Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Zwarteweg 5
Aerdenhout, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1948 - 1950
- Address
- Zwarteweg 5, 2111 AJ Aerdenhout (Bloemendaal 27)
- Place
- Aerdenhout
- Municipality
- Bloemendaal
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.36602, 4.58887
- Monument number
- 530984
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Onteigening voor het aanleggen van een duinweg van de kommen van Bloemendaal en van Overveen naar Zandvoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WOONHUIS 'Villa Looyen' met vrijstaande GARAGE, BINNENTUIN en TERRAS, tussen 1948 en 1950 gebouwd, naar ontwerp van ir. B. Bijvoet in opdracht van mw. Naessens-Looyen. Bij de realisatie van de villa was eveneens prof. G.H.M. Holt betrokken. De opdrachtgeefster gaf Bijvoet opdracht voor het ontwerpen van de villa na een bezoek aan het Maison de Verre in Parijs, dat Bijvoet samen met Pierre Charreau in de periode 1928-1932 gebouwd had. Dit betrof een functionalistisch woonhuis dat opgetrokken was met behulp van glazen stenen. Bijvoet paste deze stenen ook in de villa in Aerdenhout toe. Verder heeft de architect zich bij het ontwerpen laten inspireren door villa's van de architect Le Corbusier, zoals het huis te Les Mathes uit 1935, waarbij hij functioneel bouwde met behulp van onder meer traditionele materialen. Net als Le Corbusier maakte Bijvoet gebruik van contrastrijke materiaaltoepassingen zoals grote oppervlakken glas in ranke stalen kozijnen en wanden opgetrokken met ruwe, onregelmatige natuursteenblokken. Tevens combineerde Bijvoet deze materialen met een fragiel stalen uitbouwsel zoals Le Corbusier dat ook bij zijn villa's toegepast had. Ook de woonlaag op pilotis en het dakterras refereren aan villa's van Le Corbusier. De villa ligt ca. 130 m ten oosten van de weg, geheel verscholen, op een oplopend begroeid duinkavel. Vanaf de weg loopt een pad over het bosrijke perceel naar het open voorterrein van de villa. Het met halfverharding bedekte voorterrein wordt omsloten door de twee vleugels van de villa en de vrijstaande garage die gedeeltelijk in het duin gebouwd is. Het voorterrein was met opzet sober en strak gehouden. Van oudsher konden de auto's op het voorterrein keren en zowel in de garage als tussen de pilotis van de oostvleugel parkeren. Het woonhuis werd geplaatst in het ongerepte duinlandschap. Door de plaatsing van het huis en de garage in het natuurlijk geaccidenteerde terrein en de inventieve vormgeving gecombineerd met de plastische gevelbehandeling en de fijne materiaal- en kleurkeuze voegt het huis zich in het omringende duinlandschap. Vanaf het dakterras op de westelijke vleugel was van oorsprong de zee zichtbaar. Het huis bestaat uit twee vleugels die aan de tuinzijde zijn geschaard om een met glazen wanden afgesloten binnentuin met omgaande stalen pergola. Zowel de binnentuin als de groenaanleg met terras rond het huis werden aangelegd door tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999). Het woonhuis verkeert nagenoeg in authentieke staat. De garage werd in 1953 aan de achterzijde uitgebreid met een kinderkamer. In 2009 is een start gemaakt met de restauratie van het woonhuis. Tevens is in dat jaar een glazen luchtbrug gebouwd die de oostelijke vleugel en de studeerkamer boven de garage verbindt.
Omschrijving
WOONHUIS op een samengestelde plattegrond, bestaande uit verschillende in elkaar geschoven bouwvolumen die in hoogte variëren. De hoofdvolumen bestaan uit twee schuine, rechthoekige, ongelijke vleugels die geschaard zijn rond een binnentuin met een omgaande pergola van staal. De vleugel aan de westzijde telt één bouwlaag. In deze vleugel bevinden zich de woonkamer, de keuken en de studeerkamer. Onder de keuken is een kleine kelder. De gevels van deze vleugel zijn hoger opgetrokken en dienen als omgaande borstwering rond het dakterras dat zich op de westelijke vleugel bevindt. De oostelijke vleugel met de slaapkamers en badkamer is in een knik met stompe hoek op de westelijke vleugel geplaatst en staat op kolommen (pilotes). Ter plaatse van de 'knik' bevindt zich een slingertrap die de twee bouwdelen intern met elkaar verbindt. De buitenmuur rond de trap is gebogen wat bijdraagt aan de plasticiteit van het huis. De oostelijke vleugel is gedekt met een flauw hellend lessenaarsdak. Kenmerkend voor de architectuur van deze villa is het grote contrast tussen enerzijds de robuuste, dikke muren die het huis een gesloten karakter geven en anderzijds de grote glaspartijen en de ranke stalen pergola die het huis luchtigheid geven. De muren van het huis zijn opgebouwd uit een binnenmuur van gewone baksteen en een buitenmuur van Limburgse Carboonsteen. De ruwe, onregelmatige blokken Carboonsteen zijn gevat in cementmortel. Binnen- en buitenmuur hebben samen een dikte van 30 cm. Deze dikke muren en de plastische gevelbehandeling zorgen samen voor een robuuste, rustieke uitstraling. De robuuste gevels worden onderbroken door grote glasvlakken. Zo is de woonkamer over de gehele breedte aan de tuinzijde van een glazen pui voorzien. Twee paar openslaande deuren in deze pui geven toegang tot het terras. Doordat de glazen pui iets terug springt ten opzichte van het overige gevelvlak heeft het terras een beschutte ligging. Ter hoogte van de keuken is de voorgevel opgetrokken uit vierkante, glazen bouwstenen. De grote stroken glas en de glazen gevel van de keuken contrasteren met de robuuste gevels en geven het huis een zekere transparantie en luchtigheid. Ook de ranke ijzeren kozijnen van de ramen dragen bij aan het luchtige karakter van de vensterpartijen. Zeer bijzonder is dat de kozijnen van de glaspartijen van de woonkamer en de entree in brons uitgevoerd zijn. Het grootste contrast met de twee robuuste vleugels vormt de BINNENTUIN met omgaande pergola die is vormgegeven als een soort transparant verlengstuk van het huis in de hoek van de twee vleugels van het huis. De binnentuin ligt iets verdiept en wordt aan twee zijden begrensd door de buitenmuren van de vleugels van het huis. Van oorsprong werd de binnentuin aan de twee andere zijden begrensd door grote glazen puien die in ranke bronzen profielen gevat waren. De puien stonden op een massief basement van Carboonsteen. Thans (2010) zijn deze glazen wanden niet meer aanwezig. De binnentuin was voorzien van een terras en een tegelpad waarbij de tegels gelegd waren in de voor Mien Ruys zo kenmerkende schuine lijnen. Van deze oorspronkelijke aanleg resteren enkele vaste elementen. De omgaande pergola vormt een soort ruimtelijke begrenzing van de glazen 'kamer'. De pergola is uitgevoerd in stalen verticale stijlen die aan de bovenzijde door hekwerk onderling verbonden zijn. Ter hoogte van de verdieping van het huis is een omloop die bestaat uit een vloer van tegels met glazen bouwstenen. Rond de binnentuin ligt een pad aan de zuid- en de westzijde met tegels die in schuine lijnen gelegd zijn. Dit pad leidt naar het TERRAS aan de zuidwest zijde van de woonkamer. In het terras zijn terrasvakken opengelaten voor vaste planten. Zowel het pad naar het terras als het terras zelf zijn uitgevoerd naar ontwerp van Mien Ruys en thans in essentie nog aanwezig. Bij de bouw werd het huis voorzien van comfortvoorzieningen die in die tijd als zeer modern golden. Dit betrof verzonken verwarmingsconvectoren en dubbel thermopaan glas voor de puien in de woonkamer. Ook de moderne, open plattegrond waarbij de hal en de woonkamer in elkaar overlopen, weerspiegelt de vooruitstrevende moderne visie van de architect. Het huis kent nog steeds de oorspronkelijke indeling. Ook resteren enkele interieurelementen die door de architect voor het huis ontworpen werden zoals de garderobekast in de entree, het theemeubel onder de trap in de hal en de trapleuning. Tevens zijn de oorspronkelijke vloer met kambala houtmozaiek in de woonkamer en de met coromandelhout beklede wand van de hal nog aanwezig.
De vrijstaande GARAGE aan de oostzijde van de voorplaats is ingebouwd in het duin. Het rechthoekige bouwvolume is evenals het huis grotendeels opgetrokken in Carboonsteen en bestaat uit twee bouwlagen onder een lessenaarsdak. De garage is toegankelijk via een garagedeur aan de voorzijde. De gevels worden onderbroken door enkele vensters en gepotdekselde delen.
Waardering
Het WOONHUIS 'Villa Looyen' met GARAGE, BINNENTUIN en TERRAS uit 1948-1950 is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van de vroege Wederopbouw vanaf 1940 vanwege:
- de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een relatief vroeg in de Wederopbouwperiode gebouwd vrijstaand particulier woonhuis. Door de materiaalschaarste werd er in deze fase van de Wederopbouw vanuit de overheid een restrictief beleid gevoerd ten aanzien van het bouwen van particuliere, vrijstaande woonhuizen. Hierdoor werden in deze eerste jaren na de oorlog weinig vrijstaande woonhuizen gebouwd. De vrijstaande woonhuizen die wel in deze periode gebouwd werden hadden net zoals Villa Looyen ten gevolge van de Woonruimtewet een bescheiden omvang;
- de architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een naoorlogs vrijstaand woonhuis met een moderne open plattegrond en een sterke verbintenis tussen het in- en het exterieur. Het woonhuis is ook van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, waarbij de schikking van de volumes en de plastische gevelbehandeling een fraaie compositie heeft opgeleverd. Zowel in het in- als het exterieur zijn bijzondere materialen van hoge kwaliteit toegepast. Het interieur bevat enkele originele interieurelementen die door de architect ontworpen zijn. Ook door de toepassing van voor die tijd zeer moderne comfort voorzieningen is het woonhuis van belang. Het woonhuis ontleent architectuurhistorische waarde aan de duidelijk herkenbare invloed van het werk van de architect Le Corbusier. Van eerdere villa's van Le Corbusier werden onder andere overgenomen de contrastrijke materiaaltoepassingen, de toepassing van pilotes en het aanbrengen van een dakterras. Het woonhuis is tevens van belang als representatief voorbeeld van het werk van de architecten Bijvoet en Holt, uit de periode waarin zij samenwerkten, namelijk tussen 1945 en 1979. Daarnaast is de tuinaanleg van belang als representatief voorbeeld van het naoorlogse werk van Mien Ruys;
- de ensemblewaarde vanwege de sterke relatie met het omringende duinlandschap waarbij zowel de materialisering als ontwerp en ligging werden afgestemd op het geaccidenteerde duinkavel. Het ensemble van woonhuis en tuin is tevens van belang vanwege de functionele en compositorische relatie tussen het woonhuis en de binnentuin en de tuinaanleg rond de binnentuin die door Mien Ruys ontworpen werden;
- De hoge gaafheid van zowel het exterieur als het interieur van het woonhuis.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RESIDENCE 'Villa Looyen' with detached GARAGE, INTERIOR COURTYARD and TERRACE, built between 1948 and 1950, designed by ir. B. Bijvoet on behalf of Mrs. Naessens-Looyen. Prof. G.H.M. Holt was also involved in the realisation of the villa. The client commissioned Bijvoet to design the villa following a visit to the Maison de Verre in Paris, which Bijvoet had built together with Pierre Charreau in the period 1928-1932. This was a functionalist residence constructed with the aid of glass bricks. Bijvoet also applied these bricks in the villa in Aerdenhout. Furthermore, the architect was inspired in his design by villas of the architect Le Corbusier, such as the house at Les Mathes from 1935, in which he built functionally using, among other things, traditional materials. Like Le Corbusier, Bijvoet made use of contrasting material applications such as large glass surfaces in slender steel frames and walls constructed with rough, irregular natural stone blocks. Bijvoet also combined these materials with a fragile steel extension as Le Corbusier had also applied in his villas. The residential storey on pilotis and the roof terrace also refer to villas by Le Corbusier. The villa is located approximately 130 m east of the road, completely secluded, on an ascending planted dune plot. From the road, a path runs across the wooded site to the open forecourt of the villa. The forecourt, covered with partial paving, is enclosed by the two wings of the villa and the detached garage which is partially built into the dune. The forecourt was intentionally kept simple and neat. Traditionally, cars could turn around in the forecourt and park both in the garage and between the pilotis of the east wing. The residence was placed in the untouched dune landscape. By the placement of the house and garage in the naturally undulating terrain and the inventive design combined with the plastic facade treatment and the refined material and colour choice, the house fits into the surrounding dune landscape. From the roof terrace on the western wing, the sea was originally visible. The house consists of two wings which are arranged on the garden side around an interior courtyard enclosed by glazed walls with a surrounding steel pergola. Both the interior courtyard and the planting with terrace around the house were laid out by garden architect Mien Ruys (1904-1999). The residence is in virtually authentic condition. The garage was extended in 1953 at the rear with a children's bedroom. In 2009, restoration of the residence was commenced. In that year a glazed air bridge was also built which connects the eastern wing and the study above the garage.
Description
RESIDENCE on a composite floor plan, consisting of various interlocking building volumes which vary in height. The main volumes consist of two slanting, rectangular, unequal wings which are arranged around an interior courtyard with a surrounding steel pergola. The wing on the west side has one storey. In this wing are located the living room, the kitchen and the study. Below the kitchen is a small cellar. The facades of this wing are built higher and serve as a surrounding parapet around the roof terrace which is located on the western wing. The eastern wing with the bedrooms and bathroom is placed at a bend with a blunt angle to the western wing and stands on columns (pilotis). At the location of the 'bend' there is a spiral staircase which internally connects the two building parts. The external wall around the staircase is curved which contributes to the plasticity of the house. The eastern wing is covered with a shallow sloping lean-to roof. Characteristic of the architecture of this villa is the great contrast between on the one hand the robust, thick walls which give the house a closed character and on the other hand the large glazed areas and the slender steel pergola which give the house airiness. The walls of the house are constructed from an inner wall of ordinary brickwork and an outer wall of Limburgse Carboonsteen. The rough, irregular blocks of Carboonsteen are set in cement mortar. Inner and outer walls together have a thickness of 30 cm. These thick walls and the plastic facade treatment together provide a robust, rustic appearance. The robust facades are interrupted by large glass surfaces. For example, the living room is provided with a glass door and window wall along its entire width on the garden side. Two pairs of french doors in this wall provide access to the terrace. Because the glass wall is set slightly back from the rest of the facade plane, the terrace has a sheltered location. At the level of the kitchen, the front facade is constructed of square glass bricks. The large strips of glass and the glass facade of the kitchen contrast with the robust facades and give the house a certain transparency and airiness. The slender iron frames of the windows also contribute to the airy character of the window sections. Particularly remarkable is that the frames of the glass sections of the living room and entrance are executed in bronze. The greatest contrast to the two robust wings is formed by the INTERIOR COURTYARD with surrounding pergola which is designed as a kind of transparent extension of the house in the corner of the two wings. The interior courtyard is slightly sunken and is bounded on two sides by the outer walls of the wings of the house. Originally, the interior courtyard was bounded on the two other sides by large glass door and window walls set in slender bronze profiles. The walls stood on a massive basement of Carboonsteen. At present (2010) these glazed walls are no longer present. The interior courtyard was provided with a terrace and a tile path with the tiles laid in the diagonal lines so characteristic of Mien Ruys. Several fixed elements remain from this original layout. The surrounding pergola forms a kind of spatial boundary of the glass 'room'. The pergola is executed in steel vertical members which are connected at the top by lattice work. At the level of the storey of the house is a gallery which consists of a floor of tiles with glass bricks. Around the interior courtyard is a path on the south and west sides with tiles laid in diagonal lines. This path leads to the TERRACE on the southwest side of the living room. In the terrace, spaces are left open for fixed plants. Both the path to the terrace and the terrace itself are executed to the design of Mien Ruys and are now essentially still present. During construction the house was provided with comfort facilities which were considered very modern at that time. This included recessed heating convectors and double-glazed thermal panes for the glass door and window walls in the living room. The modern, open floor plan whereby the hall and living room flow into each other also reflects the forward-thinking modern vision of the architect. The house still retains its original layout. Several interior elements designed by the architect for the house also remain, such as the wardrobe in the entrance, the tea cabinet under the staircase in the hall and the stair rail. The original floor with kambala wood mosaic in the living room and the wall of the hall clad in coromandel wood are also present.
The detached GARAGE on the east side of the forecourt is built into the dune. The rectangular building volume, like the house, is largely constructed in Carboonsteen and consists of two storeys under a lean-to roof. The garage is accessible via a garage door at the front. The facades are interrupted by several windows and potted-plant areas.
Valuation
The RESIDENCE 'Villa Looyen' with GARAGE, INTERIOR COURTYARD and TERRACE from 1948-1950 is of general interest as an essential exemplar of the early Post-War Reconstruction period from 1940 because of:
- the cultural-historical value as an example of a detached private residence built relatively early in the Post-War Reconstruction period. Due to material scarcity, the government pursued a restrictive policy with respect to the construction of private detached residences during this phase of the Post-War Reconstruction. As a result, few detached residences were built in these first years after the war. The detached residences that were built during this period had, just like Villa Looyen, as a consequence of the Housing Act, a modest size;
- the architectural-historical value as an example of a post-war detached residence with a modern open floor plan and a strong connection between the interior and the exterior. The residence is also of importance because of the high-quality aesthetic qualities of the design, whereby the arrangement of the volumes and the plastic facade treatment have resulted in a fine composition. Both in the interior and exterior, special materials of high quality have been applied. The interior contains several original interior elements designed by the architect. Also through the application of very modern comfort facilities for that time, the residence is of importance. The residence derives architectural-historical value from the clearly recognisable influence of the work of the architect Le Corbusier. From earlier villas by Le Corbusier, contrasting material applications, the use of pilotis and the addition of a roof terrace were adopted among others. The residence is also of importance as a representative example of the work of the architects Bijvoet and Holt, from the period in which they worked together, namely between 1945 and 1979. Furthermore, the garden design is of importance as a representative example of Mien Ruys' post-war work;
- the ensemble value because of the strong relationship with the surrounding dune landscape whereby both the materialisation and design and location were tailored to the undulating dune plot. The ensemble of residence and garden is also of importance because of the functional and compositional relationship between the residence and the interior courtyard and the garden design around the interior courtyard designed by Mien Ruys;
- The high degree of integrity of both the exterior and interior of the residence.
Nearby in the register
- Bijgebouwen kastelen enz., Zwarteweg 2Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- de OlifantWoonhuisunder 1 mi
- AdventkerkKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Westerduinweg 7Dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.