Rijksmonumentenregister · Netherlands
Missiehuis
Cadier en Keer, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kapel
- Function
- Kapel(F1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1954 - 1955
- Address
- Rijksweg 15, 6267 AC Cadier en Keer (Eijsden-Margraten 31)
- Place
- Cadier en Keer
- Municipality
- Eijsden-Margraten
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 50.83700, 5.75474
- Monument number
- 530923
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Toekenning van een renteloos voorschot uit 's rijks schatkist ten behoeve van den aanleg en het in exploitatie brengen van een spoorweg van Sittard over Heerlen naar de Pruisische grens bij Bovenste Locht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het MISSIEHUIS Onze Lieve Vrouw van Lourdes is in 1955 gebouwd naar functionalistisch ontwerp van architectenbureau Partners Swinkels - Salemans - Knibbeler - Swinkels. Het Missiehuis is tot stand gekomen ter vervanging van een laat negentiende-eeuwse voorganger die in 1954 grotendeels door brand is verwoest. Het nieuwe klooster met internaat bestaat uit drie haaks op elkaar geplaatste vleugels: de kapel met klokkentoren, een stafgebouw voor de paters en een leerlingenvleugel. Tot het monument hoort ook, naar ontwerp van architectenbureau Swinkels, een school die reeds in aanbouw was toen de brand in 1954 uitbrak. Het missiehuis Onze Lieve Vrouw van Lourdes werd in 1891 door de Franse pater Gaston Desribes gesticht als eerste vestiging in Nederland van de Societas Missionum ad Afros (S.M.A.; Sociëteit voor Afrikaanse Missiën). Eind negentiende eeuw was in Frankrijk de politieke situatie voor religieuzen en priesters te moeilijk geworden. Het Missiehuis heeft vanaf het begin niet alleen als klooster (van waaruit missionarissen naar Afrika werden uitgezonden) gefunctioneerd maar ook als internaat/klein seminarie voor leerlingen die zich voorbereidden op de theologiestudie voor het priesterschap. Vanaf 1892 is het klooster in verschillende fases tot stand gekomen. Van het oude complex resteren na de brand in 1954 een timmerwerkplaats, delen van een boerderij (circa 1900), het voormalige Zusterhuis (circa 1900) en, gelegen aan de voormalige cour (speelplaats), een drielaags leerlingenvleugel uit 1912 naar ontwerp van architect Ernest Pelgrims. In dit bouwdeel is een gebrandschilderd glas-in-loodraam uit 1948 herplaatst dat de brand heeft overleefd en een afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Lourdes weergeeft. Sportvelden zijn in 1954 ten oosten van de cour en de oprijlaan aangelegd. Deze oude bouwdelen, die onderdeel uitmaken van de geschiedenis van het Missiehuis, zijn sterk gewijzigd en worden hier niet beschermd.
Ir. A.H.J. Swinkels (1900 - 1971) vestigde in 1928 in Maastricht een architectenbureau. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw richtte Swinkels architectenbureau Partners Swinkels - Salemans - Knibbeler - Swinkels op dat met name bekendheid genoot door de bouw van kerken en ziekenhuizen. Bij de realisering van het Missiehuis heeft architect ir. Knibbeler een belangrijk aandeel gehad. Het ontwerp voor het Missiehuis heeft wat betreft architectuur doelbewust geen enkele relatie gezocht met het bestaande bouwdeel uit 1912. Situering en architectuur (betonskelet) van het in aanbouw zijnde schoolgebouw werden als uitgangspunt genomen voor de nieuwbouw. Daarnaast is de landschappelijke situatie zo veel als mogelijk benut. Het complex ligt op de Keerderberg aan de rand van het Maasdal, ten noordwesten van Cadier en Keer. Aan de noordzijde van het gebouw hebben de kamers van de paters zicht over het Maasdal. Gezien vanuit het Maasdal is het complex markant en zichtbaar gelegen. In het park rondom het Missiehuis bevinden zich kruiswegkapellen (1895 ingezegend, kapellen beschermd onder monumentnummer 491720), een grafkapel met grafkelder (ingezegend 1900, beschermd onder monumentnummer 491726), een Lourdesgrot (1892, beschermd onder monumentnummer 491714) en een begraafplaats (in huidige vorm uit 1961 met uitbreiding uit 1992/1993). Vanaf het poortgebouw (1905, sterk gewijzigd) aan de Rijksweg leidt een pad omhoog via het kruiswegpark naar de hoofdingang die is gesitueerd aan de parkzijde, met het zicht over het Maasdal. In de praktijk functioneert thans een ingang aan de zuidzijde van het complex. Deze was oorspronkelijk via een smalle, thans (2009) in onbruik geraakte, oprijlaan met aan weerszijden een rij bomen bereikbaar. Thans is de ingang via de geasfalteerde voormalige speelplaats bereikbaar. De oorspronkelijke vullingen van het betonskelet van het missiehuis bestonden uit baksteen in combinatie met diverse venstervormen zoals hooggeplaatste vensterbanden bij de slaapzalen van de leerlingen of vensterbanden op een baksteen plint bij de kamers van de paters. Bij het stafgebouw en de leerlingenvleugel is het grootste gedeelte van de oorspronkelijke vullingen door kunststof vensters vervangen waarbij de vensterindeling is gewijzigd en de dagkanten zijn verkleind. Inwendig is een aantal wijzigingen uitgevoerd waarbij onder meer ruimtes opgesplitst of samengevoegd zijn. De structuur van het complex is echter behouden. De glas-in-loodramen van de kapel hebben aan de buitenzijde voorzetramen. Achter in de kapel is, onder de tribune, begin 21e eeuw een dagkapel ingepast. Thans (2009) functioneert het complex onder meer als leefgemeenschap voor de S.M.A. communiteit van paters en als Klooster Verzorgingshuis en als verzorgingshuis voor anderen. De school is ingericht tot Afrikacentrum met Afrikamuseum.
Omschrijving
Het MISSIEHUIS uit 1955 bestaat uit drie haaks op elkaar geplaatste aaneengesloten bouwdelen plus een vierde bouwdeel, namelijk de school uit 1954. De bouwdelen hebben een rechthoekige plattegrond. De noord-zuid georiënteerde drielaags leerlingenvleugel met flauw hellend zadeldak (1). Op de noordoosthoek het haaks geplaatste drielaags stafgebouw voor paters onder een plat dak (2). De kapel met klokkentoren (3). De kapel is in noordelijke richting gebouwd en heeft een flauwhellend zadeldak heeft. De klokkentoren is aan de westzijde van de kapel gebouwd. De school (4) is via een eenlaags tussenlid op de noordwesthoek van het leerlingengebouw bereikbaar. De school is een drielaags gebouw met plat dak. Alle bouwdelen zijn uitgevoerd in een zichtbaar gelaten, witgeschilderd betonskelet. De vullingen zijn uitgevoerd in gele baksteen die in halfsteens verband is gemetseld of bestaan uit vensterreeksen.
Bouwdeel 1: Leerlingenvleugel
Exterieur: Dit onderkelderde, drielaagse bouwdeel heeft een rechthoekige plattegrond. Op de begane grond is tegen de lange westgevel een eenlaags glazen gang gebouwd. In de kopgevel hiervan bevindt zich een ingang. De kopse zuidgevel van de leerlingenvleugel is een topgevel waarin op de begane grond één venster is geplaatst. De gevel is opgetrokken uit gele baksteen. Het betonskelet vormt de hoekpilasters en de daklijst. De vullingen van het betonskelet bestaan bij de lange westelijke gevel ter plaatse van de slaapzalen op de eerste en tweede verdieping uit de oorspronkelijke bakstenen vullingen met hooggeplaatste vensterbanden en enkele lager geplaatste vensters. De kopse noordgevel is ter plaatse van het trappenhuis een glazen vliesgevel.
Interieur: Vanuit de entree naast de kopse zuidgevel volgt een gang met glazen wand. Op de begane grond van het drielaags bouwvolume zijn de voormalige keuken en eetzaal voor de leerlingen ondergebracht. Op de twee verdiepingen bevinden zich de voormalige slaapzalen voor de leerlingen. Thans (2009) is op de begane grond nog steeds een eetzaal. De indeling en functies van de eerste en tweede verdieping zijn gewijzigd.
Bouwdeel 2: Stafgebouw voor paters
Exterieur: Deze onderkelderde drielaags vleugel is gericht op het Maasdal. De traveemaat van het betonskelet is gebaseerd op de afmeting van de kamers van de paters die op de eerste en tweede verdieping zijn gesitueerd. In de voorgevel, de lange noordgevel, bevindt zich, uit het midden geplaatst, de hoofdentree van het Missiehuis. Dit risaliet is hoger opgetrokken. De vliesgevel van het risaliet is teruggeplaatst en het dakoverstek en de vloer boven de begane grond rusten op ranke betonnen kolommen. De voorgevel (en de interne structuur) is doorgezet tot halverwege vóór de kopse gevel van het leerlingenvleugel. Aan de noordzijde kragen de eerste en tweede verdieping uit en rusten op betonnen kolommen. De zuidgevel heeft ter plaatse van het trappenhuis aan de oostzijde van het bouwdeel een vliesgevel met op de begane grond een toegang. De kopse oostgevel is uitgevoerd in gele baksteen. Tegen een deel van deze gevel bevindt zich het tussenlid (hier tweelaags) dat de kapel en het klooster met elkaar verbindt. De zuidgevel hiervan is een vliesgevel met stalen kozijnen en op de begane grond een dubbele deur. De uitkragende betonnen overstekken van dak en vloer rusten op ronde betonnen kolommen.
Interieur: De structuur, met middengang en trappenhuis aan beide kopse zijdes van het gebouw, is gehandhaafd. Op de begane grond bevinden zich aan weerszijden van de middengang de voormalige eetzaal, ontvangstruimten, recreatieruimte, portiersruimte, entree, bibliotheek en spreekkamers. Op de verdiepingen zijn, aan weerszijden van de middengang, de voormalige zitslaapvertrekken van de paters gesitueerd. De indeling en functies van de ruimtes zijn gewijzigd. Zo werden in 1990-1991 van drie zitslaapvertrekken twee bejaardenkamers gemaakt. De trappenhuizen zijn in oorspronkelijke staat. De vloeren van de gangen op de begane grond zijn belegd met de oorspronkelijke grijs/wit gemarmerde keramische tegels. In de hal bij de hoofdingang is een bronzen plaquette aangebracht die herinnert aan de brand en de herbouw in 1954. Op de plaquette staat de tekst: MULTA NOCTE RUIT DOMUS ALMA MISERRIMA FLAMMIS NOSTRA TUI PIETAS RESTITUIT GENETRIX A.S. MCMLV. (Diep in de nacht stortte ons goede huis jammerlijk door brand ineen; onze liefde jegens U, Moeder, heeft het herbouwd. In het jaar des heils 1955.) De structuur van de kelder is gehandhaafd. In 1943 is een in onbruik geraakte mergelgroeve, gelegen tussen het Missiehuis en het poortgebouw verder uitgegraven en via een 144 treden lange trappengang toegankelijk gemaakt vanuit de kelder onder het Missiehuis. De groeve is als schuilplaats gebruikt en als wijn- en appelkelder en is nog in gebruik.
Bouwdeel 3: Kapel en klokkentoren
Exterieur: De kapel bestaat uit een schip met driezijdig gesloten koor met crypte. Aan de oostzijde is een eenlaags uitgebouwde zijbeuk met plat dak. Een deel van deze zijbeuk is hoger opgetrokken en heeft een zadeldak met nok haaks op het schip. Dit is de Mariakapel. Aan de westzijde verbindt een eenlaags bouwdeel met plat dak de kerk met de klokkentoren en met de kloostervleugel. Hier bevindt zich onder meer de sacristie. De kerk is aan de westzijde vanuit het klooster toegankelijk. Het betonskelet heeft vullingen van gele baksteen. De zijgevels van het schip hebben bovenin een vensterband met glas-in-loodvullingen. Bij het koor heeft het betonskelet een baksteenvulling als (hoge) plint. Daarboven zijn hoge glas-in-loodramen aangebracht. De zijbeuk met de Mariakapel zijn opgetrokken uit gele baksteen. In de lange gevel van de zijbeuk is een reeks van zes kleine vierkante vensters geplaatst. De zuidgevel van de kapel is een blinde topgevel met ter hoogte van de tribune op de hoeken een glas-in-loodraam. De klokkentoren heeft een vierkante grondslag. Het betonskelet is met baksteenvullingen dichtgezet. In de top is een open klokkenstoel met zadeldak.
Interieur: Vanuit het klooster is de kapel achter, in de lange zijgevel van het schip, toegankelijk via dubbele houten deuren. Het schip en de zijbeuk hebben een vlak plafond. Het betonskelet is zichtbaar gelaten en witgeschilderd. De muurdelen zijn opgetrokken uit gele baksteen. Op de leistenen vloer zijn in het schip twee rijen houten banken opgesteld. In de smalle zijbeuk staat één rij banken. Het koor is met enkele traptreden bereikbaar. De glas-in-loodramen zijn door Lou Jonas ontworpen en vervaardigd in atelier Mesterom. Het betreft in het koor 6,5 m hoge en hooggeplaatste ramen naar abstract ontwerp. Deze reeks wordt aan weerszijden in het schip voortgezet met een band minder hoge maar wel hooggeplaatste glas-in-loodramen eveneens met abstracte voorstellingen. In de zijbeuk zijn zes vierkante, kleine glas-in-loodramen geplaatst die de vijf blijde geheimen van Maria en een afbeelding van Maria Sterre der Zee weergeven. In de topgevel van de Mariakapel is een glas-in-loodraam aan Maria gewijd. In deze kapel is een zijaltaar geplaatst met daarboven een Mariabeeld naar ontwerp van beeldhouwer Dries Engelen. Hij ontwierp tevens de kruiswegstaties en de preekstoel. In de westzijde van het koor is een deur naar de sacristie. Op het koor staat een forse zwartmarmeren altaartafel. Op de tribune, achter in de kapel, staat een tweemanuaals unit-orgel dat in 1955 door Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen) is vervaardigd. In de crypte onder het koor waren tegen de buitenmuren zeven kleine afsluitbare altaarruimtes ingericht met een zwart marmeren altaar. Hier konden de priesters aan hun plicht voldoen om dagelijks een mis te lezen. Eén ruimte heeft de oorspronkelijke opzet en inrichting behouden. De overige ruimtes zijn gewijzigd maar herkenbaar gebleven. De buitenmuren hebben een hooggeplaatste band met stalen venster.
Bouwdeel 4: School
Exterieur: De drielaags school heeft een rechthoekige plattegrond. De begane grond van de school bevindt zich op dezelfde hoogte als de begane grond van het hoofdvolume, maar vanwege het hoogteverschil in het landschap heeft de school nog een souterrain dat ook vanaf het maaiveld toegankelijk is. De gevelindeling en geleding van het schoolgebouw worden door het zichtbaar gelaten betonskelet bepaald. De traveemaat van het betonskelet is gebaseerd op de afmetingen van de leslokalen. De vullingen zijn uitgevoerd in baksteen en hebben stalen vensters. Ter plaatse van het trappenhuis heeft de westgevel een reeks staande vensters over de hele hoogte van het pand. Ter plaatse van de lokalen hebben de baksteen vullingen van het betonskelet vensters met een vijfruits indeling (rechthoeken en een vierkant). De baksteen vullingen van het betonskelet hebben in de oostgevel, waartegen een trappenhuis is uitgebouwd, op elke verdieping een hooggeplaatste vensterband met één staand venster.
Interieur: De structuur op de eerste en tweede verdieping bestaande uit een gang aan de oostzijde van het gebouw die toegang geeft tot lokalen aan de westzijde is herkenbaar gebleven. In het souterrain zijn de voormalige studiezaal en het voormalige biologielokaal ondergebracht. Het geheel wordt ontsloten via een centraal, ruim trappenhuis aan de zuidzijde. Hier is de school met een tussenlid verbonden met het missiehuis. De oorspronkelijke indeling is gewijzigd. De bovenste twee verdiepingen zijn ingericht als museum. Het trappenhuis met de trap is nagenoeg ongewijzigd. Een deel van de vloeren is belegd met de oorspronkelijke grijs/wit gemarmerde keramische tegels.
Waardering
Het MISSIEHUIS Onze Lieve Vrouw van Lourdes is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als typologisch voorbeeld van een modern Missiehuis uit de Wederopbouwperiode en als essentieel toonbeeld van deze periode. Het Missiehuis heeft cultuurhistorische waarde vanwege de innovatieve en moderne wijze waarop uitdrukking is gegeven aan de wens om met een modern gebouw nieuwe leerlingen, toekomstige missionarissen, te trekken en op te leiden. Het Missiehuis is van architectuurhistorische waarde vanwege het bijzondere belang voor de vernieuwing van de kloosterarchitectuur, het bijzondere materiaalgebruik en vanwege de esthetische kwaliteit van het vooruitstrevende ontwerp. Het Missiehuis is daarnaast van architectuurhistorische waarde vanwege het belang voor het oeuvre van architectenbureau Swinkels - Salemans - Knibbeler - Swinkels en beeldend kunstenaar Lou Jonas. Situationele waarde ontleent het Missiehuis aan de beeldbepalende ligging op de Keerberg, waarbij gebruik is gemaakt van het magnifieke uitzicht door de kamers van de paters te oriënteren op het Maasdal. Het Missiehuis heeft ensemblewaarde vanwege de onderlinge functioneel-ruimtelijke relatie en samenhang met de kapellen in het kruiswegpark, de Lourdesgrot, de grafkapel, de begraafplaats en het park. Het Missiehuis is van algemeen belang vanwege de constructieve gaafheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The MISSION HOUSE Our Lady of Lourdes was built in 1955 according to a functionalist design by the architectural firm Partners Swinkels - Salemans - Knibbeler - Swinkels. The Mission House was constructed as a replacement for a late 19th-century predecessor that was largely destroyed by fire in 1954. The new monastery with boarding school consists of three perpendicular wings: the chapel with bell tower, an administrative building for the priests and a pupils' wing. Also part of the monument is, designed by architectural firm Swinkels, a school that was already under construction when the fire broke out in 1954. The mission house Our Lady of Lourdes was founded in 1891 by French priest Gaston Desribes as the first establishment in the Netherlands of the Societas Missionum ad Afros (S.M.A.; Society for African Missions). At the end of the 19th century the political situation in France had become too difficult for religious persons and priests. The Mission House has functioned from the outset not only as a monastery (from which missionaries were sent to Africa) but also as a boarding school/junior seminary for pupils preparing for theological study for the priesthood. From 1892 the monastery was constructed in various phases. Of the old complex, after the fire in 1954, there remain a carpentry workshop, parts of a farmhouse (circa 1900), the former Sisters' House (circa 1900) and, situated at the former courtyard (playground), a three-storey pupils' wing from 1912 designed by architect Ernest Pelgrims. In this building component a stained glass window from 1948 has been reinstalled that survived the fire and depicts Our Lady of Lourdes. Sports fields were laid out in 1954 to the east of the courtyard and the approach road. These old building components, which form part of the history of the Mission House, are severely altered and are not protected here.
Ir. A.H.J. Swinkels (1900 - 1971) established an architectural firm in Maastricht in 1928. In the 1950s Swinkels founded the architectural firm Partners Swinkels - Salemans - Knibbeler - Swinkels which became particularly renowned for the construction of churches and hospitals. Architect ir. Knibbeler played an important role in the realisation of the Mission House. The design for the Mission House deliberately sought no architectural relationship whatsoever with the existing building component from 1912. The situation and architecture (concrete skeleton) of the school building then under construction were taken as the starting point for the new construction. Additionally, the landscape situation was utilised as much as possible. The complex is located on the Keerderberg at the edge of the Maas valley, to the northwest of Cadier en Keer. On the north side of the building the priests' rooms have views over the Maas valley. Viewed from the Maas valley the complex is prominently and visibly situated. In the park around the Mission House there are wayside chapels (1895 consecrated, chapels protected under monument number 491720), a burial chapel with burial vault (consecrated 1900, protected under monument number 491726), a Lourdes grotto (1892, protected under monument number 491714) and a burial ground (in current form from 1961 with extension from 1992/1993). From the gatehouse (1905, heavily altered) on the Rijksweg a path leads uphill via the wayside chapel park to the main entrance which is situated on the park side, with a view over the Maas valley. In practice an entrance on the south side of the complex now functions as the main entrance. This was originally accessible via a narrow, now (2009) disused, approach road with rows of trees on either side. Now the entrance is accessible via the asphalted former playground. The original infill of the concrete skeleton of the mission house consisted of brickwork in combination with various window forms such as high-placed window bands in the pupils' dormitories or window bands on a brick plinth in the priests' rooms. In the administrative building and the pupils' wing the greater part of the original infill has been replaced by plastic windows whereby the window arrangement has been altered and the window reveals have been reduced. Internally a number of alterations have been carried out whereby among other things spaces have been subdivided or combined. The structure of the complex has however been retained. The stained glass windows of the chapel have protective storm windows on the outside. At the back of the chapel, below the gallery, a day chapel was fitted in at the beginning of the 21st century. Now (2009) the complex functions among other things as a residential community for the S.M.A. community of priests and as a Monastery Care Home and as a care home for others. The school has been converted into an Africa centre with Africa museum.
Description
The MISSION HOUSE from 1955 consists of three perpendicular connected building components plus a fourth building component, namely the school from 1954. The building components have a rectangular ground plan. The north-south oriented three-storey pupils' wing with gently sloping gabled roof (1). On the northeast corner the perpendicularly placed three-storey administrative building for priests under a flat roof (2). The chapel with bell tower (3). The chapel is built in a northerly direction and has a gently sloping gabled roof. The bell tower is built on the west side of the chapel. The school (4) is accessible via a one-storey connecting section on the northwest corner of the pupils' building. The school is a three-storey building with flat roof. All building components are executed in exposed, whitewashed concrete skeleton. The infill consists of yellow brickwork laid in half-brick bond or window sequences.
Building Component 1: Pupils' Wing
Exterior: This basementted, three-storey building component has a rectangular ground plan. On the ground floor a one-storey glass corridor is built against the long west facade. In the end gable thereof an entrance is situated. The end south gable of the pupils' wing is a stepped gable in which one window is placed on the ground floor. The gable is built up in yellow brickwork. The concrete skeleton forms the corner pilasters and the eaves cornice. The infill of the concrete skeleton consists at the long western facade at the location of the dormitories on the first and second floor of the original brick infill with high-placed window bands and some lower-placed windows. The end north gable is at the location of the stairwell a glazed infill wall.
Interior: From the entrance beside the end south gable follows a corridor with glass wall. On the ground floor of the three-storey building volume the former kitchen and dining hall for the pupils are housed. On the two upper floors the former dormitories for the pupils are situated. Now (2009) there is still a dining hall on the ground floor. The arrangement and functions of the first and second floor have been altered.
Building Component 2: Administrative Building for Priests
Exterior: This basementted three-storey wing faces the Maas valley. The bay spacing of the concrete skeleton is based on the dimensions of the priests' rooms which are situated on the first and second floors. In the front facade, the long north facade, the main entrance of the Mission House is situated, positioned off-centre. This risalit is built higher. The infill wall of the risalit is set back and the roof overhang and the floor above the ground floor rest on slender concrete columns. The front facade (and the internal structure) continues to halfway before the end gable of the pupils' wing. On the north side the first and second floors cantilever out and rest on concrete columns. The south facade has at the location of the stairwell on the east side of the building component an infill wall with an access on the ground floor. The end east gable is executed in yellow brickwork. Against part of this gable is situated the connecting section (here two-storey) that connects the chapel and the cloister with each other. The south facade thereof is an infill wall with steel frames and on the ground floor a double door. The cantilever concrete overhangs of roof and floor rest on round concrete columns.
Interior: The structure, with central corridor and stairwell at both end sides of the building, is retained. On the ground floor are situated on either side of the central corridor the former dining hall, reception rooms, recreation space, porter's room, entrance, library and consultation rooms. On the upper floors are situated, on either side of the central corridor, the former bed-sitting rooms of the priests. The arrangement and functions of the spaces have been altered. For example in 1990-1991 two elderly people's rooms were made from three bed-sitting rooms. The stairwells are in original condition. The floors of the corridors on the ground floor are laid with the original grey/white marbled ceramic tiles. In the hall at the main entrance a bronze plaque has been placed commemorating the fire and the rebuilding in 1954. The plaque bears the text: MULTA NOCTE RUIT DOMUS ALMA MISERRIMA FLAMMIS NOSTRA TUI PIETAS RESTITUIT GENETRIX A.S. MCMLV. (In the depths of night our noble house collapsed most miserably through fire; our love towards You, Mother, has restored it. In the year of salvation 1955.) The structure of the basement is retained. In 1943 a disused marl quarry, situated between the Mission House and the gatehouse, was further excavated and made accessible via a 144-step staircase passage from the basement under the Mission House. The quarry was used as a shelter and as a wine and apple cellar and is still in use.
Building Component 3: Chapel and Bell Tower
Exterior: The chapel consists of a nave with a three-sided closed choir with crypt. On the east side a one-storey extended side aisle with flat roof. Part of this side aisle is built higher and has a gabled roof with ridge perpendicular to the nave. This is the Mary Chapel. On the west side a one-storey building component with flat roof connects the church with the bell tower and with the cloister wing. Here among other things the sacristy is situated. The church is accessible from the cloister on the west side. The concrete skeleton has yellow brickwork infill. The side gables of the nave have at the top a window band with stained glass infill. At the choir the concrete skeleton has a brick infill as a (high) plinth. Above this high stained glass windows are placed. The side aisle with the Mary Chapel are built up in yellow brickwork. In the long gable of the side aisle a series of six small square windows is placed. The south gable of the chapel is a blind stepped gable with at the height of the gallery at the corners a stained glass window. The bell tower has a square ground plan. The concrete skeleton is filled in with brick infill. At the top is an open bell-chamber with gabled roof.
Interior: From the cloister the chapel is accessible at the back, in the long side gable of the nave, via double wooden doors. The nave and the side aisle have a flat ceiling. The concrete skeleton is left exposed and whitewashed. The wall sections are built up in yellow brickwork. On the slate floor two rows of wooden pews are arranged in the nave. In the narrow side aisle stands one row of pews. The choir is accessible via a few steps. The stained glass windows were designed and executed by Lou Jonas in atelier Mesterom. These are in the choir 6.5 m high and high-placed windows in abstract design. This series is continued on either side in the nave with a band of lower but still high-placed stained glass windows also with abstract representations. In the side aisle six square, small stained glass windows are placed depicting the five joyful mysteries of Mary and an image of Mary Star of the Sea. In the end gable of the Mary Chapel is a stained glass window dedicated to Mary. In this chapel a side altar is placed with above it a Mary statue designed by sculptor Dries Engelen. He also designed the wayside chapel stations and the pulpit. In the west side of the choir is a door to the sacristy. On the choir stands a substantial black marble altar table. On the gallery, at the back of the chapel, stands a two-manual unit organ that was built in 1955 by Verschueren Orgelbouw (Heythuyzen). In the crypt under the choir seven small lockable altar spaces were arranged against the outer walls with a black marble altar. Here priests could fulfill their duty to say mass daily. One space has retained its original arrangement and furnishings. The other spaces have been altered but remain recognisable. The outer walls have a high-placed band with steel window.
Building Component 4: School
Exterior: The three-storey school has a rectangular ground plan. The ground floor of the school is at the same level as the ground floor of the main volume, but due to the height difference in the landscape the school also has a basement that is also accessible from ground level. The facade arrangement and articulation of the school building are determined by the exposed concrete skeleton. The bay spacing of the concrete skeleton is based on the dimensions of the classrooms. The infill consists of brickwork and has steel windows. At the location of the stairwell the west facade has a series of tall windows over the full height of the building. At the location of the classrooms the brick infill of the concrete skeleton has windows with a five-pane arrangement (rectangles and a square). The brick infill of the concrete skeleton has in the east facade, against which a stairwell is built out, on each floor a high-placed window band with one tall window.
Interior: The structure on the first and second floors consisting of a corridor on the east side of the building that gives access to classrooms on the west side remains recognisable. In the basement the former study hall and the former biology classroom are housed. The whole is served via a central, spacious stairwell on the south side. Here the school is connected via a connecting section with the mission house. The original arrangement has been altered. The upper two floors are fitted out as a museum. The stairwell with the stair is virtually unaltered. Part of the floors is laid with the original grey/white marbled ceramic tiles.
Valuation
The MISSION HOUSE Our Lady of Lourdes is of general interest because of its cultural-historical value as a typological example of a modern Mission House from the Post-war Reconstruction period and as an essential exemplar of this period. The Mission House has cultural-historical value because of the innovative and modern manner in which expression has been given to the desire to attract and train new pupils, future missionaries, with a modern building. The Mission House is of architectural-historical value because of its particular importance for the renewal of monastery architecture, the particular use of materials and because of the aesthetic quality of the forward-looking design. The Mission House is furthermore of architectural-historical value because of its importance for the oeuvre of architectural firm Swinkels - Salemans - Knibbeler - Swinkels and visual artist Lou Jonas. Situational value is derived by the Mission House from the image-defining location on the Keerberg, whereby use has been made of the magnificent view by orienting the priests' rooms towards the Maas valley. The Mission House has ensemble value because of the reciprocal functional-spatial relationship and coherence with the chapels in the wayside chapel park, the Lourdes grotto, the burial chapel, the burial ground and the park. The Mission House is of general interest because of its constructive integrity.
Nearby in the register
- KruiswegstatiesVanwege onderdelen kerkunder 1 mi
- LourdesgrotVanwege onderdelen kerkunder 1 mi
- KerkhofkapelKapelunder 1 mi
- Berg & DalWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.