TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Wielewaalflat

Groningen, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Appartementengebouw
Function
Flatwoning
Category
onroerend gebouwd
Built
1955 - 1957
Address
Zaagmuldersweg 530 5, 9713 LZ Groningen (and others)
Place
Groningen
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.22886, 6.57519
Monument number
530836

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Bevordering van den aanleg van een locaalspoorweg van Winsum naar Zoutkamp en machtiging tot het aangaan van een overeenkomst betreffende de exploitatie van den locaalspoorweg Sauwerd-Roodeschool en den aanleg en de exploitatie van de locaalspoorwegen Winsum-Zoutkamp en Roodeschool-Delfzijl/Appingedam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

WIELEWAALFLAT TE GRONINGEN. De wettelijke bescherming van de Wielewaalflat behelst twee (aaneengebouwde) vleugels, t.w. de hoogbouw zijnde de galerijflat aan het Oosterhamrikkanaal en de hoogbouw aan de Zaagmuldersweg, respectievelijk de noordelijke en respectievelijk de oostelijke vleugel van de Wielewaalflat. De winkels aan het Wielewaalplein, de erachter gesitueerde garageboxen en de westelijke vleugel bestaand uit laagbouw met aangebouwd trafohuis zijn in 2009 afgebroken. Aan het einde van de jaren '40 van de twintigste eeuw traden schoorvoetend wijzigingen op in het aanzien van de stad Groningen: het bebouwingsbeeld veranderde langzaamaan, een 'provinciaal karakter' maakte plaats voor een stedelijker identiteit. Aan dit proces lagen factoren als economische ontwikkelingen, groeiende moderniseringsdrang, hoge grondprijzen, materiaalschaarste, nieuwe technische ontwikkelingen en woningnood ten grondslag. De bouwverordening van Groningen werd in 1948 en 1950 aangepast en maakte etagebouw voor drie (en meer) verdiepingen mogelijk. Door de hoge kostprijs van liften werd lange tijd de maximaal te lopen hoogte van het trappenhuis als uitgangspunt genomen; zodoende bleef de bouwhoogte vaak tot vier woonlagen beperkt, met name in de sociale woningbouw waar vier woonlagen met gedeelde trappenhuizen met een gemeenschappelijk portiek lange tijd gangbaar bleven (bijvoorbeeld in de West-Indische buurt, waar het montagesysteem van Rottinghuis is gecombineerd met zijn variant op de duplexwoning, t.w. de triplexwoning). De overheid subsidieerde particuliere woningbouw met een bijdrage in de bouwkosten (premiewoningen). Bouwmaatschappijen, institutionele opdrachtgevers als het Philips Pensioenfonds en particulieren werden zodoende gestimuleerd om woningen te bouwen terwijl werd voorkomen dat de volkshuisvesting een monocultuur van sociale woningbouw zou worden. Beperkende maatregelen van het Ministerie van Volkshuisvesting legden de maten en typen van de sociale woningbouw steeds meer aan banden. Als gevolg vond de vernieuwing van de woningbouw grotendeels in de particuliere sector plaats. Het Philips Pensioenfonds combineerde met de bouw van de Westerflat aan de Friesestraatweg in Groningen als eerste verschillende functies en woonvormen in één gebouw; een galerijflat met negen woonlagen, gezamenlijke was- en bergvoorzieningen en een bijgebouw met daarin grotere woningen inclusief twee kantoorruimten. De combinatie van gescheiden woon- en kantoorgebouwen paste het Philips Pensioenfonds in Groningen voor het eerst toe in de Wielewaalflat op de hoek van Zaagmuldersweg en Wielewaalplein, ten zuiden van het Oosterhamrikkanaal, aan de zwaaikolk voor schepen in het afgedamde Gorechtkanaal. In 1954 trad de gemeente Groningen toe tot de Bouwkas Nederlandse Gemeenten met als eerste, en toenmalig grootste project de Wielewaalflat (destijds Martiniflat genaamd). De locatie aan het Oosterhamrikkanaal was één van de betere, beschikbare bouwplaatsen in de stad en fungeerde als bouwplaats voor de Wielewaalflat: een combinatie van twee woongebouwen met verschillende woonvormen, een in het woongebouw geïntegreerd kantoor, een afzonderlijk kantoorgebouw, garages en een reeks winkels. Het kantoorgebouw aan de Zaagmuldersweg was oorspronkelijk in gebruik bij de Bedrijfsvereniging voor Agrarische Bedrijven.

Het ontwerp van de woningen beantwoordde aan de wens naar optimale bezonning. Per woning verschaft een eigen voordeur directe verbinding met één van de ruime buitengalerijen. De prijs van de flatwoningen bevatte comfort als vloerbedekking, bijvoorbeeld een Colorite-tegelvloer in hal, keuken en vestibule, Linofelt in de woon- en slaapkamers, dubbelhardgebakken tegels in de wc en een granito vloer in de keuken. Daarnaast beschikten de flats over bergruimte in het souterrain, Bruynzeelkeukens, centrale verwarming (op kolen gestookt), douche, dubbele beglazing, een Fasto-gasgeiser, huistelefoon, 'tochtvrij afsluitende tochtstrippen' en (veel) kastruimte. Daarnaast waren de woningen uitgerust met een centrale televisiemast, elektrische koelkasten, telefoonverbinding met de hal en twee liften. Het betrof voor die tijd zeer luxe voorzieningen. De flatwoningen hadden een verkoopprijs van fl. 2360,- en fl. 3020,-; de hypotheek bij de B.N.G. liep dertig jaar en voorzag in een maandelijkse termijn voor rente en aflossing. Behalve de Wielewaalflat bouwde het Philips Pensioenfonds na de Tweede Wereldoorlog ook in de Groninger binnenstad (Grote Markt en Stoeldraaierstraat, westzijde). De Wielewaalflat is herhaaldelijk in de contemporaine vakpers besproken. In het Bouwkundig Weekblad (maart 1958) werd de Wielewaalflat genoemd als 'een goed voorbeeld van de toepassing van variatie binnen een grotere eenheidsconceptie (...) een losse groepering, geheel in het groen gelegen, waardoor een ongedwongenheid wordt gesuggereerd die een voorproef is van wat een nieuwe stad van de twintigste eeuw kan zijn in tegenstelling tot die van de negentiende eeuw'. Er was ook kritiek: 'De vier delen (...) hebben details die beslist niet aan het geheel ten goede komen, zoals de uitstekende trap van het lage woongedeelte en de tamelijk storende onderbreking in het midden van het kantoorgedeelte'. Maar, 'toch mogen we het over het geheel toejuichen, dat zo'n complex in Groningen tot stand is gekomen.(...) Het zou te wensen zijn dat dergelijke combinaties van hoog-, laagbouw en groen als kenmerkende accenten zouden ontstaan te midden van de vaak nog te eentonige vijf woonlagen flats'.

Omschrijving

De Wielewaalflat bestaat wat betreft de wettelijke bescherming uit de volgende onderling verbonden bouwkundige geledingen: een negen bouwlagen tellende galerijflat (de vleugel evenwijdig aan het Oosterhamrikkanaal), een bouwvolume ter hoogte van zeven verdiepingen (op de hoek bij de Zaagmulderbrug), een trappenhuis met een lage, platgedekte ingangspartij (aan de Zaagmuldersweg) en een flatgebouw van vier bouwlagen met kantoren (de vleugel aan de Zaagmuldersweg). De fundering van de Wielewaalflat wordt gevormd door Frankipalen, de constructie bestaat uit een skelet van gewapend beton. De gevels zijn bekleed met geel genuanceerde Waalsteen.

De galerijflat telt boven een souterrain negen woonlagen en heeft een totale hoogte van 30 meter. Dit platgedekte bouwvolume heeft een rechthoekige plattegrond en staat met één lange zijde (noordwest) parallel aan het water van het Oosterhamrikkanaal. Het souterrain fungeert als basement. Per bouwlaag zijn zeven tweekamerwoningen aangebracht. De noordwestelijke gevel van de galerijflat vertoont boven het in rode baksteen uitgevoerde souterrain een hoge mate van plasticiteit vanwege de ritmische afwisseling van de buiten de galerijen uitstekende balkons. De in rode baksteen gemetselde borstwering van de galerijen wordt verlevendigd met evenwichtig verdeelde blokvormige accenten en is afgedekt met een betonnen regel. Over alle verdiepingen doorlopende betonpijlers verlenen de gevel aan de zijde van het Oosterhamrikkanaal een vast en overzichtelijk stramien. De zuidwestelijke gevel van de galerijflat fungeert als kopgevel, heeft een bekleding van baksteen, is aan de linkerzijde met een buitentrap van gewapend beton en stalen balustrades en leuningen uitgevoerd terwijl geheel rechts per verdieping een klein venster is uitgespaard; onder de dakrand loopt een repeterend siermotief in blokpatroon. De zuidoostgevel van de galerijflat (aan de zijde van het Wielewaalplein) heeft per woning een samengestelde raampartij met een borstwering van gladde, crèmekleurige baksteen en een inpandig balkon, het merendeel afgeschermd met twee platen van geannodiseerd aluminium. De muurdammen of penanten zijn gemetseld en van rode baksteen. De betonnen dakplaat heeft ter hoogte van de balkons zeven betonnen hijsbalken met ijzeren strop.

De indeling van de woningen in de galerijflat bestaat achter de voordeur uit een centraal geplaatste hal of gang met aan de ene zijde keuken, provisiekast, douche, wc en aan de andere zijde een grote slaapkamer. De centraal geplaatste hal of gang leidt verder naar de woonkamer met aangrenzend een kleine slaapkamer en een balkon aan de achterzijde. Het algemene trappenhuis van de galerijflat sluit aan op de kopgevel van de hoekbebouwing aan de Zaagmuldersweg.

Tegen de korte, noordoostelijke zijde van de galerijflat is in gele baksteen, boven een basement, een dwarsgeplaatst, platgedekt bouwvolume van zeven verdiepingen, eveneens met een rechthoekige plattegrond. Deze hoekbebouwing van de galerijflat oriënteert zich zowel op de Zaagmuldersweg als op (het water van) de Oosterhamrikkade en ligt aan de lange zijde iets terug. Aan de zijde van het Oosterhamrikkanaal springt de korte gevel over de gehele hoogte naar voren en vertoont aan deze zijde markante raampuien waarbij een betonlijst het plastische effect van de raampartijen accentueert. Boven het souterrain bevat de hoekbebouwing een kantoorruimte die als een brede erker om de hoek is gelegd en voorzien van een eigen trapopgang aan de Zaagmuldersweg (huisnummer 690). Deze buitentrap is opgebouwd uit beton en natuursteen en heeft een stalen leuning en balustrade. De gevelpartij van de erker bestaat grotendeels uit aaneengesloten, samengestelde raamkozijnen en is op de hoeken voorzien van verticaal gegroefde betonaccenten. In 1958 was in dit kantoor een filiaal van de Rotterdamse Bank gevestigd. Aan de zijde van de Zaagmuldersweg toont de kopgevel van de hoekbebouwing acht boven elkaar geplaatste betonnen balkons die tussen maaiveld en dakrand aan weerszijden wordt omvat door een smalle en hoge betonpilaster. De betonnen borstweringen van de trapeziumvormige balkons zijn verticaal geleed. Links en rechts van de balkons zijn de verdiepingen met vensters uitgevoerd. Boven het hoogste balkon is een luifel van beton aangebracht met daarboven een hijsbalk.

De hoekbebouwing sluit aan de zijde van de Zaagmuldersweg aan op een relatief lage, platgedekte ingangspartij. Boven de hal van de ingangspartij zijn twee horizontale vensterstroken aangebracht die van elkaar worden gescheiden door drie, verticaal gegolfd uitgevoerde betonstroken. De vleugel aan de Zaagmuldersweg was oorspronkelijk bestemd voor de huisvesting van de Bond voor Agrarische Bedrijven. Dit platgedekte bouwvolume heeft een rechthoekige plattegrond en telt boven een plint met souterrain vier bouwlagen. De ingang is in het midden van de lange gevel geplaatst, aan de zijde van de Zaagmuldersweg (noordoost) en uitgevoerd met een trappartij. Deze voorgevel is tussen de gemetselde borstweringen ingedeeld met samengestelde vensterpartijen en penanten van beton. Boven de ingang is een uit twee lagen samengestelde uitbouw geplaatst met daarin een vergaderzaal; links en rechts van de uitbouw is een uitspringend balkon aangebracht. De gevelpartij is aan de rechterzijde van het rechter balkon voor een deel in zwart geglazuurde baksteen uitgevoerd. Het lichte overstek van de dakrand vertoont een geschulpt profiel. De gemetselde zijgevel (zuidoost) fungeert als kopgevel, is boven een plint van rode baksteen in gele baksteen opgetrokken, grenst aan het Wielewaalplein en heeft in het midden een uitwendige stalen trappartij met zes bordessen van gewapend beton en stalen balustrades en leuningen; onder de trappartij is een vrijwel vierkant venster met daaronder een verticaal gegroefd betonpaneel aangebracht, boven het souterrainvenster. Op elke verdieping verschaft een deurpartij aansluiting op de trap. Voorts heeft deze kopgevel nog twee vensters en is onder de betonnen dakrand een repeterend patroon in de vorm van een enigszins verdiept gelegen blokmotief aangebracht. De achtergevel (zuidwest) van het kantoorgebouw bevat een overdekte toegang tot de kelder, vertoont wat betreft de raamindeling met vier lagen vensterstroken sterke overeenkomsten met de voorgevel aan de Zaagmuldersweg, maar accenten als ingangspartij en vergaderzaal ontbreken. Verder is een schuin uit de achtergevel komend bouwvolume opvallend: het is ten dele in een betonnen kader gevat en ingedeeld met drie samengestelde vensterstroken. Het vierlaagse kantoorgebouw verschaft toegang tot de galerijflat; zodoende heeft de galerijflat de Zaagmuldersweg als adres; op het dak staat een ovaalvormige opbouw ten behoeve van de lift.

Waardering

De Wielewaalflat te Groningen, naar ontwerp van architectenbureau F. Klein in de jaren 1955-1957 gebouwd met Philips Pensioenfonds te Eindhoven als opdrachtgever en bestaand uit de volgende onderling verbonden bouwkundige geledingen, t.w. een negen bouwlagen tellende galerijflat (de vleugel evenwijdig aan het Oosterhamrikkanaal), een bouwvolume ter hoogte van zeven verdiepingen (op de hoek bij de Zaagmulderbrug), een trappenhuis met een lage, platgedekte ingangspartij (aan de Zaagmuldersweg) en een flatgebouw van vier bouwlagen met kantoren (de vleugel aan de Zaagmuldersweg) vertegenwoordigt algemeen belang vanwege:

- de cultuurhistorische waarde in verband met de voortgaande verspreiding van hoogbouw in ons land en als bijzondere uitdrukking van een maatschappelijke ontwikkeling wanneer wordt gelet op de voortrekkersrol van het particuliere opdrachtgeverschap in de jaren '50 van de twintigste eeuw, zoals dat tot uitdrukking komt in de vernieuwende combinatie van verschillende (gescheiden) kantoorfuncties en woonvormen in één gebouw;

- de cultuurhistorische betekenis, met name voor de geschiedenis van de wooncultuur zijnde een vroeg voorbeeld en ijkpunt van particuliere appartementen met voor de bouwtijd uitgebreide en luxe voorzieningen als liften, douches, centrale verwarming, interne telefoonverbindingen met de hal, gasgeisers en elektrische koelkasten uitgeruste flatwoningen;

- de architectuurhistorische betekenis, met name op basis van de hoge esthetische waarde en de harmonische compositie van het ontwerp van de Wielewaalflat, waarbij de gevel aan de waterzijde door de uitstekende balkons, buitentrappen, galerijen en de opgetilde dakplaat een fascinerend en plastisch spel van licht en schaduw teweegbrengt, de toepassing van in de ontwerp- en bouwtijd in de woningbouw nog ongebruikelijk brede vensters, bijzondere details als de gegolfde daklijst, grote raampuien van het kantoorgebouw en de esthetische kwaliteit van de transparante kantooruitbouw onder in het woongebouw op de hoek; een en ander voorziet in een van de beste specimina uit het oeuvre van architect Frans Klein en geldt als toonbeeld van het naoorlogse bouwen;

- de stedenbouwkundige waarde van de Wielewaalflat op basis van de markante situering en de ruimtelijke relaties met de nabije omgeving bestaande uit het Oosterhamrikkanaal met de zwaaikolk voor schepen, het afgedamde Gorechtkanaal, het Wielewaalplein en (de brug in) de Zaagmuldersweg, de situering op een markant hoekpunt in de stad Groningen wanneer wordt gelet op het stedelijke en monumentale karakter van de woonflat, de kantoorbebouwing ter hoogte van de brug, de herkenbaarheid in en de markante positie bij de noordelijke entree van de wijk alsook in de zichtas langs het Oosterhamrikkanaal, in de vorm en de schikking alsook het formaat van het bouwvolume van de Wielewaalflat;

- de structurele gaafheid (van de samenstellende onderdelen) van de Wielewaalflat.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

WIELEWAALFLAT IN GRONINGEN. The statutory protection of the Wielewaalflat comprises two (adjoining) wings, namely the high-rise being the gallery flat on the Oosterhamrikkanaal and the high-rise on the Zaagmuldersweg, respectively the northern and respectively the eastern wing of the Wielewaalflat. The shops on the Wielewaalplein, the garage boxes situated behind them and the western wing consisting of low-rise with an adjoining transformer house were demolished in 2009. At the end of the 1940s of the twentieth century, gradual changes occurred in the appearance of the city of Groningen: the building pattern changed slowly, a 'provincial character' made way for a more urban identity. Underlying this process were factors such as economic developments, growing modernisation drive, high land prices, material shortage, new technical developments and housing shortage. Groningen's building regulations were adapted in 1948 and 1950 and made multi-storey buildings of three (and more) storeys possible. Due to the high cost of lifts, for a long time the maximum walkable height of the stairwell was taken as the starting point; consequently, the building height often remained limited to four residential storeys, particularly in social housing where four residential storeys with shared staircases with a common entrance hall remained common for a long time (for example in the West-Indische neighbourhood, where the assembly system of Rottinghuis was combined with his variant on the duplex dwelling, namely the triplex dwelling). The government subsidised private housing construction with a contribution to building costs (subsidy-aided dwellings). Building societies, institutional clients such as the Philips Pension Fund and private individuals were thus stimulated to build houses while preventing social housing from becoming a monoculture. Restrictive measures by the Ministry of Housing increasingly restricted the dimensions and types of social housing. As a result, the renewal of housing construction took place largely in the private sector. The Philips Pension Fund combined with the construction of the Westerflat on the Friesestraatweg in Groningen as the first to combine different functions and forms of housing in one building; a gallery flat with nine storeys, shared laundry and storage facilities and an outbuilding containing larger dwellings including two office spaces. The Philips Pension Fund applied the combination of separate residential and office buildings in Groningen for the first time in the Wielewaalflat on the corner of Zaagmuldersweg and Wielewaalplein, south of the Oosterhamrikkanaal, at the swivel point for ships in the dammed Gorechtkanaal. In 1954 the municipality of Groningen joined the Bouwkas Nederlandse Gemeenten with as the first, and then largest project the Wielewaalflat (then called Martiniflat). The location on the Oosterhamrikkanaal was one of the better, available building sites in the city and served as the building site for the Wielewaalflat: a combination of two residential buildings with different forms of housing, an office integrated in the residential building, a separate office building, garages and a series of shops. The office building on the Zaagmuldersweg was originally in use by the Industrial Association for Agricultural Enterprises.

The design of the dwellings responded to the desire for optimal sunlight. Each dwelling provided its own front door with direct access to one of the spacious external galleries. The price of the apartment dwellings included comfort such as floor coverings, for example a Colorite tile floor in hall, kitchen and vestibule, Linofelt in the living and bedrooms, double hard-fired tiles in the WC and a granito floor in the kitchen. Furthermore, the flats had storage space in the basement, Bruynzeel kitchens, central heating (coal-fired), shower, double glazing, a Fasto gas heater, house telephone, 'draught-free sealing draught strips' and (plenty of) cupboard space. In addition, the dwellings were equipped with a central television mast, electric refrigerators, telephone connection with the hall and two lifts. For that time these were extremely luxurious facilities. The apartment dwellings had a selling price of fl. 2360,- and fl. 3020,-; the mortgage with the B.N.G. ran for thirty years and provided for a monthly instalment for interest and repayment. Besides the Wielewaalflat, the Philips Pensioenfonds also built after the Second World War in the Groningen city centre (Grote Markt and Stoeldraaierstraat, west side). The Wielewaalflat was discussed repeatedly in contemporary specialist journals. In the Bouwkundig Weekblad (March 1958) the Wielewaalflat was named as 'a good example of the application of variation within a larger unity concept (...) a loose grouping, entirely situated in green, whereby an informality is suggested that is a foretaste of what a new city of the twentieth century can be in contrast to that of the nineteenth century'. There was also criticism: 'The four parts (...) have details that definitely do not benefit the whole, such as the protruding staircase of the low residential section and the rather disturbing interruption in the middle of the office section'. But, 'nevertheless, we may welcome on the whole, that such a complex has come into being in Groningen. (...) It would be to be wished that such combinations of high, low-rise building and green would arise as distinguishing accents amidst the often still too monotonous five residential storey flats'.

Description

The Wielewaalflat comprises, as regards legal protection, the following mutually connected architectural divisions: a gallery flat comprising nine storeys (the wing parallel to the Oosterhamrikkanaal), a building volume at the height of seven storeys (at the corner at the Zaagmulderbrug), a staircase with a low, flat-roofed entrance section (at the Zaagmuldersweg) and a flat building of four storeys with offices (the wing at the Zaagmuldersweg). The foundation of the Wielewaalflat is formed by Franki piles, the construction consists of a skeleton of reinforced concrete. The facades are clad with yellow-nuanced Dutch brick.

The gallery flat comprises nine storeys above a basement and has a total height of 30 metres. This flat-roofed building volume has a rectangular floor plan and stands with one long side (northwest) parallel to the water of the Oosterhamrikkanaal. The basement functions as a basement. Per storey seven two-room dwellings are arranged. The northwestern facade of the gallery flat exhibits above the basement executed in red brick a high degree of plasticity due to the rhythmic alternation of the balconies projecting beyond the galleries. The breast wall of the galleries laid in red brick is enlivened with evenly distributed block-shaped accents and is capped with a concrete beam. Concrete columns running across all storeys lend the facade on the side of the Oosterhamrikkanaal a firm and clear module. The southwestern facade of the gallery flat functions as an end facade, has a facing of brick, is on the left side executed with an external staircase of reinforced concrete and steel balustrades and railings whilst on the far right a small window is reserved per storey; under the eaves runs a repeating ornamental motif in block pattern. The southeastern facade of the gallery flat (on the side of the Wielewaalplein) has per dwelling a composite window arrangement with a breast wall of smooth, cream-coloured brick and an inset balcony, the majority screened with two plates of anodised aluminium. The wall piers or columns are laid in brick and of red brick. The concrete roof slab has at the height of the balconies seven concrete lifting beams with iron straps.

The layout of the dwellings in the gallery flat consists behind the front door of a centrally placed hall or corridor with on one side kitchen, pantry, shower, toilet and on the other side a large bedroom. The centrally placed hall or corridor leads further to the living room with adjoining a small bedroom and a balcony on the rear side. The general staircase of the gallery flat connects to the end facade of the corner building on the Zaagmuldersweg.

Against the short, north-eastern side of the gallery flat, in yellow brickwork, above a basement, a transversely placed, flat-roofed building volume of seven storeys has been erected, also with a rectangular plan. This corner building of the gallery flat is oriented towards both the Zaagmuldersweg and (the water of) the Oosterhamrikkade and is set back somewhat along the long side. On the side of the Oosterhamrikkanaal, the short gable projects forward over the entire height and displays striking window bays at this side, whereby a concrete band accentuates the plastic effect of the window sections. Above the basement, the corner building contains an office space which is laid out as a broad bay window around the corner and provided with its own staircase entrance on the Zaagmuldersweg (house number 690). This external staircase is constructed of concrete and natural stone and has a steel railing and balustrade. The facade section of the bay window consists largely of continuous, composite window frames and is provided at the corners with vertically fluted concrete accents. In 1958, a branch of the Rotterdamse Bank was established in this office. On the side of the Zaagmuldersweg, the gable end of the corner building displays eight concrete balconies placed one above the other which between ground level and roof edge is framed on both sides by a narrow and tall concrete pilaster. The concrete parapets of the trapezium-shaped balconies are vertically articulated. To the left and right of the balconies, the storeys are executed with windows. Above the highest balcony, a concrete canopy has been installed with a hoisting beam above it.

The corner building adjoins on the side of the Zaagmuldersweg a relatively low, flat-roofed entrance section. Above the hall of the entrance section two horizontal window bands have been installed which are separated from each other by three vertically corrugated concrete strips. The wing at the Zaagmuldersweg was originally intended for the housing of the Bond voor Agrarische Bedrijven. This flat-roofed building volume has a rectangular floor plan and comprises four storeys above a plinth with basement. The entrance is placed in the middle of the long facade, on the side of the Zaagmuldersweg (northeast) and executed with a flight of steps. This front facade is divided between the masonry parapets with composite window sections and concrete pilasters. Above the entrance a projecting structure composed of two storeys has been placed containing a meeting hall; to the left and right of the projection an overhanging balcony has been installed. The facade section is on the right side of the right balcony partly executed in black glazed brick. The light overhang of the roof edge displays a dentilled profile. The masonry side facade (southeast) functions as the end gable, is above a plinth of red brick erected in yellow brick, borders on the Wielewaalplein and has in the middle an external steel flight of steps with six landings of reinforced concrete and steel balustrades and railings; below the flight of steps a virtually square window has been installed with below it a vertically grooved concrete panel, above the basement window. On each floor a door section provides connection to the stairs. Furthermore this end gable has two further windows and below the concrete roof edge a repeating pattern in the form of a somewhat recessed block motif has been installed. The rear facade (southwest) of the office building contains a covered access to the basement, shows in respect of the window arrangement with four bands of windows strong similarities with the front facade at the Zaagmuldersweg, but accents such as entrance section and meeting hall are absent. Furthermore a building volume projecting diagonally from the rear facade is striking: it is partly set in a concrete frame and divided with three composite window bands. The four-storey office building provides access to the gallery apartment building; consequently the gallery apartment building has the Zaagmuldersweg as its address; on the roof stands an oval-shaped structure for the lift.

Assessment

The Wielewaalflat at Groningen, built according to the design of architectural office F. Klein in the years 1955-1957 with Philips Pensioenfonds at Eindhoven as client and consisting of the following mutually connected building elements, namely a gallery apartment building comprising nine storeys (the wing parallel to the Oosterhamrikkanaal), a building volume at the height of seven storeys (at the corner by the Zaagmulderbrug), a stairwell with a low, flat-roofed entrance section (at the Zaagmuldersweg) and an apartment building of four storeys with offices (the wing at the Zaagmuldersweg) is of general public importance owing to:

- the cultural-historical value in connection with the continuing spread of high-rise building in our country and as a particular expression of a social development when attention is paid to the pioneering role of private patronage in the 1950s of the twentieth century, as this is expressed in the innovative combination of different (separated) office functions and housing forms in one building;

- the cultural-historical significance, in particular for the history of residential culture being an early example and reference point of private apartments equipped with extensive and luxury facilities for the building period such as lifts, showers, central heating, internal telephone connections with the hall, gas water heaters and electric refrigerators fitted flat dwellings;

- the architectural-historical significance, in particular on the basis of the high aesthetic value and the harmonious composition of the design of the Wielewaalflat, whereby the facade on the waterside through the protruding balconies, external stairs, galleries and the lifted roof plate brings about a fascinating and plastic interplay of light and shadow, the application of broad windows still unusual in residential construction in the design and building period, particular details such as the corrugated roof edge, large window sections of the office building and the aesthetic quality of the transparent office extension at the bottom of the residential building on the corner; all this provides one of the finest specimens from the oeuvre of architect Frans Klein and is regarded as an exemplar of post-war building;

- the urban-planning value of the Wielewaalflat on the basis of the striking location and the spatial relationships with the nearby surroundings consisting of the Oosterhamrikkanaal with the swing lock for ships, the dammed Gorechtkanaal, the Wielewaalplein and (the bridge in) the Zaagmuldersweg, the location on a striking corner point in the city of Groningen when regard is given to the urban and monumental character of the residential flat, the office construction at the level of the bridge, the recognisability in and the striking position at the northern entrance of the district as well as in the sight line along the Oosterhamrikkanaal, in the form and the arrangement as well as the scale of the building volume of the Wielewaalflat;

- the structural integrity (of the constituent components) of the Wielewaalflat.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map