TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Tankgracht, tussen Rijnauwen en Vechten Utrecht

Utrecht,Bunnik, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Versperring
Function
Tankgracht
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1914 - 1940
Address
tussen Rijnauwen en Vechten Utrecht,Bunnik (Bunnik 26)
Place
Utrecht,Bunnik
Municipality
Bunnik
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.06533, 5.17809
Part of complex
531085
Monument number
531091

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1902 map "Chromo-topographische kaart voor het Garnizoen Utrecht / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 41.

Inleiding

BETONBLOKKEN VAN TANKVERSPERRINGEN en TANKHINDERNIS / (ANTI)TANKGRACHT als onderdelen van lineaire en accesverdediging met loopgravenstelsels, groepsnesten, groepsschuilplaatsen, hindernissen en dergelijke. Het opwerpen van hindernissen om het oprukken van vijandelijke troepen te belemmeren of te vertragen kent een lange historie. Belangrijke kunstmatige hindernissen waren van oudsher onder meer grachten, waterlinies, omgehakte bomen en onklaar gemaakte bruggen. Met de opkomst van mechanisch (zoals de stoomtrein) en gemotoriseerd (pantservoertuigen en tank) transport is nog zwaarder materieel ingezet, waaronder de stalen en (gewapend) betonnen versperring. Eén van de vanaf het midden van de jaren '30 toegepaste systemen bestond uit schuin rechtop geplaatste en gepunte, stalen H-profielbalken, die niet alleen de doorgang voor zulke verkeersmiddelen sterk bemoeilijkten, maar die daaraan ook zware schade konden toebrengen. Dergelijke hindernissen werden samengesteld uit één (Type I) dan wel twee rijen (Type II) profielbalken. Tankhindernissen waren gewoonlijk opgebouwd uit samenhangende stelsels van barrières, waarin behalve water (bv. antitankgrachten) ook betonnen en stalen constructies (de echte tankversperringen) de voortgang vertraagden. Een andere hindernis was de tetraëder - een verplaatsbaar driehoekig betonblok dat (additioneel) groepsgewijze ook kon worden toegepast bij controleposten en bruggen. Het Nederlandse leger maakte aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in de Nieuwe Hollandse Waterlinie onder meer gebruik van antitankgrachten en tankversperringen in de vorm van betonblokken met schuin hierin geplaatste stalen profielbalken. Het aantal aangelegde tankversperringen in de Hollandse Waterlinie is niet bekend; rond het jaar 2000 zijn er nog omstreeks 10 herkenbaar aanwezig, waarvan 1 compleet. Binnen het complex 'Tussenstelling Rijnauwen-Vechten' zijn resten van twee betonnen tankversperringen herkenbaar aanwezig: één in de Rhijnauwenselaan en een tweede in de Rijnsoever. Beide gaan ten dele schuil onder een asfaltlaag. Tankgrachten werden gewoonlijk zo veel mogelijk samengesteld uit bestaande (gegraven) waterlopen, die vaak ten dele verlegd en al dan niet met elkaar in verbinding gebracht een, zo mogelijk, zigzaggend verloop dienden te bezitten om het verdedigend vuur zo efficiënt mogelijk te kunnen benutten en het verband van de vijandelijke opmars te verstoren. Het zigzaggen is in de praktijk relatief schaars, als gevolg van het gebruik van bestaande wateren. Het niet met elkaar in verbinding brengen kon gevolg zijn van verschillende peilen van de desbetreffende grachten of van waterschaarste. De breedten en de taluds werden speciaal voor de verdedigingsfunctie aangepast: verbreding van bestaande waterlopen en het opwerpen van een aarden dekking aan de te verdedigen zijde waren usance. In de meeste gevallen zijn de werken na, of al tijdens de oorlog weer geëffend, waardoor er nu sprake is van zeldzaamheidswaarde. Ook in de Hollandse Waterlinie zijn op vele plaatsen tankgrachten tot stand gebracht. Het beloop van een van die grachten is nog goed herkenbaar in het gebied tussen de Kromme Rijn bij het Fort bij Rijnauwen en het Fort bij 't Hemeltje.

Omschrijving

BETONBLOKKEN VAN TANKVERSPERRINGEN en tankhindernis / (anti)tankgracht die als onderdelen van een aaneengesloten tankhindernis in de Rhijnauwenselaan en de Rijnsoever zijn aangebracht. De betonblokken van de tankversperringen dateren van kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Ter hoogte van resten van voormalige tankgracht in de ongeveer noord-zuid gerichte Rhijnauwenselaan in zowel rijweg als bermen geïncorporeerd, rechthoekig (gewapend) gietbetonnen blok van circa 4,50 x 10,00 m oppervlakte en omstreeks 1,00 m dikte, waarin over de volle breedte van de weg en de bermen twee rijen, rechthoekige, gietijzeren deksels van twee verschillende formaten voorkomen. Vanwege latere asfaltering van het wegdek is een gedeelte thans niet zichtbaar. De ijzeren deksels zijn globaal in vier, respectievelijk zes vierkanten onderverdeeld. In de noordelijke rij zijn de grotere en kleinere deksels twee om twee gerangschikt; in de zuidelijke om en om. Een vergelijkbaar betonblok, maar minder duidelijk herkenbaar, bevindt zich in de noordelijke weg langs de Kromme Rijn, iets oostelijk van Fort Rijnauwen: in de Rijnsoever, dicht bij de kruising Vossegatsedijk / Zandlaan / Vagantenpad. De zichtbare resten bevinden zich in de berm aan de noordzijde van de weg; er zijn vermoedelijk niet zichtbare resten aanwezig onder de asfaltlaag van de Rijnsoever. Na het uitnemen van de deksels en het in sleuven aanbrengen van onder twee verschillende hoeken schuin in het betonnen blok verankerde stalen H-profielbalken (zogenoemde 'asperges') kon de voortgang van voertuigen, waaronder tanks en pantservoertuigen worden belemmerd. De TANKHINDERNIS / (ANTI)TANKGRACHT maakt deel uit van een kilometers lange deels als waterbarrière ingerichte en ten dele uit wegversperringen bestaande hindernis op de Houtense Vlakte. De hindernis is in het laatste jaar voor de Duitse inval, in 1940, gerealiseerd uit aaneensluitende segmenten van verschillende wateren ten zuidoosten van de forten bij Rijnauwen, bij Vechten en bij 't Hemeltje. De tankgracht liep oorspronkelijk vanaf het noordelijke werk van de Werken bij Griftenstein tot voorbij het Fort bij 't Hemeltje. De gracht is later door de aanleg van De Uithof verdwenen; alleen voor de Werken bij Griftenstein liggen verder nog enige restanten. Het duidelijkst herkenbaar gebleven deel, dat aansloot aan de Kromme Rijn, bestaat uit een aantal relatief brede sloten, die in zigzaggend patroon ten oosten van de Tussenstelling Rijnauwen-Vechten van de Kromme Rijn naar de Rijnauwenselaan lopen. De antitankgracht eindigt hier ter hoogte van de betonnen tankversperring met stalen profielbalken. Behalve de sloten zelf, zijn er weinig of geen sporen van de vroegere graaf- en aardwerken meer aan de oppervlakte herkenbaar, maar mogelijk zijn hiervan beneden het maaiveld nog sporen aanwezig.

Waardering

BETONBLOKKEN VAN TANKVERSPERRINGEN en TANKHINDERNIS / (ANTI)TANKGRACHT zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw)

De onderdelen zijn voorbeelden van speciaal ter verdediging tegen aanvalswagens en / of tanks aangelegde en / of ingerichte (anti)tankgracht met bij wegaccessen in gewapend beton, gietijzer en staal uitgevoerde versperringen, die gezamenlijk deel uitmaakten van een lineaire hindernis.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder als van een lineair systeem deel uitmakende fysieke versperringen in het acces van de Houtense Vlakte.

* De onderdelen zijn tamelijk zeldzaam geworden en zijn representatief omdat de versperringen en hindernissen in hun fysieke context en samenhang herkenbaar zijn gebleven.

* De onderdelen zijn redelijk, respectievelijk matig gaaf bewaard omdat zowel de betonnen massa's, als een (belangrijk) deel van de constructies en toepassingsmogelijkheden hiervan en de waterlopen in situ waarneembaar en herkenbaar zijn gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 41.

Introduction

CONCRETE BLOCKS OF TANK OBSTACLES and TANK BARRIER / (ANTI)TANK DITCH as components of linear and access defence with trench systems, group posts, group shelters, obstacles and the like. The erection of obstacles to hinder or delay the advance of enemy troops has a long history. Important artificial obstacles were traditionally, among others, ditches, water lines, felled trees and disabled bridges. With the rise of mechanical (such as the steam train) and motorised (armoured vehicles and tanks) transport, even heavier materials were deployed, including steel and (reinforced) concrete barriers. One of the systems applied from the mid-1930s onwards consisted of diagonally upright and pointed steel H-section beams, which not only greatly hindered the passage of such vehicles, but could also cause them heavy damage. Such obstacles were assembled from either one (Type I) or two rows (Type II) of section beams. Tank obstacles were usually built from interconnected systems of barriers, in which besides water (for example anti-tank ditches) concrete and steel structures (the actual tank barriers) also slowed progress. Another obstacle was the tetrahedron - a moveable triangular concrete block that (additionally) could also be used in groups at checkpoints and bridges. The Dutch army, on the eve of the Second World War, made use of anti-tank ditches and tank barriers in the form of concrete blocks with steel section beams placed diagonally within them in the Nieuwe Hollandse Waterlinie. The number of tank barriers constructed in the Hollandse Waterlinie is not known; around the year 2000 approximately 10 were still recognisably present, of which 1 was complete. Within the complex 'Intermediate Position Rijnauwen-Vechten' remains of two concrete tank barriers are recognisably present: one in the Rhijnauwenselaan and a second on the Rijnsoever. Both are partly concealed under an asphalt layer. Tank ditches were usually composed as much as possible from existing (dug) watercourses, which were often partly diverted and, whether or not connected to each other, were intended to have, if possible, a zigzagging course to enable defensive fire to be used as efficiently as possible and to disrupt the cohesion of the enemy advance. In practice, zigzagging is relatively rare, as a result of the use of existing waters. Failure to connect them could result from different water levels of the respective ditches or from water scarcity. The widths and the slopes were specially adapted for the defence function: widening of existing watercourses and the erection of an earth covering on the side to be defended were common practice. In most cases the works were levelled after, or already during the war, which means that they now have rarity value. Tank ditches were also constructed in many places in the Hollandse Waterlinie. The course of one of these ditches is still clearly recognisable in the area between the Kromme Rijn near the Fort bij Rijnauwen and the Fort bij 't Hemeltje.

Description

CONCRETE BLOCKS OF TANK BARRIERS and tank obstacle / (anti)tank ditch which have been incorporated as components of a continuous tank obstacle in the Rhijnauwenselaan and the Rijnsoever. The concrete blocks of the tank barriers date from shortly before the outbreak of the Second World War. At the height of remains of the former tank ditch in the approximately north-south oriented Rhijnauwenselaan in both carriageway and verges, rectangular (reinforced) cast concrete block of approximately 4.50 x 10.00 m surface area and approximately 1.00 m thickness, in which over the full width of the road and verges two rows of rectangular cast iron covers of two different sizes are found. Due to later asphalting of the road surface, a part is now not visible. The iron covers are generally divided into four and six squares respectively. In the northern row the larger and smaller covers are arranged two by two; in the southern row alternately. A comparable concrete block, but less clearly recognisable, is located in the northern road along the Kromme Rijn, slightly east of Fort Rijnauwen: on the Rijnsoever, close to the intersection of Vossegatsedijk / Zandlaan / Vagantenpad. The visible remains are located in the verge on the north side of the road; there are presumably non-visible remains under the asphalt layer of the Rijnsoever. After removing the covers and installing steel H-section beams (so-called 'asparagus') anchored diagonally in the concrete block at two different angles in grooves, the passage of vehicles, including tanks and armoured vehicles, could be hindered. The TANK OBSTACLE / (ANTI)TANK DITCH forms part of a kilometre-long obstacle arranged partly as a water barrier and partly consisting of road barriers on the Houtense Vlakte. The obstacle was realised in the last year before the German invasion, in 1940, from contiguous segments of different waters to the south-east of the forts at Rijnauwen, at Vechten and at 't Hemeltje. The tank ditch originally ran from the northern work of the Works at Griftenstein to beyond the Fort bij 't Hemeltje. The ditch was later removed by the construction of De Uithof; only for the Works at Griftenstein are there further remains. The most clearly recognisable remaining part, which connected to the Kromme Rijn, consists of a number of relatively wide ditches, which in a zigzagging pattern run east of the Intermediate Position Rijnauwen-Vechten from the Kromme Rijn to the Rhijnauwenselaan. The anti-tank ditch ends here at the height of the concrete tank barrier with steel section beams. Besides the ditches themselves, there are few or no traces of the former digging and earthworks still recognisable on the surface, but possibly traces of these are still present below ground level.

Valuation

CONCRETE BLOCKS OF TANK BARRIERS and TANK OBSTACLE / (ANTI)TANK DITCH are of general interest on account of:

* Cultural-historical values as components of the Nieuwe Hollandse Waterlinie as it was designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realised from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Military-historical values as part of a continuous military defence line between the former Zuiderzee and the Biesbosch. This consisted mainly of an interconnected system of inundation fields and associated inundation facilities and firing fields. This system was supplemented with various types of built or constructed (defence) works dating from different periods which served to or contributed to the closure of non-inundatable terrain or other accesses.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based on: a. the system of inundation and access defence (19th and 20th centuries), b. the race with increasingly powerful offensive means (20th century) c. the system of 'living' field fortification in depth (20th century)

The components are examples of (anti)tank ditches specially constructed and/or arranged for defence against assault vehicles and/or tanks with barriers executed in reinforced concrete, cast iron and steel at road accesses, which together formed part of a linear obstacle.

* Ensemble value and situational values as a component of the Nieuwe Hollandse Waterlinie. Also on account of the functional and physical coherence with the remaining components of the complex and in particular as physical barriers forming part of a linear system in the access of the Houtense Vlakte.

* The components have become fairly rare and are representative because the barriers and obstacles have remained recognisable in their physical context and coherence.

* The components are reasonably, respectively moderately well-preserved because both the concrete masses and an (important) part of the structures and their possible applications and the watercourses have remained observable and recognisable in situ.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map