Rijksmonumentenregister · Netherlands
Zuidpleinflat
Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Appartementengebouw
- Function
- Flatgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1941 - 1949
- Address
- Zuidplein 127, 3083 CN Rotterdam (and others)
- Place
- Rotterdam
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.88994, 4.48934
- Monument number
- 530889
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1920 map "Havenuitbreiding op den Linker-Maasoever" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Aan het Rotterdamse Zuidplein gelegen FLATGEBOUW met TWEE LAAGBOUWVLEUGELS en een gezamenlijke BINNENTUIN, ontworpen in de jaren 1940-1941 door architect W. van Tijen (1894-1974) in opdracht voor de N.V. Volkswoningbouw als onderdeel van het wederopbouwplan van stadsarchitect W.G. Witteveen (1941). Van Tijen is naast medeoprichter (in 1928), in deze jaren directeur en tevens actief als huisarchitect van de N.V. Na de oorlog nemen zijn activiteiten voor de N.V. af en werkt hij alleen nog mee aan de totstandkoming van de Zuidpleinflat en Zuidwijk, projecten waarvoor de basis al in de oorlogsjaren werd gelegd. De flat maakt deel uit van een vijftal noord-zuid georiënteerde flatgebouwen die in het genoemde plan aan het Zuidplein zijn voorzien. Doordat de voorbereidingen door de bezetter worden stopgezet, is de galerijflat uiteindelijk pas in de jaren 1946-1949 gerealiseerd. De plannen zijn echter wel gewijzigd. Er komt nu één flat die aan de noordzijde van het plein wordt gesitueerd en daarbij tegelijk 180° gedraaid, zodat de entreepartij nu op het zuiden gericht is. Door de gekozen wijze van aanbesteding en de materiaalschaarste is de bouwtijd lang en de huurprijs hoog. De flats krijgen wel een moderne inrichting met voorzieningen als cv, stromend water en dubbel glas en hebben naast woon- en slaapkamers, een keuken, toilet en badruimte. Als in augustus 1948 het betonskelet voltooid is, wordt het gebouw op Amerikaanse wijze, van boven naar beneden, afgebouwd. In het nieuwe ontwerp, dat zich richt op de huisvesting van jonge (kleine) gezinnen en alleenstaanden, worden minder verschillende typen woningen toegepast dan oorspronkelijk gepland. Deels om economische redenen, deels ook omdat Van Tijen is teruggekomen van zijn idee dat hoogbouw de aangewezen vorm is voor de huisvesting van grote gezinnen. In het gerealiseerde ontwerp is deze variatie in woningtype aan de gevel af te lezen, waardoor het gevelbeeld afwisselender is dan in zijn eerdere ontwerpen voor de Bergpolder- en de Plaslaanflat. Nieuw is eveneens de toepassing van gemetselde gevels in het zichtbare betonskelet. De constructie van het betonskelet en de afwerking worden uitgevoerd door de Hollandse Beton Maatschappij. Naast Van Tijen tekenen ook E.F. Groosman en bureaumedewerkers H.A. Maaskant, J.B. Bakema, en G.J. Rietveld voor deze shake-hands architectuur van expressieve beton- met bakstenen prefabelementen. Bij vak- en tijdgenoten van Van Tijen werd het naar verluidt destijds hoogste woongebouw van Europa positief onthaald. De 9-ruitsverdeling in de grote woonkamerramen aan de voorzijde dragen de signatuur van Rietveld.
Omschrijving
Het ca. 44 m hoge FLATGEBOUW is opgetrokken op een rechthoekig grondplan en heeft een risalerende zuidgevel en een inspringende toplaag en telt in totaal 118 luxe woningen van drie verschillende typen. Op het dak bevinden zich een gemeenschappelijk terras en een terugliggende opbouw met een veertiental woon- en/of logeervertrekken, bedoeld om afzonderlijk aan de bewoners te verhuren. In verband met de hoge woningnood werden zij echter ingericht als zelfstandige wooneenheden voor verpleegsters. Aan de oostzijde van de flat ligt een gemeenschappelijke BINNENTUIN die door TWEE LAAGBOUWVLEUGELS wordt omsloten. Bij de monumentale hoofdentree aan de zuidzijde van de flat waren hierin respectievelijk een café-restaurant, een tweetal winkels en een crèche gepland. Aan de noordzijde was een garage voorzien. Het café-restaurant werd na oplevering ingericht tot autorijschool, de crèche is nooit gerealiseerd. Oorspronkelijk was de tuin aan de oostzijde open; tegenwoordig staat hier een eenlaags bebouwing, die niet onder de bescherming valt. In de onderste twee bouwlagen van het hoofdgebouw zijn de bergingen, het kolenhok, de cv en de was- en droogruimtes ondergebracht. De tuin is via een trap vanuit de galerij langs deze onderbouw bereikbaar. De gevel wordt geleed door het zichtbare betonskelet dat tegelijk als versiering dient en dat is ingevuld met gemetselde bakstenen muurdelen. De balkon- en galerijhekken, de aankleding van de entreehal, de dakopbouw en de vormgeving van de verticale elementen zoals de trappen vormen de decoratieve elementen. Aan de achterzijde kragen de galerijen op twee plaatsen uit en markeren hiermee, evenals aan de voorgevel, de plek van de tweekamerwoningen. Aan elke galerij zijn zes driekamerwoningen type A van 9,60 bij 6,80 meter en twee tweekamerwoningen type B van 9,60 bij 5,20 meter gesitueerd. De gevels tonen de ritmiek van de verdeling van deze woningen over de verdieping: 2-1-2-1-2. De driekamerwoningen hebben een loggia, de tweekamerwoningen een balkon over de volle breedte van de woning. In de westelijke kop zijn nog twee tweekamerwoningen, type C, opgenomen. Tussen de kop en de galerijen liggen de liften en het trappenhuis. De galerijen lopen aan de noordzijde vloeiend over in een open vluchttrap die als een cascade langs de gevel loopt. Overige beeldbepalende elementen aan de galerijzijde zijn een enorme schoorsteen die de positie van de cv-ruimte op de begane grond markeert en een stortkoker aan de noorzijde.
Waardering
Het FLATGEBOUW met TWEE LAAGBOUWVLEUGELS en een gezamenlijke BINNENTUIN aan het Zuidplein is van algemeen belang en een essentieel toonbeeld van de wederopbouwperiode in Nederland vanwege:
- zijn cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van het lenigen van de woningnood en als deel van het aangepaste wederopbouwplan Witteveen na het bombardement op Rotterdam van mei 1940;
- zijn architectuurhistorische waarde als toonbeeld van shake-hands architectuur, waarbij zowel beton werd gebruikt (voor het skelet) als baksteen (voor de invulling). Het is bovendien het vierde en laatste hoge woongebouw van de architect en neemt daardoor een belangrijke plaats in binnen het oeuvre van Van Tijen, die in deze periode zocht naar een "huwelijk tussen beton en baksteen". Het beton werd zowel vanwege de constructie als om zijn expressieve kwaliteiten gebruikt. Doordat het beton uitsteekt en in een lichte kleur is geschilderd zijn de functionele opzet en de constructie van de flat aan de gevels afleesbaar. Het gebouw is tevens van belang vanwege de zoektocht van Van Tijen naar de verschillende woontypen;
- zijn stedenbouwkundige waarden vanwege zijn afmetingen en zijn beeldbepalende betekenis ten aanzien van zijn omgeving. Het gebouw neemt door zijn hoogte en positie een dominante, eigen plek in aan het Zuidplein, maar vormt tegelijkertijd een brug naar diezelfde omgeving door de aanwezigheid van de verschillende laagbouwelementen;
- het feit dat het gebouw is nog relatief gaaf bewaard is gebleven, met uitzondering van de eerste twee lagen aan de voorzijde die in later jaren van nieuwbouw met winkel- en kantoorruimten zijn voorzien.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
FLAT BUILDING with TWO LOW-RISE WINGS and a shared INTERIOR COURTYARD, located on Rotterdam's Zuidplein, designed in 1940-1941 by architect W. van Tijen (1894-1974) on commission for N.V. Volkswoningbouw as part of the reconstruction plan by city architect W.G. Witteveen (1941). Van Tijen, besides being co-founder (in 1928), was in these years director and also active as house architect for the N.V. After the war his activities for the N.V. decrease and he only continues to work on the realisation of the Zuidpleinflat and Zuidwijk, projects for which the foundation had already been laid during the war years. The flat forms part of a group of five north-south oriented flat buildings provided for on the Zuidplein in the aforementioned plan. Because the preparations were halted by the occupier, the gallery flat was ultimately only realised in the years 1946-1949. The plans were, however, modified. Now there is one flat which is situated on the north side of the square and at the same time rotated 180°, so that the entrance is now facing south. Due to the chosen method of contracting and the material shortage, the building time is long and the rental price high. The flats do receive modern amenities including central heating, running water and double glazing and have, alongside living and bedrooms, a kitchen, toilet and bathroom. When the concrete skeleton is completed in August 1948, the building is completed in American fashion, from top to bottom. In the new design, which is aimed at housing young (small) families and single persons, fewer different types of dwellings are applied than originally planned. Partly for economic reasons, partly also because Van Tijen has reconsidered his idea that high-rise building is the proper form for housing large families. In the realised design, this variation in dwelling type can be read from the facade, making the facade image more varied than in his earlier designs for the Bergpolder and Plaslaan flats. Also new is the application of masonry facades in the visible concrete skeleton. The construction of the concrete skeleton and the finishing are carried out by Hollandse Beton Maatschappij. Besides Van Tijen, E.F. Groosman and bureau colleagues H.A. Maaskant, J.B. Bakema, and G.J. Rietveld also sign this shake-hands architecture of expressive concrete and brick prefabricated elements. According to reports, contemporaries of Van Tijen received what was reportedly the highest residential building in Europe at the time favourably. The 9-pane division in the large living room windows at the front bears Rietveld's signature.
Description
The approximately 44 m high FLAT BUILDING is constructed on a rectangular ground plan and has a projecting south facade and a receding top storey and contains a total of 118 luxury dwellings of three different types. On the roof there is a shared terrace and a set-back structure with about fourteen living and/or guest rooms, intended to be rented separately to residents. Due to the severe housing shortage they were, however, fitted out as independent living units for nurses. On the east side of the flat lies a shared INTERIOR COURTYARD which is enclosed by TWO LOW-RISE WINGS. At the monumental main entrance on the south side of the flat, a café-restaurant, two shops and a crèche were respectively planned herein. On the north side a garage was provided. After completion, the café-restaurant was fitted out as a driving school; the crèche was never realised. Originally the garden on the east side was open; nowadays a single-storey building stands here, which is not under protection. In the lowest two storeys of the main building the storage rooms, coal store, central heating and washing and drying rooms are housed. The garden is accessible via a staircase from the gallery alongside this base structure. The facade is articulated by the visible concrete skeleton which simultaneously serves as decoration and which is filled in with masonry brick wall sections. The balcony and gallery railings, the fitting out of the entrance hall, the roof structure and the design of vertical elements such as the stairs form the decorative elements. On the rear side the galleries project in two places and thereby mark, as on the front facade, the location of the two-room dwellings. On each gallery are situated six three-room dwellings type A of 9.60 by 6.80 metres and two two-room dwellings type B of 9.60 by 5.20 metres. The facades show the rhythm of the distribution of these dwellings over the storey: 2-1-2-1-2. The three-room dwellings have a loggia, the two-room dwellings a balcony over the full width of the dwelling. In the western corner two further two-room dwellings, type C, are included. Between the corner and the galleries are the lifts and the stairwell. The galleries run smoothly on the north side into an open escape stair which runs like a cascade along the facade. Other image-determining elements on the gallery side are a huge chimney which marks the position of the central heating room on the ground floor and a refuse chute on the north side.
Valuation
The FLAT BUILDING with TWO LOW-RISE WINGS and a shared INTERIOR COURTYARD on the Zuidplein is of general interest and an essential exemplar of the reconstruction period in the Netherlands because of:
- its cultural historical value as a particular expression of alleviating the housing shortage and as part of the adapted reconstruction plan Witteveen following the bombardment of Rotterdam in May 1940;
- its architectural historical value as an exemplar of shake-hands architecture, whereby both concrete was used (for the skeleton) and brick (for the infill). It is moreover the fourth and last high residential building by the architect and thereby takes an important place within the oeuvre of Van Tijen, who in this period sought a "marriage between concrete and brick". The concrete was used both for the construction and for its expressive qualities. Because the concrete projects and is painted in a light colour, the functional layout and the construction of the flat can be read from the facades. The building is also important because of Van Tijen's exploration of different dwelling types;
- its urban planning values because of its dimensions and its image-determining significance with regard to its surroundings. The building occupies by its height and position a dominant, distinctive place on the Zuidplein, but at the same time forms a bridge to the same surroundings through the presence of the different low-rise elements;
- the fact that the building has remained relatively intact, with the exception of the first two storeys on the front which in later years were provided with new construction with shop and office spaces.
Nearby in the register
- Schoolgebouw, Hoogvlietstraat 43Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Schoolgebouw, Hoogvlietstraat 25Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Schoolgebouw, Zwartewaalstraat 28Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Woonhuis, Weimansweg 75Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.