Rijksmonumentenregister · Netherlands
Grebbelinie Scherpenzeel
Scherpenzeel, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Open verdedigingswerk
- Function
- Stelling
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1745
- Address
- Lambalgerkeerkade, Scherpenzeel, Scherpenzeel Scherpenzeel
- Place
- Scherpenzeel
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.07613, 5.47572
- Monument number
- 529301
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1714 map "L' Utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.
De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.
Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.
De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.
Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.
Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.
Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.
Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.
De Lambalgerkeerkade is in 1745 aangelegd als steunkade voor de inundaties en als verdedigingswal. De kade diende als komkering tussen de 2e of Groepse kom en de 3e of Lambalgerkeerkom. In 1865 werd in het kader van de komverdeling de noordelijker gelegen straatweg van Widenberg naar Scherpenzeel tot komkering gemaakt. Daarmee kwam de functie van de Lambalgerkeerkade te vervallen. Dit heeft echter niet geleid tot het afgraven van de kade. Het gebied rond de kade was in de meidagen van 1940 het terrein van een aantal van de hevigste gevechten binnen de Grebbelinie, maar daarin heeft de kade zelf geen rol gespeeld.
Omschrijving:
In 1745 aangelegd aarden VERDEDIGINGSWERK, bestaande uit een aarden wal. De Lambalgerkeerkade is gelegen in de gemeente Scherpenzeel tussen het Valleikanaal ten noorden van de Lambalgseweg en de Stationsweg. De kade is ongeveer 700 meter lang. De kade is niet meer overal onder profiel maar is nog wel overal goed als zodanig herkenbaar. Op het gedeelte van de kade binnen de bebouwde kom van Scherpenzeel ligt een betegeld fietspad met straatverlichting.
Waardering:
Het object is van algemeen belang vanwege:
Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd. Met name is de kade ook van belang als voorbeeld van een 18e eeuwse keerkade of komkring.
Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op:
a. het systeem van inundatie en accesverdediging (18de, 19de en 20ste eeuw),
Het betreft hier een object dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode:
fase 1: vanaf 1744, aanleg liniedijk en werken
Ensemble waarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen, in het bijzonder als komkade bij de liniedijk tussen het Werk aan de Roode Haan en de kern van de gemeente Leusden. Tevens is hier sprake van een gave/redelijk gave relatie met het schootsveld en inundatieveld
Het object is zeldzaam omdat het een nog grotendeels bestaand voorbeeld is van een 18e eeuws verdedigingswerk in de Grebbelinie en het is als zodanig representatief (karakteristiek) voor dit type verdedigingswerken.
Het object is goed bewaard en is nog vrijwel geheel in meer of minder herkenbare vorm en functie aanwezig.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
The Grebbelinie is a water line approximately 60 kilometres in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of the construction of a water line from the eighteenth century. Because no major interventions in the structure of the line have taken place since then, the greater part of the line embankment, the barrier dykes and the earth defence works have been preserved. The Grebbelinie comprises dykes, earth forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line would have to be defended by a temporary field army, no permanent accommodation for soldiers was built in the Grebbelinie.
The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be held back. The Grebbelinie was intended to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be sufficiently deep to prevent enemy vehicles and artillery from passing, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. At places that were too high to be inundated, defence works were constructed. In establishing the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. To flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 compartments. The water in each compartment was raised by means of a barrier dyke that lay across the line dyke.
After occasional fortifications had been constructed in this area from the end of the 16th century, in 1744, on the recommendation of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, work began on the construction of the earth embankment that would later become the Grebbelinie dyke. The embankment had to hold back the water so that the Gelderse side of the dyke could be inundated. Furthermore, the plan took into account the height difference between the Nederrijn and the Zuiderzee by providing for the construction of barrier dykes or cross dykes that could hold back the water. In this way, a series of water-filled compartments was created, which descended further northward like a series of steps. In total, eight barrier dykes were constructed to enable the area to be flooded in a controlled manner. In 1786, further fortifications were constructed.
The first time the line was brought to readiness was in 1793 when France declared war on the Netherlands. However, the water level in the Rhine was too low at that time to flood the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line at that time. When, however, the French under General Pichegru returned in late 1794, the line could be flooded. But a severe frost period in early 1795 meant that the French armies could cross the frozen rivers and inundations without problems.
Ultimately, in 1799, the French gave the line its final form. They paid much attention to improving the defence of the barrier dykes and constructed earth outposts there. Because Napoleon incorrectly believed in 1809 that there was no longer any threat from the east, the Grebbelinie was abolished as a defence work.
Only in 1846 did the importance of the Grebbelinie for national defence begin to be recognised. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, this was laid across the fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defence lines in the country. Following this, new sluice gates were installed in the main barrier dykes, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866, the Omleidingskanaal was constructed to the east of Veenendaal, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. But despite this, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defence line, because inundations there could be achieved more quickly and easily.
Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defence line of the country. Because shortly before this the Valleikanaal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better opportunities for inundating the area.
Large areas on the eastern side were now flooded and farms that were in the line of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940, the main defence of the eastern front of the Vesting Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and barbed-wire barriers, particularly in the non-inundatable areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May, German troops invaded the country. Although the battle at the Grebbeberg became the most famous, heavy fighting also took place at other points on the line. The Germans ultimately made the final modification to the line in 1944. The line was now given the name Pantherstellung. The aim of the line was to stop an enemy advancing towards Germany and the main direction of fire was this time to the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 are still preserved today. In 1951, the Grebbelinie was permanently abolished as a defence line.
The Lambalgerkeerkade was constructed in 1745 as a support dyke for the inundations and as a defence embankment. The dyke served as a compartment barrier between the 2nd or Groepse compartment and the 3rd or Lambalgerkeerkompartment. In 1865, in the context of compartment division, the more northerly road from Widenberg to Scherpenzeel was made into a compartment barrier. This ended the function of the Lambalgerkeerkade. However, this did not lead to the removal of the dyke. The area around the dyke was the scene of some of the heaviest fighting within the Grebbelinie during the May days of 1940, but the dyke itself played no role in this.
Description:
Earth DEFENCE WORK constructed in 1745, consisting of an earth embankment. The Lambalgerkeerkade is located in the municipality of Scherpenzeel between the Valleikanaal to the north of the Lambalgseweg and the Stationsweg. The dyke is approximately 700 metres long. The dyke is not everywhere up to profile, but is still clearly recognisable as such everywhere. On the section of the dyke within the built-up area of Scherpenzeel, there is a tiled cycle path with street lighting.
Evaluation:
The object is of general importance because of:
Cultural-historical values as part of the Grebbelinie, as this was constructed in six phases over a period of 200 years. In particular, the dyke is also important as an example of an 18th century barrier dyke or compartment barrier.
Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building, which is based on:
a. the system of inundation and access defence (18th, 19th and 20th centuries),
This is an object which in its original construction is an example of defence works from the period:
phase 1: from 1744, construction of line dyke and works
Ensemble value because of its location within the system of the Grebbelinie in general, in particular as a compartment dyke at the line dyke between the Werk aan de Roode Haan and the core of the municipality of Leusden. There is also a well-preserved/reasonably well-preserved relationship with the line of fire and inundation area.
The object is rare because it is a largely surviving example of an 18th century defence work in the Grebbelinie and is as such representative (characteristic) of this type of defence work.
The object is well preserved and is still present almost entirely in more or less recognisable form and function.
Nearby in the register
- Kazemat (B10), Tussen Brinkkanterweg en Lambalgseweg WoudenbergKazematunder 1 mi
- Kazemat (B10), Tussen Brinkkanterweg en Lambalgseweg WoudenbergKazematunder 1 mi
- Kazemat (B10), Tussen Brinkkanterweg en Lambalgseweg WoudenbergKazematunder 1 mi
- Kazemat (B10), Tussen Lambalgseweg en Broekerweg WoudenbergKazematunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.