TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Open verdedigingswerk, ? Renswoude

Renswoude, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Open verdedigingswerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1786
Address
? Renswoude
Place
Renswoude
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.05011, 5.55628
Part of complex
528621
Monument number
531398

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1764 map "Carte du Comté de Hollande" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het al bestaande fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht. Volgens metingen stond bij de Grebbelinie het water in de Rijn maar een klein deel van het jaar hoog genoeg om de onderwaterzettingen te realiseren. Bovendien duurde het dan nog steeds te lang voordat het water in de eerste kom hoog genoeg stond, om het te laten doorstromen naar de andere kommen.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

Het deel van het Fort aan de Buursteeg in de gemeente Renswoude is gelegen ten n oorden van de Buursteeg en sinds 1844 tevens ten noorden van de spoorlijn Utrecht-Arnhem, de oostzijde van de Grebbeberg en de Grift. Het werk is aangelegd met het doel de toegang tot de Slaperdijk en de Emmikhuizerberg te kunnen verdedigen. In 1844 werd de spoorlijn dwars door het fort aangelegd, waarmee het fort tevens tot taak kreeg de spoorlijn te beschermen.

Omschrijving:

In 1786 aangelegd aarden VERDEDIGINGSWERK, gelegen aan weerszijden van de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Het deel ten noorden van de spoorlijn deel ligt in de gemeente Renswoude het deel ten zuiden van de spoorlijn in de gemeente Veenendaal. De grondvorm van het fort is een symmetrisch gebastionneerd aarden werk met twee teruggetrokken flanken en daarachter aan beide zijden een redoute, omgeven door hoofd- en nevengrachten. Het fort heeft een maximale oppervlakte van 500 bij 300 meter inclusief grachten en is hiermee het grootste bewaard gebleven fort van de Grebbelinie.

Waardering

De aanleg is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd. Van groot belang door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.

Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op:

a. het systeem van inundatie en accesverdediging ( 18de, 19de en 20ste eeuw), b. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw) c. de voorpostfunctie tijdens de mobilisatie en oorlogshandelingen 1939 - 1940

Het betreft hier een complex dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode:

fase 2: 1785 -'86, versterking

Archeologische waarden vanwege de verwachte in de bodem aanwezige sporen van loopgraven, tankgrachten en dergelijke.

Ensemblewaarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang van de onderdelen van het complex. Tenslotte is hier sprake van een gave/redelijk gave relatie met het schootsveld en inundatieveld

Het complex is zeldzaam omdat het een nog grotendeels bestaand voorbeeld is van een 18e eeuws verdedigingswerk in de Grebbelinie en het is als zodanig representatief (karakteristiek) voor dit type verdedigingswerken.

Met namen in het deel van het complex ten zuiden van de spoorlijn zijn vrijwel alle ertoe behorende onderdelen in meer of minder herkenbare vorm en functie aanwezig.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

The Grebbelinie is a water line of approximately 60 kilometres in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a water line constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the line since then, the greater part of the line embankment, the weirs and the earthen defensive works have been preserved. The Grebbelinie comprises embankments, earthen forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line had to be defended by a temporary field army, no permanent quarters for military personnel were built in the Grebbelinie.

The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be held back. The Grebbelinie had to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be deep enough to prevent enemy vehicles and artillery from passing through, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. At those places that were too high to be inundated, defensive works were constructed. In establishing the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. In order to submerge the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 compartments. The water in each compartment was dammed up by means of a weir that lay across the line embankment.

After fortifications had been built incidentally in this area from the end of the 16th century onwards, work began in 1744 on the suggestion of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy on the construction of the earthen embankment which would later become the Grebbelinie dike. The embankment was to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, the plan provided, because of the height difference between the Nederrijn and the Zuiderzee, for the construction of weirs or cross dikes that could hold back the water. In this way, a series of water-filled compartments was created, which descended step-like ever further to the north. In total, eight weirs were constructed to enable the area to be submerged in a controlled manner. In 1786 further fortifications were constructed.

The first time the line was brought into readiness was in 1793 when France declared war on the Netherlands. The water level in the Rhine was, however, at that time too low to submerge the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line at that time. However, when the French under General Pichegru returned at the end of 1794, the line could be submerged. But a severe frost period at the beginning of 1795 meant that the French armies could cross the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, the French gave the line its final form in 1799. They paid much attention to improving the defence of the weirs and laid out earthen outposts there. Because Napoleon incorrectly believed in 1809 that no danger threatened from the east, the Grebbelinie was abandoned as a defensive work.

Only in 1846 did people begin to recognize the importance of the Grebbelinie for national defence. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, it was laid across the already existing fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defensive lines of our country. Following this, new dam sluices were placed in the main weirs, so that the area in front of the line could be submerged more quickly. In 1866 the Diversion Canal was constructed to the east of Veenendaal, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. But nevertheless, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defensive line, because inundations could be achieved there more quickly and easily. According to measurements, at the Grebbelinie the water in the Rhine was high enough to realize submergence for only a small part of the year. Furthermore, it still took too long for the water in the first compartment to reach a high enough level to allow it to flow through to the other compartments.

Only during the mobilization of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defensive line of our country. Because shortly before the Vallei Canal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better possibilities for inundating the area.

Large areas on the eastern side were now submerged and farmhouses that were in the field of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940, the main defence of the eastern front of the Vesting Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and wire entanglements, particularly in the areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal that could not be inundated. On 10 May German troops invaded our country. Although the fighting at the Grebbeberg became most well-known, there was also heavy fighting at other places on the line. The Germans finally made the last modification to the line in 1944. The line was now given the name Pantherstellung. The aim of the line was to hold back an enemy advancing towards Germany and the main line of fire was this time to the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 are still preserved today. In 1951 the Grebbelinie was finally abandoned as a defensive line.

The part of the Fort at the Buursteeg in the municipality of Renswoude is located to the north of the Buursteeg and since 1844 also to the north of the railway line Utrecht-Arnhem, the eastern side of the Grebbeberg and the Grift. The work was constructed with the aim of being able to defend access to the Slaperdijk and the Emmikhuizerberg. In 1844 the railway line was laid across the fort, which also gave the fort the task of protecting the railway line.

Description:

An earthen DEFENSIVE WORK constructed in 1786, located on either side of the railway line Utrecht-Arnhem. The part to the north of the railway line lies in the municipality of Renswoude, the part to the south of the railway line in the municipality of Veenendaal. The ground form of the fort is a symmetrical bastioned earthen work with two recessed flanks and behind them on both sides a redoubt, surrounded by main and secondary ditches. The fort has a maximum area of 500 by 300 metres including ditches and is thereby the largest preserved fort of the Grebbelinie.

Valuation

The construction is of general importance by virtue of:

Cultural-historical values as part of the Grebbelinie, as this was constructed in six phases over a period of 200 years. Of great importance by virtue of its commemorative value because of the role during the fighting in 1939-1940.

Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic construction, which is based on:

a. the system of inundation and access defence (18th, 19th and 20th centuries), b. the system of 'living' field fortification in depth (20th century) c. the outpost function during the mobilization and military operations 1939 - 1940

This is a complex that is in the first place an example of defensive works from the period:

phase 2: 1785-'86, fortification

Archaeological values because of the expected traces of trenches, anti-tank ditches and the like present in the soil.

Ensemble value by virtue of its location within the system of the Grebbelinie in general. Also by virtue of the functional and physical coherence of the components of the complex. Finally, there is a preserved/reasonably preserved relationship with the field of fire and inundation area.

The complex is rare because it is a still largely existing example of an 18th century defensive work in the Grebbelinie and as such is representative (characteristic) of this type of defensive works.

With names in the part of the complex to the south of the railway line, virtually all components thereof are present in more or less recognizable form and function.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map