Rijksmonumentenregister · Netherlands
Tankhindernis, Werken aan de Karnemelksloot. Naarden (Gooise meren 27)
Naarden, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Versperring
- Function
- Tankhindernis
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Werken aan de Karnemelksloot. Naarden (Gooise meren 27)
- Place
- Naarden
- Municipality
- Gooise meren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.28260, 5.14146
- Part of complex
- 531362
- Monument number
- 531371
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 9. Tankversperring.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE Inleiding
BETONBLOK VAN TANKVERSPERRING als onderdeel van lineaire en accesverdediging met antitankgrachten, groepsschuilplaatsen, kazematten en dergelijke.
Naarden ligt op de hoge gronden tussen het Naardermeer en de Zuiderzee, die een acces vormden tot Amsterdam en was één van de belangrijkste vestingsteden van de Oude Hollandse Waterlinie. De waterlinie was primair gebaseerd op inundatie van laag gelegen gronden om zo de vijand de doorgang te beletten. Naarden lag echter op de hoge uitlopers van het Gooi, waardoor de inundaties werden bemoeilijkt. Besloten werd de hoge gronden af te graven. De Werken aan de Karnemelksloot zijn een onderdeel van de pogingen om water rond te vesting Naarden te kunnen vasthouden. In 1787 werd een damsluis aangelegd in de Karnemelksloot, die het inundatiewater moest vasthouden. Ter bescherming van de damsluis kwamen, eveneens in 1787, twee kleine omgrachte aarden lunetten tot stand aan weerszijden van de Karnemelksloot. Behalve de verdediging van de sluis dienden zij ook om de vijand te beletten Naarden aan het zuiden te passeren. Deze lunetten zijn in de Franse Tijd gesloopt maar ten tijde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie rond 1873-1875 vergroot en van bouwwerken voorzien. Ook de fortwachterswoning Naardermeer 7 moet uit deze tijd dateren. De fortificaties van de Nieuwe Hollandse Waterlinie bleken al snel verouderd. Als gevolg van verbeteringen van het geschut kon van steeds grotere afstand effectief doel worden geraakt. Daarom werd ervoor gekozen om tijdens de mobilisatieperioden van 1914-1919 en 1939-1940 extra verdedigingswerken aan te leggen vóór de eigenlijk werken in de vorm van groepsnesten, groepsschuilplaatsen, geschutskazematten en versperringen. Aan de oost- en zuidzijde van Naarden kwam in de mobilisatieperiode 1914-1918 een verdedigingslinie van enige kilometers lengte tot stand. Bij de Karnemelksloot werden prikkeldraadversperringen en schuilplaatsen aangelegd. In 1926 werden de Werken aan de Karnemelksloot, gelijktijdig met de vesting Naarden, als officieel verdedigingswerk opgeheven. Desondanks werd gedurende de periode 1935-1940 een tankversperring aangelegd bij de Karnemelksloot.
Het opwerpen van hindernissen om het oprukken van vijandelijke troepen te belemmeren of te vertragen kent een lange historie. Belangrijke kunstmatige hindernissen waren van oudsher onder meer grachten, waterlinies, omgehakte bomen en onklaar gemaakte bruggen. Met de opkomst van mechanische (zoals de stoomtrein) en gemotoriseerde (pantservoertuigen en tank) verkeersmiddelen is nog zwaarder materieel ingezet, waaronder de stalen en (gewapend) betonnen versperring. Eén van de vanaf het midden van de jaren '30 toegepaste systemen bestond uit schuin rechtop geplaatste en gepunte, stalen (H-)profielbalken, die niet alleen de doorgang voor zulke verkeersmiddelen sterk bemoeilijkten, maar die daaraan ook zware schade konden toebrengen. Dergelijke hindernissen konden worden samengesteld uit één (Type I) dan wel twee rijen (Type II) profielbalken. Tankhindernissen waren gewoonlijk opgebouwd uit samenhangende stelsels van barrières, waarin behalve water (waaronder vooral antitankgrachten en inundaties) ook betonnen en stalen constructies (de echte tankversperringen) de voortgang vertraagden. De gleuven waarin de staven konden worden aangebracht, konden worden afgesloten door middel van gietijzeren deksels. Het Nederlandse leger maakte aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in de Nieuwe Hollandse Waterlinie onder meer gebruik van antitankgrachten en betonblokken met stalen profielbalken. Het aantal aangelegde tankversperringen in de Hollandse Waterlinie is niet bekend; rond het jaar 2000 zijn er nog ongeveer 10 (redelijk) herkenbaar aanwezig, waarvan 1 compleet. Een andere bekende hindernis was de tetraëder - een verplaatsbaar driehoekig betonblok (ook wel als een stalen constructie uitgevoerd), dat groepsgewijze kon worden toegepast bij controleposten en bruggen.
Omschrijving
BETONBLOK VAN TANKVERSPERRING op het acces van de dijkweg het Naardermeer tussen het eigenlijke meer en de Karnemelksloot, iets ten zuiden van de damsluis en de Werken aan de Karnemelksloot. Van de versperring resteren twee betonnen stroken in de zijbermen (ca. 40.00 m breed), met de Karnemelksloot enerzijds en een kleinere sloot langs de dijkweg het Naardermeer anderzijds. De profielstaven zijn tot op maaiveldhoogte afgezaagd. In oorspong besloeg de versperring de totale breedte van de dijk met zijberm.
Waardering
Het BETONBLOK VAN de TANKVERSPERRING is van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw)
Het betreft hier een onderdeel uit de periode 1935-1940. Het onderdeel is een voorbeeld van een rest van een speciaal ter verdediging tegen aanvalswagens en / of tanks aangelegde gewapend betonnen, gietijzeren en stalen versperring, die deel uitmaakte van een lineaire, verder deels uit (anti)tankgrachten en aangrenzende inundaties bestaande hindernis.
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en door de ligging in een potentiële toegang (acces) tot de Vesting Holland.
* Het onderdeel is tamelijk zeldzaam omdat er relatief weinig herkenbare tankhindernissen resteren.
* Het onderdeel is weinig gaaf bewaard, maar laat zich in het veld nog in zijn oorspronkelijke functie herkennen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 9. Tank Obstacle.
NEW HOLLAND WATERLINE Introduction
CONCRETE BLOCK OF TANK OBSTACLE as component of linear and access defence with anti-tank ditches, group shelters, casemates and similar structures.
Naarden lies on the high ground between the Naardermeer and the Zuiderzee, which formed an access to Amsterdam and was one of the most important fortified towns of the Old Holland Waterline. The waterline was primarily based on inundation of low-lying lands in order to prevent the enemy from passing. However, Naarden lay on the high slopes of the Gooi, which made inundations difficult. It was decided to excavate the high ground. The Works at the Karnemelksloot are part of the attempts to hold water around the fortification of Naarden. In 1787 a dam lock was installed in the Karnemelksloot to hold the inundation water. To protect the dam lock, two small moated earthen lunettes were created in 1787 on either side of the Karnemelksloot. Besides the defence of the lock, they also served to prevent the enemy from passing Naarden on the south. These lunettes were demolished in the French Period but at the time of the New Holland Waterline around 1873-1875 were enlarged and provided with buildings. The fort keeper's dwelling Naardermeer 7 must also date from this period. The fortifications of the New Holland Waterline soon proved outdated. As a result of improvements in artillery, effective fire could be brought to bear from ever greater distances. Therefore, during the mobilisation periods of 1914-1919 and 1939-1940, additional defensive works were constructed in front of the actual works in the form of group nests, group shelters, gun casemates and obstacles. On the east and south side of Naarden, a defensive line several kilometres long was established during the mobilisation period 1914-1918. At the Karnemelksloot, barbed-wire obstacles and shelters were installed. In 1926 the Works at the Karnemelksloot, simultaneously with the fortification of Naarden, were officially decommissioned as a defensive work. Nevertheless, during the period 1935-1940 a tank obstacle was constructed at the Karnemelksloot.
The erection of obstacles to hinder or delay the advance of enemy troops has a long history. Important artificial obstacles were traditionally, among others, ditches, waterlLines, felled trees and disabled bridges. With the advent of mechanical (such as steam trains) and motorised (armoured vehicles and tanks) means of transport, heavier materials were deployed, including steel and (reinforced) concrete obstacles. One of the systems applied from the mid-1930s onwards consisted of obliquely erected and pointed steel (H-section) beams, which not only greatly impeded the passage of such vehicles but could also inflict heavy damage on them. Such obstacles could be assembled from one (Type I) or two rows (Type II) of section beams. Tank obstacles were usually constructed from interconnected systems of barriers, in which in addition to water (including especially anti-tank ditches and inundations) concrete and steel constructions (the actual tank obstacles) delayed progress. The slots in which the bars could be inserted could be closed by means of cast-iron covers. On the eve of the Second World War, the Dutch army used anti-tank ditches and concrete blocks with steel section beams in the New Holland Waterline among other things. The number of tank obstacles constructed in the Holland Waterline is not known; around the year 2000 approximately 10 (reasonably) recognisable ones still remain, of which 1 is complete. Another well-known obstacle was the tetrahedron - a movable triangular concrete block (also executed as a steel construction) that could be applied in groups at checkpoints and bridges.
Description
CONCRETE BLOCK OF TANK OBSTACLE on the access of the dyke road het Naardermeer between the actual lake and the Karnemelksloot, slightly south of the dam lock and the Works at the Karnemelksloot. Of the obstacle, two concrete strips remain in the side verges (approximately 40.00 m wide), with the Karnemelksloot on one side and a smaller ditch along the dyke road het Naardermeer on the other. The profile bars have been sawn off to ground level. Originally the obstacle covered the entire width of the dyke with side verge.
Valuation
The CONCRETE BLOCK OF THE TANK OBSTACLE is of general importance because of:
* Cultural-historical values as component of the New Holland Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially from 1815 realised by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.
* Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based on: a. the system of inundation and access defence (20th century), b. the race with increasingly powerful offensive means (20th century) c. the system of 'living' field fortification in depth (20th century)
This is a component from the period 1935-1940. The component is an example of a remnant of a reinforced concrete, cast-iron and steel obstacle specially constructed for defence against assault vehicles and/or tanks, which formed part of a linear, further partly consisting of (anti)tank ditches and adjoining inundations, obstacle.
* Ensemble value and situational values as component of the New Holland Waterline. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and by its location in a potential access to the Fortress Holland.
* The component is fairly rare because relatively few recognisable tank obstacles remain.
* The component is poorly preserved, but can still be recognised in the field in its original function.
Nearby in the register
- Boerderij, Naardermeer 13Boerderijunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Werken aan de Karnemelksloot Naarden (Gooise meren 27)Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Batterij, Werken aan de Karnemelksloot Naarden (Gooise meren 27)Omwallingunder 1 mi
- Wachtgebouw, Naardermeer 9Militair wachtgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.