TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

H. Josephkerk

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Category
onroerend gebouwd
Built
1951 - 1952
Address
Erik de Roodestraat 14, 1056 AM Amsterdam
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.37318, 4.84542
Monument number
530737

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1913 map "25 Amsterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De geheel in beton opgetrokken H. JOSEPHKERK werd tussen 1941 en 1943 ontworpen door G.H.M. Holt met medewerking van K.P. Tholens en - na diverse planaanpassingen - gebouwd in de periode 1951-1952. De in de Poolbuurt gelegen kerk maakte deel uit van de in het vooroorlogse Amsterdamse Algemeen Uitbreidingsplan opgenomen wijk 'Bosch en Lommer'. De H. Josephkerk vormt samen met onder andere drie aan de noordzijde van het centrale voorplein gelegen katholieke scholen en een rij bejaardenwoningen aan de zuidzijde een markant traditioneel stedenbouwkundig ensemble in de voor het overige volgens de opvattingen van de (moderne) naoorlogse stedenbouw opgezette wijk. Een aantal jaren na oplevering van de kerk werd aan de oostzijde van de kerk een klooster gebouwd, waar de leraren van de scholen woonden. Middels een lange gang zijn de kerk en het in materiaalgebruik en verschijningsvorm overeenkomende klooster met elkaar verbonden. Gang en klooster vallen buiten deze rijksbescherming. Holt liet zich in zijn ontwerp inspireren door het werk van de Franse gebroeders Perret, en Le Corbusier. De H. Josephkerk werd in 1990 aan de eredienst onttrokken en is tijdelijk in gebruik als klimhal.

Omschrijving

De H. Josephkerk vormt samen met de omringende bebouwing een bijzondere rooms-katholieke enclave in Bos en Lommer. De kerk kent een basilicale opzet, bestaande uit een breed middenschip met lage zijbeuken (allen plat afgedekt), een uitgebouwde apsis, een aangebouwde eenvoudige sacristie, twee aan weerszijden van de kerk in de langsgevels uitgebouwde preekstoelen, en een voorhof/atrium. Boven de entreepartij bevindt zich een brede toren die wordt bekroond door een vierkante structuur waarin de kerkklok is opgehangen. Links van de hoofdentree bevindt zich een uitgebouwde achthoekige doopkapel.

De H. Josephkerk is (een van) de eerste katholieke kerk(en) in Nederland die geheel in beton werd opgetrokken. De betonskeletconstructie werd bovendien in het zicht gelaten. Vooral binnen behoudende stromingen van de Nederlandse Rooms-katholieke wereld werd het gebruik van beton als problematisch ervaren, onder andere vanwege het feit dat het geen door God gegeven materiaal was. Dat er uiteindelijk werd besloten tot de bouw van een betonnen godshuis werd overigens mede ingegeven door de beperkt beschikbare financiële middelen.

Het gewassen beton van het skelet van de kerk onderscheidt zich in kleur en textuur van de betonplaten waarmee het hogere middenschip en de brede toren boven de hoofdentree bekleed zijn. De geleding van het exterieur volgt de constructie. De betonbeplating die als invulling van het skelet is aangebracht, is van een kleur geel die enigszins doet denken aan Bentheimer natuursteen. De omvang van de betonplaten varieert, wat de verwijzing naar natuursteen versterkt. Ook in de lagere zijbeuken en de doopkapel is de constructie in het zicht gelaten. Het betonskelet is in die onderdelen ingevuld met Limburgse breuksteen.

De entree van de kerk wordt geaccentueerd door een atrium, dat feitelijk een open voortzetting van het constructieve betonskelet van de kerk vormt. Het middelste - breedste - deel van dit uit drie traveeën bestaande voorhof is overdekt met betonplaten. Onder het atrium leiden vier treden omhoog naar een bordes dat middels drie deuren toegang geeft tot de kerkruimte. Het bordes is net als de vloer van het interieur belegd met grote vierkante tegels van veredeld beton. Links van de entree is een gevelsteen aangebracht die herinnert aan de ingebruikname van de kerk op 22 mei 1952. De voorgevel van de kerk wordt bekroond door een brede klokkentoren met aan de bovenzijde een open betonskelet, vergelijkbaar met het atrium, maar hier deels ingevuld met verticaal geplaatste betonnen lamellen. De toren is, net als het middenschip, bekleed met betonplaten. Links van de hoofdentree, ten noordwesten van de kerk, bevindt zich de achthoekige doopkapel met daarop een taps toelopende lantaarn die met ronde glazen bouwsteentjes is geperforeerd. Rechts van de hoofdentree bevindt zich de devotiekapel in een iets lager en enigszins teruggerooid volume dat plat is afgedekt en een daklicht bevat. Ter weerszijden van de kerk zijn in de langsgevels twee ondiepe uitbouwen gemaakt waar zich aan de binnenzijde de biechtstoelen bevonden. Deze uitbouwen worden in het exterieur bekroond door eenvoudige timpanen. De langsgevels van de hoge middenbeuk bevatten ieder zeven gevelvakken waarin zich alternerend vier grote vierkante vensteropeningen bevinden. De in deze lichtbeuk gelegen stalen vensters kennen een roedeverdeling met daarin helder glas. De uitbouwen voor de biechtstoelen bevinden zich in de lage zijbeuken, onder de drie gevelvakken die geen vensters bevatten. De in de noordgevel geplaatste nooduitgang heeft eenzelfde soort vormgeving als de uitbouwen voor de biechtstoelen. De gevelvakken zonder venster worden voorts onderscheiden door een decoratief patroon in de betonnen beëindiging van de middenbeuk. Aan de zuidoostelijke zijde van de kerk is een eenvoudige sacristie aangebouwd, die zowel vanuit de kerk als direct van buitenaf bereikbaar is - via een entree in de westgevel van dit volume. De apsis wordt verlicht door gekleurd glas-in-lood in beide zijgevels. Deze gevels zijn van vloer tot plafond opgebouwd uit grote vierkante betonelementen met een motief van andreaskruisen en cirkels waarin het glas is opgenomen. De drie gesloten gevels van de apsis zijn aan de buitenzijde bekleed met hetzelfde materiaal als de middenbeuk.

De kerkruimte bood oorspronkelijk plaats aan 1.130 personen. Waar de meeste naoorlogse basilicale kerken voortborduren op het traditionalisme, is de wijze waarop Holt deze typologie heeft vertaald in de Josephkerk modern te noemen. Hoewel de indeling van de kerkzaal met een op vijf treden verhoogd en enigszins van de kerkzaal afgescheiden 'coulissen'-altaar met uitgebouwde apsis vrij traditioneel is, is de architectuur en inrichting van de ruimte vrij modern. In de kerkzaal staan de betonnen pijlers die de lichtbeuk dragen zo ver uiteen dat er van een traditionele ruimtelijke scheiding tussen schip en zijbeuken geen sprake meer is. Op deze kolommen rust een forse betonnen ligger, waarop zich het grof uitgevoerde metselwerk van de lichtbeuk bevindt, uitgevoerd met een grote baksteen. Net als in het exterieur is ook in het interieur de constructie zichtbaar gebleven, maar hier is het betonskelet ingevuld met baksteen. Het dak van de kerkzaal wordt gedragen door betonnen balken met een overspanning van 15 meter. De plafonds bestaan uit geprefabriceerde betoncassetten, gevuld met troggewelfjes. De vloer is bekleed met grote grijsrode tegels van veredeld beton. Boven de ingang van de kerkzaal bevindt zich het orgelbalkon, dat was voorzien van een betimmerde balustrade. Aan de onderzijde van dit uit gewassen beton bestaande balkon is de bekisting zichtbaar. Het orgel is niet meer aanwezig in de kerk. Op het plafond van de apsis is een grote veelkleurige schildering aangebracht door Marius de Leeuw. Deze stelt een feniks voor, als zinnebeeld van Christus, en is vanuit de hele kerkzaal zichtbaar. De achterwand van de apsis is uitgevoerd in beton met een decoratief motief. Het altaar, van zwarte gepolijste natuursteen, staat op zijn oorspronkelijke plaats. Het overwegend blauw getinte glas-in-lood in de zijwanden van de apsis is eveneens van de hand van De Leeuw.

Waardering

De H. Josephkerk is van algemeen belang als zijnde een van - zo niet de - eerste (katholieke) kerk die geheel in beton werd opgetrokken. Het gebouw is een toonbeeld van een pioniersontwerp in de vernieuwing van de kerkelijke architectuur van de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Het gebouw bezit stedenbouwkundige waarden, als onderdeel van een bijzondere rooms-katholieke enclave in de wijk Bos en Lommer bestaande uit de kerk, scholen, klooster en omliggende woningen. De H. Josephkerk is van grote architectuurhistorische waarde - vanwege de hoge kwaliteiten van het vooruitstrevende ontwerp waarin de principes van het functionalisme en het traditionalisme samengaan; - vanwege het gekozen materiaal en binnen het oeuvre van architect Holt;

Vanwege de aanwezige kunstwerken bezit de kerk daarnaast kunsthistorische waarden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The H. JOSEPHKERK, constructed entirely in concrete, was designed between 1941 and 1943 by G.H.M. Holt with the collaboration of K.P. Tholens and - following various plan adjustments - built in the period 1951-1952. The church, located in the Poolbuurt, was part of the district 'Bosch en Lommer' included in the pre-war Amsterdam General Extension Plan. The H. Josephkerk together with, among other things, three Catholic schools located on the north side of the central forecourt and a row of elderly housing on the south side forms a striking traditional urban planning ensemble in an otherwise post-war modern urban planning district. Several years after the completion of the church, a cloister was built on the east side of the church, where the school teachers lived. The church and the cloister, which correspond in material use and appearance, are connected by a long corridor. The corridor and cloister fall outside this national monument protection. Holt drew inspiration in his design from the work of the French brothers Perret and Le Corbusier. The H. Josephkerk was withdrawn from religious use in 1990 and is temporarily in use as a climbing hall.

Description

The H. Josephkerk together with the surrounding buildings forms a special Roman Catholic enclave in Bos en Lommer. The church has a basilical layout, consisting of a wide nave with low aisles (all flat-roofed), an extended apse, an attached simple sacristy, two pulpits built out in the longitudinal facades on either side of the church, and a forecourt/atrium. Above the entrance section is a broad tower crowned by a square structure in which the church bell is suspended. To the left of the main entrance is an attached octagonal baptistery.

The H. Josephkerk is one of the first Catholic churches in the Netherlands to be constructed entirely in concrete. The concrete skeletal structure was moreover left exposed. Especially within conservative currents of the Dutch Roman Catholic world, the use of concrete was regarded as problematic, among other things because it was not a God-given material. That it was ultimately decided to build a concrete house of God was moreover motivated by the limited available financial resources.

The exposed concrete of the church's skeleton distinguishes itself in colour and texture from the concrete slabs with which the higher nave and the broad tower above the main entrance are clad. The articulation of the exterior follows the construction. The concrete cladding, which serves as infill of the skeleton, is of a yellow colour somewhat reminiscent of Bentheim natural stone. The size of the concrete slabs varies, which reinforces the reference to natural stone. In the lower aisles and the baptistery too, the construction is left exposed. The concrete skeleton is in those components filled with Limburg rubble stone.

The entrance of the church is emphasized by an atrium, which is essentially an open continuation of the structural concrete skeleton of the church. The middle - widest - part of this forecourt consisting of three bays is covered with concrete slabs. Beneath the atrium four steps lead up to a platform which via three doors provides access to the church space. The platform, like the interior floor, is paved with large square tiles of refined concrete. To the left of the entrance is a stone set in the facade commemorating the church's opening on 22 May 1952. The front facade of the church is crowned by a broad bell tower with at the top an open concrete skeleton, comparable to the atrium, but here partly filled with vertically placed concrete lamellae. The tower, like the nave, is clad with concrete slabs. To the left of the main entrance, to the northwest of the church, is the octagonal baptistery with above it a tapering lantern perforated with round glass bricks. To the right of the main entrance is the devotional chapel in a slightly lower and somewhat set-back volume that is flat-roofed and contains a roof light. On either side of the church, shallow projections are built out in the longitudinal facades where the confessional boxes were located on the inside. These projections are crowned on the exterior by simple pediments. The longitudinal facades of the high nave each contain seven facade bays in which four large square window openings alternate. The steel windows in this clerestory have glazing bars with clear glass. The projections for the confessional boxes are located in the low aisles, beneath the three facade bays which contain no windows. The emergency exit placed in the north facade has the same type of form as the projections for the confessional boxes. The facade bays without windows are further distinguished by a decorative pattern in the concrete termination of the nave. On the southeastern side of the church is a simple sacristy attached, which is accessible both from the church and directly from outside - via an entrance in the west facade of this volume. The apse is lit by stained glass in both side facades. These facades are built from floor to ceiling out of large square concrete elements with a motif of Saint Andrew's crosses and circles in which the glass is incorporated. The three closed facades of the apse are clad on the outside with the same material as the nave.

The church space originally accommodated 1,130 people. Whereas most post-war basilical churches continue the traditionalist approach, the way in which Holt translated this typology in the Josephkerk can be called modern. Although the layout of the church with an altar raised on five steps and somewhat separated from the church space with an extended apse is fairly traditional, the architecture and arrangement of the space is quite modern. In the church space the concrete pillars supporting the clerestory are so far apart that there is no longer any traditional spatial division between nave and aisles. On these columns rests a substantial concrete beam, on which sits the coarsely executed brickwork of the clerestory, executed with a large brick. As in the exterior, the construction remains visible in the interior too, but here the concrete skeleton is filled with brickwork. The roof of the church space is supported by concrete beams with a span of 15 metres. The ceilings consist of prefabricated concrete cassettes, filled with barrel vaults. The floor is paved with large greyish-red tiles of refined concrete. Above the entrance to the church space is the organ balcony, which was provided with a timber balustrade. On the underside of this balcony made of exposed concrete, the formwork is visible. The organ is no longer present in the church. On the ceiling of the apse is a large polychrome painting by Marius de Leeuw. This depicts a phoenix, as a symbol of Christ, and is visible from throughout the entire church space. The back wall of the apse is executed in concrete with a decorative motif. The altar, of black polished natural stone, stands in its original position. The predominantly blue-tinted stained glass in the side walls of the apse is also by De Leeuw.

Valuation

The H. Josephkerk is of general importance as being one of - if not the - first (Catholic) church to be constructed entirely in concrete. The building is an exemplar of a pioneering design in the renewal of church architecture of the nineteen-fifties. The building possesses urban planning values, as part of a special Roman Catholic enclave in the district Bos en Lommer consisting of the church, schools, cloister and surrounding dwellings. The H. Josephkerk is of great architectural historical value - because of the high qualities of the forward-looking design in which the principles of functionalism and traditionalism come together; - because of the chosen material and within the oeuvre of architect Holt;

Because of the artworks present, the church also possesses art historical values.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map