Rijksmonumentenregister · Netherlands
Provinciehuis
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Provinciehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1946 - 1955
- Address
- Markt 11, 6811 CG Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.97707, 5.90989
- Monument number
- 530828
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft Library
3 historical maps cover this location, the earliest the 1916 map "04. Arnhem (1916)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
HUIS DER PROVINCIE Gelderland met INGANGSPARTIJ, gebouwd in de periode 1950-55 naar ontwerp van J.J.M. Vegter in samenwerking met de bouwcommissie (ir. H. Brouwer (mede-architect), ir. T.T. Deurvorst (interieurverzorging), ir. F.F. Venstra) en diverse beeldend kunstenaars (o.a. H. Krop, W. Reyers, E. Henny, P. Donk, F. Heil, T. Leeser, etc.) onder leiding van prof. Dr. A.M.W.J. Hammacher (directeur van het museum Kroller-Muller).
Na de verwoesting van het oude Provinciehuis bij de oorlogshandelingen in september 1944 werd bij de wederopbouw van de stad gekozen voor een groter Marktplein met aan de zuidelijke zijde een nieuw provinciehuis. Vegter kreeg op 21 augustus 1946 de opdracht om samen met de ontwerper van het nieuwe stadsplan ir. J. van der Laan de situering van het nieuwe provinciehuis te onderzoeken en te bepalen en af te stemmen op het wederopbouwplan van Arnhem. Het provinciehuis is gerealiseerd als onderdeel van het na de oorlog geplande bestuurlijk centrum aan de oostzijde van de Markt en was de verbindende schakel tussen de bebouwing aan de oostzijde en de westzijde van het plein. Onder invloed van de Scandinavische architectuur werd het gebouw niet alleen ontworpen voor de overheid maar ook voor de burger. De verbinding met de Sabelpoort zou zorgen voor een confrontatie tussen oud en nieuw. Het gebouw moest symbool staan voor herrijzend Nederland door de architectuur en de beeldende kunst te verbinden, welke in alle mogelijke vormen in het gebouw werd geïntegreerd volgens een van tevoren opgesteld programma. De vrije keuze en uitdrukkingsvaardiheid van de geschenken van burgers, instellingen en instituten werden ondergeschikt gemaakt aan het concept van het Huis van de Provincie waarmee ze onlosmakelijk verbonden zijn gemaakt met het ontwerp.
Het gebouw is zowel uitwendig als inwendig grotendeels bewaard gebleven. Ook van de oorspronkelijke interieurafwerking en het meubilair zijn de belangrijkste elementen behouden. Het gebouw is uitgebreid in 1974 eveneens naar ontwerp van Vegter en gerestaureerd/gerenoveerd in 2007. De uitbreiding in 1974 heeft geleid tot een extra verdieping. De restauratie in 2007 heeft het comfort en het gebruik verbeterd als gevolg waarvan onder meer de raampartij aan de zuidzijde is vervangen en zonwering is toegevoegd.
Omschrijving
Het PROVINCIEHUIS bestaat uit een viertal vleugels rond een rechthoekige binnenplaats met onder en langs de voorgevel een schuilkelder. De vleugels verschillen in hoogte en afwerking maar worden alle afgesloten door een plat dak. De INGANGSPARTIJ bevindt zich aan de Marktzijde en bestaat uit een oprit, bordes en sierbestrating, een doorgang door de noordvleugel en een ingang in de zuidvleugel vanaf de binnenplaats. De constructie van het gebouw bestaat uit een betonskelet bekleed met diverse materialen.
De noordvleugel bevindt zich aan de Marktzijde ingeklemd tussen de hogere oostelijke en westelijke vleugel waarvan de kopvleugels voorzien zijn van siermetselwerk. De voorgevel van de noordvleugel is opgebouwd uit een natuurstenen basement volgens het metopen en triglievenprincipe, een strook verticaal gemetselde bakstenen, een strook metselwerk in wild verband, negen gekoppelde vensters met een omlijsting van travertijn, metselwerk in wild verband waarin acht regelmatig verdeelde kleine vierkante ramen en een travertijnen relief (Willem Reyers) voorstellende het wapen van Gelderland, en een terug gelegen bouwlaag voorzien van een betonnen open overhuiving boven de buitenruimte.
De noordgevel van de noordvleugel kenmerkt zich als voorgevel door de plaatsing van een bronzen balkon bestaande uit een ritmische herhaling van gestileerde leeuwenklauwtjes (Willem Reyers), balkondeuren en een travertijnen relief (Willem Reyers) links in de gevel, risalerende natuurstenen doorgangspartij rechts in de gevel en het carillon op de kopgevel van de westvleugel. De doorgangspartij bestaat uit gebeeldhouwde verticale panelen (Zweeds graniet, Titus Leeser) aan weerszijden van de doorgang die uitbeelden het middeleeuwse autoritaire bestuur (links) en het democratische, hedendaagse bestuur (rechts) en een fries boven de doorgang met de tekst 'Door een gerecht gericht te leiden met beleid'. De tekst opgesteld door griffier van de Staten, mr. N. Hendrik Muller, is in travertijn gekapt op de poortwanden (Andre van der Vossen): 'Devastata MCMXLIV - door oorlogsgeweld terneergebracht - renovata MCMLIV - wat god herstelt heeft groter kracht'. Het plafond van de onderdoorgang is ontworpen in beton (ir. P. Donk) en stelt voor een Phoenix te midden van een geometrisch patroon. Rechts naast de poort bevindt zich een bronzen brievenbus met de tekst 'Huis der Provincie. Provinciaal bestuur van Gelderland'. De doorgang kan worden afgesloten door dubbele deuren. In de binnengevel van de noordvleugel, aan weerszijden van de doorgang, bevinden zich de herdenkingsplaquettes met de opschriften: 'Hare majesteit Koningin Juliana opende dit Huis 11 september 1954. Jhr. Dr. C.G.C. Quarles van Ufford commisaris der koningin, J.J.M. Vegter H. Brouwer B.i. architecten (links), '1940 1945 In weemoed en eerbied gedragen herinnering aan onze ambtenaren B. Slettenaar J.W. Strategier' (rechts) Onder deze plaquettes bevinden zich gebeeldhouwde ornamenten.
Vanuit de doorgang tot aan het Marktplein is in het plaveisel een patroon aangebracht dat een geheel vormt met het patroon in het plaveisel van de binnenplaats en gezien moet worden als een vloerkleed. Halverwege deze bestrating, aan het begin van de auto-oprit, ter markering van de overgang van de Markt naar het Provinciehuis, twee hoge ronde zuilen van wit Beiers graniet met zandstenen kapitelen met gebeeldhouwde voorstellingen (Hildo Krop) als de symbolen van het gezag, genaamd 'de wachters'. De kapitelen verbeelden de macht, het door recht beschermde huiselijk leven en de vrijheid. Tussen de linkerzuil en de gevel een steektrap, tussen de rechterzuil en de gevel een bordes met natuurstenen keermuur ter verbinding van het provinciehuis met de sabelspoort. Tussen de zuilen de oversteek naar de Markt te herkennen aan het patroon in het plaveisel. Een meter voor de zuilen de uitgang van de schuilkelder.
De oostelijke en westelijke vleugels zijn vrijwel identiek bestaande uit vier bouwlagen met een plint van basaltlava. De gesloten kopgevels zijn grotendeels opgetrokken in siermetselwerk bestaande uit risalerende gemetselde bakstenen kruisen. Tegen de noordelijke kopgevel van de westvleugel een carillon bestaande uit een klokkenspel met daarboven een hek waarin twee vogels met bloesemtakken uitgebeeld worden (Everdine Schuurman-Henny, gieter Petit en Fritsen). Het carillon speelt een belangrijke rol in de presentatie van de voorgevel en is een geschenk van de Gelderse land- en tuinbouworganisaties.
De open langsgevels zijn bekleed met travertijn rondom de raamopeningen. In de eerste, derde en vierde bouwlaag bevinden zich staande raamopeningen, in de tweede bouwlaag vierkante openingen. De gevels worden beëindigd door een betonnen dakoverstek met daaronder een fries met gegoten betonnen ornamenten voorstellende mensen, dieren en abstracte vormen (Carel Kneulman, Piet van Stuivenberg en Hans Verhulst). Het ritme van de buitengevels van deze vleugels wordt doorbroken door een vensterpartij bestaande uit vierkante openingen in de tweede bouwlaag aan de oostzijde en een teruggeplaatste wand met loopgang aan de westzijde. De westelijke vleugel geeft via een glazen brug toegang tot de middeleeuwse Sabelspoort een rijksmonument geregistreerd onder monumentnummer 8351.
De zuidvleugel aan de rijnzijde is onder te verdelen in twee volumes: een risalerend, horizontaal georiënteerd bouwdeel ondersteunt door betonnen pijlers (zuidgalerij) op de begane grond en een terugspringend verticaal georiënteerd bouwdeel (statenzaal) op de verdieping ten opzichte van de zijvleugels. De zuidgalerij kenmerkt zich door een groot glasoppervlak en een zwevend karakter. Vanuit de glazen gevel is er direct zicht op de Rijn, symbool staande voor de provincie Gelderland. De overige geveldelen zijn bekleed met travertijn. Boven zuidgalerij bevindt zich de Statenzaal waarvan alle gevels zijn opgetrokken in baksteen afwisselend wit-grijs geglazuurde bakstenen lisenen en zwarte bakstenen terugliggende stroken. Deze geleding is doorgezet in het interieur van de Statenzaal. De gevels worden afgesloten door een plat dak voorzien van glazen lichtkoepels. In de buitengevel (zuidzijde) bevinden zich onder aan de bakstenen gevel grote rechthoekig uitgebouwde vensters met bovenaan acht kleine vierkante vensters.
De binnengevels van de vleugels omsluiten de binnenplaats en zijn alle bekleed met travertijn. Op de begane grond liggen de vensterpartijen terug. Deze vensterpartijen bestaan uit lage kelderlichten met daarboven travertijnen friezen (oostgevel: Couzijn, noordgevel: Han. Verhulst, zuidgevel: Carel Kneulman, westgevel: John Grosman) en grote vensters aan weerszijden geflankeerd door smalle nevenlichten. De reliefs beelden uit de "gemeenschappelijke nood tijdens de Slag om Arnhem in 1944" en "het zich herstellende leven na de bevrijding, met hernieuwde aandacht voor het natuurlijke en stedelijke leven". De tweede bouwlaag is meer gesloten doordat steeds een venstertravee gesloten is uitgevoerd. In de derde bouwlaag meer kleinere, gekoppelde ramen. De teruggelegen bouwlagen met betonnen overstek en eenvoudige gekoppelde ramen op de noord-, oost-, en westvleugel zijn onderdeel van de uitbreiding van 1974 naar ontwerp van Vegter.
Rechts in de binnengevel van de zuidvleugel, tegenover de doorgang in de noordvleugel, bevindt zich de hoofdingang, bereikbaar via een bordestrap. De risalerende ingangspartij wordt gemarkeerd door twee vrijstaande metalen zuilen ('fakkels' ) op het bordes, die een pendant vormen van de twee vrijstaande zuilen ("Wachters") voor de voorgevel van het provinciehuis. De ingangspartij bestaat uit een dubbele deur met smalle nevenlichten, voorzien van ornamentiek bestaande uit traliewerk en deurknoppen van verkoperd aluminium (Willem Reyers).
Het patroon van het plaveisel op de binnenplaats (Vegter) is als een vloerkleed en loopt door tot aan de Markt. Op de binnenplaats bevindt zich een fontein (V.P.S. Esser), voorstellende een bronzen figuur van Herakles en Antaeus, geplaatst op een fonteinbak van basalt, de strijd van de mens tegen het water. De binnenplaats was bedoeld als ontvangstruimte en een plek voor feestelijke bijeenkomsten.
De structuur van het interieur is grotendeels bewaard gebleven. Het gebouw kent een zeer rijke afwerking van plafonds, muren en vloeren en interieuronderdelen zowel beeldende kunst als meubilair die door ontwerp onlosmakelijk verbonden zijn met het ontwerp van het gebouw als gesamtkunstwerk. Enkele voorbeelden zijn de wanden van de hal bekleed met verschillende materialen (o.a. grijze leisteenstrips en baksteen); zware betonnen pijlers en in patroon gelegde natuurstenen vloeren met intarsia's, uitgevoerd in kwartsiet en cristallino; mahoniehouten plafonds; een kleine marmeren fontein in de hal met een voorstelling van Odysseus en sirenen (Fri Heil); een bronzen beeldje (Han van Luin) in de hal; een marmeren trappartij met bronzen balustrade voorstellende diverse ambachten (Titus Leeser); de binnenwanden van de statenzaal uitgevoerd in diverse tinten grijze en witte breuksteenstrips; marmeren zuilen met bronzen kapitelen (Gerarde Rueter); lamparmaturen; asbakken op onderstel; met metaal omklede pijlers; marmeren mozaïeken (V.H. Elenbaas) voorstellende het leven van de mensen op het land, de "Stedelijke Bestuursfunctie" (onderwijs, handel, sociale zorg, arbeid en overheidsbedrijven); de vrijdragende betonconstructie van de Statenzaal met zes betonnen spanten; marmeren wanden in de statenzaal met rechthoekige openingen ten behoeve van de tribunes; een groot handgeknoopt vloerkleed met een gestileerde kaart van Gelderland (K.C. Fischer-van der Mijll Dekker); oorspronkelijk spreekgestoelte en notenhouten meubilair, houten plafond, in gele baksteen uitgevoerde wanden deels in muizetand; granieten friezen (Van Stuyvenberg) voorstellende de heraldische wapens en de gemeentewapens van de Gelderse gemeenten, aangevuld met ornamenten en oude zinspreuken; sgraffito-reliefs (Simon Erb); cristallino zuiltjes met bronzen manchetkapitelen (Gerarda Rueter); twee wandkleden (Michel Seuphor) voorstellend ' vuur' en 'lucht'; twee wandkleden (Piet Donk) voorstellende ' aarde' en ' water'. Samen symboliseren ze de elementaire menselijke activiteiten die op de kleden staan omschreven als ' zijn', ' worden', 'doen' en ' weten'; vloerkleden (atelier Scholten- van de Rivière).
Waardering
PROVINCIEHUIS Gelderland met INGANGSPARTIJ, gebouwd in de periode 1950-54 naar ontwerp van J.J.M. Vegter in samenwerking met de bouwcommissie ir. H. Brouwer (mede architect), T.T. Deurvorst (interieurverzorging), ir. F.F. Venstra en diverse beeldend kunstenaars (o.a. H. Krop, W. Reyers, E. Henny, P. Donk, F. Heil, T. Leeser, etc.) onder leiding van prof. Dr. A.M.W.J. Hammacher (directeur van het museum Kroller-Muller) is een evidente mijlpaal in de ontwikkeling van de architectuur, stedenbouw, landinrichting, bouwtechniek of ruimtegebonden kunst in Nederland uit de periode 1940-1958:
* Vanwege de architectuurhistorische waarde vanwege het ontwerp van Vegter, Brouwer en Deurvorst in de traditie van de Delftse School beinvloed door de architectuur in Scandinavie.
* Vanwege de zorgvuldige detaillering, het rijke materiaalgebruik en de betonnen skeletconstructie gerealiseerd in een tijd van materiaalschaarste.
* Vanwege de relatieve gaafheid van het ontwerp
* Vanwege de kunsthistorische waarde van de beeldende kunst (o.a. H. Krop, W. Reyers, E. Henny, P. Donk, F. Heil, T. Leeser, etc.) gerealiseerd onder leiding van Hammacher
* Vanwege de samenhang tussen de architectuur en de beeldende kunst als gesamtkunstwerk.
* Vanwege de symbolische betekenis van het gebouw als de nieuwe samenleving en de toekomst, versmolten met historische symboliek en verwijzingen.
* Vanwege de stedenbouwkundige waarde vanwege de strategische ligging tussen Markt en Rijn,
* Vanwege de stedenbouwkundige waarde met vrij zicht op de rijn vanuit de zuidgalerij
* Vanwege de stedenbouwkundige waarde vanwege de presentatie van het gebouw naar het plein met behulp van de ingangspartij bestaande uit een voorterrein, een doorgang door de noordvleugel en de ingangspartij in de zuidvleugel met de bestrating als verbinden element.
* Vanwege de stedenbouwkundige waarde als verbindende schakel tussen de bebouwing van de burgers aan de westzijde van het plein en die van de bestuurders aan de oostzijde van het plein.
* Vanwege de cultuurhistorische waarden vanwege de functie van het gebouw als provinciehuis dat zich uit in het representatieve karakter van de toegepaste materialen, de plattegrond van het gebouw en de beeldende kunst.
* Vanwege de cultuurhistorische waarde van de schuilkelder vanwege de dreiging van de Koude Oorlog.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
HOUSE OF THE PROVINCE Gelderland with ENTRANCE VESTIBULE, built in the period 1950-55 to the design of J.J.M. Vegter in collaboration with the building committee (ir. H. Brouwer (co-architect), ir. T.T. Deurvorst (interior design), ir. F.F. Venstra) and various artists (including H. Krop, W. Reyers, E. Henny, P. Donk, F. Heil, T. Leeser, etc.) under the direction of prof. Dr. A.M.W.J. Hammacher (director of the Kroller-Muller museum).
After the destruction of the old Provinciehuis during the armed conflict in September 1944, during the reconstruction of the city a larger Market Square was chosen with a new provinciehuis on the southern side. Vegter received the assignment on 21 August 1946 to investigate and determine the location of the new provinciehuis together with the designer of the new town plan ir. J. van der Laan and to coordinate it with the reconstruction plan of Arnhem. The provinciehuis was realised as part of the administrative centre planned after the war on the east side of the Market and served as the connecting link between the buildings on the east side and the west side of the square. Under the influence of Scandinavian architecture, the building was designed not only for the government but also for the citizen. The connection with the Sabelspoort would provide a confrontation between old and new. The building was to be a symbol of rising Netherlands by combining architecture and the visual arts, which were integrated into the building in all possible forms according to a pre-established programme. The free choice and artistic expression of the gifts from citizens, institutions and institutes were subordinated to the concept of the House of the Province with which they were inseparably connected to the design.
The building has been largely preserved both externally and internally. The principal elements of the original interior finishes and furnishings have also been retained. The building was extended in 1974 also to the design of Vegter and restored/renovated in 2007. The extension in 1974 resulted in an additional storey. The restoration in 2007 improved comfort and use resulting in, among other things, the replacement of the window array on the south side and the addition of solar shading.
Description
The PROVINCIEHUIS consists of four wings around a rectangular courtyard with a basement shelter under and along the front facade. The wings differ in height and finish but are all closed off by a flat roof. The ENTRANCE VESTIBULE is located on the Market side and consists of a ramp, platform and decorative paving, a passage through the north wing and an entrance in the south wing from the courtyard. The construction of the building consists of a concrete skeleton clad with various materials.
The north wing is located on the Market side squeezed between the higher eastern and western wing, the end wings of which are provided with decorative brickwork. The front facade of the north wing is composed of a natural stone basement according to the metope and triglyph principle, a band of vertically laid brick, a band of brickwork in random bond, nine coupled windows with a travertine frame, brickwork in random bond in which eight regularly distributed small square windows and a travertine relief (Willem Reyers) depicting the coat of arms of Gelderland, and a set-back storey provided with a concrete open canopy above the external space.
The north facade of the north wing is characterised as a front facade by the placement of a bronze balcony consisting of a rhythmic repetition of stylised lion's claws (Willem Reyers), balcony doors and a travertine relief (Willem Reyers) on the left of the facade, a projecting natural stone passage on the right of the facade and the carillon on the end facade of the west wing. The passage consists of sculpted vertical panels (Swedish granite, Titus Leeser) on either side of the passage depicting medieval authoritarian government (left) and democratic, contemporary government (right) and a frieze above the passage with the text 'By justice administered with wisdom to guide'. The text compiled by the clerk of the States, mr. N. Hendrik Muller, is carved in travertine on the gate walls (Andre van der Vossen): 'Devastata MCMXLIV - brought down by war - renovata MCMLIV - what god restores has greater strength'. The ceiling of the passage is designed in concrete (ir. P. Donk) and depicts a Phoenix amid a geometric pattern. To the right of the gate is a bronze letter box with the text 'House of the Province. Provincial Government of Gelderland'. The passage can be closed by double doors. In the inner facade of the north wing, on either side of the passage, are the commemorative plaques with the inscriptions: 'Her Majesty Queen Juliana opened this House 11 September 1954. Jhr. Dr. C.G.C. Quarles van Ufford commissioner of the queen, J.J.M. Vegter H. Brouwer B.i. architects (left), '1940 1945 In sorrow and respect we remember our staff members B. Slettenaar J.W. Strategier' (right). Below these plaques are sculptured ornaments.
From the passage to the Market Square a pattern has been applied to the paving that forms a whole with the pattern in the paving of the courtyard and is to be seen as a carpet. Halfway along this paving, at the beginning of the car ramp, marking the transition from the Market to the Provinciehuis, two tall round columns of white Bavarian granite with sandstone capitals with sculptured representations (Hildo Krop) as symbols of authority, called 'the guards'. The capitals depict power, domestic life protected by law and freedom. Between the left column and the facade a flight of steps, between the right column and the facade a platform with natural stone retaining wall connecting the provinciehuis with the sabelspoort. Between the columns the crossing to the Market recognisable by the pattern in the paving. One metre in front of the columns the exit of the basement shelter.
The eastern and western wings are virtually identical consisting of four storeys with a plinth of basalt lava. The closed end facades are largely constructed in decorative brickwork consisting of projecting laid brick crosses. Against the northern end facade of the west wing a carillon consisting of a carillon with above it a railing in which two birds with flowering branches are depicted (Everdine Schuurman-Henny, caster Petit en Fritsen). The carillon plays an important role in the presentation of the front facade and is a gift from the Gelderland agricultural and horticultural organisations.
The open side facades are clad with travertine around the window openings. On the first, third and fourth storeys there are vertical window openings, on the second storey square openings. The facades are terminated by a concrete roof overhang with below it a frieze with cast concrete ornaments depicting people, animals and abstract forms (Carel Kneulman, Piet van Stuivenberg and Hans Verhulst). The rhythm of the outer facades of these wings is broken by a window array consisting of square openings on the second storey on the east side and a set-back wall with walkway on the west side. The western wing provides access via a glazed bridge to the medieval Sabelspoort a national monument registered under monument number 8351.
The south wing on the Rhine side can be divided into two volumes: a projecting, horizontally oriented building section supported by concrete pillars (south gallery) on the ground floor and a set-back vertically oriented building section (States Hall) on the storey relative to the side wings. The south gallery is characterised by a large glazed surface and a floating character. From the glazed facade there is direct view of the Rhine, a symbol representing the province of Gelderland. The remaining facade sections are clad with travertine. Above the south gallery is the States Hall, all facades of which are constructed in brick alternating white-grey glazed brick pilasters and black brick recessed bands. This articulation is carried through in the interior of the States Hall. The facades are closed off by a flat roof fitted with glass roof lights. In the outer facade (south side) beneath the brick facade are large rectangular projecting windows with above them eight small square windows.
The inner facades of the wings enclose the courtyard and are all clad with travertine. On the ground floor the window arrays are set back. These window arrays consist of low basement lights with above them travertine friezes (east facade: Couzijn, north facade: Han. Verhulst, south facade: Carel Kneulman, west facade: John Grosman) and large windows on either side flanked by narrow subsidiary lights. The reliefs depict the 'shared hardship during the Battle of Arnhem in 1944' and 'recovering life after liberation, with renewed attention to natural and urban life'. The second storey is more closed as a window bay is always closed. In the third storey smaller, coupled windows. The set-back storeys with concrete overhang and simple coupled windows on the north, east and west wings are part of the extension of 1974 to the design of Vegter.
On the right of the inner facade of the south wing, opposite the passage in the north wing, is the main entrance, accessible via a platform staircase. The projecting entrance vestibule is marked by two free-standing metal columns ('torches') on the platform, which form a counterpart to the two free-standing columns ('Guards') in front of the front facade of the provinciehuis. The entrance vestibule consists of a double door with narrow subsidiary lights, provided with ornaments consisting of lattice work and door knobs of coppered aluminium (Willem Reyers).
The pattern of the paving in the courtyard (Vegter) is like a carpet and continues to the Market. In the courtyard there is a fountain (V.P.S. Esser), depicting a bronze figure of Heracles and Antaeus, placed on a fountain basin of basalt, the struggle of man against water. The courtyard was intended as a reception space and a place for festive gatherings.
The structure of the interior is largely preserved. The building has very rich finishing of ceilings, walls and floors and interior components both visual art and furnishings that are inseparably connected by design to the design of the building as a gesamtkunstwerk. Some examples are the walls of the hall clad with various materials (including grey slate strips and brick); heavy concrete pillars and natural stone floors laid in pattern with inlays, executed in quartzite and cristallino; mahogany ceilings; a small marble fountain in the hall depicting Odysseus and sirens (Fri Heil); a bronze figurine (Han van Luin) in the hall; a marble staircase with bronze balustrade depicting various crafts (Titus Leeser); the inner walls of the states hall executed in various shades of grey and white split stone strips; marble columns with bronze capitals (Gerarde Rueter); lamp fittings; ashtrays on base; pillars clad with metal; marble mosaics (V.H. Elenbaas) depicting life of people in the countryside, the 'Urban Administrative Function' (education, commerce, social care, labour and public enterprises); the cantilever concrete construction of the States Hall with six concrete roof trusses; marble walls in the states hall with rectangular openings for the galleries; a large hand-knotted carpet with a stylised map of Gelderland (K.C. Fischer-van der Mijll Dekker); original lectern and walnut furnishings, wooden ceiling, walls executed in yellow brick partly in tooth pattern; granite friezes (Van Stuyvenberg) depicting heraldic coats of arms and the municipal coats of arms of the Gelderland municipalities, supplemented with ornaments and old sayings; sgraffito reliefs (Simon Erb); cristallino columns with bronze cuff capitals (Gerarda Rueter); two wall hangings (Michel Seuphor) depicting 'fire' and 'air'; two wall hangings (Piet Donk) depicting 'earth' and 'water'. Together they symbolise the elementary human activities described on the hangings as 'being', 'becoming', 'doing' and 'knowing'; floor carpets (atelier Scholten-van de Rivière).
Valuation
PROVINCIEHUIS Gelderland with ENTRANCE VESTIBULE, built in the period 1950-54 to the design of J.J.M. Vegter in collaboration with the building committee ir. H. Brouwer (co-architect), T.T. Deurvorst (interior design), ir. F.F. Venstra and various artists (including H. Krop, W. Reyers, E. Henny, P. Donk, F. Heil, T. Leeser, etc.) under the direction of prof. Dr. A.M.W.J. Hammacher (director of the Kroller-Muller museum) is an evident milestone in the development of architecture, urban planning, land development, building technology or space-related art in the Netherlands from the period 1940-1958:
* For its architectural historical value by virtue of the design of Vegter, Brouwer and Deurvorst in the tradition of the Delft School influenced by Scandinavian architecture.
* For its careful detailing, rich use of materials and concrete skeleton construction realised in a time of material scarcity.
* For the relative integrity of the design.
* For its art historical value of the visual art (including H. Krop, W. Reyers, E. Henny, P. Donk, F. Heil, T. Leeser, etc.) realised under the direction of Hammacher.
* For the coherence between the architecture and the visual art as a gesamtkunstwerk.
* For the symbolic significance of the building as the new society and the future, merged with historical symbolism and references.
* For its urban planning value by virtue of the strategic location between Market and Rhine.
* For its urban planning value with clear view of the Rhine from the south gallery.
* For its urban planning value by virtue of the presentation of the building to the square with the aid of the entrance vestibule consisting of a forecourt, a passage through the north wing and the entrance vestibule in the south wing with the paving as connecting element.
* For its urban planning value as a connecting link between the buildings of citizens on the west side of the square and those of administrators on the east side of the square.
* For its cultural historical values by virtue of the function of the building as a provincial government building that expresses itself in the representative character of the materials applied, the floor plan of the building and the visual art.
* For the cultural historical value of the basement shelter by virtue of the threat of the Cold War.
Nearby in the register
- Fort, vesting en -onderdelen, Markt 12Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Spuisluis, Rijnkade tegenover 143Waterkering en -doorlaatunder 1 mi
- Overheidsgebouw, Markt 38Overheidsgebouwunder 1 mi
- Paleis van JustitieGerechtsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.