanbrug zijn gereconstrueerd en / of gerestaureerd. Zuidelijk hiervan ligt ook het brughoofd of landhoofd van de niet meer bestaande brug naar de toren, een combinatie van ontsluitingen die zeldzaam was.

De keelgracht van het Fort bij Vuren werd aan de keelzijde overspannen door een ongeveer 4 m brede toegangsbrug bestaande uit een ca. 8 m lange, vaste brug, uitgevoerd als liggerbrug aan de landzijde (westzijde) en in het verlengde hiervan een kraanbrug van ruim 4 m lengte aan de fortzijde. De brug omvat twee landhoofden en een tussenhoofd.

De aan de oostzijde van het water aan het hoog opgaande metselwerk van het landhoofd op verticale stangen gemonteerde KRAANBRUG kan opzij worden gedraaid door middel van een kwartronde heugel, nadat de houten vloer is uitgenomen. Aan de losse kant rust de kraanbrug op een gemetselde, afgeronde pijler, terwijl het opzij klappen plaatsvindt op diagonaal naar het draaipunt geplaatste stangen. Het dek uitgevoerd in ijzer met H-profiel. De leuningen vermoedelijk uitgevoerd in hout.

De vaste BRUG is uitgevoerd als een vaste liggerbrug waarvan de uiteinden rusten op het landhoofd (west) en een afgeronde, gemetselde pijler (in het midden). De ijzeren leuningen voorzien van spinwebvormige verbindingen tussen de stijlen. Aan de westzijde is de brug afsluitbaar door middel van gepunt hekwerk.

Aan de zuidzijde van de vaste brug bevindt zich nog het BRUGHOOFD of landhoofd van de sinds de samenvoeging van de twee fortdelen, rond 1875, niet meer bestaande afzonderlijke brug naar de toren. Het hoofd is enigszins naar het zuidoosten gericht.

Waardering

BRUG, KRAANBRUG EN BRUGHOOFD (west) van het Fort bij Vuren zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw).

Het betreft een ensemble van aan militair-strategische bouwkunde gerelateerde uitingen van historische waterbouwkunde die oorspronkelijk vermoedelijk dateerden uit de periode 1850 -1880 en die een zeldzaam voorbeeld omvatten van een kraanbrug en een liggerbrug, gecombineerd met een brughoofd van een niet meer bestaande brug die de ontsluiting vormde van de toren.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* Het onderdeel kraanbrug en de combinatie, waarvan ook het hek deel uitmaakt, zijn zeer zeldzaam geworden omdat vrijwel alle vergelijkbare bruggen in de loop der tijd zijn gesloopt of verwijderd.

* Het onderdeel is redelijk bewaard omdat kenmerkende onderdelen en herkenbaarheid van de functie bewaard zijn gebleven en zijn versterkt door restauratie.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 73.

NEW HOLLANDSE WATERLINIE

Introduction

BRIDGE, SWING BRIDGE AND BRIDGE ABUTMENT (west), as components of the access to the Fort bij Vuren. The raising or removal / destruction of bridges has since ancient times been a proven means of warding off intruders. Not only did this obstruct or delay passage or crossing over a watercourse, a dry or wet ditch or a terrain depression, but an attacker also had to provide means to potentially take the barrier themselves. Wooden bridges were relatively quick to destroy, if necessary by setting them on fire. Stone bridges required a larger and more time-consuming intervention, although a explosive charge could sometimes quickly achieve the desired effect. With the advent of iron bridges - applied on a large scale in the course of the 19th century in many different variants - the second possibility remained, but the first disappeared. Moreover, blowing up bridges was also a crude form of capital destruction. One of the ways in which iron bridges could be closed was by removing or making inaccessible small parts of them. This happened from the third quarter of the 19th century - apart from raising - among other things through the defensive application of so-called swing bridges, both in roads and in railways. Such swing bridges could be folded to the side via a vertical axis to create an open space. Civil swing bridges had been applied earlier at crossings of waterways and railway lines, but they were also used in the Nieuwe Hollandse Waterlinie, such as at the Diefdijk, in Naarden and at the Fort bij Vuren. At the Fort bij Vuren there were initially two separate bridges that met at an obtuse angle of approximately 60° to each other on the same abutment on the outside of the ditch. The southern one crossed the tower ditch and the northern one the throat ditch of the (former) lunette. The first was removed at a later stage. The other, which also included a so-called swing bridge, has been partly maintained. The largest part of the span of the water at the Fort bij Vuren took place by means of an iron bridge with railings with crossed or web-like connections between the posts; a smaller part was closed off by means of a swing bridge but the swing bridge was actually taken out of service and is partly replaced. The whole was presumably dated to the period 1850-1880. The three abutments were later spanned by a bridge on iron beams, whereby the swing bridge has been partly maintained. The swing bridge and the beam bridge have since been restored and partly reconstructed.

Description

BRIDGE, SWING BRIDGE AND BRIDGE ABUTMENT (west), providing access to the Fort bij Vuren and consisting of two separate bridge structures across the ditch. The two bridge abutments and the central abutment of the bridge over the throat ditch have been maintained; the beam bridge and the swing bridge have been reconstructed and / or restored. To the south of this is also the bridge abutment or bank abutment of the no longer existing bridge to the tower, a combination of access structures that was rare.

The throat ditch of the Fort bij Vuren was spanned on the throat side by an approximately 4 m wide access bridge consisting of an approximately 8 m long, fixed bridge, executed as a beam bridge on the land side (west side) and in continuation thereof a swing bridge of just over 4 m length on the fort side. The bridge comprises two bank abutments and a central abutment.

The SWING BRIDGE mounted on the east side of the water on vertical rods to the high-rising masonry of the bank abutment can be swung to the side by means of a quarter-circle hinge, after the wooden floor has been removed. On the free end the swing bridge rests on a masoned, rounded pier, while the swinging to the side takes place on diagonally placed rods to the pivot point. The deck executed in iron with H-profile. The railings presumably executed in wood.

The fixed BRIDGE is executed as a fixed beam bridge whose ends rest on the bank abutment (west) and a rounded, masoned pier (in the middle). The iron railings provided with web-like connections between the posts. On the west side the bridge can be closed off by means of pointed railwork.

On the south side of the fixed bridge is still the BRIDGE ABUTMENT or bank abutment of the separate bridge to the tower that no longer exists since the merging of the two fort parts, around 1875. The abutment is somewhat oriented towards the south-east.

Valuation

BRIDGE, SWING BRIDGE AND BRIDGE ABUTMENT (west) of the Fort bij Vuren are of general interest because of:

* Cultural-historical values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially constructed from 1815 by him, Jan Blanken and Major-Engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic construction, which is based on: a. the system of inundation and access defence (19th century), b. the race with increasingly strengthening offensive means (19th century).

It is an ensemble of expressions of historical water engineering related to military-strategic construction that originally presumably dated to the period 1850-1880 and which comprises a rare example of a swing bridge and a beam bridge, combined with a bridge abutment of a no longer existing bridge that formed the access to the tower.

* Ensemble value and situational values as part of the Nieuwe Hollandse Waterlinie and because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The swing bridge component and the combination, of which the gate is also a part, have become very rare because virtually all comparable bridges have been demolished or removed over time.

* The component is reasonably well preserved because distinctive components and recognisability of the function have been retained and have been strengthened by restoration.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map