Rijksmonumentenregister · Netherlands
Grotiuslyceum
's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Schoolgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1951 - 1955
- Address
- Klaverstraat 7, 2565 BT 's-Gravenhage (and others)
- Place
- 's-Gravenhage
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.07301, 4.25618
- Monument number
- 530834
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Nationaal Archief, the NetherlandsUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Plattegrond van Den Haag en Scheveningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het SCHOOLGEBOUW van het Grotius Lyceum (thans Segbroekcollege) met inpandige CONCIERGEWONING werd gebouwd in de periode 1949-1955 naar ontwerp van architect Sjoerd Schamhart (1919-2007), destijds in dienst van de Dienst Gemeentewerken van Den Haag. De school is de opvolger van het in 1942 gesloopte Stokrooslyceum uit 1925 (architect D.C. van der Zwart) dat gelegen was binnen de gedurende de oorlogsjaren ontruimde en als Sperrgebiet ten behoeve van de Atlantikwall ingerichte weststrook van Den Haag. In 1946 ontwierp W.M. Dudok voor dit gebied het wederopbouwplan Sportlaan-Zorgvliet. Het terrein waar de school op werd gebouwd was ondiep en grensde aan de achterzijde aan een sportveld. Het schoolgebouw moest een afsluiting vormen van de as Chrysantplein-Pomonaplein en ingevoegd worden in een kleinschalige woonbuurt. Sjoerd Schamhart ontwierp daarom een langgerekt, ondiep gebouw met een iets gebogen plattegrond. De genoemde as is door Schamhart aangehouden voor de situering van de hoofdentree tot de school. In de school is zichtbaar dat het Daltonsysteem is toegepast, waarbij iedere leraar zijn eigen vaklokaal had en de leerlingen tussen de lesuren van lokaal wisselden. De daardoor veroorzaakte verkeersstromen maakten het noodzakelijk dat er goede verkeersruimten waren zoals een hal en trappenhuizen. Bij het Daltononderwijs lag de nadruk op het zelfstandig leren werken van de scholieren. Daarom werden er in de gangen van het gebouw werknissen gecreëerd waar leerlingen zelfstandig aan opdrachten konden werken.
In de periode 1993-1998 werd het lyceum aan de achterzijde uitgebreid met een royaal volume ontworpen door de architect Leon Thier, met medewerking van architect Hans Karsen (Atelier PRO, Den Haag). De uitbreiding, die het oorspronkelijke bouwvolume vrijwel geheel intact laat en het markante zicht vanuit de aula op de sportvelden respecteert, bestaat uit twee bouwvolumes die middels een teruggelegen glaswand zijn verbonden. Tegen de oorspronkelijke achtergevel van het lyceum is een kunstwerk bestaande uit cirkelvlakken van Henri Jacobs aangebracht.
Omschrijving
Het SCHOOLGEBOUW is een langgerekt en ondiep gebouw met een iets gebogen plattegrond. Het gebouw is voorzien van een souterrain en is twee en deels drie bouwlagen hoog en voorzien van platte daken. Het gebouw is opgetrokken in betonskeletbouw met wanden van gele baksteen (waalsteen), waarbij de scheidingswanden tussen de lokalen en de achtergevel een dragende functie hebben. De bovenbouw (tweede verdieping) heeft een stalen spantconstructie. Ook de gymzalen hebben een constructie van stalen spanten. De voorgevel heeft een horizontale geleding van vensterpartijen en betonvlakken, onderbroken door sterke verticale accenten in de vorm van gemetselde steunberen die de overstekende dakrand dragen. Tussen de steunberen bevinden zich de vensterpartijen, bestaande uit vier gekoppelde stalen ramen met een gekantelde H-vormige indeling. De achtergevel heeft eveneens stalen vensters, waarvan er vele zijn voorzien van een kruisvormige indeling. De gymzalen zijn voorzien van hoge stalen ramen. De CONCIËRGEWONING is eveneens voorzien van stalen ramen. Alle vensters en een groot aantal entrees zijn thans (2009) in blauwgrijze tinten geschilderd. De hoofdentree tot de school bevindt zich in de dwars op het hoofdvolume geplaatste, korte vleugel met meer gesloten gevels die voorzien zijn van wandkunst. In dit deel bevindt zich ook de hal. Deze royale hal die direct achter de hoofdentree ligt, heeft meerdere functies: verkeersruimte met hal en trappenhuis en aula. Een deel van de hal ligt wat verdiept en er is een toneel aangelegd. De open trappen zijn langs de wand geplaatst, waardoor de achterzijde van de hal vrij gehouden is en er vanaf de entree een fraai zicht op hal is en tevens, door twee verdieping hoge glaspuien, een fraai zicht op de achter de school gelegen sportvelden is ontstaan. Op de eerste verdieping doet een deel van het trappenhuis en de gang dienst als balkon voor de aula en zijn de kamers voor leraren en schoolleiding ondergebracht. Onder de hal annex aula bevinden zich in het souterrain onder meer de voormalige overblijfruimte en een garderobe.
De verdiepingen van de hoofdvleugel kennen een basisopzet van een brede gang aan de noordzijde en klaslokalen aan de zuidzijde van het gebouw. De gangen zijn voorzien van werknissen en dwarsgeplaatste (boeken)kasten, volgens Daltonprincipes. De wanden tussen lokalen en gang zijn deels van glas en voorzien van vitrines. Het tekenlokaal (tevens voorzien van dakterras) en het muzieklokaal op de tweede verdieping zijn over de volle breedte van het gebouw geplaatst. Aan de linkerzijde van de school zijn in een dwarsgeplaatste korte vleugel de twee gymzalen met bijbehorende kleed- en doucheruimten, de vm. bibliotheek en de inpandige conciërgewoning ondergebracht. De entreepartij tot de school wordt aan weerszijden geaccentueerd door een royaal kunstwerk in betonmozaïek van kunstenaar W.J. Rozendaal waarop 'scenes uit het schoolleven' worden verbeeld. Tevens maakte hij de met leiplaten bekleedde vlakken met vogelmotieven aan de buitenzijde van de dwarsgeplaatste entreevleugel en de wand bij de administratie. In de aula zijn de kleine ronde glas-in-loodvensters goed bewaard gebleven, evenals de voorstellingen op het toneelfront in chromolyth pleister, eveneens ontworpen door W.J Rozendaal.
Waardering
Het GROTIUS LYCEUM, bestaande uit een SCHOOLGEBOUW en een inpandige CONCIERGEWONING, is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van de vroege Wederopbouw vanaf 1940 vanwege:
- de sociaal-historische betekenis als symbool voor het herrezen Nederland en de toenemende naoorlogse welvaart;
- de cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de onderwijsvernieuwing van het Daltonsysteem, waarbij gebruik werd gemaakt van vaklokalen en de leerlingen tussen de lesuren van lokaal wisselden. De daardoor veroorzaakte verkeersstromen maakten het noodzakelijk dat er goede verkeersruimten waren zoals een hal en trappenhuizen. Bij het Daltononderwijs lag de nadruk op het zelfstandig leren werken van de scholieren. Daarom werden er in de gangen van het gebouw werknissen gecreëerd waar leerlingen zelfstandig aan opdrachten konden werken;
- de architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een gaaf bewaard gebleven naoorlogs schoolgebouw, waarbij de hal niet alleen was bedoeld als verkeersruimte, maar ook als ontmoetingsruimte en aula. Vanwege het representatieve karakter van de hal is hier monumentale kunst aangebracht. Het schoolgebouw is ook van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, waarbij de schikking van volumes en ruimtes een fraaie compositie heeft opgeleverd. Het gebouw kent een zorgvuldige detaillering. Het lyceum is tevens van belang als voorbeeld van een schoolgebouw binnen het oeuvre van de architect Sjoerd Schamhart;
- de kunsthistorische waarde vanwege de aanwezigheid van kunstwerken, zoals de voorstellingen in betonmozaïek, de leien tegeltableaus, de beschilderingen van het toneelfront en de glas-in- loodramen van kunstenaar W.J. Rozendaal;
- de stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging en afsluiting van het Chrysantplein.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The SCHOOL BUILDING of the Grotius Lyceum (now Segbroekcollege) with integrated CARETAKER'S DWELLING was built in the period 1949-1955 according to a design by architect Sjoerd Schamhart (1919-2007), then employed by the Municipal Works Department of The Hague. The school is the successor to the Stokroos Lyceum from 1925 (architect D.C. van der Zwart), which was demolished in 1942 and had been located within the western strip of The Hague, which was evacuated during the war years and set up as a restricted zone (Sperrgebiet) for the purposes of the Atlantic Wall. In 1946 W.M. Dudok designed the reconstruction plan Sportlaan-Zorgvliet for this area. The terrain on which the school was built was shallow and bordered on the rear side by a sports field. The school building had to form a closure of the axis Chrysantplein-Pomonaplein and be incorporated into a small-scale residential neighbourhood. Sjoerd Schamhart therefore designed an elongated, shallow building with a slightly curved ground plan. The aforementioned axis was maintained by Schamhart for the location of the main entrance to the school. The school shows that the Dalton system was applied, whereby each teacher had his own subject classroom and pupils moved between classrooms between lessons. The traffic flows caused by this made it necessary to have good traffic spaces such as a hall and staircases. In Dalton education, emphasis was placed on pupils learning to work independently. Therefore, work niches were created in the corridors of the building where pupils could work independently on assignments.
In the period 1993-1998 the lyceum was extended on the rear side with a generous volume designed by architect Leon Thier, with the collaboration of architect Hans Karsen (Atelier PRO, The Hague). The extension, which leaves the original building volume virtually completely intact and respects the striking view from the auditorium onto the sports fields, consists of two building volumes connected by a recessed glass wall. Against the original rear facade of the lyceum, a work of art consisting of circular planes by Henri Jacobs has been installed.
Description
The SCHOOL BUILDING is an elongated and shallow building with a slightly curved ground plan. The building is provided with a basement and is two and partly three storeys high and provided with flat roofs. The building is constructed in reinforced concrete frame construction with walls of yellow brick (withe brick), whereby the partition walls between the classrooms and the rear facade have a load-bearing function. The upper structure (second floor) has a steel truss structure. The gymnasiums also have a steel truss structure. The front facade has a horizontal articulation of window sections and concrete surfaces, interrupted by strong vertical accents in the form of masonry buttresses that support the overhanging roof edge. Between the buttresses are the window sections, consisting of four coupled steel windows with a tilted H-shaped glazing. The rear facade also has steel windows, many of which are fitted with a cross-shaped glazing. The gymnasiums are fitted with tall steel windows. The CARETAKER'S DWELLING is also fitted with steel windows. All windows and a large number of entrances are currently (2009) painted in blue-grey tones. The main entrance to the school is located in the short wing placed transversely to the main volume, with more closed facades provided with wall art. This part also contains the hall. This generous hall, which is directly behind the main entrance, has multiple functions: traffic space with hall and staircase and auditorium. Part of the hall is somewhat sunken and a stage has been installed. The open staircases are placed along the wall, keeping the rear side of the hall free and creating a fine view of the hall from the entrance and also, through two-storey-high glass doors, a fine view of the sports fields located behind the school. On the first floor, part of the stairwell and the corridor serve as a balcony for the auditorium and contain the rooms for teachers and school management. Below the hall and auditorium are located in the basement, among other things, the former rest area and a cloakroom.
The storeys of the main wing have a basic layout of a wide corridor on the north side and classrooms on the south side of the building. The corridors are provided with work niches and transversely placed (book)cases, according to Dalton principles. The walls between classrooms and corridor are partly glass and fitted with display cases. The drawing room (also provided with a roof terrace) and the music room on the second floor are placed across the full width of the building. On the left side of the school, two gymnasiums with associated dressing and shower rooms, the former library and the integrated caretaker's dwelling are housed in a short wing placed transversely. The entrance section of the school is accentuated on both sides by a generous work of art in concrete mosaic by artist W.J. Rozendaal depicting 'scenes from school life'. He also created the surfaces clad with slate tiles with bird motifs on the outside of the transversely placed entrance wing and the wall at the administration. In the auditorium, the small round stained-glass windows have been well preserved, as have the representations on the stage front in chromolith plaster, also designed by W.J. Rozendaal.
Valuation
The GROTIUS LYCEUM, consisting of a SCHOOL BUILDING and an integrated CARETAKER'S DWELLING, is of general importance as an essential exemplar of the early Reconstruction from 1940 because of:
- its social-historical significance as a symbol of the resurrected Netherlands and the increasing post-war prosperity;
- its cultural-historical value as an expression of educational innovation of the Dalton system, whereby use was made of subject classrooms and pupils moved between classrooms between lessons. The traffic flows caused by this made it necessary to have good traffic spaces such as a hall and staircases. In Dalton education, emphasis was placed on pupils learning to work independently. Therefore, work niches were created in the corridors of the building where pupils could work independently on assignments;
- its architectural-historical value as an example of a well-preserved post-war school building, whereby the hall was not only intended as a traffic space but also as a meeting space and auditorium. Because of the representative character of the hall, monumental art has been installed here. The school building is also important because of the high-quality aesthetic qualities of the design, whereby the arrangement of volumes and spaces has created a fine composition. The building has careful detailing. The lyceum is also important as an example of a school building within the oeuvre of architect Sjoerd Schamhart;
- its art-historical value because of the presence of works of art, such as the representations in concrete mosaic, the slate tile tableaux, the paintings of the stage front and the stained-glass windows by artist W.J. Rozendaal;
- its urban design value because of the image-defining location and closure of the Chrysantplein.
Nearby in the register
- Woonhuis, Magnoliastraat 7Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Klimopstraat 2Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Klimopstraat 1Woonhuisunder 1 mi
- Plantsoen, Papaverhof bij 6Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.