Rijksmonumentenregister · Netherlands
H.H. Anthonius en Lodewijkkerk
's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1956 - 1958
- Address
- Leyweg 930, 2545 GV 's-Gravenhage (and others)
- Place
- 's-Gravenhage
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.04985, 4.27677
- Monument number
- 530913
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Nationaal Archief, the NetherlandsUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De uit 1956-1958 daterende H.H. ANTONIUS EN LODEWIJKKERK (vanaf 2006 Emmauskerk genaamd) met bijbehorende KLOKKENTOREN en voormalig Franciscaner KLOOSTER, gesitueerd rondom een VOORPLEIN, is gelegen in het zuidwesten van Den Haag, in de wijk Morgenstond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de voorganger van de kerk, de Antonius van Paduakerk aan de Prinsessegracht, verwoest. Het plan voor de wijk van W.M. Dudok dateert uit 1949 en kan worden beschouwd als een uitwerkingsplan van het 'Ontwerp-Uitbreidingsplan 's-Gravenhage Escamppolder, Madepolder, Ockenburgh' uit 1935. In 1952 werd door de directeur van de Gemeentelijk Dienst van Wederopbouw, ir. F. Bakker Schut, een prijsvraag uitgeschreven voor een winkelcentrum aan de Leyweg met daarbij tevens wijkgerichte voorzieningen, waaronder een rooms katholieke kerk. Architect W.C. Wouters (1897-1960), in samenwerking met architect F.P.J. Peutz, werd verantwoordelijk voor het ontwerp. Mogelijk is het hoofdontwerp van de kerk geleverd door de Duitse architect Dominicus Böhm (1880-1955), in zijn tijd een van de belangrijkste rooms-katholieke kerkenbouwers in Duitsland. Bij de kerk werd tevens een Franciscaner klooster gebouwd. In de jaren '80 van de twintigste eeuw liep het oorspronkelijke aantal van zes kloosterlingen langzaam maar zeker terug. Het klooster werd verlaten en in gebruik genomen door de kerkelijke organisatie. In 2006 werd de kerk heringericht naar ontwerp van de architecten Mari Baauw en Réne Olivier (Royal Haskoning Architecten, Rotterdam) en biedt vanaf dat moment onderdak aan vier Haagse parochies. Het aantal zitplaatsen werd teruggebracht van 1300 bankplaatsen naar 350 stoelen, het liturgisch centrum werd een kwartslag gedraaid en door een hoge, deels verplaatsbare wand van kunststof afgeschermd. De zijbeuken zijn in gebruik genomen als onder meer dagkapel, stilteruimte, koffieruimte, recreatieruimte en kantoren. Het orgel (Vermeulen) werd op het koor geplaatst, maar stond oorspronkelijk op het balkon achter in de kerk, boven de hoofdentree. Naast de hoofdentree is een Mariakapel gerealiseerd. De oude kerkbanken werden vermaakt tot onder meer kaarsenbakken, tafels, bankjes, kaarsenstandaards en kroonluchter. Tevens bevinden zich in de kerk diverse beelden en kunstobjecten afkomstig uit andere kerken. Kerk, klokkentoren en klooster omringen een eenvoudig geplaveid en ingericht voorplein.
Omschrijving
De KERK en het voormalige Franciscaner KLOOSTER omarmen samen met een open galerij die door de betonnen KLOKKENTOREN wordt beëindigd, het in een eenvoudig rasterpatroon geplaveide VOORPLEIN. Het geheel is gelegen op een vrijwel rechthoekig grondoppervlak. De hoge kerkzaal heeft een ellipsvormige plattegrond en is opgetrokken in een rood-grijze baksteen. De zaal heeft een door zijn lengte, hoogte en rondingen zeer uitgesproken vormgeving. De zaal wordt afgedekt door een lichte, flauw hellende kapconstructie (stalen spanten, houten sporen en gordingen) die ter plaatse van het ondergelegen koor bekroond wordt door een slank koperen torentje met kruis. De kap is nauwelijks zichtbaar omdat de kap ten opzichte van de buitengevel iets verdiept ligt. Boven de hoofdentree bevinden zich negen steenreliëfs die scenes uit het leven van St. Franciscus verbeelden naar ontwerp van J. van Rhijn uit Amsterdam, een cadeau van bouwpastoor E. Pompen ter ere van zijn veertigjarig priesterjubileum in 1957. Aan weerszijden van de kerkzaal bevinden zich één-bouwlaag hoge zijbeuken voorzien van een plat dak. Tussen de zijbeuk en de klokkentoren wordt de beuk als galerij doorgetrokken langs het voorplein. Dit gedeelte heeft ter plaatse van het voorplein een open gevel met betonnen kolommen. De achterzijde is gesloten. De hoge betonnen, witgeschilderde klokkentoren is opgebouwd uit vijf open segmenten. In het bovenste segment hangen twee klokken, genaamd St. Quirina en St. Franciscus. Bovenop de toren een kruis. De linker zijbeuk heeft een L-vormige plattegrond, waarin de sacristie is opgenomen, en is verbonden met het voormalige klooster. Het klooster heeft eveneens een L-vormige plattegrond. Beide vleugels van het klooster zijn twee bouwlagen hoog en voorzien van een plat dak. De korte vleugel van de L is net niet haaks geplaatst. De gevels van het klooster hebben een regelmatige indeling van stalen draairamen en enkele entreepartijen. De onderste ramen van de H-vensters op de begane grond zijn voorzien van glas met patronen in reliëf. Aan voor- en achterzijde wordt de lange vleugel geaccentueerd door een betonnen raampartij bestaande uit zeven gekoppelde ramen in een betonnen omlijsting. De gevel van de rechter zijbeuk aan de Leyweg, inclusief het gedeelte tussen klokkentoren en beuk, en de achtergevel van de kerk hebben een meer gesloten karakter. Op de hoek een steen met de datum van inwijding van de kerk '7 juli 1957' en de inscriptie: 'geen ander fundament dan Jezus Christus'. De gevels van de linker zijbeuk hebben daarentegen meer vensteropeningen die voorzien zijn van stalen ramen, hetgeen gerelateerd kan worden aan de (oorspronkelijke) functie van de achterliggende ruimten. Het meest opvallend zijn de hoge doorlopende gevels van de kerkzaal, die boven de beide zijbeuken voorzien zijn van zich over de lengte van de zaal uitstrekkende vensterstroken met daarin glas-in-loodramen. De betonnen vensterstroken hebben een verticale geleding en zijn wit geschilderd.
In het interieur van de kerk loopt de donkere blauw-paars geschilderde houten vloer heel geleidelijk af van hoofdentree naar koor. De wanden en het vlakke plafond van de kerkzaal zijn voorzien van een witgeschilderde pleisterlaag. De wanden van de zijbeuken zijn opgetrokken in schoon metselwerk. Boven de hoofdentree het betonnen orgelbalkon met betonnen borstwering. Onder het balkon bevindt zich de drie treden verdiept gelegen en met een smeedijzeren hekje omgeven doopkapel met natuurstenen doopvont, voorzien van een sierband met vissen en een bronzen deksel, eveneens voorzien van een visfiguur naar ontwerp van de Gebroeders Rosmalen uit Utrecht. In het koor is een verhoging aangebracht die bekleed is met natuursteen en die toegankelijk is middels vijf treden. Tegen de achterwand van het koor bevindt zich het kunstwerk 'De Levensboom', een glasmozaïek naar ontwerp van Eugène Laudy, in 1965 uitgevoerd door glasatelier Flos uit Heerlen. In de linker zijbeuk bevinden zich enkele gebedsruimten met nog twee van de oorspronkelijk vijf ingebouwde biechtstoelen. In de kapel een sacramentsaltaar van marmer met daarop een bronzen tabernakel gesierd met geëmailleerde Christussymbolen (een feniks en het Lam Gods) en kroon naar ontwerp van de gebroeders Rosmalen uit Utrecht. Aan weerszijden twee bijbehorende bronzen godslampjes die aan de muur zijn bevestigd. Achter deze ruimte de sacristie. Ook in de rechter zijbeuk waar thans recreatieruimten en kantoren zijn, bevinden zich twee biechtstoelen. In de rechter zijbeuk tevens het in de wand aangebrachte stenen beeld 'St. Antonius van Padua' van Eugène Laudy. Beide zijbeuken worden van de kerkzaal gescheiden door zware betonnen zuilen. Aan weerszijden van de kerkzaal bevindt zich boven de zijbeuken een zgn. 'leuchtende wand', ontworpen en uitgevoerd door Eugène Laudy; elk 40 meter lang en opgebouwd uit 30 ramen die 8 meter hoog zijn. Ieder raam is verticaal opgedeeld in zes kleinere ramen en voorzien van voorstellingen in glas-in-lood. De 30 ramen worden door betonnen, witgeschilderde penanten van elkaar gescheiden. In de linker ramen wordt een aantal eretitels van Maria volgens de Lauretaanse Litanie uitgebeeld en in de rechter ramen de lofzang op de schepping door de drie jongelingen in de vuuroven uit het Bijbelboek Daniël. In de korte vleugel van het kloosterdeel bevinden zich woonvertrekken en een eenvoudige trappartij. De lange vleugel is voorzien van gangen die langs de buitengevels lopen. Aan de voorpleinzijde bevinden zich op de verdieping de oorspronkelijke kamers van de kloosterlingen en op de begane grond wat grotere kamers ten behoeve van kloosterleven en kerkelijke organisatie. In kerk en klooster zijn veel oorspronkelijke houten (dubbele) deuren nog aanwezig. Het voorplein is in een rasterpatroon geplaveid met betontegels die omlijst worden door banden van rode klinkers. Aan de kloosterzijde is het plein voorzien van enkele borders. Centraal op het voorplein staat een vlaggenmast.
Waardering
De H.H. ANTONIUS EN LODEWIJKKERK met bijbehorend Franciscaner KLOOSTER en KLOKKENTOREN, gesitueerd rondom een VOORPLEIN, is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van de vroege Wederopbouw vanwege;
- de cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het rooms-katholieke leven in het westen van Nederland en vanwege de indirecte herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, waarin de voorganger van de kerk aan de Prinsengracht, de Antonius van Paduakerk werd vernield;
- de architectuurhistorische waarde vanwege het belang van de zeer herkenbare kerk voor het oeuvre van de architecten, de zeldzame ellipsvorm van de kerkzaal gecombineerd met de hoekige beuken, klooster en klokkentoren die het voorplein omgeven en vanwege de toepassing van monumentale kunst, met in het bijzonder de glaswanden en levensboom van kunstenaar Eugène Laudy en de gevelversiering van Jacques van Rijn;
- de stedenbouwkundige waarde vanwege de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de ruimtelijke ontstaansgeschiedenis en context van de wijk en de markante hoge klokkentoren die als landmark in de directe omgeving fungeert.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The H.H. ANTONIUS AND LODEWIJKKERK (named Emmauskerk from 2006 onwards) dating from 1956-1958, with associated BELL TOWER and former Franciscan CLOISTER, situated around a FORECOURT, is located in the southwest of The Hague, in the Morgonstond district. During the Second World War, the predecessor of the church, the Antonius van Paduakerk on the Prinsessegracht, was destroyed. The plan for the district by W.M. Dudok dates from 1949 and can be considered as an implementation plan of the 'Draft Extension Plan 's-Gravenhage Escamppolder, Madepolder, Ockenburgh' from 1935. In 1952, the director of the Municipal Reconstruction Service, ir. F. Bakker Schut, issued a design competition for a shopping centre on the Leyweg with district-oriented facilities, including a Roman Catholic church. Architect W.C. Wouters (1897-1960), in collaboration with architect F.P.J. Peutz, was made responsible for the design. The main design of the church may have been provided by German architect Dominicus Böhm (1880-1955), one of the most important Roman Catholic church builders in Germany at the time. A Franciscan cloister was also built at the church. In the 1980s, the original number of six monks gradually declined. The cloister was abandoned and taken into use by the church organisation. In 2006, the church was refurbished to a design by architects Mari Baauw and Réne Olivier (Royal Haskoning Architects, Rotterdam) and from that point onwards housed four The Hague parishes. The number of seats was reduced from 1300 benches to 350 chairs, the liturgical centre was rotated a quarter turn and screened off by a high, partly moveable plastic wall. The side aisles were put to use as, among other things, a daily chapel, quiet space, coffee room, recreation room and offices. The organ (Vermeulen) was placed in the choir, but originally stood on the gallery at the back of the church, above the main entrance. Next to the main entrance, a Mary chapel was realised. The old church benches were converted into, among other things, candle holders, tables, benches, candle stands and a chandelier. Various sculptures and art objects from other churches are also located in the church. The church, bell tower and cloister surround a simply paved and furnished forecourt.
Description
The CHURCH and the former Franciscan CLOISTER, together with an open gallery terminated by the concrete BELL TOWER, embrace the FORECOURT paved in a simple grid pattern. The whole is situated on an almost rectangular plot. The high church hall has an elliptical floor plan and is built in red-grey brick. The hall has a very pronounced form due to its length, height and curves. The hall is covered by a light, slightly sloping roof truss structure (steel trusses, wooden beams and purlins) which at the location of the underlying choir is crowned by a slender copper turret with cross. The roof is scarcely visible because the roof is slightly recessed in relation to the outer facade. Above the main entrance are nine stone reliefs depicting scenes from the life of St. Francis after a design by J. van Rhijn from Amsterdam, a gift from building priest E. Pompen in honour of his forty years of priesthood jubilee in 1957. On both sides of the church hall are single-storey side aisles with a flat roof. Between the side aisle and the bell tower, the aisle is extended as a gallery along the forecourt. This section has an open facade with concrete columns facing the forecourt. The rear is closed. The high concrete, whitewashed bell tower is built up from five open segments. In the top segment hang two bells, named St. Quirina and St. Francis. A cross on top of the tower. The left side aisle has an L-shaped floor plan, which includes the sacristy, and is connected with the former cloister. The cloister also has an L-shaped floor plan. Both wings of the cloister are two storeys high and have a flat roof. The short wing of the L is not quite at right angles. The facades of the cloister have a regular arrangement of steel casement windows and several entrance sections. The lower panes of the H-windows on the ground floor are fitted with patterned relief glass. On the front and rear, the long wing is accentuated by a concrete window section consisting of seven coupled windows in a concrete frame. The facade of the right side aisle on the Leyweg, including the section between bell tower and aisle, and the rear facade of the church have a more closed character. On the corner a stone with the date of the church's consecration '7 July 1957' and the inscription: 'no other foundation than Jesus Christ'. The facades of the left side aisle, by contrast, have more window openings fitted with steel windows, which can be related to the (original) function of the spaces behind. Most striking are the high continuous facades of the church hall, which above both side aisles are provided with window strips extending along the length of the hall with stained glass windows within. The concrete window strips have a vertical articulation and are whitewashed.
In the interior of the church, the dark blue-purple painted wooden floor slopes gradually from the main entrance to the choir. The walls and flat ceiling of the church hall are covered with a whitewashed plaster layer. The walls of the side aisles are built in fair-faced brickwork. Above the main entrance the concrete organ gallery with concrete balustrade. Below the gallery, three steps down and surrounded by a wrought iron gate, is the baptismal chapel with natural stone baptismal font, fitted with a decorative band with fish and a bronze lid, also fitted with a fish figure after a design by the Rosmalen brothers from Utrecht. In the choir a raised floor has been provided, clad with natural stone and accessible by five steps. Against the rear wall of the choir is the artwork 'The Tree of Life', a glass mosaic after a design by Eugène Laudy, executed in 1965 by the glass studio Flos from Heerlen. In the left side aisle are several prayer spaces with two of the originally five built-in confessionals remaining. In the chapel a marble sacrament altar with a bronze tabernacle adorned with enamelled Christ symbols (a phoenix and the Lamb of God) and crown after a design by the Rosmalen brothers from Utrecht. On both sides two associated bronze sanctuary lamps attached to the wall. Behind this space the sacristy. Also in the right side aisle where recreation rooms and offices are now located, are two confessionals. In the right side aisle also the stone sculpture 'St. Anthony of Padua' by Eugène Laudy set in the wall. Both side aisles are separated from the church hall by heavy concrete pillars. On both sides of the church hall, above the side aisles, are so-called 'luminous walls', designed and executed by Eugène Laudy; each 40 metres long and built up from 30 windows which are 8 metres high. Each window is vertically divided into six smaller windows and fitted with stained glass representations. The 30 windows are separated from each other by concrete, whitewashed pilasters. In the left windows a number of honorific titles of Mary according to the Litany of Loreto are depicted and in the right windows the canticle of praise on creation by the three youths in the fiery furnace from the Book of Daniel in the Bible. In the short wing of the cloister part are residential quarters and a simple staircase. The long wing has corridors running along the outer facades. On the forecourt side, on the upper floor are the original rooms of the monks and on the ground floor are some larger rooms for monastic life and church organisation. In the church and cloister many original wooden (double) doors are still present. The forecourt is paved in a grid pattern with concrete tiles bordered by bands of red bricks. On the cloister side the square is provided with several borders. Centrally on the forecourt stands a flagpole.
Valuation
The H.H. ANTONIUS AND LODEWIJKKERK with associated Franciscan CLOISTER and BELL TOWER, situated around a FORECOURT, is of general interest as an essential example of early Reconstruction owing to;
- the cultural-historical value as a special expression of the development of Roman Catholic life in western Netherlands and due to the indirect reminder of the Second World War, in which the predecessor of the church on the Prinsengracht, the Antonius van Paduakerk was destroyed;
- the architectural-historical value due to the significance of the highly recognisable church for the oeuvre of the architects, the rare elliptical form of the church hall combined with the angular aisles, cloister and bell tower surrounding the forecourt and due to the application of monumental art, in particular the glass walls and tree of life by artist Eugène Laudy and the facade decoration by Jacques van Rijn;
- the urban planning value due to the high quality of the development in relation to the spatial history of origin and context of the district and the striking high bell tower which functions as a landmark in the immediate vicinity.
Nearby in the register
- R.K. Technische School St. PaulusOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Kasteel, buitenplaats, Van Vredenburchweg 174Kasteel, buitenplaats1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Van Vredenburchweg bij 174Tuin, park en plantsoen1 mi
- OvervoordeTuin, park en plantsoen1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.